Tekst Bas van Horn
Foto Luchtfoto van Marineterrein Kattenburg, Amsterdam. Beeld: Siebe Swart

Op de koudste dag in maart sinds er officieel wordt gemeten, blikt directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf Annet Bertram terug op haar start in november 2017 en vooruit naar de komende periode. Na tien jaar als gemeentesecretaris in Den Haag, voelt het Rijk voor haar ‘als thuiskomen’.

U voelde zich niet thuis bij de gemeente?

‘Zeker wel, ik heb er met veel plezier gewerkt en veel geleerd. Als gemeentesecretaris van Den Haag, maar ook als voorzitter van de club van gemeentesecretarissen die de vorming van de Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft voorbereid. Daarna was ik de eerste secretaris-generaal van de MRDH. Het wordt vaak gezegd, maar het is ook echt zo: ervaring in verschillende bestuurslagen is heel belangrijk. Het Rijk is thuiskomen, want daar ben ik ‘groot geworden’. In veel verschillende functies en als directeur-generaal Wonen bij VROM.’

Samen met staatssecretaris Raymond Knops en de RVB’ers werkt Bertram nu aan twee hoofdprioriteiten voor het RVB. De eerste is een investeringsstrategie waarin rijksvastgoed gekoppeld wordt aan doelen van het regeerakkoord. De tweede is het op orde brengen van de slagvaardigheid van het bedrijf. Opdrachtgevers moeten van het RVB op aan kunnen als het gaat om kwaliteit, veiligheid, duurzaamheid, een prettige werkomgeving. Afspraak is afspraak.

‘Afspraak is afspraak’ Foto: Arenda Oomen

Meer aansluiten bij lokale en regionale ambities, was dat niet een derde speerpunt?

‘Het is een wezenlijk onderdeel van de investeringsstrategie. En we beginnen niet op nul. Lees ons boekje over gebiedsontwikkeling in Nederland en de rol van het Rijksvastgoedbedrijf. Daarin staan vijftien projecten beschreven waarin het rijksvastgoed is ingezet om rijksdoelen te bereiken én lokale ambities te helpen verwezenlijken. Ik heb aan die vijftien projecten weinig bijgedragen, want ze zijn van voor mijn tijd, maar ik zwaai graag met dit boekje omdat het heel concreet aangeeft wat we doen.’

‘Neem bijvoorbeeld het programma EnergieRijk Den Haag. Daar worden in eerste instantie zestien grote overheidsgebouwen in het centrum van Den Haag volledig verduurzaamd in samenhang met de lokale transitieopgave. Daarbij wordt onder meer een smart grid (slim netwerk) voor warmte/koudeopslag (WKO) ontwikkeld. Dit project gaat een energiebesparing opleveren die vergelijkbaar is met het verbruik van 80.000 woningen.’

‘We koppelen onze investeringsstrategie aan regionale maatschappelijke opgaven’

Laten we het dan hebben over de investeringsstrategie

‘We zijn met de staatssecretaris al een stuk gevorderd met het uitzetten van die strategie.  Als je de kaart van Nederland erbij pakt, zie je overal rijksgronden en rijksvastgoed. Onze investeringsbeslissingen hebben daardoor veel invloed. We koppelen onze investeringsstrategie nadrukkelijk aan de regionale maatschappelijke opgaven. In Flevoland is veel grond in bezit van het Rijk. Daar wordt verkocht op een manier die bijdraagt aan de ontwikkeling van Lelystad en bij Almere 2.0 sluiten we aan bij de woningbouwopgave en natuurontwikkeling. Elders dragen we bij aan de ontwikkeling van Light Rail en overal aan duurzaamheid en de kabinetsdoelstellingen op het gebied van energie en klimaat. Soms kunnen vrijkomende rijkspanden ook een rol spelen bij het creëren van werkervaringsplekken of andere sociale doelen.’

Schuurt dat aansluiten bij maatschappelijke opgaven niet met de opdracht om ‘het tafelzilver’ te verkopen?

‘Die taakstelling ligt er gewoon, maar de staatsecretaris vraagt tevens aandacht voor de maatschappelijke waarde die vastgoed heeft. Dat kan ook financieel goed uitpakken. Het Hembrugterrein was de zwaar vervuilde locatie van een voormalige munitiefabriek. Het is tegelijkertijd ook industrieel erfgoed aan de rivier de Zaan. Voor Zaanstad en private partijen alleen was sanering en herontwikkeling een te grote opgave. Nu is het een toplocatie, levert het 1.000 woningen en 650 banen op en hebben we het voor een mooi bedrag kunnen verkopen.’

‘We gaan nog dit jaar goede afspraken maken met onze klanten’ Foto: Arenda Oomen

‘Geen inspanningsverplichting; nakomen wat is afgesproken’

Prioriteit twee: de slagvaardigheid op orde. Waar gaat dat over?

‘Voor een deel is het nasleep van de crisis. Er is in de achterliggende jaren door de opdrachtgevers veel bezuinigd op de huisvesting. Dat is niet zo gek, dat heb ik bij de gemeente ook gedaan. Je wilt niet dat er mensen uit moeten, dus ga je ver in het bezuinigen op kwaliteit en onderhoud van je gebouw. Op een gegeven moment kan dat ook consequenties hebben voor de veiligheid. Nu er weer financiële middelen zijn, willen onze opdrachtgevers zo spoedig mogelijk resultaat, willen ze dat gebreken worden opgelost en dat het Rijksvastgoedbedrijf up tempo levert.’

‘Dit is een echte uitdaging en opdracht, te beginnen in 2018. Daar hoort besluitvorming over de omvang van ons bedrijf bij. Tegelijkertijd moeten we proberen tot meerjarige afspraken te komen met de grote opdrachtgevers en we moeten onze procedures doorlichten om de slagvaardigheid te vergroten.’

Terwijl Annet Bertram dit vertelt, licht herhaaldelijk haar mobiele telefoon op. Het is op dat moment in het pas herontwikkelde rijkskantoor De Resident niet warmer te krijgen dan elf tot vijftien graden. ‘Het helpt dat we er al een gecombineerd team hebben met FMHaaglanden zodat we snel op locatie aan de slag kunnen’, verzucht ze. Om te vervolgen met het tweede deel van de opgave richting klanten.

‘We gaan nog dit jaar goede afspraken maken met Defensie. Wat hebben zij van ons nodig en wat betekent dat voor ons werk en werkapparaat? Dat gaan we ook doen met de Dienst Justitiële inrichtingen en de Raad voor de Rechtspraak. Ik was directeur-generaal bij VROM (ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, red.) ten tijde van de brand in de vreemdelingenbewaring op Schiphol, ik weet wat risico’s zijn en wat de impact is als het mis gaat. Het mag niet meer gaan om een inspanningsverplichting, we moeten kunnen nakomen wat werd afgesproken. Op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en het gebouw als een prettige werkomgeving.’

‘Wij moeten vanaf de prille planvorming bij bouwen en huisvesten betrokken zijn’

Zelfbewust en assertief

Dat is niet alleen een kwestie van heldere afspraken en scherpe inspecties. Het heeft ook te maken met de taakopvatting bij het Rijksvastgoedbedrijf.

‘Daar is een omslag in het denken voor nodig. Wij zijn te procedureel, we mogen bij wijze van spreken geen genoegen meer nemen met een briefje met daarop onze opdracht. Wij moeten vanaf de prille planvorming bij bouwen en huisvesten betrokken zijn. Meepraten over ambities en wat wij kunnen leveren onder welke voorwaarden. Dat vraagt RVB’ers die creatief zijn en met gezag spreken. Er is hier genoeg kennis en expertise, maar die zelfbewuste en assertieve kant moeten we meer laten zien. We zijn inmiddels één bedrijf en iedereen voelt dat we aan die nieuwe stap toe zijn.’