Jaarverslag 2017

Jaarverslag 2017

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/rvb-jaarverslag/2017/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2017

‘Iedereen voelt dat we toe zijn aan een nieuwe stap’

Tekst Bas van Horn
Foto Luchtfoto van Marineterrein Kattenburg, Amsterdam. Beeld: Siebe Swart

Op de koudste dag in maart sinds er officieel wordt gemeten, blikt directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf Annet Bertram terug op haar start in november 2017 en vooruit naar de komende periode. Na tien jaar als gemeentesecretaris in Den Haag, voelt het Rijk voor haar ‘als thuiskomen’.

U voelde zich niet thuis bij de gemeente?

‘Zeker wel, ik heb er met veel plezier gewerkt en veel geleerd. Als gemeentesecretaris van Den Haag, maar ook als voorzitter van de club van gemeentesecretarissen die de vorming van de Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft voorbereid. Daarna was ik de eerste secretaris-generaal van de MRDH. Het wordt vaak gezegd, maar het is ook echt zo: ervaring in verschillende bestuurslagen is heel belangrijk. Het Rijk is thuiskomen, want daar ben ik ‘groot geworden’. In veel verschillende functies en als directeur-generaal Wonen bij VROM.’

Samen met staatssecretaris Raymond Knops en de RVB’ers werkt Bertram nu aan twee hoofdprioriteiten voor het RVB. De eerste is een investeringsstrategie waarin rijksvastgoed gekoppeld wordt aan doelen van het regeerakkoord. De tweede is het op orde brengen van de slagvaardigheid van het bedrijf. Opdrachtgevers moeten van het RVB op aan kunnen als het gaat om kwaliteit, veiligheid, duurzaamheid, een prettige werkomgeving. Afspraak is afspraak.

Meer aansluiten bij lokale en regionale ambities, was dat niet een derde speerpunt?

‘Het is een wezenlijk onderdeel van de investeringsstrategie. En we beginnen niet op nul. Lees ons boekje over gebiedsontwikkeling in Nederland en de rol van het Rijksvastgoedbedrijf. Daarin staan vijftien projecten beschreven waarin het rijksvastgoed is ingezet om rijksdoelen te bereiken én lokale ambities te helpen verwezenlijken. Ik heb aan die vijftien projecten weinig bijgedragen, want ze zijn van voor mijn tijd, maar ik zwaai graag met dit boekje omdat het heel concreet aangeeft wat we doen.’

‘Neem bijvoorbeeld het programma EnergieRijk Den Haag. Daar worden in eerste instantie zestien grote overheidsgebouwen in het centrum van Den Haag volledig verduurzaamd in samenhang met de lokale transitieopgave. Daarbij wordt onder meer een smart grid (slim netwerk) voor warmte/koudeopslag (WKO) ontwikkeld. Dit project gaat een energiebesparing opleveren die vergelijkbaar is met het verbruik van 80.000 woningen.’

Laten we het dan hebben over de investeringsstrategie

‘We zijn met de staatssecretaris al een stuk gevorderd met het uitzetten van die strategie.  Als je de kaart van Nederland erbij pakt, zie je overal rijksgronden en rijksvastgoed. Onze investeringsbeslissingen hebben daardoor veel invloed. We koppelen onze investeringsstrategie nadrukkelijk aan de regionale maatschappelijke opgaven. In Flevoland is veel grond in bezit van het Rijk. Daar wordt verkocht op een manier die bijdraagt aan de ontwikkeling van Lelystad en bij Almere 2.0 sluiten we aan bij de woningbouwopgave en natuurontwikkeling. Elders dragen we bij aan de ontwikkeling van Light Rail en overal aan duurzaamheid en de kabinetsdoelstellingen op het gebied van energie en klimaat. Soms kunnen vrijkomende rijkspanden ook een rol spelen bij het creëren van werkervaringsplekken of andere sociale doelen.’

Schuurt dat aansluiten bij maatschappelijke opgaven niet met de opdracht om ‘het tafelzilver’ te verkopen?

‘Die taakstelling ligt er gewoon, maar de staatsecretaris vraagt tevens aandacht voor de maatschappelijke waarde die vastgoed heeft. Dat kan ook financieel goed uitpakken. Het Hembrugterrein was de zwaar vervuilde locatie van een voormalige munitiefabriek. Het is tegelijkertijd ook industrieel erfgoed aan de rivier de Zaan. Voor Zaanstad en private partijen alleen was sanering en herontwikkeling een te grote opgave. Nu is het een toplocatie, levert het 1.000 woningen en 650 banen op en hebben we het voor een mooi bedrag kunnen verkopen.’

Prioriteit twee: de slagvaardigheid op orde. Waar gaat dat over?

‘Voor een deel is het nasleep van de crisis. Er is in de achterliggende jaren door de opdrachtgevers veel bezuinigd op de huisvesting. Dat is niet zo gek, dat heb ik bij de gemeente ook gedaan. Je wilt niet dat er mensen uit moeten, dus ga je ver in het bezuinigen op kwaliteit en onderhoud van je gebouw. Op een gegeven moment kan dat ook consequenties hebben voor de veiligheid. Nu er weer financiële middelen zijn, willen onze opdrachtgevers zo spoedig mogelijk resultaat, willen ze dat gebreken worden opgelost en dat het Rijksvastgoedbedrijf up tempo levert.’

‘Dit is een echte uitdaging en opdracht, te beginnen in 2018. Daar hoort besluitvorming over de omvang van ons bedrijf bij. Tegelijkertijd moeten we proberen tot meerjarige afspraken te komen met de grote opdrachtgevers en we moeten onze procedures doorlichten om de slagvaardigheid te vergroten.’

Terwijl Annet Bertram dit vertelt, licht herhaaldelijk haar mobiele telefoon op. Het is op dat moment in het pas herontwikkelde rijkskantoor De Resident niet warmer te krijgen dan elf tot vijftien graden. ‘Het helpt dat we er al een gecombineerd team hebben met FMHaaglanden zodat we snel op locatie aan de slag kunnen’, verzucht ze. Om te vervolgen met het tweede deel van de opgave richting klanten.

‘We gaan nog dit jaar goede afspraken maken met Defensie. Wat hebben zij van ons nodig en wat betekent dat voor ons werk en werkapparaat? Dat gaan we ook doen met de Dienst Justitiële inrichtingen en de Raad voor de Rechtspraak. Ik was directeur-generaal bij VROM (ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, red.) ten tijde van de brand in de vreemdelingenbewaring op Schiphol, ik weet wat risico’s zijn en wat de impact is als het mis gaat. Het mag niet meer gaan om een inspanningsverplichting, we moeten kunnen nakomen wat werd afgesproken. Op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en het gebouw als een prettige werkomgeving.’

Zelfbewust en assertief

Dat is niet alleen een kwestie van heldere afspraken en scherpe inspecties. Het heeft ook te maken met de taakopvatting bij het Rijksvastgoedbedrijf.

‘Daar is een omslag in het denken voor nodig. Wij zijn te procedureel, we mogen bij wijze van spreken geen genoegen meer nemen met een briefje met daarop onze opdracht. Wij moeten vanaf de prille planvorming bij bouwen en huisvesten betrokken zijn. Meepraten over ambities en wat wij kunnen leveren onder welke voorwaarden. Dat vraagt RVB’ers die creatief zijn en met gezag spreken. Er is hier genoeg kennis en expertise, maar die zelfbewuste en assertieve kant moeten we meer laten zien. We zijn inmiddels één bedrijf en iedereen voelt dat we aan die nieuwe stap toe zijn.’

Dark Sky

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2017

Even dimmen

Maan en de planeet Venus

Tekst Helene de Bruin
Foto Nationale Beeldbank

Wat begon als planmatig onderhoud van de verlichting op een kazerne en een schietbaan in het noorden van Nederland, resulteerde vorig jaar in een doordacht lichtplan met dimregiem en schakelen op beweging. Onder de paraplu van Dark Sky leidt dit onderhoudsproject tot een flinke energiebesparing en een indrukwekkende vermindering van CO2- én lichtuitstoot. ‘Deze pilot zet de toon voor duurzaam lichtonderhoud’, zegt verlichtingsspecialist Tom Colijn.

Vervanging door LED-verlichting

Het Rijksvastgoedbedrijf ging begin 2017 aan de slag om de armaturen van de Willem Lodewijk van Nassaukazerne en schietbaan Marnewaard te vervangen door LED-armaturen. ‘Maar behalve de energiebesparing die LED oplevert, waren er meer redenen om over te stappen op deze nieuwe manier van verlichten. De Europese regelgeving verbiedt de productie van zogenaamde SOX-lampen. We weten dus dat de voorraad oranje natriumlampen binnen afzienbare tijd op is’, legt Colijn uit. 

Lichtvervuiling tegengaan

Voor het gebied rond de Wadden geldt bovendien een belangrijke milieuwens: lichtvervuiling tegengaan. Te veel en te lang licht in avond en nacht kan de vogeltrek en het leven van nachtdieren verstoren. En ook het menselijk welzijn is gediend bij weinig licht. Colijn: ‘Omdat de kazerne en schietbaan bij het Lauwersmeer liggen, waren ook deze milieuwensen een goede aanleiding om met het project bij te dragen aan een “dark sky” rond het Waddengebied. Daarmee veranderde een “simpele” opdracht om in elke lichtmast of elk lichtpunt het armatuur te vervangen door LED in een kritische analyse van de lichtbehoefte. We hebben samen met Defensie een heel nieuw lichtplan opgesteld.’

Dimregiem en lichtbehoefte

In dat lichtplan is het kazernegebied grofweg verdeeld in werk- en woongebied. In een woongebied brandt verlichting niet langer de héle nacht, maar alleen tussen 8.00 en 23.00 uur. In het werkgebied gebeurt dat tussen 8.00 uur en 20.00 uur. ‘Daarnaast zijn we met de gebruikers gaan kijken naar de behoefte aan licht op bepaalde plekken. Zo vraagt een toegangspoort meer licht en hoeft er eigenlijk alleen verlichting bij de benzinepompen en spuitplaatsen te zijn als ze gebruikt worden. We hebben dus samen een dimregiem opgesteld en plekken gekozen waar het systeem naar behoefte licht moet leveren. En als hiervan moet worden afgeweken, dan kan de gebruiker dit zelf regelen via een touchscreen in het wachtgebouw.’

Kiezen uit drie standen

Een lamp op de kazerne en schietbaan kan nu op grofweg drie standen branden: 100% (bijvoorbeeld bij een calamiteit); 80% (voor ‘normaal gebruik’); en 20% (nachtverlichting). Colijn: ‘Uiteraard hebben we proeven gehouden met deze percentages. Zo dachten de gebruikers dat je bij 100% het meeste ziet. Maar de proeven – en dat wisten we eigenlijk al wel – wezen uit dat 80% voor normaal gebruik meer dan voldoende onderscheidend zicht geeft.’

Richten van licht

Het dimregiem geeft in de nacht een heel ander beeld rond de Wadden dan we gewend zijn. Boven de kazerne hangt ’s nachts niet langer een oranje gloed, het is er vrijwel donker. ‘Alleen als je heel goed kijkt, kun je vier rode lichtpunten onderscheiden; dat zijn de hoogtelichten van de antenneschotels.’
Hoe kan het dat het op afstand zo donker is, terwijl er toch licht brandt? ‘Dit komt door het uitrichten van de armaturen op 0 graden. We zorgen er per armatuur met lenzen voor dat het licht het wegprofiel volgt en niet meer alle kanten uitwaaiert.’

Besparing op onderhoudskosten

Behalve de enorme energiebesparing en vermindering van lichtvervuiling is dit voorbeeldproject ook nog op een andere manier zeer duurzaam gebleken. ‘Een oude SOX-lamp gaat gemiddeld 2,4 jaar mee. Een LED-lamp heeft een veel langere levensduur. Daar komt bij dat we dankzij het 20% nachtregiem de levensduur van de LED-armaturen aanzienlijk verlengen; de armaturen worden minder heet. Niet alleen zijn er minder lichtpunten en gaan de lampen langer mee, de armaturen hebben ook minder onderhoud nodig. Dit project is op veel manieren duurzaam.’

Elders

Zoals het er nu uitziet, gaat Defensie deze ‘dark sky’-aanpak op meerdere defensielocaties toepassen. De eerste opvolger is de verlichting op de wegen van het Nieuwe Haventerrein in Den Helder. Colijn: ‘En het zou me niet verbazen als ook andere rijksoverheden, zoals provincies en gemeenten, de ervaringen uit dit project ook gaan gebruiken. En dan kleurt heel Nederland ’s nachts steeds minder oranje.’

Verkoop Hembrug

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2017

Einde van een tijdperk

Tekst Isabel van Lent
Foto 'De kathedraal' op het Hembrugterrein. Beeld uit 2016 van Hans Roggen

Op het dieptepunt van de crisis was er nog geen sprake van de verkoop van het historische Hembrugterrein. Daarom sloegen het Rijksvastgoedbedrijf, de provincie en de gemeente Zaanstad de handen ineen om het gebied stap voor stap te ontwikkelen. Afgelopen jaar was het dan toch zover: Hembrug is van de hand gedaan.

‘Dit is het einde van een tijdperk’, lacht Jonel Nugteren, projectleider bij het Rijksvastgoedbedrijf. ‘Op het moment dat we samen met de gemeente en de provincie met dit terrein aan de slag gingen, had de economische crisis een dieptepunt bereikt. Er kon toen nog geen sprake zijn van verkoop.’ De organische gebiedsontwikkeling is passend bij het historische Hembrugterrein, een gebied dat aan het einde van de 19de eeuw in gebruik werd genomen om wapens en munitie te produceren. Een eeuw lang werden er regelmatig naar behoefte fabriekspanden gesloopt en bijgebouwd. Het projectbureau Hembrug ontfermde zich vanaf 2012 over de renovaties, de inrichting van de openbare ruimte, bodem- en asbestsaneringen, kabels en leidingen, terreinbeheer, planvorming, verhuur en verkoop.

Het terrein van ruim 40 hectare maakt onderdeel uit van werelderfgoed de Stelling van Amsterdam en is van grote cultuurhistorische waarde. Van de 120 gebouwen hebben er 50 een monumentale status. Een groot deel van het gebied bestaat uit ‘plofbos’, dat ooit de schokken van een eventuele explosie van de munitie moest opvangen.

Vlees noch vis

Nugteren: ‘Gaandeweg het proces merkten we dat er steeds meer partijen interesse toonden in het Hembrugterrein. We kregen er vragen over: “Jullie doen toch helemaal niet aan gebiedsontwikkeling, is dat niet meer iets voor de markt?” Naar aanleiding van dat soort signalen besloten we om een marktconsultatie te doen.’ Tijdens deze consultatie eind 2015, kregen marktpartijen de vraag: wat zijn de voor- en nadelen van het Hembrugterrein? En onder welke voorwaarden zou het Rijksvastgoedbedrijf het kunnen verkopen? Daar kwamen twee belangrijke conclusies uit. Allereerst bleek dat partijen Hembrug in zijn geheel wilden kopen, zodat ze zelf regie kunnen uitoefenen op de gebiedsontwikkeling. Verder bleek er behoefte aan een groot aantal woningen. Nugteren: ‘Aanvankelijk gingen we uit van bedrijvigheid en een paar woningen. Maar dat is vlees noch vis. Je hebt massa nodig om ook de nodige voorzieningen te realiseren en een echt levendige wijk te maken.’ Vooruitlopend op de Omgevingswet, maakte de gemeente Zaanstad een omgevingsplan dat veel flexibiliteit biedt. Uitgangspunt is dat de ontwikkelingen passen bij het karakter van het gebied en de ruimtelijke kwaliteit versterken. In totaal is maximaal 120.000 m2 bestemd voor wonen en 60.000 m2 voor bedrijven. Of dat wordt ingevuld met nieuwbouw of oudbouw, maakt niet uit; de projectontwikkelaar is hier vrij in.’

Instawalk

Het verkooptraject liep van maart tot en met november 2017. ‘Een obstakel was dat het terrein nog voor een groot deel was afgesloten. ‘Daarom hebben we in maart twee bezichtigingsdagen georganiseerd. Iedereen was welkom’, vertelt Nugteren. Tijdens een zogenaamde Instawalk konden deelnemers massaal hun foto’s van het Hembrugterrein op Instagram delen. Er kwamen zo’n 80 geïnteresseerden op deze Instawalk af.

Omdat het om zo’n bijzonder gebied gaat, werd besloten om de koper niet alleen op prijs, maar ook op kwaliteit  te selecteren. Nugteren legt uit hoe dat in zijn werk ging: ‘De potentiële kopers werd eerst gevraagd om hun ervaring met grootschalige projectontwikkeling aan te tonen. Daar kwamen 14 partijen uit. In lijn met het omgevingsplan, wilden we geen uitgewerkt plan beoordelen. Het ging ons er niet om wát een koper gaat doen, maar hóe hij het gaat doen. We wilden bijvoorbeeld weten hoe een partij om wilde gaan met de monumenten, de toegankelijkheid van het gebied en de community van 30 ondernemers die zich nu op het Hembrugterrein heeft gevestigd.’ De ontwikkelstrategieën die ingediend werden, zijn vervolgens voorgeschoteld aan een selectiecommissie onder leiding van rijksbouwmeester Floris Alkemade met onafhankelijke deskundigen op het gebied van monumenten, landschapsarchitectuur en gebiedseconomie.

Vuistdikke handleiding

De strategieën van de geïnteresseerde partijen zijn volgens een puntensysteem beoordeeld,  waarna in het najaar zes partijen een bod mochten uitbrengen. ABC ontwikkelstrategie deed met 41 miljoen euro de beste bieding. ABC mag zich nu dan ook eigenaar noemen van een groot deel van het Hembrugterrein: het te ontwikkelen gedeelte. Twintig panden werden al verkocht aan ondernemers; de gemeente Zaanstad gaat zich ontfermen over het plofbos. De rest van het terrein wordt door ABC ontwikkeld tot een nieuwe stadswijk, met ruimte voor ongeveer 1.000 woningen. Nugteren: ‘Er zijn bij de verkoop afspraken gemaakt over hoe we het terrein opleveren. Hembrug is overgedragen met een vuistdikke handleiding met informatie over de panden, de bodem en de voorzieningen. We houden ons nu nog bezig met de laatste werkzaamheden voor de bodemsanering en de restauratie van twee panden. Begin april 2018 dragen we het terrein formeel over aan ABC.’ En dan is de nieuwe eigenaar aan zet om het Hembrugterrein verder te transformeren tot een levendig woon- en werkgebied.

Cijfers

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2017

. , %

Illustratie cijfers

Foto Illustratie: Pieter Pijlman

Niet alles wat het Rijksvastgoedbedrijf in 2017 bereikte, is in cijfers te vangen. Maar veel wel. Lees de laatste stand van de portefeuille en de organisatie.

Onze organisatie

Vestigingen Rijksvastgoedbedrijf

Op 3 juli 2017 verhuizen zo’n 750 medewerkers van het Rijksvastgoedbedrijf naar nieuwe vestigingen. Er is gekozen voor concentratie op vijf plaatsen: Utrecht, Den Haag, Tilburg, Arnhem en Assen. Daarnaast is er in Den Helder een ‘aanlandlocatie’ voor medewerkers van het Rijksvastgoedbedrijf.

F-35 huisvesten

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2017

Functioneel en veilig jasje

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Nederlandse F35. Beeld: Defensie

Eind 2019 komen de eerste F-35’s naar de vliegbasis Leeuwarden, drie jaar later moet ook vliegbasis Volkel de nieuwe straaljagers kunnen huisvesten. Dat vereist onder meer nieuwe werkplaatsen en simulatorgebouwen. Hans Schimmel is namens het Rijksvastgoedbedrijf projectmanager om de benodigde infrastructuur te realiseren.

F-35? Het zegt de meeste mensen niet veel, weet Schimmel. ‘De term Joint Strike Fighter is inderdaad veel bekender.’ Of de aanschaf van de toestellen goed is voor de economie en extra banen oplevert? Hoe het zit met eventuele geluidsoverlast voor omwonenden? ‘Voor ons als Rijksvastgoedbedrijf is het gewoon een gegeven dat die F-35’s komen. Het is onze taak om te zorgen dat de infrastructuur op de vliegbases tijdig en goed op orde is.’

Binding

De samenwerking met Defensie is prima, benadrukt hij. ‘Defensie overlegt regelmatig met de omwonenden van de verschillende vliegbases. Wij zijn daarbij secretaris. Ook al gaat het bij dat overleg met de omgeving zelden over infra: zo weten wij wel wat er speelt en houden we binding met alle belanghebbenden.’ De voorzieningen kunnen natuurlijk wel van belang zijn voor het beperken van mogelijke overlast, zegt Schimmel. ‘De motoren moeten af en toe stilstaand proefdraaien. Dan veroorzaakt zo’n toestel geluidsoverlast. Met TNO en Defensie is er overleg wat dan het beste ontwerp is, aarden wallen of bijvoorbeeld betonnen schermen, zodat de overlast voor de omgeving zo veel als mogelijk beperkt blijft.’

Simulator

De 37 nieuwe straaljagers vervangen op termijn de huidige F-16’s die nu op de vliegbases van Volkel en Leeuwarden en in de VS staan. ‘Dit zijn hele andere toestellen. Technisch ingewikkelder, zwaarder. Voor deze F-35 zijn veel speciale voorzieningen nodig.’ Van groot belang is de vliegsimulator, waarvan elke basis er nu één heeft. ‘In de F-35 zit je alleen, er zijn geen tweezitters. Je kunt het vliegen dus alleen maar in een simulator leren en daarom zijn er meer simulatoren per locatie nodig.’ Een simulator is voorzien van enorm veel high tech. Schimmel: ‘Het gebouw er omheen is daarom natuurlijk goed beveiligd.’

Naast de simulatorgebouwen krijgt elke basis een operationeel centrum voor het squadron en komen er werkplaatsen voor het onderhoud aan de vliegtuigen. Er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur. Daar waar nodig wordt die aangepast aan de eisen van de F-35. Leeuwarden krijgt ook nog een compleet nieuw distributiemagazijn. Schimmel: ‘Bij het gehele F-35 infrastructuurproject gaat het in totaal om ongeveer 33 deelprojecten, met een financiële omvang van rond de 140 miljoen euro en een looptijd van zo’n negen jaar. We zijn in 2014 begonnen, in 2023 willen we klaar zijn.’

Strenge eisen

Konden de bestaande gebouwen niet eenvoudig worden aangepast voor dit nieuwe type straaljager? ‘Logische vraag, maar: nee. De beveiligingseisen voor deze nieuwste generatie straaljagers zijn strenger. En het toestel zelf is anders samengesteld. Dat stelt bijvoorbeeld andere eisen aan de vochtigheid en de temperatuur in een werkplaats. Alles wat met de F-35 te maken heeft, ook als het gaat om support equipment zoals trappetjes en steigers die nodig zijn bij het onderhoud aan een vliegtuig, wijkt af van dat wat voor de F-16 wordt gebruikt.’

Glaslagen

In hoeverre valt er qua design nog eer te behalen aan deze opdracht? Gaat het om legergroene romneyloodsen? Schimmel: ‘Nee, absoluut niet. Het wordt functioneel, maar er komt toch wel een mooi jasje omheen. Het hoeft geen architectonisch hoogstandje te zijn, maar het mag best smoel hebben.’ De gebouwen zijn weliswaar niet zichtbaar vanaf de openbare weg, maar voldoen wel aan ‘redelijke eisen van welstand’ én uiteraard aan de hier geldende Arbo-eisen en wetgeving. Schimmel: ‘In onze wet staat dat er in een kantooromgeving waar langer dan twee uur per dag wordt gewerkt, daglicht-toetreding moet zijn. Dus wij willen ramen in een dergelijk gebouw. Dan loop je wel tegen de hoge veiligheidseisen aan die de VS stellen. Daar hebben we dus veel studie naar gedaan en nu hebben we een pakket met verschillende lagen glas voorgesteld dat net zo veilig is, en waar de VS mee in hebben gestemd.’

Bakzeil

Elk land ontwerpt eigen voorzieningen voor het nieuwe type gevechtsvliegtuig, onder supervisie van de VS. Er zijn geen standaard-ontwerpen voor de gebouwen. Nederland heeft met Noorwegen, dat al verder is met de ontwikkelingen, wel overleg. ‘Daar zijn we begin 2015 geweest, om te horen waar zij tegenaan liepen. Noorwegen heeft bakzeil gehaald bij die ramen. Wij uiteindelijk niet.’

EnergieRijk Den Haag

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2017

Onuitputtelijk en schoon

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Skyline van het centrum van Den Haag, rechts het gemeentehuis. Beeld: Corné Bastiaansen

De duurzaamheidsambitie van de partners van het programma EnergieRijk Den Haag is groot. Smart buildings, zonnepanelen, geothermie, energie-monitoring, gekoppelde warmte-koude-opslag en nog veel meer maatregelen moeten zorgen voor een duurzaam stukje Den Haag, vertelt projectdirecteur Frans Deeleman. De aanpak die moet leiden naar een serieus resultaat is nu gebundeld in een nieuw pakket maatregelen: de Trias Territoria.

In 2050 moet 100% van de energievoorziening in Nederland duurzaam zijn. Dat is een langetermijndoelstelling uit het Klimaatakkoord van Parijs. Om minder afhankelijk te worden van gas uit Rusland, olie uit het Midden-Oosten en bovendien de uitstoot van broeikasgas aanzienlijk te verminderen, moeten we andere energiebronnen gaan gebruiken. Die alternatieve leveranciers, noodzakelijk voor deze zogenoemde energietransitie, zijn er: wind- en zonne-energie en aardwarmte bijvoorbeeld. Alle drie onuitputtelijk, niet schadelijk voor het milieu, schoon en duurzaam.

Windmolens

Dus… zonnepanelen op alle daken, windmolens plaatsen en alle gebouwen tussentijds van triple beglazing voorzien? Niet automatisch, zegt Frans Deeleman, projectdirecteur ERDH bij het Rijksvastgoedbedrijf. Vorig jaar deed een consortium van onderzoeksbureaus, in opdracht van ERDH onderzoek naar hoe de doelstelling zo slim mogelijk gehaald kan worden. Conclusie: met alleen hernieuwbare energie afkomstig van bijvoorbeeld zonnepanelen op de daken van gebouwen, red je het niet. Natuurlijk regel je dat waar en wanneer het kan, maar het is bij lange na niet voldoende. Deeleman: ‘Om alleen al onze eigen capaciteit aan elektriciteit via zonne-energie binnen te halen, zouden we álle daken van Den Haag vol moeten leggen met panelen.’ Wat windmolens betreft: ‘Er is bestemmingsruimte voor drie molens in Den Haag. Om aan de elektriciteitsbehoefte te voldoen, hebben we er ongeveer 16 van 3MW nodig!’ En triple glas? ‘De impact van enkel naar dubbel glas is enorm. Daarna wordt het effect minder groot en het is relatief kostbaar om dat tussentijds te vervangen. Dat kun je beter op een natuurlijk renovatiemoment doen.’

Verslimmen

Om het verschil te kunnen maken is allereerst samenwerking nodig, stelde het adviesconsortium. ‘Niet alleen verticaal naar energiebehoefte en verbruik van het eigen gebouw kijken, maar verschillende gebouwen aan elkaar koppelen.’ De filosofie die daarbij werd ontwikkeld kreeg de naam: Trias Territoria. Langs drie lijnen kan ERDH naar de doelstellingen toewerken, legt Deeleman de gedachtegang uit. ‘We gaan in de gebouwen zelf energie besparen door te “verslimmen”. Goed monitoren wie, waar, wanneer werkt en wat dat voor gevolgen voor het energieverbruik heeft en die informatie gebruiken.’

Alleen al door het continu monitoren en het goed inregelen van installaties is een besparing van 10% haalbaar, verwachten de experts. Maar die informatie zóu op termijn misschien ook kunnen leiden tot het sluiten van verdiepingen of gebouwen op rustige vrijdagen. ‘Awareness is belangrijk. Dat mensen zien wat er gebeurt en wat gedragsverandering voor gevolgen kan hebben. Daar willen wij inzicht bieden door het plaatsen van dashboards met informatie over het actuele verbruik bijvoorbeeld.’

WKO-installaties koppelen

Tweede onderdeel: de bestaande warmte/koude-opslaginstallaties, die nu per gebouw functioneren, aan elkaar koppelen. Een zogeheten smart thermal grid aanleggen in de Haagse ondergrond. Deeleman: ‘Dat kan 30-40% CO2-uitstoot schelen, dat heb je dan minder nodig aan aanvullende fossiele energie.’ Maar het vraagt veel voorbereiding, geeft hij aan. ‘Die wko-installaties zijn van verschillende eigenaren. Die moet je er dus van overtuigen dat het zin heeft om invloed weg te geven. En voor je wko-installaties aan elkaar koppelt, wil je alle installaties op een bepaald kwaliteitsniveau hebben.’

Aardwarmte

Het derde onderdeel: aardwarmte gaan gebruiken. Deeleman: ‘Als je koud water in een boorgat van een paar kilometer diepte pompt, warmt het op tot 90-110 graden Celsius.’ Geothermie kan de warmtevraag in het ERDH-gebied voor een  groot gedeelte invullen, verwachten de experts. ‘In IJsland is dit heel gebruikelijk. Maar voor Nederland is het een vrij nieuwe technologie. Het Westland is koplopersgemeente met zes bronnen, maar voor een stad als Den Haag hebben we veel meer capaciteit nodig. Dat vraagt nog veel onderzoek.’

Niet in het harnas jagen

Belangrijkste voorwaarde om ERDH nu goed van de grond te krijgen is samenwerking, zegt Deeleman. Niet alleen tussen alle partners, maar ook met de markt. Wat kan die precies betekenen, wat moet er allemaal worden onderzocht en in gang gezet? ‘We weten dát we dit willen doen, maar hoe ga je die uitvraag organiseren? Je wilt de markt een langdurig perspectief bieden en niet tegen je in het harnas jagen. Je moet het samen doen. Maar het is zéker geen appeltje-eitje.’

Wat gaan de gebruikers van de gebouwen de komende tijd merken van deze ambities? ‘De monitoring per gebouw wordt de komende jaren zichtbaar. En als we wko-installaties kunnen koppelen, dan moeten er wel een paar sleuven worden gegraven. Infra is natuurlijk een belangrijke sleutel tot de volgende stap. Als we voor geothermie gaan, dan ga je dat natuurlijk wel zien in het stuk stad waar wordt geboord.’

Renovatie Binnenhof

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2017

Een lange adem

Tekening Binnenhof

Tekst Isabel van Lent

De renovatie van het Binnenhof is een project van de lange adem, met drie fasen die ongeveer evenveel tijd in beslag nemen: besluitvorming, projectvoorbereiding en uitvoering. In 2020 moet het Binnenhof leeg zijn en klaar voor een 5,5 jaar durende renovatie.

‘Dit complex is gedurende acht eeuwen in stukjes tot stand gekomen. Al die tijd is er gebouwd, afgebroken en verbouwd. Dat maakt het zo bijzonder; je loopt door een geschiedenisboek’, zegt Pieter Dijckmeester, projectdirecteur bij het Rijksvastgoedbedrijf en sinds vier jaar trekker van een intensief renovatietraject. De beslissing om de deuren van het centrum van de Nederlandse politiek voor een aantal jaar te sluiten, is immers niet zomaar genomen. Het Rijksvastgoedbedrijf hakte die knoop niet zelf door, maar de bewindspersonen en parlementsleden die de gebruikers zijn van het Binnenhof. Dijckmeester: ‘Er zijn verschillende varianten uitgewerkt en met hen besproken. De scenario’s waarbij het Binnenhof gefaseerd gerenoveerd zou worden, waren aanzienlijk ingewikkelder, langduriger en duurder dan het scenario waarbij alles in één keer zou gebeuren.’ Een ander belangrijk bezwaar tegen een gefaseerde renovatie, was dat er veiligheidsproblemen konden ontstaan. In 2016 werd dan ook definitief besloten om het Binnenhof in één keer te renoveren.

Verknoopte techniek

Dijckmeester schetst de voordelen van deze integrale aanpak. ‘De laatste decennia is een omvangrijk pakket aan techniek in de gebouwen aangebracht. Je kan nog precies zien wanneer de telefoonleidingen, gasaansluitingen en computerverbindingen zijn aangelegd. Het is een verzameling aan technische infrastructuur die volledig met elkaar verknoopt is geraakt. Die techniek moet volledig worden vervangen.’ Daarnaast moeten een paar ingewikkelde ingrepen plaatsvinden, zoals asbestsanering en het aanbrengen van nieuwe dakbedekking. Een zeer ingrijpende operatie, aangezien het hele politieke proces tijdelijk van het Binnenhof zal moeten verdwijnen. Dat gebeurde nog niet eerder. Dijckmeester: ‘Nederland is een van de weinige landen in de wereld waar het bestuur al eeuwenlang op dezelfde plek zetelt.’ Zelfs Prinsjesdag zal op een andere locatie worden georganiseerd. Op welke locatie de Koning zijn troonrede vanaf 2020 zal uitspreken bepaalt het parlement.

Geheimhouding

In 2017 kon het Rijksvastgoedbedrijf volop verder met de planvorming. Om de veiligheid op het Binnenhof te garanderen, is de opdrachtverlening voor de renovatie officieel geheim verklaard. Dat wil zeggen dat er geen Europese aanbesteding plaatsvindt voor bouwbedrijven, architecten, installateurs en andere specialisten. Dijckmeester: ‘Dan komt er te veel informatie naar buiten over hoe het complex in elkaar zit.’ Om de geheimhouding te garanderen, houden diverse experts zich met verschillende delen van het complex bezig. Momenteel werken de architecten aan een voorontwerp, nadat ze eerder een structuurontwerp maakten, een plan op hoofdlijnen. In het structuurontwerp worden aanbevelingen gedaan over hoe de aanwezige techniek verwijderd kan worden en wat er nodig is om het pakket aan technische infrastructuur opnieuw aan te leggen. Ook de ontsluiting en de routing binnen het complex worden onder de loep genomen. Dijckmeester legt uit: ‘Er moeten dagelijks veel mensen in en uit, dus kijken we goed naar de entrees. Die willen we aantrekkelijk maken zodat iedereen zich prettig en welkom voelt, maar ook omdat we tegelijkertijd een goede doorstroming kunnen regelen, met alle veiligheidsmaatregelen die nodig zijn.’

Loopbrug

Het Binnenhof is niet alleen het epicentrum van de Nederlandse politiek, maar ook het historische hart van de binnenstad van Den Haag. Het is een levendige plek en vormt een natuurlijke route voor veel voetgangers en fietsers. Daarom overlegt Dijckmeester namens het Rijksvastgoedbedrijf met de gemeente Den Haag, betrokken ondernemers uit de buurt en vertegenwoordigers van de culturele en toeristische sector om het gebied tijdens de renovatie levendig te houden. Samen werken zij aan een omgevingsprogramma met activiteiten rond het Binnenhof tijdens de renovatie. ‘We hebben in de gemeente een belangrijke partner om dit tot een goed einde te brengen.’ Het idee is om de geschiedenis van het Binnenhof en van Nederland als thema te gebruiken. Een van de plannen is om een loopbrug over het Binnenhof heen te bouwen, zodat iedereen het complex vanuit uniek perspectief kan bekijken. Het verhaal van de geschiedenis van het Binnenhof als hart van de democratie kan hier verteld en verbeeld worden. Dat geldt ook voor het verhaal van de renovatie. Dijckmeester: ‘Een aantal dingen moet in het geheim, maar wat we kunnen laten zien, laten we ook zien.’

Meer lezen: Rijksvastgoedbedrijf.nl/binnenhof

Tijdlijn

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2017

In het nieuws

Foto Pers in het Tweede Kamergebouw. Beeld: Richard van Elferen