Jaarverslag 2015

Jaarverslag 2015

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/rvb-jaarverslag/2015/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

‘Mee met het economische tij’

skyline Den Haag vanaf dak

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Skyline van Den Haag, gezien vanaf het dak van Korte Voorhout 7, Den Haag. Foto: Corné Bastiaansen

‘De schepen zijn in 2015 keurig de haven binnen gevaren’, antwoordt directeur-generaal Jaap Uijlenbroek, als hem wordt gevraagd hoe het ervoor staat met de naweeën van de fusie. ‘Het was een goed jaar.’ Nieuwbouw, beheer, renovatie, verhuur en verkoop: ‘We hebben 1300 projecten in portefeuille. En alles is door gegaan.’

Cadans

De buitenwereld heeft er geen last van dat het Rijksvastgoedbedrijf intern nog bezig is ‘om dingen goed aan elkaar te knopen’, constateert hij. Uijlenbroek: ‘De winkel is open gebleven en heeft goed gedraaid. De nieuwe naam staat. Iedereen weet wie we zijn en wat we doen. De komende jaren moeten we als één organisatie in cadans komen en het fusie-rendement gaan pakken.’

Minder vestigingen

Want de ‘warme fusie’ is nog steeds volop aan de gang, erkent hij. Intensiever samenwerken op minder vestigingen hoort daarbij. ‘Iedereen ziet dat het raar is om 16 kantoren te hebben in deze tijd. Dat worden er vijf. Voor de synergie is het belangrijk om bij elkaar te zitten. Maar als je naar een andere plek moet voor je werk, dat raakt mensen: in werk, privé, zorgtaken. Dat is ingrijpend.’

Kleur van de muur

De inkrimping van de eigen huisvesting past bij het voorbeeldgedrag dat de overheid moet vertonen, vindt Uijlenbroek. ‘Wij beheren het vastgoed dat de rijksoverheid nodig heeft voor het primaire proces. En dat doen we zo efficiënt en kostenbewust mogelijk. Het nieuwe rijkshuisvestingsstelsel is daar ook een voorbeeld van. Eén standaard voor alle rijkskantoren.’ Sommige gebruikers ervaren dat als beperkend. Uijlenbroek: ‘Regio en omvang mag iedereen zelf bepalen, dat is belangrijk voor het primaire proces. Maar exact welk gebouw? Laten we eerlijk zijn, wat maakt dat uit? Als je vindt dat het voor je primaire proces heel belangrijk is om zelf de kleur van de muur te bepalen: dat is toch ook een beetje een loslaatdingetje.’

Het goede voorbeeld geven, dat vindt hij belangrijk als overheidsdienst. ‘Ook bij het in dienst nemen van bijvoorbeeld arbeidsgehandicapten, duurzaamheid, goed opdrachtgeverschap, ketenverantwoordelijkheid, veiligheid enzovoort. Vanuit een intrinsieke motivatie moeten we invulling willen geven aan wat ons op dat gebied wordt gevraagd.’

Afstoot

‘Verkopen is een belangrijk doel. We hebben veel en interessant vastgoed. De rijksoverheid wordt kleiner en we stoten veel af. We laten het niet leegstaan, want dat kost (belasting)geld. We willen er wel een eerlijke prijs voor hebben en dat is de marktwaarde. We gaan niet speculeren om er nog meer uit te halen maar we gaan het ook niet weggeven. Ook niet als het een maatschappelijke bestemming krijgt. Geen verstopte subsidies via vastgoed. Transparant, marktconform en openbaar. Dat zijn onze uitgangspunten.’

In deze tijd betekent het wél dat je er flink aan moet trekken, en ook daarin ziet hij een voortrekkersrol voor het RVB, zegt Uijlenbroek. ‘We doen heel veel. We praten met gemeenten over wat er zou kunnen en mogen, we benaderen de buurt, we sonderen de markt: hoe zien jullie de kansen? We organiseren creativiteit en ondernemerschap, zodat partijen kansen gaan zien en een object beter verkoopbaar wordt.’

Financieren

Hij noemt het ‘leuke hersenkrakertjes’, ‘maar je wilt het onderhoud natuurlijk eigenlijk geen dag te lang betalen’: Jaap Uijlenbroek heeft het over de leegstaande koepelgevangenissen. ‘Iedereen zegt: daar zit zoveel potentieel in, het zijn zulke mooie objecten op zulke mooie plekken in de stad, je voelt de geschiedenis als je in zo’n object staat, maar ja: hoe maak je dat economisch haalbaar? Hoe financier je dat en hoe voegt het iets toe aan de stad? Daar moet je met z’n allen een duurzame oplossing voor vinden.’

Regionale ontwikkeling

Met alle vastgoedprojecten, of het nu om afstoot en transformatie gaat of om renovatie en nieuwbouw, wil je als RVB in de manier waarop je dat doet, iets toevoegen aan de regionale ontwikkeling, stelt Uijlenbroek. ‘De renovatie van de Knoopkazerne in Utrecht naar rijkskantoor: die is belangrijk voor de ontwikkeling van dat deel van de stad.’ Uijlenbroek: ‘In Winterswijk zijn we nu bezig met een soort ruilverkaveling maar dan met kantoren. Als dat lukt, dan doe je echt iets aan het verminderen van leegstand door volumeverkleining en dan op een manier die maatschappelijk het meest effectief is. Want als je dan gaat slopen, sloop dan het slechtste pand. En niet het pand dat toevallig leeg staat.’ Hij omschrijft het als ‘leuke, vernieuwende trajecten’. Uijlenbroek: ‘In samenspraak natuurlijk met de gemeente en andere relevante spelers.’

Hoofdpijndossiers heeft hij niet, zegt hij. ‘Maar zo’n langlopend dossier als Valkenburg, daarvan is wel belangrijk dat de woningbouwproductie nu echt op gang komt. Dat is echt Nederland, ál dat overleg met alle partijen. Belangrijk, maar je moet nu wel mee met het economische tij. Al die 1300 projecten van ons, daar moeten we mee dóór.’

Verkoop

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

‘We luisteren beter naar de markt’

Veiling Plein 1813 nummer 2

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Veiling van de monumentale stadsvilla aan Plein 1813 nummer 2, inDen Haag op 24 september 2015. Foto: Bas Kijzers

Peter van Heun was in 2015 hoofd Verkoop en Ingebruikgeving. Het was zijn taak om gebouwen die de overheid niet meer nodig heeft, te verkopen. Bij de Ingebruikgeving in zijn functieomschrijving, gaat het om verhuur.‘Van gebouwen of grond. Veel polders zijn van het rijk. Die verhuren we aan boeren zodat ze er gewassen op kunnen verbouwen, of hun vee op kunnen laten grazen.’

Hoogste prijs

Als hij terugkijkt is hij vooral trots op de nieuwe afstootstrategie: ‘Een professionaliseringsslag’, vindt Peter van Heun. En hij niet alleen: ‘Zo beschouwen marktpartijen het ook. Het Rijksvastgoedbedrijf werd lang gezien als star en alleen maar uit op de hoogste prijs. Nu luisteren we beter naar de markt. We variëren meer in verkoopmethodes en zijn vaker met potentiële kopers in gesprek.'

Dichte envelop

Jarenlang werd het overbodig geworden rijksvastgoed standaard verkocht via openbare inschrijving: er kwam een advertentie in de kranten, geïnteresseerden deden een schriftelijk bod in een dichte envelop, de notaris keek wie het hoogste bod had gedaan, en die mocht het pand kopen. Een tamelijk passieve manier van verkopen, zegt Van Heun. ‘Natuurlijk, door de crisis moeten we meer moeite doen om ons vastgoed te verkopen. Maar we proberen ook meer aan te sluiten bij wat de markt wil.’

Variatie

Dat betekent bijvoorbeeld: laten zien dat je er bent en dat een discussie mogelijk is. Het actuele - én een deel van het toekomstige aanbod - staan permanent ‘in de etalage’ op biedboek.nl. Aspirant kopers kunnen zich aanmelden voor mail-alerts. Er is variatie in verkoopmethodes. Partijen kunnen een bieding ‘onder voorwaarden’ doen. Ook nieuw: dat een partij al in een vroeg stadium tot aankoop overgaat en daarbij voor een lagere prijs, zelf bewust wat meer risico loopt op het gebied van vergunningen en bestemmingen. ‘Dat scheelt ons mogelijk wat in de opbrengst, maar ook heel veel tijd.’

Kans

Bij sommige projecten (zoals de verkoop van Paleis Soestdijk bijvoorbeeld)  is er een voorselectie: ‘Partijen moeten enorme kosten maken als ze mee willen doen aan zo’n bieding. Dat realiseren we ons. Als je 30 partijen mee laat bieden en plannen laat maken, heb je 29 teleurgestelde partijen. Bij voorselectie kun je als geïnteresseerde nu afwegen: welke kosten wil ik maken, hoe groot is mijn slagingskans.’ Van Heun: ‘We merken over het geheel, aan het bezoek aan de site, de verkoop van biedboeken, de respons, dat onze doelgroep groter wordt.’

Opbod

Dit najaar werd de voormalige Haagse villa van wijlen minister Joseph Luns tijdens een openbare veiling verkocht. Ook een nieuw verkoopinstrument voor het RVB en een bewuste keuze. ‘Bij zo’n courante villa creëer je daarmee een momentum. Door de (vervuilde) bovenlaag van de tuin af te graven, namen we onze verantwoordelijkheid én maakten we het pand aantrekkelijker als woonhuis. Ik ben ervan overtuigd dat we daardoor een betere prijs hebben gekregen. Er werd tegen elkaar opgeboden in de zaal.'

Klapper

Openbaar, marktconform en transparant is het mantra bij de verkopen van het RVB. Dat geldt bijvoorbeeld voor de ‘concurrentiegerichte dialoog’, ook een nieuw verkoopinstrument dat in onderzoek is, waarbij het RVB gesprekken voert met meerdere partijen tegelijk. Zo komt er voor meerdere geïnteresseerden snel veel informatie op tafel ‘maar dat is dus iets anders dan onderhandelen.’

Financieel gezien de absolute klapper van 2015: de verkoop van het voormalige Paleis van Justitie op de Prinsengracht in Amsterdam. ‘Dat hebben we echt op de top van de markt verkocht.’ Van Heun: ‘Ook hiervoor gold: transparant, openbaar en marktconform. We hebben de bibob-procedure keurig doorlopen.’

Geld

Het RVB is binnen de overheid dé vastgoedspecialist, benadrukt Van Heun, en niet alleen bij verkoop. ‘Rijkswaterstaat kan haar vastgoed natuurlijk niet verkopen: het gaat dan bijvoorbeeld om uiterwaarden, sluizen en snelwegen. Zij willen hun vastgoed wel beter laten renderen, dan zijn wij daarbij de experts. In plaats van een natuurbeheerder te betalen voor het onderhoud van de uiterwaarden, zoals jarenlang gebeurde, werd die grond bij afloop van het contract verpacht aan boeren. Zo bespaart RWS niet alleen kosten, die uiterwaarden leveren nu zelfs geld op.’ Dat smaakt naar meer natuurlijk: ‘Inmiddels zijn we betrokken bij onderzoek naar de mogelijkheid om tegen betaling laadpalen en zonnepanelen langs snelwegen te plaatsen.’

Taxatie

Nog nieuwe plannen? Het RVB heeft een aparte taxatieafdeling opgezet. ‘Het was hier natuurlijk een beetje de slager die z’n eigen vlees keurt. Nu hebben we eigen, maar aparte taxateurs, mensen die niets anders doen, ook weer professionalisering, dus.’

Militair

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

Renovatie van een slagader

Renovatie start en landingsbaan Volkel

Tekst Michiel Smit
Foto Renovatie van de hoofdbaan van vliegbasis Volkel die in november 2014 werd afgerond. Foto: BAM

'De start- en landingsbaan is de slagader van een vliegveld', zegt Robert Kramer, teamleider en senior projectleider bij de directie Vastgoedbeheer, Expertisecentrum Techniek van het Rijksvastgoedbedrijf. Bij Vliegbasis Eindhoven wordt de 'slagader' binnenkort gerenoveerd en Kramer staat hiervoor als projectleider al sinds juli 2014 aan de lat.

24 uur per dag

Recent leidde hij de reconstructie van vliegbasis Volkel, dus hij weet hoe een dergelijke operatie in zijn werk gaat. Belangrijk verschil is echter dat de basis in Eindhoven niet alleen voor militaire vluchten, maar ook op uitgebreide schaal voor burgerluchtvaart wordt gebruikt. Iedere dag dat er niet gevlogen kan worden, kost veel geld. Daarom blijft de baan zo kort mogelijk dicht. Dat vraagt een uitgekiende voorbereiding. Kramer: 'Normaal gesproken zouden we de baan zes weken dicht moeten houden voor zo'n operatie, maar door het goed voor te bereiden en te plannen en tijdens de sluiting 24 uur per dag door te werken, kunnen we het bekorten tot ongeveer zeventien dagen, van 30 mei, 0.01 uur tot en met 16 juni, 7.00 uur.'

Tweede Wereldoorlog

Op het hoogtepunt van de operatie zet de aannemer op één dag ongeveer 250 mensen in, negen asfaltspreidingsmachines om 10.000 ton asfalt te verwerken, dat constant vanuit vijf centrales wordt aangevoerd door 120 vrachtwagens. Maar er moet meer dan dat gebeuren. Op de eerste plaats liggen er waarschijnlijk niet-ontplofte vliegtuigbommen uit de Tweede Wereldoorlog onder de baan. Die kunnen alsnog ontploffen bij de freeswerkzaamheden. 'We hebben met een nieuwe scantechniek zestien "verdachte plekken" geïdentificeerd, waar in elk geval metaal in de grond zit', zegt Kramer. 'We moeten de baan openbreken om te weten wat het precies is en hoe we ermee om moeten gaan. Dat zal de allereerste actie worden zodra de baan sluit.' Als er inderdaad een niet-ontplofte bom wordt aangetroffen, kan die in veruit de meeste gevallen worden afgevoerd en op een locatie elders gecontroleerd tot ontploffing worden gebracht. Voor de zekerheid wordt er bij het weghalen een U-vormige 'bomterp' van containers met zand omheen gelegd, zodat de gevolgen van een onverhoedse explosie beperkt blijven.

Tijdrovend

En er liggen meer tijdrovende werkzaamheden. Zo moet bovenop de gewone deklaag een kunststof antiskidlaag worden aangebracht; dat vergt een week. Een andere tijdvreter is het plaatsen van honderd aanwijsborden met led-verlichting in het gebied. Die moeten 'frangible' worden gemaakt: mocht er een vliegtuig tegenaan botsen, dan geeft het mee of breekt het af. Tegelijkertijd moet het stevig genoeg zijn om bijvoorbeeld een storm te doorstaan.

Champagnemomentje

De aanbesteding van dit werk vond grotendeels in 2015 plaats en is volgens de EMVI-systematiek gegaan (Economisch Meest Voordelige Inschrijving): de indiener kan een fictieve korting op de aangeboden prijs krijgen als hij voordelen biedt. Maar hoe beoordeel je hoeveel korting een bepaald voordeel oplevert? Kramer: 'We wilden het per se objectief en transparant maken, dus hebben we speciaal hiervoor een beoordelingscommissie samengesteld.' Door de zorgvuldige voorbereiding en het aanbieden van een persoonlijke uitleg aan inschrijvers die niet zijn uitgekozen, zijn er geen bezwaren geweest tegen de selectie. Mede daardoor kon de opdracht eind januari 2016 al gegund worden aan hoofdaannemer BAM. Voor Kramer was dit alvast een eerste champagnemomentje.

Precair

Voor Kramer is de operatie geslaagd als het resultaat aan de hooggespannen verwachtingen voldoet. Vooral de tijdsplanning is precair. Het weer moet bijvoorbeeld niet al te veel tegenzitten. Maar afgezien van het weer en lastige bommen, heeft het Rijksvastgoedbedrijf alles in het werk gesteld voor een vlekkeloze baanrenovatie.

Portefeuille

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

Op zoek naar de beste strategie

Nationaal Militair Museum Soesterberg

Tekst Michiel Zonneveld
Foto Het Nationaal Militair Museum (NMM) op de voormalige vliegbasis Soesterberg ontving in januari, ruim twee weken na de opening door koning Willem-Alexander, zijn 50.000e bezoeker. Foto: Corné Bastiaansen

Yvonne van der Brugge heeft als directeur portefeuillestrategie en portefeuillemanagement een even uitdagende als ingewikkelde opdracht. Met haar directie moet ze antwoord geven op de vraag wat de beste vastgoedstrategie is. Het gaat dan om vragen als: hoeveel van de huidige 13,3 miljoen vierkante meter vloeroppervlak vastgoed hebben we straks nog nodig? Hoe kan dat op de lange termijn het beste worden beheerd? Hoe draag je bij aan de duurzaamheid en veiligheid van dat vastgoed? En niet op de laatste plaats: hoe houden we rekening met het maatschappelijk rendement?

Verschillende rollen

Van der Brugge: 'Wat het beeld voor de buitenstaander wellicht ingewikkeld maakt is dat we niet voor al het rijksvastgoed dezelfde rol vervullen. Als je kijkt naar de kantoren dan zijn wij als Rijksvastgoedbedrijf de eigenaar én beheerder en doen we dus eigenlijk alles. Bij het vastgoed van Defensie zitten we in een adviesrol. Dus we adviseren Defensie over hoe ze met hun portefeuille omgaan en hoe ze die portefeuille kunnen onderhouden. Vervolgens kunnen ze ons dan weer de opdracht geven dat onderhoud uit te voeren.'

Meer mensen op cel

'De derde hoofdmoot van de vastgoedportefeuille zijn bijvoorbeeld gevangenissen of andere penitentiaire inrichtingen. Ook daar hebben we weer net een andere rol. Daar zijn wij de eigenaar van het gebouw, maar de Dienst Justitiële Inrichtingen (V&J) bepaalt, in overleg met en na advies van ons, wat er gebeurt.’ Als voorbeeld noemt ze de discussie over de gevolgen die de keuze om vaker meer mensen op een cel te plaatsen moet hebben voor het  wel of niet afstoten van gevangenissen. ‘Wij weten op basis van onze vastgoed-expertise welke gevangenissen het best kunnen worden aangepast, en bij welke gevangenissen dat niet kan en dus wellicht beter kunnen worden afgestoten. De uiteindelijke keuze is natuurlijk voor DJI op basis van hun bedrijfsvoering.’

Minder kantoren

De toegevoegde waarde van het Rijksvastgoedbedrijf in al die rollen is dat ze drie vormen van deskundigheid in zich verenigt. Van der Brugge ‘Om te beginnen kennen we de klanten goed. Op de tweede plaats zijn we op de hoogte van de politiek-bestuurlijke context. En we weten veel van vastgoed.’ Een voorbeeld waarin die toegevoegde waarde zich concreet uitbetaalde is volgens haar de besparing op kantorenportefeuille. ‘We zijn er in onze masterplannen in geslaagd om meer ambtenaren op een goede manier in minder gebouwen te krijgen. Daardoor is het mogelijk om 136 miljoen euro per jaar te besparen.’
In 2015 is verder in totaal 120 miljoen aan overtollig vastgoed verkocht. Het grootste deel van dit bedrag is afkomstig van de verkoop van het voormalig Paleis van Justitie (61 miljoen).

Nieuw stelsel, nieuwe strategie

In 2015 is hard gewerkt aan een nieuw rijkshuisvestingsstelsel voor kantoren. Dat is vanaf 2016 van start gegaan. In dit nieuwe stelsel zijn de huur- en verhuurrelaties tussen de ministeries en het Rijksvastgoedbedrijf anders geregeld, maar dan zo dat het voor iedereen veel meer duidelijkheid geeft.
Van der Brugge: ‘Een andere grote opgave was het ontwikkelen van een strategische visie op het totale vastgoedbeheer, de vastgoedportefeuillestrategie. We hebben een vijftal uitgangspunten waarop we sturen.’ Ze somt de punten op: 'duurzaamheid is een belangrijke factor. De veiligheid en kwaliteit van het vastgoed. De aard en omvang van de portefeuille, waarbij rekening wordt gehouden met de wensen van de politiek. En het maatschappelijk rendement.’

Maatschappelijk rendement

Dit laatste punt weegt zwaar in de afwegingen van het Rijksvastgoedbedrijf, zegt Van der Brugge. ‘Tot 2020 gaan we 3 miljoen vierkante meter aan gebouwen verkopen. Je kan er dan voor kiezen gebouwen aan de hoogste bieder te verkopen. Maar je kan bijvoorbeeld ook rekening houden met de beleidsdoelen die de overheid heeft of het effect op de omgeving. Denk bijvoorbeeld aan de krimpgebieden. Je stelt je dan de vraag: wat voor gevolg heeft de verkoop van vastgoed op bijvoorbeeld de economie van zo’n gebied?'

Lelystad

'Heel concreet speelt de vraag naar het maatschappelijk rendement bij het afstoten van vier gebouwen in Lelystad. De economie in die stad ontwikkelde zich de laatste jaren minder snel. Als we die gebouwen zomaar verkopen kan dat negatieve effecten op de leefbaarheid en de economie van Lelystad hebben. Daarom zijn we met het stadsbestuur en de provincie in overleg gegaan en hebben we samen gewerkt aan de visie op de ontwikkeling van de stad en hoe onze gebouwen daarin van betekenis kunnen zijn. Dus als zij bijvoorbeeld wonen en zorg willen promoten, kunnen we daar in het verkoopproces op sturen.’

Motto

Het koppelen van vastgoedontwikkeling aan sociale vraagstukken sluit nauw aan bij Van der Brugges vorige baan als directeur gebiedsontwikkeling bij woningbouwcorporatie Vidomes. ‘Daar was ik veel bezig met buurten en wijken waar sociale problemen zijn. Je was permanent met burgemeesters en wethouders in gesprek. Dat is ook de reden dat ik me goed kan vinden in ons motto: het Rijksvastgoedbedrijf zet vastgoed in voor de realisatie van rijksoverheidsdoelen, in samenwerking met, en met oog voor de omgeving.’

De portefeuille van het Rijksvastgoedbedrijf bestaat onder andere uit gevangenissen, rechtbanken, kazernes, vliegvelden, defensieterreinen, ministeries, havens, belastingkantoren, monumenten, musea en paleizen.

  • Klik hieronder op de > pijlen in de foto of op de bullets onder de foto's en bekijk een deel van onze portefeuille.
Cijfers

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

. , %

illustratie cijfers

Foto Illustratie: Pieter Pijlman

Het Rijksvastgoedbedrijf is per 1 januari 2016 één agentschap. Tot en met 2015 is het een overkoepelende organisatie van de bestaande agentschappen Rijksgebouwendienst, Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf en de Dienst Vastgoed Defensie. In de cijfers over 2015 is deze 'afkomst' dus nog zichtbaar. Lees uit de grafieken af hoe divers de portefeuille is, hoe de man-vrouwverhouding is bij het Rijksvastgoedbedrijf en wat de verkoop van vastgoed in 2015 het Rijk opleverde.

Gronden
Agrarische pacht 45.068 ha
Agrarische erfpacht 3.782 ha
Het Loo (Kroondomein) 6.750 ha
Staatsdomein 3.640 ha
Sorghvliet 25 ha
Binnenhof

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

‘Het Binnenhof blijft symbool van onze democratie’

Vanaf dak Binnenhof met Ridderzaal

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Het Binnenhof in Den Haag waar grootschalige renovatie noodzakelijk is. Foto: Corné Bastiaansen

Projectdirecteur Pieter Dijckmeester weet als geen ander wat er speelt bij de renovatie van het Binnenhof. En hoe ingewikkeld het is en hoeveel tijd het kost om zo’n groot en monumentaal project voor elkaar te krijgen. Het symbool van onze democratie is toe aan renovatie.  

Beeld

Een paar maanden geleden bracht een kleine delegatie van de projectorganisatie van het Rijksvastgoedbedrijf, met een afvaardiging van de gebruikers van het Binnenhof, een bezoek aan Londen. Doel van de reis: Palace of Westminster, zetel van het Britse parlement. Pieter Dijckmeester: ‘Daar moet óók intensief worden gerenoveerd en daarover hebben we uitgebreid gesproken met onze Britse collega’s.

Beide complexen zijn goed vergelijkbaar. Allebei hele grote en iconische complexen, die het hart van de democratie vormen en waarvan mensen zich eigenlijk niet kunnen of willen voorstellen dat er dit soort werkzaamheden nodig zijn.’ Ook in Engeland is sprake van een lang voortraject. Dijckmeester: ‘Dat de besluitvorming over zo’n project veel tijd kost is niet onlogisch. Iedereen kent die plekken. Vergelijk het met voor het eerst naar New York gaan, het is indrukwekkend en toch vertrouwd want je kent het al van tv en de film. Bij het Binnenhof hebben veel mensen diezelfde ervaring. Dat is een beetje van iedereen.’

Op detailniveau

Wie het Binnenhof dagelijks op de journaals ziet kan zich bijna niet voorstellen dat zulke ingrijpende werkzaamheden nodig zijn. Dijckmeester: ‘Het zit allemaal goed in de verf en ziet er op het eerste gezicht prima uit. Maar van binnen moet er zo veel gebeuren, dat kun je niet meer met knip- en plakwerk doen. Daar is iedereen het over eens.’

Als alle gebruikers tijdens de renovatie tegelijk of gefaseerd gaan verhuizen, zal dat voor het eerst in de 200-jarige democratische geschiedenis van het Binnenhof zijn. De voorbereidingen zijn intensief: van het regelen van goede tijdelijke huisvesting, waarbij de Tweede Kamer er straks bijna exact hetzelfde uit zal zien, tot het op detailniveau voorbereiden van de werkzaamheden.

BIM-model

‘Om zo min mogelijk verrassingen tegen te komen, willen we de hele renovatie in een drie dimensionaal Bouw Informatie Management (BIM)-model zetten conform de bestaande standaarden. Alle technische informatie, tot en met wanneer welk materiaal waar nodig is. Als dingen niet kloppen en niet aansluiten zie je dat van te voren in je digitale model al terug. Nodig én ingewikkeld, want het is een ongelofelijk omvangrijk en monumentaal project en echt álle kamers zijn verschillend.’

Kwetsbaar

Het inzichtelijk maken van het proces is nodig voor alle betrokken bouwers, maar ook interessant voor het publiek, omwonenden en bijvoorbeeld winkeliers in het gebied. ‘We willen de bouwplaats zo klein mogelijk houden en de route voor het transport er naar toe, zo kort mogelijk. Het is een kwetsbare omgeving. Het gebied moet aantrekkelijk blijven voor horeca, winkels, bewoners en natuurlijk bezoekers. Als we het Malieveld als een buffer gebruiken, hoeven toeleveranciers nog maar een paar honderd meter naar het Binnenhof. Dan kun je zaken goed plannen en op elkaar afstemmen.’

Bouwputtoerisme

Uitgangspunt is dat het gebied gedurende die hele renovatie-periode aantrekkelijk blijft voor bezoekers, benadrukt Dijckmeester. Daar kan ‘bouwput-toerisme’ aan bijdragen, denkt hij. ‘Zelf ga ik ook graag kijken als er ergens iets gebeurt.’ Steigerdoek met een fotoprint van het achterliggende gebouwdeel, kijkgaten in schuttingen, hard-hat tours. Een mooi informatiecentrum. ‘We denken aan een loopbrug boven de bouwput, zodat je op dak-niveau kunt zien hoe het complex in elkaar zit. Zodat je boven langs de Ridderzaal kunt lopen. Dat wordt een experience. Het moet de moeite waard blijven om naar het Binnenhof en naar de Tweede en Eerste Kamer in hun tijdelijke onderkomen te gaan. We hopen dat de bezoekersaantallen gelijk blijven.’

Prinsjesdag

Uiterlijk verandert er niet eens zo veel aan het Binnenhof. Wat je straks aan de buitenkant ziet? Nieuwe leien op het dak, een schone gevel. Er wordt niets bij- of aangebouwd. In de Ridderzaal hoeft relatief weinig te gebeuren: ‘We kunnen de Ridderzaal tijdens Prinsjesdag blijven gebruiken, maar onderzoeken nog de effecten op de doorlooptijden voor het project. Als het lukt en de glazen en later weer de gouden koets kan aankomen op het Binnenhof, houd de traditie en de collectieve gedachten maximaal in stand. Het symbool blijft.’

Onderhoud

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

Op hoog niveau

Onderhoud Hoftoren

Tekst Michiel Smit
Foto Schilderwerk aan de stalen punt van de 142 meter hoge Hoftoren in Den Haag, waar onder meer het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is gevestigd. Foto: Bas Kijzers

Ruim 1 miljard euro werd er in 2015 besteed aan het onderhoud van rijksvastgoed. Niels de Haan zorgt er als senior adviseur vastgoedbeheer voor dat het geld doelmatig wordt besteed en dat de gebouwen in goede staat zijn en blijven. Over dagelijks en planmatig onderhoud en een bijzonder project: de Hoftoren in Den Haag. Wat komt daar zoal bij kijken?

Dagelijks en planmatig

Er is dagelijks onderhoud en planmatig onderhoud, vertelt De Haan. Bij dagelijks onderhoud gaat het bijvoorbeeld om onderhoud van liften en klimaatinstallaties en het oplossen van eventuele storingen. Planmatig onderhoud wordt omschreven in de meerjarenuitvoeringsplannen. Dat gaat over zaken als schilderwerk en het vervangen van installaties. De Haan vervolgt: 'Wij sluiten voor het dagelijks onderhoud contracten af met bedrijven. In die contracten staan onder meer afspraken over wettelijke verplichtingen en hersteltijden van storingen. Als afspraken in het contract niet worden nagekomen, ga ik in gesprek met het verantwoordelijke bedrijf over hoe dat komt en welke maatregelen zij gaan nemen om het in de toekomst beter te krijgen.'

Hoftoren

De Haan 'doet' veel gevangenissen, maar heeft ook andere gebouwen in portefeuille. Zoals de 142 meter hoge Hoftoren, waar onder meer het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is gevestigd. Het meest herkenbare element van het gebouw is de stalen punt, waaraan het gebouw zijn bijnaam 'de vulpen' ontleent. Diezelfde stalen punt is een breinbreker voor gebouwbeheerders, want de onderhoudsliften kunnen niet op alle plekken komen. Als er dus iets geschilderd moet worden, is dat een complexe klus die door alpinisten-schilders met abseiluitrusting moet worden uitgevoerd.
De Haan: 'Omdat Den Haag dicht aan zee ligt, roesten staalconstructies sneller door de zoute zeewind, zeker bij zo'n punt die hoog in de lucht steekt. Het gebouw is opgeleverd in 2003, maar vorig jaar was het al tijd voor een schilderbeurt. Dit gebeurt met speciale menieverf die ook op boorplatforms wordt gebruikt. Die verf moet bij droog weer worden aangebracht, dus op veel dagen kon niet worden gewerkt. En het mag ook niet te hard waaien met het oog op de veiligheid van de schilders.'

Schroefjes, ringetjes, moeren

Veiligheid is sowieso een belangrijk thema bij deze klus. Alles, van schilderkwast tot gevelplaat, is minstens twee keer geborgd. Een van de veiligheidsmaatregelen bestaat uit netten rond de toren om eventueel vallende voorwerpen op te vangen. En juist een van de bouten die deze netten vasthield viel in het voorjaar van 2015 naar beneden en kwam op de glazen dakluifel van de entree terecht. De Haan: 'Er zat een flinke barst in de luifelplaat. Toen die geïnspecteerd werd, bleek er een aantal andere, kleinere voorwerpen op te liggen, zoals schroefjes, ringetjes en moeren. Hetzelfde type kleine voorwerpen troffen we losliggend op de gevelplaten van de Hoftoren aan. Direct daarna hebben we al het werk stilgelegd. Een ingrijpende maar zeer terechte maatregel. Want als een schroefje van grote hoogte naar beneden komt, kunnen er slachtoffers vallen.'

Extra borgen

Daarna is tot op de bodem uitgezocht wat er mis is gegaan en hoe dat in de toekomst kan worden voorkomen. De montage van de netten is extra geborgd en op de begane grond zijn steigers geplaatst om vallende objecten op te vangen in het onwaarschijnlijke geval er toch nog iets naar beneden komt. De Haan heeft naar aanleiding van het incident ook heel wat vragen en onderzoeken over zich heen gekregen. Niet zo zeer om hem persoonlijk aan te spreken op het voorval, maar meer om als organisatie te leren van een dergelijk incident. Het heeft hem natuurlijk wel aan het denken gezet. Zijn conclusie: 'Al in de aanbesteding van het werk moet nog meer aandacht aan veiligheid worden besteed. Uiteraard heeft de aannemer zelf een veiligheidsplan, maar dan nog vind ik dat wij zelf ook een dergelijk plan moeten hebben, zodat we zelfstandiger kunnen sturen op risico's. Al vraag ik mij af of we dit incident daarmee hadden voorkomen.'

Campagne

Bij het Rijksvastgoedbedrijf is, mede door het incident rond de Hoftoren, een campagne gestart om meer aandacht te vragen voor veiligheid bij werkzaamheden aan gebouwen. De Haan hoopt dat er snel een goed functionerend systeem ontstaat waarbij ervaringen rond veiligheid doorwerken in alle geledingen van de organisatie.
Het schilderwerk voor de Hoftoren is overigens door het slechte weer en een defecte gondel nog niet klaar en wordt dit voorjaar hervat.

Koninklijk

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

In naam van Oranje, doe open de poort!

Oranjezaal open

Tekst Michiel Smit
Foto Rondleiding door de Oranjezaal in Huis ten Bosch in Den Haag. Foto: Arenda Oomen

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft bijzondere panden in beheer. Vastgoed dat verbonden is of is geweest aan het koninklijk huis hoort daar zeker bij. Alex Vermeulen heeft als project- en programmadirecteur bij het Rijksvastgoedbedrijf onder meer paleis Soestdijk in beheer. 'We zijn voor het paleis op zoek gegaan naar een nieuwe bestemming. Ook zeer memorabel in 2015: de openstelling van de Oranjezaal in paleis Huis ten Bosch.

Herbestemming

In de zomer van 2015 startte het Rijksvastgoedbedrijf met een uitvraag voor een permanente exploitant voor paleis Soestdijk . Er waren maar liefst 120 inzendingen. Daar zijn er vier van uitgekozen om mee verder te gaan. Ze zitten allemaal in de sfeer van bezoek, beleving, cultuur en recreatie. Nog even geduld: medio 2016 zijn de plannen uitgewerkt; in het najaar wordt gekozen welk idee het meest kansrijk is. Daarbij wordt onder meer gelet op een match met de omgevingsvisie die de provincie Utrecht samen met de gemeenten Baarn en Soest heeft opgesteld. Aansluiting op de natuur van de Utrechtse Heuvelrug, openstelling voor publiek en meer gebruik van het groen is daar een belangrijk onderdeel van. Daarnaast wordt er gelet op behoud van karakteristieke elementen van het monumentale gebouw.

Wielerkoers

Vermeulen merkt dat er meer dan bij andere gebouwen over de schouders van het RVB wordt meegekeken. 'Wat gaat ermee gebeuren? is een vraag die velen stellen. Ik vind het extra leuk dat het zo leeft bij veel mensen. “Soestdijk is van ons allemaal", zo voelt het een beetje. Sinds de openstelling in 2006 zijn er al meer dan een miljoen bezoekers geweest.' ‘Tot het paleis Soestdijk een nieuwe bestemming krijgt, zorg ik ervoor dat alles netjes wordt onderhouden en beheerd. En om de plek op de kaart te houden faciliteren wij activiteiten met een tijdelijk karakter, zoals een beeldententoonstelling of een wielerkoers.'

Huis ten Bosch

Aan een ander koninklijk object heeft Vermeulen ook veel genoegen beleefd vanwege de publieke belangstelling. De Oranjezaal in paleis Huis ten Bosch - 'de Sixtijnse kapel van het Noorden' - werd in de tweede helft van 2015 vier maanden lang opengesteld voor publiek.  Dat kon, omdat het paleis in afwachting van een grote renovatie, niet werd gebruikt. Er kwamen in totaal 50.000 mensen op af.

Uitgekiend

De voorbereiding en organisatie is bijzonder snel en efficiënt verlopen, vertelt Vermeulen. 'In juni 2015 kreeg ik de vraag of de Oranjezaal in september kon worden opengesteld voor publiek. Het leek mij een erg korte periode, zeker met de zomervakantie in het verschiet. Maar we hebben de uitdaging opgepakt en zijn direct aan de slag gegaan om een uitgekiend hospitality-concept op te stellen. De steekwoorden waren daarbij sober, professioneel en uitnodigend. Dat was passend voor de omstandigheden, en tevens een metafoor voor hoe we ons als Rijksvastgoedbedrijf willen presenteren.'

Geen koffie

Vermeulen vervolgt: 'We hebben hetzelfde evenementenbureau ingeschakeld als waar we bij paleis Soestdijk mee werken. Maar we zijn zelf ook echt gaan meedenken. We zijn uitgekomen op een model van 22 shifts per dag, met 20 personen die 20 minuten lang worden rondgeleid. Alles hebben we in detail uitgedacht. Bijvoorbeeld: geen koffie bij de ontvangst want dat geeft gedoe met rondslingerende koffiekopjes die weer opgeruimd moeten worden. Maar wel weer een persoonlijke ontvangst door de parkeerwachten - kom daar nog maar eens om in Nederland. En aan het begin van de rondleiding zweeg de gids eerst twee à drie minuten. Bij het testen bleek namelijk dat mensen zo overweldigd zijn door de eerste aanblik dat ze toch geen informatie van de gids in zich opnemen.'

Lovende reacties

Vermeulen houdt een goed gevoel over aan de openstelling van de Oranjezaal, en met hem de bezoekers. 'De reacties waren heel lovend. Over de zaal zelf maar ook over de organisatie. Zelfs in de museumwereld zoemde het rond: "Je moet toch echt eens gaan kijken hoe ze dat bij de Oranjezaal hebben geregeld." Een van de bezoekers gaf een gids aan het eind van de rondleiding zelfs spontaan een zoen. Nou, dan heb je het goed gedaan, toch?'

Agentschap

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

‘Een immense operatie’

Korte Voorhout 7, ministerie van Financien

Tekst Michiel Zonneveld
Foto Korte Voorhout 7 in Den Haag, waar het ministerie van Financiën is gevestigd en dat ook de hoofdvestiging van het Rijksvastgoedbedrijf is. Foto: Corné Bastiaansen

Als Jürgen Jongkind wordt gevraagd wat voor hem het hoogtepunt van het afgelopen jaar was, aarzelt hij geen moment. ‘Dat is de vorming van één agentschap’,  zegt de directeur Financiën van het Rijksvastgoedbedrijf. ‘Een immense operatie die in 2014 begon en officieel eindigde toen de vorming van het agentschap op 5 februari 2016 officieel in de Staatscourant stond.’

‘Je moet je voorstellen dat er echt drie heel verschillende organisaties waren. De Dienst Vastgoed Defensie (DVD), de Rijksgebouwendienst (Rgd) en het Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf  (RVOB) hadden als aparte agentschappen elk een eigen administratief systeem, met een heel eigen werkwijze, en tot dit jaar geheel gescheiden financiële stromen.’

Prijsmodel

Om die drie agentschappen op een goede manier samen te voegen, moesten enkele ingewikkelde opgaven worden opgelost, vertelt Jongkind. ‘Allereerst een goed prijsmodel maken, zodat voor onze afnemers duidelijk wordt wat een product kost, wat ze bijvoorbeeld voor het gebruik van een kantoor moeten betalen en wat we daarvoor nog meer bieden. De tweede opgave was de governance. Simpel gezegd: duidelijk maken hoe je de organisatie financieel en organisatorisch aanstuurt. En zeker niet op de laatste plaats stonden we voor de vraag hoe we ervoor konden zorgen dat het samengaan van de agentschappen tot synergie leidt. De fusie moest niet alleen maatschappelijke meerwaarde hebben, maar ook in geld uitgedrukte meerwaarde. Door dingen samen te doen, kan je immers efficiënter werken en minder dingen dubbel of driedubbel doen.’

Overzichtelijker

Maar is de vorming tot één agentschap niet vooral een interne operatie, waar de wereld buiten het Rijksvastgoedbedrijf verder weinig van merkt? Die gedachte zou op een groot misverstand berusten, zegt Jongkind. ‘Denk alleen maar aan onze klanten, de rijksdiensten, Defensie of het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers), die bij ons ruimte huren. Die hadden te maken met drie agentschappen met elk hun eigen processen. En ook had de buitenwereld te maken met drie verschillende inkoopprocessen. Voor hen is het  een enorme vooruitgang dat dit nu is samengebracht. Alles is overzichtelijker geworden.’

Aanspreken

Verder wordt het Rijksvastgoedbedrijf veel transparanter. ‘Ook hier profiteren onze afnemers van. In de contracten die we sluiten staat niet alleen het aantal meters dat we beschikbaar stellen, maar ook wat we aan het onderhoud en de ontwikkeling van een gebouw doen. De afnemers weten dus veel beter waar ze van onze kant recht op hebben, en kunnen ons daarop ook aanspreken. Hiervoor werd onze dienstverlening weleens als een black box ervaren.’

Ook de interne bedrijfsvoering  zal door de fusie transparanter worden, aldus Jongkind. ‘Als je met drie verschillende begrotingen werkt, dan maakt dat de zaak er niet overzichtelijker op. Het betekent dat de lasten en baten van meer dan 1,3 miljard euro en een bezit van 7 miljard euro over drie financiële boekhoudingen zijn verdeeld. Het Rijksvastgoedbedrijf moest drie jaarrekeningen opstellen; de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer moesten drie jaarrekeningen controleren. Dat is in 2016 allemaal anders.’

Met de billen bloot

De grootste winst van die transparantie is volgens de financieel directeur meer vertrouwen van de buitenwereld.  Jongkind: ‘Daar droeg dit fusieproces zeker aan bij. Want dan moet je echt met de billen bloot. Het ministerie van Financiën en de directie Financieel Economische Zaken (van moederministerie BZK, red.) wilden precies weten hoe je planning & control eruit ziet en wat je financieel allemaal op de lat hebt staan. Ik denk dat de transparantie ook effect op het publieke vertrouwen heeft. Volksvertegenwoordigers en burgers zijn beter in staat om te  beoordelen of we onze taak goed uitvoeren. ‘

Nu de fusie formeel is, verwacht Jongkind nieuwe uitdagingen. ‘Hoewel we al flinke stappen hebben gemaakt in het planning & control proces, moeten we daaraan het komend jaar veel aandacht blijven besteden. Een andere uitdaging wordt het versterken van ‘stuurinformatie’ en van het integraal programma. In dat programma staat wat we gaan doen, wat voor producten we willen bieden en wat bijvoorbeeld onze ambities zijn op het gebied van onderhoud. Dus nee, ik verwacht niet meteen dat 2016 een rustiger jaar wordt.’

Vluchtelingencrisis

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

Nood breekt wet

noodopvang vluchtelingen koepel Haarlem

Tekst Michiel Zonneveld
Foto Noodopvang in de koepelgevangenis in Haarlem. Foto: Bas Kijzers

 Anneloes van Boxtel zal het werk dat ze sinds september 2015 doet niet snel als ‘leuk’ kwalificeren. De leider van de Taskforce noodopvang van asielzoekers en statushouders heeft dagelijks  te maken met de gevolgen van een humanitaire crisis. Maar een bijzondere opdracht is het wel.

Dag en nacht

'Wat het vooral uitdagend maakt', vertelt Van Boxtel, is dat het om een vraagstuk gaat waar veel mensen zich betrokken bij voelen. 'Er wordt dus geappelleerd aan de maatschappelijke taak van onze organisatie.' Het gevoel van bevlogenheid zag ze niet alleen bij de zes leden van de taskforce terug, maar in heel het Rijksvastgoedbedrijf. 'Binnen het bedrijf is er niemand op de rem gaan staan, waardoor er in korte termijn heel veel mogelijk was. Maar het meest nog ben ik onder de indruk van de inzet die ik om me mee heen zag en zie. Waarbij het soms letterlijk nodig is dat projectleiders dag en nacht bezig zijn. Normaal gesproken moet je dat niet willen natuurlijk, maar dit was en is een vraagstuk waarbij iedereen graag een stapje extra zet', zegt Van Boxtel.

Vierkante meters

Tussen september 2015 en februari 2016 is er 310.000 vierkante meter aan rijksvastgoed voor verhuur aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en gemeenten beschikbaar gesteld. Het gaat daarbij om  59.000 vierkante meter kantoorruimte verdeeld over 26 panden. Het grootste aantal vierkante meters kwam beschikbaar door de verhuur van gevangenissen en kazernes. Het aanbod lag verspreid over heel Nederland, van Haren in het uiterste noordoosten tot Middelburg in het uiterste zuidwesten  en van Leeuwarden tot Heerlen. Van Boxtel: 'Het gaat niet alleen om de opvang van asielzoekers. We bieden ook aan gemeenten overtollig rijksvastgoed aan, waarin zij mensen die al een verblijfsvergunning hebben tijdelijk onderdak kunnen geven. Als die doorstromen naar gemeentelijke woonruimte, komen er weer plekken vrij in de asielzoekerscentra.'

Kamperen

De grote kunst was, zo vertelt Van Boxtel, om als organisatie snel te schakelen. 'Omdat we te maken hadden met een acuut probleem moesten we de interne procedures versnellen, we moesten contracten voor het COA opstellen en gebouwen aanpassen. Onze inkoopafdeling deed het uiterste om zo snel mogelijk te beoordelen of wat we deden ook juridisch rechtmatig is. We  zijn ook meer gaan aanbieden dan vierkante meters vastgoed. Het COA kon bijvoorbeeld een contract krijgen,  waarmee we ook verantwoordelijk werden voor het onderhoud van een pand, of voor het aanleggen van voorzieningen om in kantoorlocaties te kunnen kamperen.'

Plooien

Van Boxtel heeft zelf ook moeten schakelen. Voor ze de taskforce ging leiden was ze als projectdirecteur al verantwoordelijk voor  de verkoop van de koepelgevangenissen in Haarlem, Breda en Arnhem. Dat verkoopproces loopt nog steeds door, maar het moest zo worden geplooid dat het COA de koepelgevangenissen nog tijdelijk kan huren. Als crisisleider was Van Boxtel er blij mee dat er ruimte werd gecreëerd voor de opvang van asielzoekers. 'Onze taak als Rijksvastgoedbedrijf is om overtollig vastgoed te verkopen. Dat betekent dat we dat vastgoed onder normale omstandigheden in principe niet meer verhuren. Maar nood breekt wet: door de vluchtelingencrisis hebben we ons werk aangepast.'

Tijdsdruk

Belangrijk bij dit werk is het vermogen om met andere organisaties aan snelle oplossingen te werken. Het deed Van Boxtel soms denken aan de tijd dat ze als projectleider bij MKB-Nederland werkte, de organisatie voor het midden- en kleinbedrijf in Nederland. 'Ook daar probeerden we de verschillende organisaties aan elkaar te verbinden.' Bij de verhuur van het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kwam die ervaring goed van pas. 'Het hoort natuurlijk ook wel bij onze rol als Rijksvastgoedbedrijf om goed met alle partijen samen te werken. Toch was dit door de urgentie en de tijdsdruk een unieke ervaring. Ik denk dat het werken met een crisisteam voor ons lessen kan opleveren.'

Tijdlijn

Dit artikel hoort bij: Jaarverslag 2015

In het nieuws

Filmopnames bij Hofvijver

Foto Filmopnames bij de Hofvijver in Den Haag. Foto: Corné Bastiaansen

2015 is het jaar dat het Rijksvastgoedbedrijf officieel 1 jaar bestaat. Als uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn we op 1 juli 2014 ontstaan uit de fusie van de Dienst Vastgoed Defensie, het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, de directie Rijksvastgoed en de Rijksgebouwendienst. Alhoewel nog maar een jaar jong, hebben we het bij elkaar opgeteld wel over eeuwen vastgoedervaring. In deze tijdlijn een selectie van het nieuws uit 2015, ons eerste volledige kalenderjaar.