Jaarverslag 2020

Jaarverslag 2020

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/rvb-jaarverslag/2020/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Terugblik op 2020

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2020

‘Alles is uit de kast gehaald om het werk voort te zetten’

Tekst Shirley Copijn
Foto DG Annet Bertram op haar thuiswerkplek. Beeld: Arenda Oomen

2020 was buitengewoon. Een jaar waarin – door de komst van covid-19 - flexibiliteit, doorzettingsvermogen, vindingrijkheid en de verbinding meer dan ooit centraal stonden. Hoe blikt directeur-generaal Annet Bertram terug op dit bewogen jaar? En is de weg naar de toekomst nu anders dan gepland? ‘Ik denk dat we overgaan naar deels thuis en deels op kantoor werken. Maar onze kerntaak blijft dezelfde.’

De coronacrisis vroeg begin 2020 om improvisatie, creativiteit en snel inspelen op veranderede omstandigheden. Kon het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) bijvoorbeeld de bouwactiviteiten voortzetten? Overleg met de ministeries van BZK en I&W en de bouwsector leidde vlot tot het protocol “Samen veilig doorwerken”, om bouwwerkzaamheden veilig op anderhalve meter afstand uit te voeren. Ook werden betalingsregelingen opgesteld voor leveranciers en huurders om hen markteconomische zekerheid te geven. Bertram: ‘Al snel lag de volgende spoedklus te wachten: het coronaproof maken van de rijksgebouwen voor terugkeer op kantoor. Zoals bewegwijzering voor de looprichting in een gebouw. En de inrichting van werkplekken en ruimten op anderhalve meter afstand. Er werd een checklist en instructie gemaakt voor de gebruikers van de rijkspanden. Ook inventariseerde het RVB de ventilatiesystemen. Deze werden waar nodig aangepast. Verder is alles uit de kast gehaald - met de hulp van ICT - om de bedrijfsprocessen (digitaal) voort te zetten, zoals overleg via videoconferenties.’

Economisch belang

De terugkeer naar kantoor na de zomer van 2020 bleef uit. Ambtenaren werken vanwege covid-19 nog grotendeels thuis. Volgens Bertram toonde het coronajaar dat wat je vanuit kantoor doet ook deels goed vanuit huis kan. ‘Boven verwachting draaide het RVB vorig jaar 8% meer productie dan in 2019. De urgentie was groot. Binnen het Rijk en in de markt was er breed besef van het economisch belang. Intern was de ICT-ondersteuning, enorme flexibele inzet en het snel schakelen van RVB’ers hard nodig bij de voortgang van het productieproces. Dat is te prijzen. De thuissituatie - met vaak ook zorgtaken van medewerkers - maakte het deels zwaar’, zegt Bertram. Ze hoopt overigens dat medewerkers elkaar snel weer fysiek kunnen ontmoeten, want de verbinding met elkaar is belangrijk. ‘Toen mijn kinderen nog jong waren, was het noodzakelijk om op kantoor te zijn om echt mee te doen. Het taboe rond thuiswerken verdwijnt. Ik denk dat we in de toekomst overgaan naar deels thuis en deels op kantoor werken. Als het niet meer nodig is om de volledige werktijd op kantoor te zijn, kan het thuiswerken ook veel goeds brengen. Het bespaart bijvoorbeeld reistijd.’

 

Geschikte woningbouwlocaties

2020 was ook het jaar waarin stappen zijn gemaakt bij de duurzaamheidsdoelstellingen en woningbouwopgave van het RVB. Bertram: ‘In Flevoland heeft het RVB veel landbouwgrond. In 2020 informeerden de minister en de staatssecretaris van BZK de Tweede Kamer over het plan om tot 2030 in Noord-Nederland en Flevoland 240.000 woningen te bouwen. Almere Pampus bijvoorbeeld, is qua ligging erg geschikt voor woningbouw. En Oosterwold is the best practice met 15.000 woningen. Hét voorbeeld van werken in lijn met de Omgevingswet.’
In navolging van Flevoland komt verder onderzoek naar geschikte woningbouwlocaties op rijksgronden. De beschikbare rijksgronden worden zorgvuldig afgewogen, want het RVB is ook deels verantwoordelijk voor behoud van goede landbouwgrond. 

Multifunctionaliteit landbouwgronden

Grond is in Nederland schaars. Nederland heeft echter hoge ambities voor woningbouw, landbouw en de energietransitie. Het RVB onderzoekt daarom met de rijksbouwmeester en de Universiteit Wageningen de multifunctionaliteit van landbouwgronden. Bertram: ‘We kijken verder dan gronden inzetten voor alleen woningbouw. Verduurzaming van gronden houdt ook in: innovatieve landbouw, gronden inzetten voor meer biodiversiteit of met speciale gewassen zorgen voor stikstofreductie in een gebied.’

Routekaarten

2020 was ook het jaar waarin het toepassen van routekaarten voor rijkspanden wettelijk is vastgesteld. Met een routekaart wordt inzichtelijk welke stappen nodig zijn om een gebouw duurzamer te maken. ‘Verduurzaming meenemen in het onderhoudsplan kan zo’n 30% energiebesparing opleveren, dus ook kostenbesparing. Door verduurzaming gelijk mee te nemen bij het (groot) onderhoud verminderen we ook de overlast voor de gebruikers van het pand’, aldus Bertram.

40.000 daklozen

Overigens leiden ontwikkelingen in de maatschappij, zoals de groei van dak- en thuislozen en arbeidsmigranten, ertoe dat partijen ook aankloppen bij het RVB voor (ondersteuning bij) huisvesting van deze doelgroepen. Zo deed de staatssecretaris van het ministerie van VWS in 2020 hiertoe een verzoek. Het RVB inventariseert nu – na advies van Emile Roemer (voorzitter aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten) - welk vastgoed beschikbaar is voor huisvesting van arbeidsmigranten in Zeewolde, Lansingerland, Dronten en de regio Rivierenland. Bertram: ‘Nederland heeft naar schatting 40.000 daklozen en een tekort van 150.000 bedden voor arbeidsmigranten. Wij kunnen iets betekenen in de opvang van deze groepen door de inzet van (tijdelijk) leegstaand vastgoed.’

Kerntaak

De woningbouwopgave, huisvesting van aandachtsgroepen en de duurzaamheidsambitie stonden in 2020 centraal en blijven de komende jaren een missie voor het RVB. Bertram: ‘De roep hierom neemt toe. In de samenleving en naar verwachting bij het nieuwe kabinet. Uiteraard blijft onze kerntaak: het beheer en onderhoud van rijksvastgoed; de jaarprogramma’s die wij met onze opdrachtgevers hebben afgesproken. Gezamenlijk daadkrachtig en adequaat inspelen op de wensen van de klant, daar worden we steeds beter in.’

Meer informatie over onze doelen voor de inzet van rijksvastgoed voor maatschappelijke doelen zoals woningbouw, duurzaamheid en de opvang van arbeidsmigranten en dak- en thuislozen vind je op de website van het Rijksvastgoedbedrijf.

Topproject

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2020

Bliksemsnel veilig

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Rob Acket

Aan de rand van het Drentse Veenhuizen ligt de grootste munitieopslagplaats van Nederland. Lange rijen zwaar beveiligde bunkers staan vol dozen en kisten met springstof en ander explosief materiaal. Het Rijksvastgoedbedrijf zorgde ervoor dat alle 191 munitiemagazijnen in hoog tempo van een nieuwe bliksembeveiliging werden voorzien. 

Strak geregisseerd

Dat werd een strak geregisseerde logistieke operatie waarbij de veiligheid voorop stond, maar ook tempo maken belangrijk was. Tom de Jong was namens het Rijksvastgoedbedrijf projectleider: ‘Iedereen die hier aan het werk is, heeft vanwege de aanwezigheid van al dat explosieve materiaal, te maken met strenge eisen.’ Mobiele telefoons moesten elke dag bij de ingang worden ingeleverd, alle personeel dat via aannemers binnen kwam, diende een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) te hebben en ‘open vuur’, om te lassen, maar ook om bijvoorbeeld een sigaretje te roken tijdens een pauze, is op dit complex streng verboden.

Moeilijk te duiden

Vanaf de openbare weg is het complex van het Defensie Munitiebedrijf weliswaar gewoon zichtbaar, maar moeilijk te duiden. Een voorbijganger ziet rijen taluds, tientallen identieke magazijnen met allemaal dezelfde grote lichtblauwe deuren. De functie van dit complex is geen geheim, maar behalve in de regio is niet breed bekend dat hier de nieuw gekochte munitie voor het Nederlandse leger wordt afgeleverd, opgeslagen en uitgegeven.

Civiele regelgeving

Het Munitie Magazijnen Complex (MMC) dateert van rond 1970. De bliksembeveiliging voldeed natuurlijk aan de militaire normen, maar moest worden aangepast aan de nu geldende strengere civiele regelgeving, zegt De Jong. ‘De veiligheid van mensen en omgeving is nooit in het geding geweest.’   Er is een extra losstaande bliksembeveiligingsschil om elke bunker gezet, in de vorm van vier masten die zowel boven- als ondergronds eventuele blikseminslag veilig afleiden. De Jong: ‘Omdat we hier toch aan de slag moesten is er, in overleg met Defensie, besloten om ook meteen te moderniseren: in alle munitiemagazijnen is de oude verlichting vervangen door LED en is er een nieuw drogeluchtsysteem op de zolders aangebracht.’

Ook kregen alle bunkers een trap bij het talud. De Jong: ‘Er waren bij de bouw taludtrappen gemaakt door piketpaaltjes in de grond te slaan en plankjes tegen die aarden helling van 60 graden aan te zetten. Het werkte, en militairen zijn eraan gewend dat hun werkomstandigheden weinig luxe kennen, maar zo’n trapje voldoet natuurlijk niet voor externe bedrijven die voor onderhoud hier werkzaamheden moeten verrichten.’

Steenmarters

Ook werd er een oplossing gevonden voor de op het complex aanwezige steenmarters, die de zolders boven de opslag konden bereiken en daar soms aan kabels en isolatiemateriaal knaagden. Tot op de laatste kier zijn de zolders nu hermetisch afgesloten met gaas. Voor de steenmarters zijn op een aantal plekken nestelkasten aangebracht. ‘De steenmarter is beschermd, we hebben nu een prettige leefomgeving voor ‘m gecreëerd zonder dat ‘ie nog schade aan kan richten.’ Door veel wildgroei aan bomen op de taluds te kappen is bovendien de habitat voor de aanwezige vleermuizen verbeterd, stellen ecologen. ‘Foerageren gaat makkelijker omdat de aanwezige bomen nu strak in het gelid staan en één aansluitende bosrand vormen.’

Tijdwinst boeken

De werkzaamheden moesten gezien de eisen van de externe keuringsinstantie voor 1 maart 2020 zijn afgerond. Dat betekende dat de realisatie in een tijdsbestek van 8 maanden - tussen juni 2019 en februari 2020 - moest gebeuren, zegt De Jong. ‘Toen ik die opdracht kreeg heb ik in eerste instantie tegen mijn leidinggevende gezegd dat die planning onmogelijk was.’ Alles werd doorgelicht. Vanaf de start van het project werd gezocht naar mogelijke versnellingen om tijdwinst te boeken. De 191 trappen werden bijvoorbeeld in een vroeg stadium al apart aanbesteed omdat productie tijdrovend was en zo konden ze meteen  -in het kader van valbeveiliging- worden gebruikt om ander werk veilig te kunnen doen. Uiteindelijk lag er, in overeenstemming met de aannemers en de gebruiker, een super strakke planning. ‘Als we acht munitiemagazijnen per week konden aanpakken, was de deadline haalbaar.’

Buffer

Er werd een buffer gecreëerd van 25 magazijnen, die vrij waren van munitie: in die magazijnen kon worden gewerkt. Munitie werd vervolgens verplaatst van nog niet gemodificeerde magazijnen naar de reeds aangepaste. Zo verplaatste het werk zich in een golfbeweging over het complex. Tom de Jong: ‘Logistiek en qua tijd stonden we onder druk. De ‘winkel’ bleef gewoon open en we werkten met acht verschillende aannemers en 40 man op een postzegel.’ Van elektricien tot vorkheftruckchauffeur, installateur en timmerman: iedereen was tegelijkertijd bezig. Naast het aanpassen van de bliksembeveiliging en het aarden van alle blootgestelde stalen onderdelen aan de buitenkant, zoals lampen en deuren, kregen alle magazijnen dus een stevige trap, een nieuwe laagspanningsverdeler, nieuwe ventilatiekasten en nieuwe verlichting. De Jong: ‘Omdat je met munitie werkt heb je met strenge veiligheidseisen te maken. Dit is natuurlijk geen groothandel met appels en peren.’

Werkend prototype

De uniformiteit van het complex was daarbij een voordeel, zegt De Jong: ‘Als je de oplossing voor één magazijn hebt, kun je die 190 keer kopiëren.’  
Eén munitiemagazijn werd gedurende de plan van aanpak-fase gebruikt als een ‘werkend prototype’. De Jong: ‘Daar zijn ideeën die we ontwikkelden, geïmplementeerd. Die toepassingen werden direct beoordeeld door de externe keuringsinstanties. Goedgekeurde toepassingen konden meteen worden vastgelegd in plan van aanpak en bestek.’

De deadline werd gehaald, vooral door de goede onderlinge samenwerking en afstemming met de gebruiker, zegt Tom de Jong. ‘We hadden zelfs nog een week over.’

  • Bekijk hieronder meer foto's van het project.
Tijdelijke Tweede Kamer

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2020

Hart van de democratie

Foto De 'bekende' roltrappen in het verbouwde ministeriegebouw. Beeld: Tineke Dijkstra

De verbouwing van het voormalige ministerie van Buitenlandse Zaken tot tijdelijke huisvesting voor de Tweede Kamer nadert z’n voltooiing. Ruim vijf jaar lang, tijdens de renovatie van het Binnenhof, wordt dit het hart van de democratie.

De tijdelijke huisvesting is een ‘functionele kopie’ van het Tweede Kamergebouw aan het Binnenhof, zodat het parlementair proces doorgang kan vinden.

  • Een impressie van de tijdelijke behuizing vind je hieronder. De nieuwe plenaire zaal blijft nog even geheim…
Cijfers

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2020

. , %

Foto Illustratie: Pieter Pijlman

‘Met de jaarrekening 2020 laat het Rijkvastgoedbedrijf zien in control te zijn, ook tijdens een coronacrisis. We hebben een goede productie gehaald en sluiten het jaar 2020 af met een positief bedrijfsresultaat van € 31,2 mln. Daarmee hebben we een mooie basis om op voort te bouwen in 2021.’ Dat zegt directeur Financiën en Bedrijfsvoering Jürgen Jongkind na afronding van het jaarverslag. Een overzicht van de resultaten…  

Onze organisatie

Dagelijkse duurzaamheid

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2020

Kleine stappen, groot verschil

Tekst Marjolein Overmeer
Foto In een oude machinekamer. Beeld: Arenda Oomen

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft als grootste vastgoedeigenaar van Nederland een enorme maatschappelijke verantwoordelijkheid. Want het maakt nogal een verschil in de CO2-uitstoot als ons vastgoed daar niet meer aan zou bijdragen. In 2050 moeten alle kantoren ‘CO2-arm’ zijn, staat in de afspraken van het Klimaatakkoord. Hoe komen we daar?

Alle gebouwen in Nederland zorgen voor meer dan een derde van de totale CO2-uitstoot. Om die ongewenste uitstoot omlaag te krijgen, bouwt het Rijksvastgoedbedrijf zijn nieuwe panden energiearm. Grote stappen, snel thuis. Maar het verduurzamen van bestaand vastgoed gaat minder rigoureus: we zetten kleine stapjes bij het dagelijkse en planmatige onderhoud. Maar al die kleine stapjes samen zullen een groot verschil maken.

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft 12 miljoen vierkante meter vloeroppervlakte in beheer: van belastingkantoor tot bunker, van paleis tot gevangenis en rechtbank. Hier moet de komende jaren een grote duurzaamheidsslag plaatsvinden. ‘Wanneer een pand een onderhoudsbeurt nodig heeft, grijpen we dat moment aan om het energieverbruik omlaag te krijgen’, vertelt Willemijne Molenaar, expert duurzaamheid en energie bij het Rijksvastgoedbedrijf. ‘Bijvoorbeeld? Door betere isolatie aan te brengen en verouderde installaties te vervangen door energiezuiniger exemplaren.’

Routekaarten

Om inzichtelijk te krijgen hoe en hoe snel we onze duurzame doelen gaan halen, ontwikkelt het Rijksvastgoedbedrijf samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties routekaarten voor de verschillende gebouwtypen. De Routekaart voor energiearme kantoren was in 2019 de eerste; dit ambitiedocument laat een stapsgewijze planning zien op weg naar CO2-arme rijkskantoren in 2050. Volgens de routekaart moest het energieverbruik in 2020 een kwart minder zijn dan in 2008. Molenaar: ‘Dit doel hebben we ruimschoots gehaald, het energieverbruik is zelfs 40 procent minder. Dit hebben we niet alleen weten te bereiken door efficiëntere nieuwbouw maar ook door duurzaamheidsmaatregelen voor het dagelijks onderhoud, zoals het verbeteren van het gebouwbeheersysteem.’

Uitschieters

Wat betreft de monitoring van energie was 2020 echt een omslagjaar, vervolgt Molenaar. ‘Het RVB heeft vastgesteld op welke vier vlakken we gaan monitoren, namelijk het werkelijke energieverbruik, de CO2-uitstoot, het energielabel en de energie-efficiëntie. Dit nemen we ook mee in de meerjarenafspraken met klanten. Met ons nieuwe rapportage-instrument kunnen we de cijfers automatisch analyseren. Dit maakt het rapporteren van het energieverbruik een stuk makkelijker. En uitschieters vallen meteen op, zodat we daar actie op kunnen ondernemen. Zo kunnen we goed in de gaten houden of we de duurzaamheidsdoelen uit de routekaart halen.’

Energielabels

De derde stap op de routekaart nadert met rasse schreden: een gemiddeld energielabel C voor alle kantoren in 2023. Om dat voor elke pand op dezelfde manier te doen, is een nieuwe rekenmethode toegepast en hebben ongeveer 350 panden vorig jaar al een nieuw energielabel gekregen. Van die 350 panden kregen er ongeveer 90 direct een energielabel A. ‘Label A betekent dat een pand energiezuinig is, omdat er bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen genomen zijn’, aldus Molenaar. Neem het douanepand in Moerdijk. Tijdens een onderhoudsbeurt kreeg het een zuinigere klimaatinstallatie en betere dakisolatie, met als resultaat een sprong van energielabel D naar energielabel A. Energielabel C als gemiddelde is dan ook een tussenstation: de volgende stap op de routekaart is een gemiddeld energielabel A voor de complete kantorenportefeuille in 2030.

Standaard verduurzamen

Deze prestaties op het gebied van energieverbruik en -monitoring zijn positieve eerste stappen. Nu moeten de duurzaamheidsambities uit de routekaart terugkomen op de werkvloer, zoals in de onderhoudsplannen. Molenaar: ‘Het afgelopen jaar hebben we ons pas goed gerealiseerd hoezeer verduurzamen om maatwerk gaat. Per object moeten we kijken waar de mogelijkheden liggen, wanneer dat kan en wat dat gaat kosten. Het moet standaard worden om verduurzaming op te nemen in instandhoudingsplannen bijvoorbeeld. Dat maakt het niet alleen helderder voor onszelf, maar ook voor de klant.’

Biedboek 2.0

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2020

Van wendbaar bootje tot grote tanker

Tanker

Tekst Marijke Verhoef

Biedboek.nl moet op termijn uitgroeien tot dé website voor het verkopen van publiek vastgoed. Sinds de start in 2012 heeft het portaal 25.000 geregistreerde gebruikers genoteerd. De komende tijd werkt het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) aan een verbeterslag. En intussen gaat de verkoop gewoon door.

Wanneer rijksvastgoed vrijkomt en lagere overheden het ook niet nodig hebben voor publieke doeleinden, gaat het Rijksvastgoedbedrijf over tot openbare verkoop of verhuur. Dat gebeurt sinds 2012 via Biedboek.nl. Het proces start met een online vooraankondiging en een mailing naar alle geregistreerde partijen. Zij kunnen vervolgens het biedboek bestellen, waarmee ze toegang krijgen tot de verkoop- of verhuurprocedure. Na diverse kijkdagen begint de selectie- of de biedingsfase, waarna uiteindelijk over wordt gegaan tot gunning.

Biedboek 2.0

Biedboek.nl trekt inmiddels 600.000 bezoekers per jaar. Met deze groeiende bekendheid neemt ook de behoefte aan verdere professionalisering van de verkoop- en verhuurprocessen toe. Daarom werkt een werkgroep vanuit verschillende directies aan Biedboek 2.0. Ze willen het platform naar een volgend niveau tillen. Hoe kunnen we het portaal zo gebruiksvriendelijk, efficiënt en praktisch mogelijk maken? Over deze vraag – en vele andere – buigt de werkgroep zich. ‘We hebben nu bijvoorbeeld nog geen betaalmogelijkheid via iDeal. Welk effect heeft dat op onze personeelsinzet en op aanvragers van het Biedboek? We nemen alles onder de loep, zodat we de markt straks nog beter van dienst kunnen zijn’, zegt Sherif Shahine, landelijk coördinator openbare inschrijvingen bij het Rijksvastgoedbedrijf.

Pilot: 52 politiebureaus verkocht

Het RVB wil haar vastgoed, kennis en expertise graag inzetten voor de maatschappij. Shahine: ‘Met Biedboek 2.0 hopen we de samenwerkingen met partners in de regio een plekje te geven. We zien namelijk dat publieke partijen stoeien met waar en hoe ze hun vastgoed te koop moeten zetten. Websites als Funda en BVA Auctions zijn daar niet echt op gericht. Biedboek is dat wel. Met 600.000 bezoekers per jaar en een effectieve online marketingstrategie kunnen we een groot publiek bereiken. Dat maakt ons platform ook interessant voor bijvoorbeeld provincies, gemeenten en de politie.’ Daarom is er in 2019 een pilot gestart met de verkoop van voormalige politiebureaus via Biedboek.nl. Hiermee onderzoekt het RVB of deze werkwijze meer synergie tussen overheden creëert en of het inderdaad helpt om vastgoed succesvoller aan de markt aan te bieden. De resultaten zijn goed: sinds de start zijn er al 52 politiebureaus verkocht.

Groot publiek

 ‘We staan met de werkgroep Biedboek 2.0 voor een uitdaging, maar het geeft veel energie als je ziet dat ook de politiebureaus succesvol worden verkocht via Biedboek. Het Biedboek begon negen jaar geleden als een klein wendbaar bootje, het begint nu een grote tanker te worden. Bij onze afdeling Verkoop & Gebiedsprojecten en de afdeling Verhuur & taxaties is het inmiddels een vast onderdeel geworden. Door Biedboek kunnen we vastgoed bij een heel groot publiek onder de aandacht brengen. Het mooie is dat er echt van alles langskomt. Van gevangenissen tot voormalige ministeries en defensieterreinen. Zulke diversiteit vind je nergens anders’, besluit Shahine.

  • Wat komt er op de markt? Bekijk hieronder een selectie uit de enorme reeks…
Tijdlijn

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2020

In het nieuws

Foto 2020: coronajaar. Beeld: Rob Acket