Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 12: Kei Goed 2021

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 12: Kei Goed 2021

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/kei/2021/12/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Redactioneel

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

Kei Goed

Brunssum

Het zit er op. In 2015 verscheen de eerste Kei in de huidige magazinevorm. Nu, zes jaar later, staat het laatste exemplaar voor u op het scherm.

Kei was twee keer per jaar uw vertrouwde informatiebron over het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Talloze onderwerpen kwamen in de themanummers van Kei voorbij, van het Trippenhuis in Amsterdam tot de verduurzaming van defensievastgoed en het werk van de Rijksbouwmeester. In dit laatste nummer een overzicht van de mooiste, meest gelezen en meest markante verhalen van de afgelopen zes jaar.

De publicaties van het RVB maken in 2022 een doorstart. Als gevolg hiervan verschijnt Kei niet meer in de huidige vorm. Het digitale magazine maakt plaats voor een nieuwsbrief waarmee wij u regelmatig op de hoogte houden. Want het verhaal van het RVB is boeiend, veelzijdig en kleurrijk. En dat verhaal blijven wij vertellen.

Wat mag u van ons verwachten? De RVB-website krijgt een geheel vernieuwde indeling. Voor u als bezoeker betekent dit dat u nog sneller de voor u relevante informatie op de website kunt vinden. Daarnaast versturen wij regelmatig een nieuwsbrief met daarin een overzicht van de op onze website gepubliceerde artikelen en verhalen. Zo bent u altijd op de hoogte van het laatste nieuws.

Wilt u onze e-mail nieuwsbrief ontvangen, dan hoeft u niets te doen. Heeft u hiervoor géén belangstelling, dan kunt u zich afmelden via de link onder in de e-mail van deze laatste Kei.

Wij danken u als trouw lezer voor uw belangstelling de afgelopen jaren en zien u graag terug op onze website of sociale media kanalen. Heeft u vragen, opmerkingen ideeën? Mail dan naar: Postbus.RVB.Redactie@rijksoverheid.nl.

Redactie Rijksvastgoedbedrijf

De architectuur

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

‘Curieus maar verbluffend’

Henny Brouwer

Tekst Isabel van Lent
Foto Henny Brouwer. Beeld: René Verleg

Voor restauratiearchitect Henny Brouwer is het Trippenhuis een onuitputtelijke bron van informatie. Een gesprek over classicistische zuilenordes, herontdekte vensterprofielen, gespiegelde plattegronden en een nooit gebouwde koepel.

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 1, 2015.

Henny Brouwer is sinds 1984 bij de restauraties en vele bouwkundige onderzoeken betrokken. ‘Ik ben er talloze keren over de vloer geweest’. Het Trippenhuis stelde Brouwer in al die jaren regelmatig voor verrassingen. Wat heeft haar het meest verwonderd? ‘Je zou verwachten dat een huis na zoveel tijd veel meer is aangetast, maar het Trippenhuis is redelijk ongeschonden 17e-eeuws gebleven.’

Hiërarchisch systeem

Zo werd ze verrast door de manier waarop de verdiepingen zich hiërarchisch tot elkaar verhouden. ‘Als systeem klopt het gebouw helemaal. In de kelders bevinden zich de keukens, op de begane grond werd gewoond, de hoofdverdieping of bel-etage was de representatieve verdieping voor ontvangsten. Hier is de vormgeving het rijkst. Het moest een feest zijn om dit huis binnen te komen. Na dit hoogtepunt wordt de vormgeving naar boven toe steeds eenvoudiger. Dat is te zien aan het decoratieschema, maar ook aan de profielen van vensters en de architraven van de deuren. De 2e verdieping was vooral bedoeld als privéwoonruimte, de 3e voor opslag. Deze hiërarchische systematiek is tot in de kleinste details uitgewerkt en goed intact gebleven.’

Scandinavische voorbeelden

Hendrick en Louys Trip besloten om met de architect Justus Vingboons in zee te gaan, de jongere broer van de veel beroemdere Philips Vingboons. Dat lijkt een opmerkelijke keuze. Brouwer legt uit dat dit alles te maken had met de banden van de broers met Zweden. ‘Als eigenaren van ijzergieterijen in Zweden verbleven de Trippen regelmatig in Stockholm, waar hun oom Louys de Geer als grootindustrieel al sinds 1627 gevestigd was en in de Zweedse adelstand was opgenomen.

Het is goed mogelijk dat de broers hier al ideeën opdeden voor hun eigen bouwactiviteiten. Brouwer: ‘Zo hebben ze zeker het Riddarhuset bezocht, het belangrijkste bouwwerk in Stockholm van dat moment. Justus Vingboons ontwierp de kolossale Korintische pilastergevel. Het ligt voor de hand dat de broers Trip en Justus Vingboons hier kennis hebben gemaakt en afspraken maakten voor hun toekomstige huis.’

Zwarte gaten

In de 17e eeuw kwam het wel vaker voor dat familieleden gezamenlijk opdracht gaven voor een huis. ‘Dubbelpanden imponeren door hun afmetingen,’ aldus Brouwer. Toch is de oplossing van de gespiegelde plattegronden in het Trippenhuis onorthodox te noemen. De plattegronden van de huizen zijn namelijk gescheiden door een wand die recht op de middelste travee – en daarmee een raampartij – uitkomt. Justus Vingboons loste dit probleem op door gebruik te maken van blinde vensters. Van buiten zag het eruit als een raam, van binnen was de wand gesloten. Volgens Brouwer verstoorde dit het gevelbeeld niet. ‘Dat kun je op de 17e-eeuwse gravures van de voorgevel zien. In tegenstelling tot de achtergevel zijn de kruiskozijnen niet aangegeven. De ramen worden getoond als “zwarte gaten”. Dat komt omdat de ramen diep in de gevel lagen, bijna 80 cm. Je kon ze van de straat dus helemaal niet zien. Dit weten we omdat we sponningen hebben gevonden van de originele kozijnen.’

Paleis op de Dam

Behalve de diepliggende ramen waren ook andere elementen in de voorgevel opvallend te noemen. ‘Als je de gevel analyseert, komen bepaalde keuzes wat curieus voor. Het eindresultaat is echter verbluffend,’ vertelt Brouwer. ‘Ik ken geen gebouw met een vergelijkbare gevel. Decoraties zijn rijker en verfijnder dan die op het stadhuis van Van Campen. Het lijkt erop dat de Trippen hebben geprobeerd om het stadhuis te overtroeven.’

Klik op de kruisjes op onderstaande afbeelding voor meer over de gevel.

Moderne achtergevel

Waar de voorgevel wordt gekenmerkt door overdaad, is de achtergevel daarentegen ingetogen. Na de jaren 60 van de 17e eeuw kwam er een nieuwe, meer sobere vorm van classisisme op in de Nederlandse architectuur. De achtergevel van het Trippenhuis is hier een voorbeeld van. ‘Je kunt zeggen dat de voorgevel van het Trippenhuis bij de laatste opleving hoorde van het “rijke” classicisme. Met de komst van het moderne, meer “sobere classicisme” is de voorgevel in 1660 dus eigenlijk al wat ouderwets,’ vertelt Brouwer.

Koepel

Ook de nooit uitgevoerde koepel vormt een duidelijke referentie naar de architectuur van het stadhuis op de Dam. De koepel is te zien op het bewaard gebleven schaalmodel van het Trippenhuis. Het ontwerp kwam in grote lijnen overeen met de koepel die het stadhuis bekroonde. Gezamenlijk zouden beide koepels boven de andere – veel kleinere – gebouwen in de stad uittorenen. Het wordt altijd aangenomen dat de koepel niet werd gebouwd omdat de constructieve risico’s te groot waren. Brouwer twijfelt hierover: ‘De middenmuur is voorzien van muurstijlen, geschoord op de balklaag. Het lijkt erop dat de grondring van de koepel stevig genoeg is; zo’n koepel heeft een lichte constructie. Volgens mij had het wel gekund.’ Waarom de koepel achterwege werd gelaten, blijft een raadsel.

Gaaf geheel

Zo blijkt het dat er na decennialang onderzoek nog steeds wat te ontdekken valt aan het Trippenhuis. ‘Er komt een steeds completer beeld naar voren van een huis dat volledig gedecoreerd was.’ Zo is bekend dat in het zuidelijke huis het beschilderde 17e-eeuwse plafond van de gang op de begane grond schuilgaat onder een stuclaag. ‘Je zou die laag er af kunnen halen. Bij de deuren en balklagen is het ingewikkelder omdat de schilderingen hier zijn overgeschilderd. Maar als je alle decoraties zou vrijleggen krijg je een veel harmonischer ensemble. Daar zou ik voor willen pleiten. Ik denk dat we een morele plicht hebben om dit te doen. Dit huis is namelijk uniek, het is een exponent van onze interieurcultuur.’

In het voetspoor van... RVB en Facilicom

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

‘Leg nou eens minder vast’

Kei 6: Voetspoor: Aalbers en Simons

Tekst Shirley Copijn
Foto Arjon Aalbers (Facilicom) en Ruth Simons (RVB) voor het gerechtsgebouw van Breda. Beeld: Erik Jansen

Arjon Aalbers is directeur PPS bij Facilicom in Schiedam. Hij kent coördinator contractmanagement Ruth Simons van het Rijksvastgoedbedrijf al enkele jaren vanuit een vorige functie. De marktvisie brengt ze opnieuw bij elkaar, om de onderlinge samenwerking te versterken. Aalbers: ’Mijn kijkje achter de schermen bij het RVB was eerder een bevestiging van zaken dan een verrassing. Wel kregen dingen meer betekenis door de uitleg van Ruth en haar collega’s.’ Ook Simons ervaart deze verdieping in elkaars wereld als verhelderend. ‘Arjon heeft een zakelijke benadering; zegt waar het op staat. Hij laat dingen niet liggen, maar brengt het ter sprake. Dat is fijn en nodig.’

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 6, 2018.

Loop mee met Ruth Simons op locatiebezoek bij Facilicom in het gerechtsgebouw van Breda en met Arjon Aalbers op het RVB-kantoor aan het Haagse Korte Voorhout.

  • Klik hieronder op de >>> pijlen in de foto of op de bullets onder de foto’s en lees de reportage. Niks missen? Klik dan ook op Toon meer voor alle tekst bij de foto's.
Overhoeken bij snelwegen

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

Werk maken van restjes grond

Jan Noten

Tekst Michiel G.J. Smit
Foto Jan Noten voor een overgebleven stukje grond. Foto: Rob Acket

Bij de aanleg van een weg of kanaal wordt doorgaans flink wat grond aangekocht door Rijkswaterstaat. Die aankopen vallen nooit precies samen met wat uiteindelijk nodig is voor het gebruik. Wat doe je met de overgebleven restjes, ook wel 'overhoeken' geheten? Het Rijksvastgoedbedrijf maakt werk van die overgebleven stukjes grond.

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 2, 2016.

'Rijkswaterstaat klopt bij ons aan om na voltooiing van een infraproject overgebleven stukjes grond af te stoten of tijdelijk te laten gebruiken', vertelt Jan Noten van het Rijksvastgoedbedrijf. 'Ik heb het dan echt over de snippers van maximaal 1 hectare. Dat kan een weiland zijn dat van een boer is aangekocht, waar een nieuwe weg maar deels overheen loopt. Tijdens de bouw kan het bijvoorbeeld dienst doen als opslagterrein, maar na voltooiing is het niet meer nodig.'

Uitgeplozen

Omdat het om kleine stukjes gaat, was tot nu toe de drijfveer om het eigendom in orde te maken niet groot; noch bij Rijkswaterstaat, noch bij het Rijksvastgoedbedrijf. Er bleven ook regelmatig stukjes over waar niets mee gebeurde, maar waar wel aansprakelijkheid en een onderhoudsplicht op rust. Noten: 'Ik heb de eigendomssituatie bij de A50 tussen knooppunt Ekkersweijer en Oss eens helemaal uitgeplozen. Alles bij elkaar opgeteld, bleek het om een kleine 1000 overhoeken te gaan!' In plaats van af te wachten tot Rijkswaterstaat aanklopte, is hij er zelf op afgestapt met zijn lijst. 'Met dergelijke aantallen is het interessant om het actief en samenhangend aan te pakken.'

Regels en verplichtingen

Het overdragen van grond is niet altijd zo eenvoudig als het lijkt. Het is soms omgeven met allerlei regels en verplichtingen. Zo hebben overheden vaak het eerste recht van aankoop en gelden er speciale grondprijzen. En soms rusten er zakelijke rechten op, zoals recht van opstal of overpad, die meeverhuizen naar de nieuwe eigenaar. Noten schakelde Meander Grondverwerving en Advies in om het in goede banen te leiden. 'Bij het bedrijf werkt iemand die zelf bij Rijkswaterstaat in dienst is geweest en de mensen kent. Dat is belangrijk, want soms moet je precies weten wat er speelt. Misschien is een stukje grond wel in bezit om als natuurcompensatie te dienen. Dan moet je weten wie je daar alles over kan vertellen.'

200 in één akte

Een groot deel van de transacties van overhoeken rond de A50 Eindhoven-Oss vond plaats met gemeenten, waterschappen en de provincie Noord-Brabant. Noten: 'We hebben per gemeente, per waterschap en met de provincie de gronden in één notariële akte ondergebracht. Dat scheelt natuurlijk enorm veel administratieve last. Bij één gemeente ging het zelfs om bijna 200 overhoeken in één akte! Ik schat dat we met dit project een half miljoen tot één miljoen euro verdiend hebben wat anders was blijven liggen. Dat geld komt uiteindelijk ten goede aan de belastingbetaler.'

Werk in het verschiet

De aanpak bij dit stuk snelweg is niet onopgemerkt gebleven. Er zijn inmiddels stappen gezet om alle infraprojecten van Rijkswaterstaat in Nederland op deze manier onder de loep te nemen. Omdat in verband met de Aanbestedingswet op 1 oktober 2016 de samenwerking met Meander Grondverwerving en Advies is gestopt, zoekt de afdeling Inkoop projecten Rijk een eventueel nieuwe samenwerkingspartner. Voor Noten, aangewezen als landelijk projectleider, ligt er heel wat werk in het verschiet: met behulp van GIS-kaarten de overhoeken opsporen en kijken hoe we die van de hand kunnen doen. Maar hij ziet het niet als corvee. 'Het doet me goed om te zien dat deze aanpak werkt en nu landelijk wordt uitgerold. Het zal bij ingewikkelde geografische of eigendomssituaties soms wat tijd kosten. Maar uiteindelijk komt alles aan de beurt.'

Andere bril

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

Naar duurzaam vastgoed bij Defensie

Tülay Berk

Tekst Bas van Horn
Foto Tülay Berk voor het ministerie van Defensie aan de Kalvermarkt in Den Haag. Beeld: Arenda Oomen

Tülay Berk is programmaleider duurzaamheid en energietransitie bij het ministerie van Defensie. Ze werkt samen met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en andere collega’s aan ‘vanzelfsprekende’ duurzaamheid. ‘Het gezondheidscentrum in Stroe is de blauwdruk voor de rest.’

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 8, 2019.

Hoe gaat Defensie dit aanpakken?

‘Het Rijksvastgoedbedrijf heeft, als beheerder van het vastgoed van Defensie, een routekaart duurzaam vastgoed opgesteld. Deze routekaart is gekoppeld aan het Strategisch Vastgoedplan (SVP). Daarin staat hoe we de natuurlijke momenten van vernieuwing en onderhoud aangrijpen voor duurzamer en energievriendelijker Defensievastgoed.’

Berk rekent daarbij op haar team, op de mensen die straks weer een nieuwe visie schrijven en op de directie Financiën & Control die ervoor moet zorgen dat duurzaamheid in de begroting komt. Ook werkt zij samen met programmamanager duurzaamheid Martijn Voorham van het Rijksvastgoedbedrijf en zijn collega’s bij Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Infrastructuur en Water.

Wat is er nodig?

‘Het vraagt om te beginnen een schouw van al het vastgoed om een inventarisatie van de opgave te maken. Daarna bepalen we de volgorde in die opgave, want niet alles kan en zeker niet tegelijk. Dat heeft te maken met budget, capaciteit bij Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf, maar bijvoorbeeld ook met krapte op de bouwmarkt en innovatie voor duurzaamheid. Daarom werken Defensie en Rijksvastgoedbedrijf aan een plan van aanpak voor een marktverkenning nieuwbouw. Pilotprojecten moeten uitwijzen welke duurzame technieken rijp zijn voor invoering. Van die verkenning moeten de uitkomsten binnen 2 jaar beschikbaar zijn.’

Kan Defensie dit alleen?

‘Voor nieuwbouw is bijna energieneutraal gebouw (BENG) inmiddels de standaard bij Defensie.  Maar met BENG zijn we er niet. Kijk naar het klimaat, de biodiversiteit en de stikstofproblematiek. Hoe we meer kunnen doen bespreek ik niet alleen met het Rijksvastgoedbedrijf, maar ook met de andere departementen. We schrijven nu al samen aan verduurzamingsscenario’s om uit te zoeken waar maatregelen de grootste impact hebben. Dat betekent wat mij betreft ook dat de grote opgave van Defensie niet alleen door ons gedragen kan worden.’

Wanneer gaat het beginnen?

‘Het is al begonnen. Op de generaal-majoor Kootkazerne in Stroe werd in oktober een gloednieuw en bijna energieneutraal gezondheidszorg- en tandheelkundigcentrum geopend. Het is de blauwdruk voor een reeks van dergelijke centra. Het markeert de weg omhoog als het gaat om vastgoed en voorzieningen bij Defensie. Ook het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrustingbedrijf (KPU-bedrijf) in Soesterberg en de Marinehaven willen zonnepanelen op de daken. Die opdracht ligt inmiddels bij het RVB. Met de vliegbasis Leeuwarden gaan we binnenkort bespreken hoe het daar duurzamer kan. De samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf gaat daarbij soepel en in vol vertrouwen. Het kan best zijn dat het weleens anders was - ik heb geen geschiedenis met het Rijksvastgoedbedrijf - maar dit is mijn ervaring.’

Wanneer is het programma klaar?

‘Ik leid een team van 3 dat na 3 jaar weer ontbonden zal worden, want ik vind het goed om het programma tijdelijk te houden. Maar de transitie moet de komende jaren zo geworteld raken dat het vanzelfsprekend in alle cycli terecht komt.’

Parel!

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

Excellent in duurzaamheid en snelheid

EMA gebouw

Tekst Irene Visser
Foto Groene wand van duizenden plantjes in het kantoor. Beeld: Rob Acket

Duurzaam en snel bouwen kunnen prima samengaan. Het bewijs is het gloednieuwe gebouw van het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) op de Zuidas in Amsterdam. Volgens menigeen was de planning voor het nieuwe kantoorpand, waarvan de bouw in mei 2018 startte, ondoenlijk krap. Maar niet alleen is het gebouw -zoals beloofd- op 15 november opgeleverd, het heeft ook een van de hoogste standaarden op het gebied van duurzaamheid. Met recht een parel.

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 8, 2019.

Excellent ontwerp

Het duurzaamheidsprogramma van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor het EMA-gebouw was in lijn met de eisen die de gemeente stelt aan bouwen op de Zuidas. En uit de gesprekken die het RVB voerde met EMA in Londen bleek ook het hoge ambitieniveau van de toekomstige gebruiker voor duurzame huisvesting. Deze gezamenlijke ambitie leidde tot resultaat: het EMA-gebouw ontving begin 2019 het BREEAM-ontwerpcertificaat. Het scoorde ‘excellent’ op deze -van oorsprong Britse, maar inmiddels internationale- duurzaamheidsmeetlat. Duurzaamheid werd integraal beoordeeld op bijvoorbeeld energiezuinigheid, gezondheid, het omgaan met water, afval en transport.

Directeur-generaal Annet Bertram: ’De bouw van het nieuwe EMA-gebouw is een mooi voorbeeld van een succesvolle samenwerking in de bouw, maar ook de continue afstemming tussen de gebruiker EMA, de opdrachtgever VWS en alle andere betrokken partijen, zoals de gemeente Amsterdam.’

Duurzaamheid in beeld

Wat maakt het nieuwe EMA zo duurzaam? Laat je rondleiden van gevel tot daktuin. Klik op de > pijlen in de foto of op de bullets onder de fotoserie.

Omgeving

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

Natte voeten voor erfgoed Schokland

Tekst Marjolein Overmeer
Foto Erik Jansen

Rond de 400 hectare aan landbouwgrond verwisselde dit jaar van eigenaar om bij te dragen aan nieuwe natuur in Flevoland. Een deel daarvan moet het werelderfgoed Schokland nog beter beschermen en behouden voor ons nageslacht. Rentmeester Paul Rigter van het Rijksvastgoedbedrijf was nauw betrokken bij de grondruil. ‘Een grondruil van deze omvang is echt uniek.’

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 10, 2020.

Hydrologische zone

Al in 2006 waarschuwden archeologen voor een te laag waterpeil rond het voormalige eiland Schokland in de Noordoostpolder, sinds 1995 Unesco Werelderfgoed. De bodem van Schokland is namelijk rijk aan archeologische resten, van de prehistorie tot aan de laatste permanente bewoning in de negentiende eeuw; om deze resten te kunnen behouden, is een hoog waterpeil en een natte bodem nodig. De archeologen stelden voor een hydrologische zone te maken, een kunstmatig hoog waterpeil rond het voormalige eiland. Maar de boeren, die er landbouwgronden van het Rijksvastgoedbedrijf pachtten, wilden juist een laag grondwaterpeil om het land te bewerken. Rigter: ‘Om die aanleg van een hydrologische zone binnen het werelderfgoed mogelijk te maken, heeft (de voorloper van) het Rijksvastgoedbedrijf in 2006 ook al herverkaveling mogelijk gemaakt. Deze hydrologische zone houdt sindsdien het grondwaterpeil hoog en monitort het.’

Kwetsbaar

Maar daarmee was het werelderfgoed nog niet gered. Het werelderfgoed is namelijk groter dan het voormalig eiland Schokland alleen. Na archeologisch onderzoek bleken met name de gronden ten zuiden van Schokland, waar het grondwaterpeil het laagst staat, kwetsbaar te zijn. Om het werelderfgoed veilig te stellen, vroegen de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder het Rijksvastgoedbedrijf om daar 100 hectare landbouwgrond te ruilen ten behoeve van het programma Nieuwe Natuur. Rigter is hier al sinds 2010 bij betrokken; hij houdt zich onder andere bezig met bedrijfsverplaatsingen. ‘Door grond van het Rijksvastgoedbedrijf over te dragen aan de provincie Flevoland en de Stichting Flevo-landschap, kan nu ook bij de zuidpunt van Schokland zogenaamde natte natuur ontwikkeld worden.’

Boeren verplaatsen

Rigter is het meest in zijn element wanneer hij zijn gebiedskennis kan inzetten. ‘Zo kon ik de provincie adviseren welke rijksgronden het beste geruild konden worden en op welke locatie boeren hun bedrijf zouden kunnen voortzetten. Vervolgens heeft de staat bij deze hele ruil gronden teruggekregen, onder andere in zuidelijk Flevoland, waar boeren nu naartoe kunnen.’

Behalve de 100 hectare bij Schokland heeft het Rijksvastgoedbedrijf nog eens 300 hectare in Flevoland geruild ten bate van het programma Nieuwe Natuur (zie kader). ‘Een grondruil van deze omvang is echt uniek. Flevoland is een populaire plek om te boeren en het komt maar zelden voor dat er zoveel land op de vrije markt beschikbaar komt’, weet Rigter. Door het ruilen van de gronden heeft het Rijksvastgoedbedrijf een cruciale rol kunnen spelen bij de voortgang van het programma Nieuwe Natuur. De provincie kan nu samen met de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan van de gronden wijzigen ten behoeve van natuur en het werelderfgoed.

De totale grondruil heeft heel wat voeten in de aarde gehad: er zat tien jaar tussen de eerste plannen en de uiteindelijke grondruil. Rigter: ‘Het heeft veel voorbereiding gevergd om tot besluitvorming te komen. Mijn rol was om het proces van verplaatsing van de boeren bij Schokland naar andere landbouwgronden in goede banen te leiden.’ Het Rijksvastgoedbedrijf moet marktconform en openbaar handelen en kan niet zomaar grond verkopen voor lokale projecten. ‘De provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder hebben flink gelobbyd. En dat het daarbij ook om de bescherming van werelderfgoed ging, heeft zeker geholpen’, aldus Rigter.

Nieuwe natuur

Het programma Nieuwe Natuur van de provincie Flevoland is een programma voor en door haar inwoners en maatschappelijke organisaties. Zij komen zelf met initiatieven voor nieuwe natuurgebieden in de buurt, van stiltegebieden tot voedselbossen. De initiatiefnemers voeren de lokale natuurprojecten uit en beheren ze, met hulp van de provincie. Hierdoor zullen de, ooit op de tekentafel bedachte, gescheiden natuur, landbouw en bebouwing in Flevoland een meer organisch geheel gaan vormen. Meer weten? https://www.digizineflevoland.nl/noordelijk-flevoland/nieuwe-natuur

Column

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

Laat mij het clubgevoel zien, en ik kom bij jullie werken

Tekst Marcel van der Quast
Foto Jessica Brouwer

Mijn vak is employer branding. Kort gezegd is dat bezig zijn met hoe mensen over je denken als werkgever. De vraag was of ik vanuit dat vakgebied een column wil schrijven voor deze Kei. “We willen ons vakmanschap in beeld brengen. Thema is: 'Onze mensen, onze expertise'.” Dat was mijn briefing. Duidelijk!

Ik ken het Rijksvastgoedbedrijf van naam. Meer niet. Ik ben in de huid van jullie doelgroepen op de arbeidsmarkt gekropen en ben gaan kijken wat ik als buitenstaander kan vinden.

Dat is niet mis. Sowieso heeft het Rijksvastgoedbedrijf het voordeel dat zij uniek is. Jullie zijn echt ergens van. Als ik lees waar het RVB voor staat, wat voor gebouwen en terreinen in bezit zijn, welke expertises er in huis zijn en hoe ik met duurzaamheid bezig kan zijn op deze grote schaal, ben ik onder de indruk. Deze werkgever komt op mijn ‘lijstje’. Hoeveel werkgevers er op dit lijstje staan? Dat varieert per week. Soms komt er 1 bij, soms valt er 1 af. Maar meestal zijn het er een stuk of 5.

We hebben het hier over mijn gevoel. Een optelsom in mijn hoofd van veel verschillende dingen. Van een artikel in het nieuws tot een project waar ik langs loop of een verhaal van een medewerker. Maar het wordt ook bepaald door dingen die niks met de arbeidsmarkt te maken hebben. Als ik in de stad bij wijze van spreken word afgesneden door een RVB-busje, doet dat ook iets met het beeld. Of als ik lees over uitstel en kosten van de verbouwing van het Binnenhof. Hoe onterecht misschien ook, het doet iets met het werkgeversbeeld in mijn hoofd.

Om van dat lijstje in mijn hoofd concreet te gaan nadenken als ik een vacature langs zie komen bij het RVB (stel ik ben inkoper of techneut) blijkt uit onderzoek dat mensen drie verschillende dingen zoeken:

  • Word ik vakinhoudelijk uitgedaagd en kan ik me doorontwikkelen?
  • Waar ga ik aan bijdragen?
  • Is het een leuke club?

De eerste 2 heeft het RVB goed voor elkaar. Als jullie opsommen waar je verantwoordelijk voor bent, zie ik daar de uitdaging en ontwikkeling wel in. Ik heb jullie corporate verhaal gelezen, daar wordt duidelijk in gezegd waar ik aan ga bijdragen.

Ik wil het vooral hebben over de derde: de club. De keuze voor een baan is een belangrijke beslissing. Voordat je die keuze maakt, wil je weten bij wat voor club je terecht komt. Voelt dat goed? Dat is de missing link bij het RVB wat mij betreft. Ik zie vooral vastgoed en projecten, en vakmensen die daarover vertellen. Mensen en expertises zijn een mooie basis, maar ik wil nog meer zien. Ik wil zien wat deze mensen samen doen. Hoe doen ze wat ze graag willen doen? Hoe zoeken al die experts elkaar op? Dat moet er vanaf spatten. Want een mens, hoe bijzonder de expertise ook, is maar één mens. Ik ga niet bij een mens werken, maar bij een club. Ik ga niet bij een corporate organisatie werken, maar bij een club. Laat mij de club zien, en ik kom bij jullie werken.

Bol.com is een andere club dan Coolblue. Dat voel je aan alles. SSC-ICT is een andere club dan Logius. Heijmans voelt anders dan Dura Vermeer. Het RVB moet laten zien wat voor club het is. Een mooie eerste stap is de mensen en de expertises in beeld brengen. De volgende stap is laten zien hoe die samenwerken, lol hebben, elkaar opzoeken, elkaar soms ook dwars zitten etcetera. Gun de buitenwereld die blik onder de motorkap van het RVB. Dan is je verhaal compleet.

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 9, 2020.

Toen en nu

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

Een kleine biografie van het rijkskantoor

Tekst Isabel van Lent
Foto Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, 1981. Beeld: Haagse Beeldbank

Van gehuld in sigarettenrook, omgeven door ratelende typmachines en rinkelende telefoons tot sportief trappend op een stoelfiets achter een bureau dat niet van jou is. Hoe hebben rijksambtenaren er de laatste eeuwen bij gezeten?

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 4, 2017.

Over de werkplek van de rijksambtenaar is veel te doen. Denk aan het binnenklimaat, automatiseringsperikelen en toenemende flexibilisering. ‘Zitten is het nieuwe roken’ is een veelgehoord mantra. Toch kan een bureaustoel ook als een verworvenheid worden beschouwd. Zo was het aan het einde van de 19de eeuw nog heel gebruikelijk om staand achter een lessenaarstafel te schrijven.

Bouwdrift

Het kantoor is in vergelijking met andere gebouwtypen een relatief jong fenomeen. Pas in de tweede helft van de 19de eeuw kwamen met fabrieken ook de eerste echte kantoren tot stand. In het bedrijfsleven, maar zeker ook bij de overheid. De industrialisatie leidde tot ingrijpende ruimtelijke en maatschappelijke omwentelingen. Laissez-faire-politiek maakte plaats voor een overheid die zich op steeds meer niveaus in de samenleving begon te mengen. De huisvestingsbehoefte van het uitdijende rijksoverheidsapparaat leidde tot een hausse aan bouwprojecten. Vrijwel elk ministerie kreeg een eigen bouwdienst. Zo werden diensten opgericht voor rijksmusea, onderwijs, posterijen en telegrafie, Haagse landsgebouwen, defensie, gevangenissen en rechtsgebouwen. De geschiedenis van rijksbouwprojecten kenmerkt zich door perioden van fikse bouwdrift – vooral aan het einde van 19de eeuw en tijdens de wederopbouwperiode – afgewisseld door sobere tijden, waarin nauwelijks iets van de grond kwam. In de jaren twintig van de vorige eeuw zou een stevige reorganisatie de meeste bouwbureaus terugbrengen tot één Rijksgebouwendienst. Tegenwoordig zijn behalve het Rijksvastgoedbedrijf – waar sinds 2014 ook het defensievastgoed in beheer is – onder andere ook Rijkswaterstaat en Buitenlandse Zaken beheerders van rijksvastgoed.

Mad men

Bepaalden in de 19de eeuw klerken met kroontjespennen het beeld, met de invoering van de typemachine – een uitvinding van 1873 –  werd rond 1900 een fikse schaalvergroting ingezet. Uit Amerika kwam de typologie overgewaaid die we kennen uit de televisieserie Mad Men: uitgestrekte zalen met typistes, kleinere vertrekken voor telefonisten en boekhouders en een ruime kamer voor de directie. Tijdens het interbellum maakten de zware houten bureaus plaats voor makkelijk verplaatsbaar meubilair, eerst ook nog van hout, later van staal en glas. Voor het eerst schafte de Nederlandse overheid standaardkantoormeubelen aan van onder meer Henk Wouda, Gispen en Ahrend. In de naoorlogse periode vond een nieuwe schaalsprong plaats toen het aantal ambtenaren bij de ministeries verdubbelde en met de opkomst van de hoogbouw ook de kantoortoren werd geïntroduceerd. Een andere mijlpaal was de vervanging van de mainframecomputer door de veel kleinere PC aan het begin van de jaren tachtig. Dertig jaar later staan we met onze laptops, tablets en smartphones aan het begin van een geheel digitaal tijdperk.

Kantoortuin

Veranderingen in de organisatiestructuur hebben onvermijdelijk een weerslag op de fysieke werkruimte. In de jaren zeventig kwam de kantoortuin, of het kantoorlandschap op. Architecten als Hertzberger (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Den Haag) en Cahen (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort) ontwierpen gebouwen als steden, met gangen als straten en werkplekken als pleinen. Alles was erop gericht om de onderlinge samenwerking te verbeteren, ontmoeting te stimuleren en meer flexibiliteit mogelijk te maken. Er stonden moderne kleurige meubels en veel planten. Deze openheid functioneerde niet overal even goed. Ironisch genoeg leidde dezelfde democratisering die aanleiding vormde voor het kantoorlandschap, ook tot meer inspraak van medewerkers. En die waren niet altijd even blij met de geluidsoverlast en het gebrek aan privacy. Zo werden onder druk van ondernemingsraden in diverse kantoortuinen tussenschotten geplaatst, waarmee de openheid werd afgezwakt en werd teruggegrepen op de voorgaande kantoortypologie: die van het gesloten cellenkantoor. Met de huidige opkomst van plaats- en tijd- en apparaatonafhankelijk werken en plattere organisatiestructuren maakt de open werkvloer nu een comeback  . Maar dan anders: een mix aan werkplekken afgestemd op de activiteit.

Kunst als verbinder

Kunst en design worden ingezet als visitekaartje van de overheid, zowel in het binnen- als in het buitenland. Maar beeldende kunst heeft ook een sterke verbindende functie. Zo kwam na de oorlog met de percentageregeling pakweg 1% van de bouwsom ten goede aan kunst. Nederland herstelde zich van een traumatische periode en de behoefte aan verbindende en optimistische kunstuitingen was groot. In een advies van het atelier Rijksbouwmeester uit 2015 is te lezen hoe kunst nu opnieuw een sleutelrol speelt, in een tijd waarin ministeriële organisaties steeds vaker gebouwen delen en de werkplek onpersoonlijker is geworden. Kunst en vormgeving geven het gebouw identiteit en de gebruikers een gevoel van eigenwaarde. Dat blijkt hard nodig in de 21ste eeuw, waarin de functie van het kantoor zich verbreedt. Je kunt er niet alleen naartoe om te werken, maar ook om te ontmoeten, te eten en zelfs te sporten. Dit gebeurt onder meer door in de plinten van de gebouwen andere voorzieningen aan te bieden dan kantoorfuncties. Zo kan een rijkskantoor ook aanjager zijn voor gebiedsontwikkeling en ontwikkelt het zich steeds meer tot een baken in het vluchtige, stedelijke leven. 

Dit artikel hoort bij: Kei 12: Kei Goed

Colofon

Kei, 12: Kei Goed Jaargang 2021

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf

Publicatiedatum
donderdag 25 november 2021
Productie
Aernout Bouwman-Sie (ABS), Yvonne Hoeberichts (YH), Erika Labordus (EL), Marjolein Overmeer (MO), Isabel van Lent, Marjolijn Schaap, Michiel G.J. Smit en Irene Visser. Kei is een thematisch magazine en is een productie van de redactie van het Rijksvastgoedbedrijf. Het verscheen in de periode juni 2015 - december 2021.
Eindredactie
Aernout Bouwman-Sie
E-mail
postbus.rvb.redactie@rijksoverheid.nl
Internet
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/
Copyright
https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/copyright