Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Skyline van Den Haag, gezien vanaf het dak van Korte Voorhout 7, Den Haag. Foto: Corné Bastiaansen

‘De schepen zijn in 2015 keurig de haven binnen gevaren’, antwoordt directeur-generaal Jaap Uijlenbroek, als hem wordt gevraagd hoe het ervoor staat met de naweeën van de fusie. ‘Het was een goed jaar.’ Nieuwbouw, beheer, renovatie, verhuur en verkoop: ‘We hebben 1300 projecten in portefeuille. En alles is door gegaan.’

Fusie

Het Rijksvastgoedbedrijf is een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie. Het is op 1 juli 2014 ontstaan uit de fusie van de Dienst Vastgoed Defensie, het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, de directie Rijksvastgoed en de Rijksgebouwendienst. Bij elkaar opgeteld, hebben we het over eeuwen vastgoedervaring.

Cadans

De buitenwereld heeft er geen last van dat het Rijksvastgoedbedrijf intern nog bezig is ‘om dingen goed aan elkaar te knopen’, constateert hij. Uijlenbroek: ‘De winkel is open gebleven en heeft goed gedraaid. De nieuwe naam staat. Iedereen weet wie we zijn en wat we doen. De komende jaren moeten we als één organisatie in cadans komen en het fusie-rendement gaan pakken.’

Minder vestigingen

Want de ‘warme fusie’ is nog steeds volop aan de gang, erkent hij. Intensiever samenwerken op minder vestigingen hoort daarbij. ‘Iedereen ziet dat het raar is om 16 kantoren te hebben in deze tijd. Dat worden er vijf. Voor de synergie is het belangrijk om bij elkaar te zitten. Maar als je naar een andere plek moet voor je werk, dat raakt mensen: in werk, privé, zorgtaken. Dat is ingrijpend.’

‘Dat is toch een loslaatdingetje’

Kleur van de muur

De inkrimping van de eigen huisvesting past bij het voorbeeldgedrag dat de overheid moet vertonen, vindt Uijlenbroek. ‘Wij beheren het vastgoed dat de rijksoverheid nodig heeft voor het primaire proces. En dat doen we zo efficiënt en kostenbewust mogelijk. Het nieuwe rijkshuisvestingsstelsel is daar ook een voorbeeld van. Eén standaard voor alle rijkskantoren.’ Sommige gebruikers ervaren dat als beperkend. Uijlenbroek: ‘Regio en omvang mag iedereen zelf bepalen, dat is belangrijk voor het primaire proces. Maar exact welk gebouw? Laten we eerlijk zijn, wat maakt dat uit? Als je vindt dat het voor je primaire proces heel belangrijk is om zelf de kleur van de muur te bepalen: dat is toch ook een beetje een loslaatdingetje.’

Het goede voorbeeld geven, dat vindt hij belangrijk als overheidsdienst. ‘Ook bij het in dienst nemen van bijvoorbeeld arbeidsgehandicapten, duurzaamheid, goed opdrachtgeverschap, ketenverantwoordelijkheid, veiligheid enzovoort. Vanuit een intrinsieke motivatie moeten we invulling willen geven aan wat ons op dat gebied wordt gevraagd.’

‘We gaan niet speculeren, maar we gaan ook niets weggeven’

Afstoot

‘Verkopen is een belangrijk doel. We hebben veel en interessant vastgoed. De rijksoverheid wordt kleiner en we stoten veel af. We laten het niet leegstaan, want dat kost (belasting)geld. We willen er wel een eerlijke prijs voor hebben en dat is de marktwaarde. We gaan niet speculeren om er nog meer uit te halen maar we gaan het ook niet weggeven. Ook niet als het een maatschappelijke bestemming krijgt. Geen verstopte subsidies via vastgoed. Transparant, marktconform en openbaar. Dat zijn onze uitgangspunten.’

DG Jaap Uijlenbroek
Jaap Uijlenbroek is sinds 2014 directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf. Hij was van 2008 tot 2014 directeur-generaal Organisatie Bedrijfsvoering Rijk bij BZK en vervulde daarvoor verschillende directeursfuncties bij de ministeries van VROM en SZW. Uijlenbroek studeerde Informatica aan de HTS Den Haag en Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 1997 promoveerde hij aan de TU in Delft. Uijlenbroek is vanaf 1 september 2014 ook bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen Publieke Sector en bekleedt de Albeda Leerstoel van de Universiteit Leiden en het CAOP in Den Haag. Foto: Arenda Oomen

In deze tijd betekent het wél dat je er flink aan moet trekken, en ook daarin ziet hij een voortrekkersrol voor het RVB, zegt Uijlenbroek. ‘We doen heel veel. We praten met gemeenten over wat er zou kunnen en mogen, we benaderen de buurt, we sonderen de markt: hoe zien jullie de kansen? We organiseren creativiteit en ondernemerschap, zodat partijen kansen gaan zien en een object beter verkoopbaar wordt.’

‘Als je dan gaat slopen, sloop dan het slechtste pand’

Financieren

Hij noemt het ‘leuke hersenkrakertjes’, ‘maar je wilt het onderhoud natuurlijk eigenlijk geen dag te lang betalen’: Jaap Uijlenbroek heeft het over de leegstaande koepelgevangenissen. ‘Iedereen zegt: daar zit zoveel potentieel in, het zijn zulke mooie objecten op zulke mooie plekken in de stad, je voelt de geschiedenis als je in zo’n object staat, maar ja: hoe maak je dat economisch haalbaar? Hoe financier je dat en hoe voegt het iets toe aan de stad? Daar moet je met z’n allen een duurzame oplossing voor vinden.’

Regionale ontwikkeling

Met alle vastgoedprojecten, of het nu om afstoot en transformatie gaat of om renovatie en nieuwbouw, wil je als RVB in de manier waarop je dat doet, iets toevoegen aan de regionale ontwikkeling, stelt Uijlenbroek. ‘De renovatie van de Knoopkazerne in Utrecht naar rijkskantoor: die is belangrijk voor de ontwikkeling van dat deel van de stad.’ Uijlenbroek: ‘In Winterswijk zijn we nu bezig met een soort ruilverkaveling maar dan met kantoren. Als dat lukt, dan doe je echt iets aan het verminderen van leegstand door volumeverkleining en dan op een manier die maatschappelijk het meest effectief is. Want als je dan gaat slopen, sloop dan het slechtste pand. En niet het pand dat toevallig leeg staat.’ Hij omschrijft het als ‘leuke, vernieuwende trajecten’. Uijlenbroek: ‘In samenspraak natuurlijk met de gemeente en andere relevante spelers.’

Hoofdpijndossiers heeft hij niet, zegt hij. ‘Maar zo’n langlopend dossier als Valkenburg, daarvan is wel belangrijk dat de woningbouwproductie nu echt op gang komt. Dat is echt Nederland, ál dat overleg met alle partijen. Belangrijk, maar je moet nu wel mee met het economische tij. Al die 1300 projecten van ons, daar moeten we mee dóór.’

Het Rijksvastgoedbedrijf zet vastgoed in voor de realisatie van rijksoverheidsdoelen, in samenwerking met, en met oog voor de omgeving.