Tekst Marjolein Overmeer
Foto Erik Jansen

Rond de 400 hectare aan landbouwgrond verwisselde dit jaar van eigenaar om bij te dragen aan nieuwe natuur in Flevoland. Een deel daarvan moet het werelderfgoed Schokland nog beter beschermen en behouden voor ons nageslacht. Rentmeester Paul Rigter van het Rijksvastgoedbedrijf was nauw betrokken bij de grondruil. ‘Een grondruil van deze omvang is echt uniek.’

Dit artikel verscheen eerder in Kei nr. 10, 2020.

Hydrologische zone

Al in 2006 waarschuwden archeologen voor een te laag waterpeil rond het voormalige eiland Schokland in de Noordoostpolder, sinds 1995 Unesco Werelderfgoed. De bodem van Schokland is namelijk rijk aan archeologische resten, van de prehistorie tot aan de laatste permanente bewoning in de negentiende eeuw; om deze resten te kunnen behouden, is een hoog waterpeil en een natte bodem nodig. De archeologen stelden voor een hydrologische zone te maken, een kunstmatig hoog waterpeil rond het voormalige eiland. Maar de boeren, die er landbouwgronden van het Rijksvastgoedbedrijf pachtten, wilden juist een laag grondwaterpeil om het land te bewerken. Rigter: ‘Om die aanleg van een hydrologische zone binnen het werelderfgoed mogelijk te maken, heeft (de voorloper van) het Rijksvastgoedbedrijf in 2006 ook al herverkaveling mogelijk gemaakt. Deze hydrologische zone houdt sindsdien het grondwaterpeil hoog en monitort het.’

‘Flevoland is een populaire plek om te boeren.’ Dilemma: archeologen stelden voor een hydrologische zone te maken, een kunstmatig hoog waterpeil rond Schokland. Maar de boeren, die er landbouwgronden van het Rijksvastgoedbedrijf pachtten, wilden juist een laag grondwaterpeil.

Kwetsbaar

Maar daarmee was het werelderfgoed nog niet gered. Het werelderfgoed is namelijk groter dan het voormalig eiland Schokland alleen. Na archeologisch onderzoek bleken met name de gronden ten zuiden van Schokland, waar het grondwaterpeil het laagst staat, kwetsbaar te zijn. Om het werelderfgoed veilig te stellen, vroegen de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder het Rijksvastgoedbedrijf om daar 100 hectare landbouwgrond te ruilen ten behoeve van het programma Nieuwe Natuur. Rigter is hier al sinds 2010 bij betrokken; hij houdt zich onder andere bezig met bedrijfsverplaatsingen. ‘Door grond van het Rijksvastgoedbedrijf over te dragen aan de provincie Flevoland en de Stichting Flevo-landschap, kan nu ook bij de zuidpunt van Schokland zogenaamde natte natuur ontwikkeld worden.’

Rentmeester Paul Rigter: ‘Door grond van het Rijksvastgoedbedrijf over te dragen aan de provincie Flevoland en de Stichting Flevo-landschap, kan nu bij de zuidpunt van Schokland zogenaamde natte natuur ontwikkeld worden.’

Boeren verplaatsen

Rigter is het meest in zijn element wanneer hij zijn gebiedskennis kan inzetten. ‘Zo kon ik de provincie adviseren welke rijksgronden het beste geruild konden worden en op welke locatie boeren hun bedrijf zouden kunnen voortzetten. Vervolgens heeft de staat bij deze hele ruil gronden teruggekregen, onder andere in zuidelijk Flevoland, waar boeren nu naartoe kunnen.’

Behalve de 100 hectare bij Schokland heeft het Rijksvastgoedbedrijf nog eens 300 hectare in Flevoland geruild ten bate van het programma Nieuwe Natuur (zie kader). ‘Een grondruil van deze omvang is echt uniek. Flevoland is een populaire plek om te boeren en het komt maar zelden voor dat er zoveel land op de vrije markt beschikbaar komt’, weet Rigter. Door het ruilen van de gronden heeft het Rijksvastgoedbedrijf een cruciale rol kunnen spelen bij de voortgang van het programma Nieuwe Natuur. De provincie kan nu samen met de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan van de gronden wijzigen ten behoeve van natuur en het werelderfgoed.

‘De grondruil heeft heel wat voeten in aarde gehad’

De totale grondruil heeft heel wat voeten in de aarde gehad: er zat tien jaar tussen de eerste plannen en de uiteindelijke grondruil. Rigter: ‘Het heeft veel voorbereiding gevergd om tot besluitvorming te komen. Mijn rol was om het proces van verplaatsing van de boeren bij Schokland naar andere landbouwgronden in goede banen te leiden.’ Het Rijksvastgoedbedrijf moet marktconform en openbaar handelen en kan niet zomaar grond verkopen voor lokale projecten. ‘De provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder hebben flink gelobbyd. En dat het daarbij ook om de bescherming van werelderfgoed ging, heeft zeker geholpen’, aldus Rigter.

Nieuwe natuur

Het programma Nieuwe Natuur van de provincie Flevoland is een programma voor en door haar inwoners en maatschappelijke organisaties. Zij komen zelf met initiatieven voor nieuwe natuurgebieden in de buurt, van stiltegebieden tot voedselbossen. De initiatiefnemers voeren de lokale natuurprojecten uit en beheren ze, met hulp van de provincie. Hierdoor zullen de, ooit op de tekentafel bedachte, gescheiden natuur, landbouw en bebouwing in Flevoland een meer organisch geheel gaan vormen. Meer weten? https://www.digizineflevoland.nl/noordelijk-flevoland/nieuwe-natuur

Gebiedscommissie Schokland

Voor de instandhouding van het Unesco Werelderfgoed Schokland is een ‘siteholder’ verantwoordelijk. In dit geval de gemeente Noordoostpolder. De siteholder wordt geadviseerd door een siteholdersgroep. Behalve het Rijksvastgoedbedrijf als grondeigenaar bestaat deze groep uit de provincie Flevoland, waterschap Zuiderzeeland, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Stichting het Flevo-landschap, Stichting Cultuurbedrijf Noordoostpolder en LTO-Noord. Vertegenwoordigers van deze partijen, aangevuld met Vereniging Schokland Boerengoed en de klankbordgroep Schokland (de bewoners) zitten in de gebiedscommissie. Zij werken in de dagelijkse praktijk samen bij de coördinatie van onderhoudswerkzaamheden, de communicatie met de omgeving en belanghebbenden en de voorbereiding van de besluitvorming door de siteholdergroep. Daarnaast stimuleren ze de ontwikkeling op het gebied van toerisme en natuur maar ook nieuwe vormen van landbouw en ander grondgebruik zoals teelt met hogere grondwaterstanden. Het uiteindelijke doel is de status van Werelderfgoed voor Schokland te behouden.