Paleis Huis ten Bosch

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2019

Koninklijke renovatie

Tekst Irene Visser
Foto DNA-salon in paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Beeld: Corné Bastiaansen

Van de bordestrap tot de unieke DNA-salon: het exterieur en de zalen van paleis Huis ten Bosch zien er weer puntgaaf uit en zijn klaar voor de toekomst. Met de renovatie heeft het Rijksvastgoedbedrijf het Paleis Huis ten Bosch voor lange tijd geschikt gemaakt voor koning Willem-Alexander, koningin Máxima en hun kinderen, om in te wonen, werken en gasten te ontvangen. Op 13 januari 2019 verhuisde het koninklijk gezin naar het volledig gerenoveerde paleis.

Zowel aan de binnen- als de buitenkant van het paleis in Den Haag, dat in 1645 werd gebouwd, moest veel gebeuren. Met de grootschalige renovatie van het 17e-eeuwse rijksmonument is dit bijzondere Nederlandse architectonisch en cultuurhistorisch erfgoed behouden, ook voor volgende generaties.

  • Dwaal door de koninklijke vertrekken van Huis ten Bosch en laat je imponeren door de resultaten van deze intensieve renovatie. Alles weten? Kijk op rijksvastgoedbedrijf.nl/huistenbosch voor meer weetjes, cijfers, foto's en video's.

Historische kleuren

Eerst de buitenkant: de statige voorgevel van het paleis. Met de renovatie kreeg de gevel haar oorspronkelijke 19e-eeuwse tint terug; in plaats van helemaal wit, heeft het nu een zandsteenkleur met groene raamkozijnen. Zoals het - volgens historisch onderzoek - in de 19e eeuw was.

Hiervoor zijn verfmonsters genomen om pigmenten en bindmiddelen vast te stellen. Historisch materiaal, zoals tekeningen en foto’s, gaven nog meer informatie. Zo werd de geschiedenis van de voorgevel in kaart gebracht en gezorgd voor historische onderbouwing van de nieuwe kleur.

Foto: Corné Bastiaansen

Bordestrap op de schop

De paleistrap is vooral bekend van de bordesscène: al sinds 1971 wordt op de treden het nieuwe kabinet gepresenteerd. De trap werd in de 18e eeuw aan het paleis toegevoegd en daarna meerdere keren gerestaureerd, maar was nu in zo’n slechte staat dat werd gekozen voor een volledige nieuwe bordestrap.

Dit was een ingrijpende stap, omdat behoud van oorspronkelijke materialen de norm is bij een restauratie. Vervanging van authentieke onderdelen mag en kan alleen wanneer er geen andere opties overblijven. Nu is de bekendste trap van Nederland weer helemaal klaar voor de presentatie van een nieuw kabinet door het staatshoofd.

Foto: Corné Bastiaansen

De Gouden Eeuw in de Oranjezaal

Dan naar binnen, voor een kijkje in de fameuze 17e-eeuwse Oranjezaal. De Oranjezaal bestrijkt de hele hoogte van het paleis en hangt vol historische waardevolle doeken, panelen en gewelfschilderingen uit de Gouden Eeuw waarboven een prachtige houten koepel prijkt. In 2015 konden bijna 50.000 mensen de Oranjezaal bezoeken, voordat de renovatie van Huis ten Bosch begon.

In de koepel van de Oranjezaal werd houtrot gevonden, veroorzaakt door vocht. Isolatie van binnenuit was niet mogelijk, vanwege onder andere de vorm van de koepel en de moeilijk bereikbare vlakken om isolatiemateriaal te bevestigen. De koepel mag er natuurlijk aan de buitenkant niet anders uit komen te zien en dus werd de koepel op een speciale manier geïsoleerd: door de buitenkant met 4 centimeter isolatiemateriaal te 'verdikken', en wel op zo'n manier dat deze laag nauwelijks zichtbaar is. In de winter gaat de temperatuur in de zaal geleidelijk naar een temperatuur van 14 graden, waardoor vocht en condens worden tegengaan. Zo wordt houtrot voorkomen en blijven de waardevolle schilderingen én het historisch gebouw voldoende beschermd.

Foto: Arenda Oomen

De Blauwe Salon vertelt verhalen

De Blauwe Salon onderging een complete metamorfose. De geweven wandpanelen vertellen nu verhalen over Nederland, het paleis en het koningshuis via de afgebeelde objecten die belangrijk zijn voor de koninklijke familie. Dit was het idee van het Nederlandse kunstenaarsduo Maurice Scheltens en Liesbeth Abbenes.

Zo vertelt Abbenes in de brochure over de Blauwe Salon: ‘We hebben koning Willem-Alexander en koningin Máxima zelf gevraagd naar objecten uit hun leven van nu. Zo kwamen we aan de schaatsen, de zilveren ‘Hansje in de Kelder’. We moesten ook iets hebben van de kinderen, iets wat belangrijk voor ze was. Paardrijden doen ze allemaal, dat hebben we toegevoegd.’

De kunst kwam tot stand via de percentageregeling beeldende kunst. Deze regeling houdt in dat het Rijksvastgoedbedrijf bij onder andere verbouwingen een percentage van het budget besteedt aan kunst; de regeling is ook gebruikt voor de Groene Salon die we straks gaan zien.

Foto: Corné Bastiaansen

Unieke houten vloeren

Net als in de andere vertrekken werd ook in de Blauwe Salon de houten vloer gerestaureerd. Het grootste deel van de vloeren in het paleis stamt uit de 17e eeuw; de planken zijn breed en liggen over de volledige lengtes van de kamers, dat zie je tegenwoordig bijna niet meer. Maar sommige vloerdelen waren sterk vergrijsd, beschadigd, vertoonden slijtplekken of moesten zelfs helemaal worden vervangen.

Bij de restauratie van de vloeren kwam een hoop kijken. Zo werden de vergrijsde delen spaarzaam geschuurd om de natuurlijke kleur - met ouderdomstint - te behouden. In beschadigde houten vloerdelen werden minuscule kleine stukjes hout gelijmd. En sommige houtstukjes werden met pigmenten op kleur gebracht om beter aan te sluiten op het oude werk. Voor de nieuwe vloerdelen gebruikten de restaurateurs zeldzaam 17e-eeuws grenenhout met een passende structuur en kleur. Daarbij moesten de nerven van de verschillende vloerdelen ook nog eens precies op elkaar aansluiten. Zo werden de vloeren weer in ere hersteld.

Corné Bastiaansen

18-eeuwse allure in de Chinese zaal

In het unieke stucplafond heeft de oorspronkelijke - waarschijnlijk Italiaanse - stukadoor in 3 hoeken een Chinees afgebeeld. Het stucplafond heeft naast Chinese motieven, typische kenmerken uit de rococo, zoals gestucte bladslingers en speelse vormen. Maar het plafond zat vol scheuren en oude verflagen en dus werkte het restauratieteam maandenlang om het stucplafond in 18e-eeuwse allure te herstellen.

Het stucplafond bleek uit 7 opgestapelde verflagen te bestaan, er was steeds over de oude laag heen geschilderd. Hierdoor waren veel details verloren gegaan of minder duidelijk zichtbaar. De restaurateurs haalden met scalpelmesjes de oude verflagen weg, zodat de oorspronkelijke versieringen weer bloot kwamen te liggen. En dit ‘vrijleggen’ was monnikenwerk: met het chirurgenmesje, de hoofdlamp en een vergrootglas werkten de restaurateurs een aantal vierkante decimeters per dag af. Altijd staand, nooit zittend. Om de scheuren in het plafond te herstellen, haalde het restauratieteam het gips voorzichtig uit de scheuren om ze vervolgens op te vullen met kalk. Tot slot werd een nieuwe verflaag aangebracht op het plafond.

Foto: Corné Bastiaansen

Hedendaagse techniek in historische zalen

In de Japanse zaal hangen de zijden wandbespanningen uit de 18e eeuw er nog goed bij. Dat kan alleen omdat de temperatuur en luchtvochtigheid dag en nacht optimaal zijn, dankzij de hedendaagse techniek in de historische zalen. Sensoren in de Japanse zaal, en de Chinese zaal - waarin 250 jaar oud beschilderd rijstpapier hangt - registreren of de luchtvochtigheid en temperatuur constant in orde zijn.

Zo wordt voorkomen dat door te weinig ventilatie of de verkeerde temperatuur de delicate materialen zoals zijde en rijstpapier beschadigen. Via de ‘luchtbehandelingskast’ wordt zo nodig bijgestuurd. Stoom uit een stoommachine zorgt ervoor dat de luchtvochtigheid in beide ruimtes constant op het juiste peil is. De warmtewisselaar zorgt voor de juiste temperatuur door de afgifte van warmte of kou aan de lucht.

Corné Bastiaansen

Verguld

Op spiegellijsten, schilderijlijsten en kozijnen en meer; zoals in alle paleizen is hier bladgoud te vinden. Deze extreem dunne laagjes edelmetaal raken makkelijk beschadigd, vooral als het goud veel wordt aangeraakt. Het Rijksvastgoedbedrijf liet tijdens de recente renovatie verschillende plekken opnieuw ‘vergulden’.

Dit luisterde heel nauw. Zo moest de onderlaag glad geverfd worden, anders zou ieder pukkeltje te zien zijn. De ondergrond werd waar nodig afgeplakt met tape, waarop een rode lak werd aangebracht. Deze onderkleur geeft het bladgoud een warme uitstraling. Op de gedroogde rode laklaag brachten de specialisten een transparante goudlijm op oliebasis aan. Ook het drogen van de lijm luisterde heel nauw. Na ongeveer 3 uur brachten de restauratieschilders het bladgoud aan via ‘vast op vloei’. Dit zijn boekjes met vloeipapiertjes voorzien van een flinterdun goudlaagje. Voor de lange rechte lijnen gebruikte de restaurateurs rolletjes bladgoud op vloeipapier. Met speciale goudkwasten zetten de restauratieschilders het bladgoud aan. Vervolgens liet het vloeipapiertje los en het goud zat daarmee vast op de lijm. Zo’n 3 maanden, 30 rolletjes en 500 boekjes bladgoud verder was de klus geklaard.

Corné Bastiaansen

'Modernste portretten'

De Groene Salon werd helemaal vernieuwd en aangepast aan deze tijd. Kunstenaar Jacob van der Beugel maakte het prachtige ontwerp voor deze ruimte, die werd omgedoopt tot DNA-salon. Logisch, want tienduizenden baksteentjes op de wanden verbeelden stukken DNA van de bewoners van het huis. De DNA salon wordt bij iedere beëdiging gebruikt, recent nog bij die van minister Van Rijn van Medische Zorg.

De DNA-salon

Van der Beugel in een toelichting: ‘Grote huizen als dit moeten het verhaal van mensen aannemen, dat is wat er traditioneel in deze historische huizen gebeurt, en dat is goed. Mensen doen dat: ze brengen hun eigen stempel aan, en daardoor blijven die huizen leven. Er is geen reden om die portretten niet op een geheel eigentijdse manier te zien. Ik deed dat eerder in Chatsworth House.’

‘Dit zijn de modernste portretten mogelijk, moderner kan je het niet hebben,’ beaamt  architect Hubert-Jan Henket die de verbouwing en restauratie van dit paleis in Den Haag leidde in dagblad Trouw.

Foto: Corné Bastiaansen