Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 11: Vastgoed én omgeving 2021

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 11: Vastgoed én omgeving 2021

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/kei/2021/11/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Denken in gebieden

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

Wie zijn onze buren? Welke opgaven liggen er?

Elvera van de Panne

Tekst Anka van Voothuijsen
Foto Elvera van de Panne. Beeld: Arenda Oomen

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zet in op gebiedsgericht werken. Programmamanager Elvera van de Panne: ‘We maken met onze gebouwen en gronden deel uit van een omgeving. Wie zijn onze buren, wat speelt hier, welke kansen en welke opgaven liggen er? Daar kijken we naar. Hoe kunnen we met ons vastgoed niet alleen meerwaarde creëren voor onze eigen klanten, maar ook meer betekenen voor de samenleving?’

Omgevingsbewustzijn: daar draait het om, zegt Elvera van de Panne, programmamanager gebiedsgericht werken bij het Rijksvastgoedbedrijf. ‘Ga eens met je rug naar een gebouw staan en kijk om je heen. Wat is hier nodig, met wie kun je hier samenwerken, wie kan er nog meer aanhaken, hoe kun je deze omgeving aantrekkelijker maken?’ Ze is ervan overtuigd: ‘Wij kunnen veel meer dan vier muren neerzetten of een stuk grond verpachten. Dat beschouwen we ook als onze opdracht: met ons vastgoed maatschappelijke meerwaarde creëren.’ 

Maatschappelijke opgaven

Verder denken dan het belang van die ene klant, daar gaat het om. ‘Als publieke dienst willen we bijdragen aan de grote maatschappelijke opgaven die er liggen: energietransitie, klimaatadaptatie, woningnood: ons vastgoed kan daarbij een actieve rol spelen.’ Snel verkopen van overtollig vastgoed is niet altijd de beste oplossing, zegt Van de Panne. ‘In Maastricht is een voormalige kazerne nu in beeld voor het project Skills in de Stad: kansarme jongeren krijgen er een opleiding, kunnen er wonen én aan het werk. Als die jongeren perspectief hebben en niet in de bijstand belanden is dat winst voor de samenleving als geheel. In Leeuwarden willen we daar ook mee aan de slag.’ Of, noemt ze een ander voorbeeld: Oosterwold bij Almere. Een groen, agrarisch gebied dat stap voor stap wordt ingericht voor wonen, werken en recreëren. ‘Op voormalige rijksgronden bouwen mensen daar zelf aan een nieuwe, duurzame en betaalbare woonwijk. We kunnen met ons vastgoed meer dan alleen bijdragen aan rijkshuisvesting.’

Welke ambities zijn er?

Het is de bedoeling dat bij élk project vanaf nu ook naar de kansen voor de omgeving wordt gekeken, zegt Van de Panne. Niet direct renoveren of nieuw bouwen, maar kijken welke ambities er nog meer liggen. ‘De gemeente Eindhoven heeft voor het stationsgebied wensen op het vlak van klimaatadaptatie, energietransitie, circulariteit, slimme mobiliteit en gezonde verstedelijking. Het RVB streeft in de stad naar bundeling van rijkshuisvesting, dat zou op een perceel bij het station kunnen. Onze overbuur daar is de TU Eindhoven. Daar ga je dan mee in gesprek: waar hebben zij behoefte aan? De gemeente komt erbij: die wil graag een betere mix van functies in het gebied. Zo werken we daar uiteindelijk met meer belanghebbenden samen en krijgt het hele gebied meer uitstraling, wordt het interessanter én waardevoller.’ Fijn voor de mensen die er wonen en werken en dus de samenleving, ‘maar je ziet die kwaliteitsverbetering van de omgeving uiteindelijk ook terug in de toekomstwaarde van dat ene gebouw.’

Passend bij Omgevingswet

Het vraagt om brede samenwerking en transparantie, en dat past natuurlijk prima bij de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet (2022). ‘Maar het zijn ook complexe en langdurige opgaven. Het is nooit rechtstreeks van A naar B. En het gaat vaak over financiën. Wat stop je erin, wat krijg je terug? De veronderstelling leeft soms dat als het Rijk meedoet er ook een grote zak geld is, maar dat is helaas niet zo. Maar als RVB hebben we wel de expertise en willen we waar dat nodig is, de rol van aanjager pakken: we zijn ervan overtuigd dat het meerwaarde heeft zowel voor onze opdrachtgevers, onze portefeuille in z’n algemeenheid en vooral ook voor de samenleving.’

Ander voorbeeld. ‘In Apeldoorn hebben we een groot leegstaand kantoorpand, bijna naast het station. De Belastingdienst kan dat weer gebruiken. Samen met de gemeente hebben we een kansenkaart opgesteld, hoe we dit gebied een impuls kunnen geven. De gemeente wil graag meer hoger onderwijsopleidingen naar de stad halen. Nu komt er in de plint van ons kantoorgebouw, op de onderste twee verdiepingen, een onderwijsinstelling. Daardoor ontstaat er ook een betere verbinding met de omgeving. In het verleden zouden we daar nooit aan hebben gedacht: we hadden die ruimte hooguit aangeboden aan een andere overheidsdienst, we zouden niet snel in gesprek zijn gegaan met andere partijen.’

Samenwerken is cruciaal

Gebiedsgericht werken gaat steeds over verder denken dan aan het belang van die ene klant, dat ene ministerie of dat ene kantoor. ‘Samenwerken met andere overheden, met andere uitvoeringsorganisaties als bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer. We zijn het nog niet gewend, maar we gaan steeds integraler denken. Boven je eigen portefeuille uitkijken, zoals bijvoorbeeld gebeurt door zonnepanelen in de berm langs rijkswegen te plaatsen. Hoe kunnen we meer betekenen dan die vier muren of dat stuk grond? Gezamenlijk heb je meer executiekracht, zoals dat zo mooi heet.’ 


Het is zeker niet eenvoudig, bevestigt Van de Panne. Beleid, geld: het komt vaak uit verschillende ‘hoeken’ en dat maakt integraal werken ingewikkeld. Doorzetten is het motto, zowel in- als extern, zegt de programmamanager. ‘Maatschappelijke meerwaarde slaat terug op de hele maatschappij. Het brengt vaak ook economische meerwaarde met zich mee; grond die meer waard wordt, kantoren die later ooit woningen kunnen worden, energietransitie, een integrale gebiedsvisie die een proces versnelt: dat zijn economische baten.’

We gaan het doen

Het is niet altijd makkelijk, benadrukt Van de Panne. ‘Maar we gaan het wel doen. We zetten onze portefeuille breed in om bij te dragen aan andere rijksdoelen. We willen de kansen zíen die er zijn, en ze pakken. Het wordt niet altijd makkelijker, maar Nederland wordt zo wel mooier.'

In het voetspoor

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

Werken aan een stad in beweging

Riëtte Bosch

Tekst Marijke Verhoef
Foto Riëtte Bosch. Beeld: Erik Jansen

Een rijksgebouw is veel meer dan stenen. Het is een kans om iets bij te dragen aan de omgeving. Om de stad beter te maken. Daarom zet het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) haar vastgoed en kennis in als katalysator voor maatschappelijke meerwaarde. Stedenbouwkundige en strategisch adviseur gebieden Riëtte Bosch laat in Utrecht zien wat dat betekent.

‘Hoe complexer, hoe leuker’, zegt Bosch over haar werk als stedenbouwkundige bij het RVB. ‘Soms is een project een opeenstapeling van weerstand. Als het dan toch lukt om mensen te verbinden rond ideeën en er ontstaat een gezamenlijk perspectief, dan is dat mooi.’

‘Utrecht is een goede illustratie van gebiedsgericht werken. De werkwijze is eigenlijk vanzelfsprekend, maar we waren het als Rijkvastgoedbedrijf een beetje verleerd. In de afgelopen jaren werd de huisvestingsvraag voor beheer of ontwikkeling per portefeuille opgepakt. De opgave mag weer als onderdeel van een groter gebied worden beschouwd’, zegt Bosch. 

‘Door intensief samen te werken met de gemeente en samen een visie te vormen - soms nog voor de feitelijke vraag zich aandient -, kunnen we in onze projecten voorsorteren op de toekomst. Zo kunnen we als Rijksvastgoedbedrijf veel waarde toevoegen aan het publieke domein.’ 

Om ervoor te zorgen dat het gebiedsgericht werken doordringt tot in de haarvaten van het RVB, werkt Bosch samen met collega’s aan een praktijkboek. Hierin worden onder andere de lopende gebiedsprojecten en werkwijzen beschreven en ook de relatie met onderzoek gelegd.

  • Loop mee in het voetspoor van Riëtte Bosch tijdens haar werkbezoek aan Utrecht.
  • Klik op de bullets onder de fotoreeks en mis geen moment.
Extra: woningbouw

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

Klimaatneutrale woningen op Oostenburg

Tekst Marjolein Overmeer
Foto Gilbert ten Brink. Beeld: Kick Smeets

In het centrum van Amsterdam ligt Oostenburg, eeuwenlang een gesloten bolwerk van zware industrie. Nu verrijst hier duurzame hoogbouw: om in te werken, maar vooral om in te wonen. Van sociale huurwoningen tot dure koopappartementen en alles ertussenin. Het Rijksvastgoedbedrijf speelde een belangrijke rol bij de snelle herontwikkeling van deze ooit zo ruige locatie.

Wanneer Gilbert ten Brink, projectmanager bij het Rijksvastgoedbedrijf, tussen de nieuwe appartementenblokken op Oostenburg loopt, is hij onder de indruk. ‘Wat is het snel gegaan en wat een kwaliteit. De woningen zien er niet alleen mooi uit, ze worden ook klimaatneutraal. Zwaar geïsoleerd, deels gebouwd van gerecycled materiaal, met eigen zonnepanelen, warmtepompen en groene daktuinen.’ 
Het noordelijke stuk van het eiland Oostenburg wordt sinds enkele jaren herontwikkeld. Naast de monumentale Van Gendthallen en het INIT-gebouw met daarin Gemeentewerken en de Volkskrant, bouwt Stadswerf Oostenburg Ontwikkeling B.V. nieuwe appartementencomplexen. Ten Brink: ‘Mooi om te zien en helemaal in lijn met de stedenbouwkundige plannen die het Rijksvastgoedbedrijf samen met de gemeente ontwikkelde.’ 
 

Risico’s wegnemen

Als directe rechtsopvolger van de eerste eigenaar, de Verenigde Oost-Indische Compagnie, werd de staat in 1799 eigenaar van de grond op Oostenburg. Ten Brink was in 2018 nauw betrokken bij de verkoop van de laatste hectaren van die rijksgrond. ‘Het Rijksvastgoedbedrijf bood de grond op Oostenburg bouwrijp aan. Toen we in 2015 aan het project begonnen, was het namelijk crisis. Om potentiele kopers te verleiden hebben we zoveel mogelijk risico’s weggenomen. Onderzoeken naar bijvoorbeeld bodemverontreiniging en archeologische resten hebben we al vóór de verkoop laten uitvoeren. Zo zaten er geen verrassingen meer in de grond, die de koper vertraging zou kunnen opleveren.’

Bestemming: wonen

Een ander voorbeeld van het minimaliseren van de risico’s: bestemmingszekerheid bieden. Ten Brink: ‘We hebben overlegd met de gemeente Amsterdam of de bestemming van het voormalige industrieterrein veranderd kon worden naar wonen. Ze gingen akkoord onder voorwaarden; de afspraken daarover zijn opgenomen in de zogeheten anterieure overeenkomst. Ook de toekomstige koper moest zich hier aan houden. Welke voorwaarden dat bijvoorbeeld zijn? Je kunt denken aan het aantal woningen, maar ook aan de ontwikkeling van de openbare ruimte en de toekomstige infrastructuur.’ 

In de overeenkomst staan ook afspraken over de verdeling in sociale huurwoningen en huurwoningen uit het middensegment (tot €1.000) op Oostenburg. Met deze eisen aan de ontwikkelaars zorgt de gemeente ervoor dat de nieuwe buurt voor iedereen betaalbaar is. Het Rijksvastgoedbedrijf drong erop aan om huurwoningen uit het middensegment in de overeenkomst op te nemen. Ten Brink: ‘Die voorwaarde wilden we er per se in hebben, vanwege het grote tekort aan betaalbare huurwoningen in Nederland. Het feit dat we hier afspraken over hebben gemaakt is vrij zeldzaam en daarmee echt vooruitstrevend. Onze oorspronkelijke wens was 16% huurwoningen voor het middensegment; uiteindelijk heeft de lokale politiek in overleg met het Rijksvastgoedbedrijf deze percentages aangepast naar 6% middensegment en 20% sociale huurwoningen.’ 

Functiemix

Oostenburg kreeg een nieuw organisch bestemmingsplan met een functiemix: op de kavel van 2 hectare worden nu zo’n 275 huur- en 150 koopappartementen gebouwd met op de begane grond commerciële ruimten. ‘Normaal zijn bestemmingsplannen heel rigide, maar hier kunnen de ontwikkelaars makkelijk schuiven met woon- en werkfuncties. Mooi hoor, zo’n dynamische mix van wonen en werken in een nieuwe buurt’, zegt Ten Brink enthousiast.

Compleet

De aanvullende voorwaarden waren geen probleem voor de potentiële kopers van de grond, omdat ze verder een compleet pakketje met minimale risico’s aangeboden kregen. Een succesvolle werkwijze, zowel voor het Rijksvastgoedbedrijf als voor de kopers, vindt Ten Brink. ‘Kopers hoeven alleen maar de ontwerptekeningen te maken en de financiën te regelen. En daarvoor is niet eens het hele aankoopbedrag nodig, want de eerste panden zijn al verkocht vanaf de tekentafel. Na de verkoop kon de eerste paal gelijk de grond in. Twee jaar later zijn de eerste appartementen al opgeleverd, dat is heel snel.’

Regie nemen

Voor het Rijksvastgoedbedrijf was het belangrijk om op deze manier mee te werken aan de maatschappelijk doelen uit het regeerakkoord, zoals klimaatneutrale en betaalbare woningen. En  niet te vergeten: de goede opbrengst. ‘Het industrieterrein was 7 miljoen waard, maar als bouwrijpe grond werd dat wel tientallen miljoenen meer. Normaal gaat deze meerwaarde naar de projectontwikkelaar. Nu gingen die miljoenen, hoppa, terug die schatkist in’, aldus Ten Brink. ‘Als je de regie neemt en de risico's wegneemt voor partijen kun je dus binnen zeven jaar een hele woonwijk realiseren. Normaal duurt dat meer dan 10 jaar.’ Het vroeger gesloten industriële bolwerk wordt nu langzaamaan ontsloten voor de rest van de stad en al haar bewoners.

Andere bril

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

Samenwerken aan een groenere omgeving

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Harry Boeschoten, programmamanager Groene Metropool bij Staatsbosbeheer. Beeld: Rob Acket

Staatsbosbeheer (SBB) en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) gaan intensiever samenwerken, om een aantal grote opgaven waar Nederland voor staat, zoals de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, natuurinclusieve landbouw, een circulaire economie en de opwekking van duurzame energie, dichterbij te brengen. Programmamanager bij Staatsbosbeheer, Harry Boeschoten: ‘Wij zoeken ook steeds naar de mogelijkheid om andere maatschappelijke doelen te integreren in ons werk.’

Staatsbosbeheer en RVB zijn uitvoerende vastgoedorganisaties, maar met een hele andere insteek toch?

Harry Boeschoten, Staatsbosbeheer: ‘We keken van oudsher inderdaad op verschillende manieren naar grond. Staatsbosbeheer zag de potentie voor natuur en recreatie, het Rijksvastgoedbedrijf zag, als het om zijn grondportefeuille ging, het rendement voor de staatskas. Maar ik zie dat de organisaties, zonder daar bewust naar te streven, naar elkaar toe zijn gegroeid.’

Kunt u dat toelichten?

‘Staatsbosbeheer denkt niet meer uitsluitend vanuit bos en natuur. Ons fundament is verankerd in drie B’s: beschermen, beleven en benutten van de natuur. Maar wij zoeken ook steeds naar de mogelijkheid om andere maatschappelijke doelen te integreren in ons werk. Dat geeft ook meerwaarde. Dan kan het gaan om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die op onze terreinen werken, maar we zijn ook een leverancier van hout voor onder meer woningbouw.’

Wat heeft de samenwerking met de Nationale Omgevingsvisie te maken?

‘De NOVI stelt dat we 1 miljoen nieuwe woningen nodig hebben. Dat we de grond moeten gebruiken voor het opwekken van duurzame energie, en de overgang moeten maken naar een circulaire economie. Dat vraagt om slim ruimtegebruik. Wij brengen nu onze beider vastgoedposities in kaart en leggen die naast de doelen van de NOVI: wat zijn de hotspots, hoe kunnen wij onze grond in zetten voor de energietransitie, duurzame landbouw, de woningbouw? Kunnen wij door samen te werken die doelen beter helpen realiseren? RVB en SBB gaan nu aan de slag. Het is de bedoeling dat ook anderen, zoals Rijkswaterstaat, mee gaan doen.’

Kunt u dat concreter maken?

‘Almere heeft een enorme groeiambitie. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft daar veel grond. Maar het is nog niet duidelijk waar die huizen uiteindelijk zullen komen. Dan zeggen wij: plant die bomen nu alvast! Accepteer dat je een deel daarvan over 20 jaar misschien kapt. Bos vangt ontzettend veel CO2 op, we willen graag meer bos in dit land én het is een duurzaam bouwmateriaal. Zo kun je werken aan stedelijke ontwikkeling én een groene omgeving. Als die huizen straks komen, heb je al een volwassen groene omgeving. Het RVB noemt dat: wij planten uw panden. Dat is een interessante samenwerking, in een vroeg stadium.’ 

U bent programmamanager Groene Metropool, wat heeft het RVB daarmee te maken?

‘Staatsbosbeheer streeft ernaar dat elke Nederlander vanuit zijn of haar huis aansluiting heeft op een groen en waterrijk netwerk. Een flink deel van het rijksvastgoed ligt in of vlakbij stedelijke gebieden. Kijk naar het centrum van Den Haag; wij beheren het Haagse bos, het RVB heeft daar enorm veel vierkante meters kantoorpanden. We kijken nu samen: hoe kun je dat ministeriële district vergroenen en aantrekkelijker maken? Dat sluit ook aan bij de ambitie van het Haagse stadsbestuur. Het is erg stenig en er is veel autoverkeer. Samen kun je betere en geïntegreerde plannen maken, zaken vervlechten.’

Zijn er al successen te melden?

‘We staan aan het begin van deze samenwerking. We inventariseren nu waar in Nederland SBB en RVB gebouwen en gronden hebben. Dat lijstje is er nog niet, maar komt eraan.’

Hebt u een tip voor het Rijksvastgoedbedrijf?

‘Het is een open deur, maar zorg voor een open blik. Stel de dingen ter discussie waarvan je dacht dat je ze zeker wist. Dat geldt ook voor ons. Wij werken als Staatsbosbeheer nu aan zaken waarvan we dachten dat ze buiten ons domein lagen. We denken niet meer alleen vanuit biodiversiteit en natuur, maar ook vanuit de behoeftes van stadsbewoners. Wat zijn de vraagstukken die in de stad spelen? Dan gaat het bijvoorbeeld over de bouwopgave, over sport en gezondheid en klimaat. Door groen en verstedelijking veel meer als een geheel te beschouwen, kunnen we de natuurkwaliteit in een gebied toch sterker maken; en dat zit wel in onze genen.’

Parel

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

Op de bres voor de natuur

Tekst Marianne Schijf
Foto De zandhagedis profiteert van de militaire activiteiten met voertuigen, waardoor open zand in stand wordt gehouden. Foto: Niels Gilissen

De zandhagedis, de kleine wrattenbijter, valkruid, zonnedauw. Het zijn maar een paar voorbeelden van de bijzondere dieren en planten die juist op de oefenterreinen, schietbanen, munitieterreinen en kazernes van Defensie goed gedijen. Elders in Nederland zijn ze zeldzaam of komen ze gewoon niet voor. Terreinbeheerder en RVB-ambassadeur Irene Oerlemans zorgt er  samen met haar ongeveer 30 collega’s van de sectie Natuur voor dat juist dankzij het bijzondere beheer, gericht op het operationele militaire gebruik, de natuur in Nederland een extra stimulans krijgt. Over zand schuiven, heide branden en heel vaak maaien…

  • Er zijn nog veel meer voorbeelden te vinden van hoe militair gebruik en natuur elkaar versterken. Kijk hieronder voor een reeks foto’s van natuurbeheer en zeldzame flora en fauna op militaire terreinen, gemaakt door RVB-collega Rense Haveman en oud-collega Niels Gilissen. 
  • Klik op de >> of op de bullets eronder en mis er geen.
     
Omgeving

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

Arbeidsmigranten beter huisvesten

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Arbeidsmigranten aan het werk in een bloemenkas. Foto: ANP

Er wonen naar schatting een half miljoen arbeidsmigranten in Nederland: mannen en vrouwen uit (voornamelijk) Oost- en Zuid-Europa die asperges steken, aardbeien plukken, in distributiecentra werken en allerlei ander, voornamelijk laag betaald, werk verrichten. Huisvesting van die groep is een groot probleem, was eind vorig jaar één van de conclusies in het rapport ‘Geen tweederangsburgers’ van het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, onder leiding van Emile Roemer. Vaak betalen de arbeidsmigranten extreem hoge huren voor een gedeelde kamer, soms ervaren omwonenden van bijvoorbeeld ‘Polen-hotels’, overlast. Het Rijksvastgoedbedrijf onderzoekt wat er nodig is om de woonsituatie van arbeidsmigranten zo snel mogelijk te verbeteren en brengt daar in juli 2021 een advies over uit.

Gesprekken met gemeentes

Stijn Kuipers, expert Stedenbouw bij het Rijksvastgoedbedrijf, is één van de adviseurs die zich met het onderzoek naar de huisvesting van arbeidsmigranten bezig heeft gehouden. ‘We zijn nergens achter de voordeur geweest’, zegt Kuipers meteen. ‘We hebben wel intensief gesprekken gevoerd met gemeentes om te kijken: wat is de situatie hier en hoe kunnen we die verbeteren?’ 
Door als gemeente zelf in actie te komen, is één van de conclusies van deze pilotfase, kondigt Kuipers aan. ‘Gemeentes zijn nu vooral faciliterend. Ze staan open voor initiatieven vanuit de markt, maar wachten af. Ze gaan niet zelf actief op zoek naar oplossingen.’ Andere conclusie: één generieke oplossing bestaat niet. ‘Het moet maatwerk zijn. De problematiek en de aanpak zijn steeds anders.’

Containerwoning en vakantiehuisje

Onderdeel van de pilot was een onderzoek naar de huidige stand van zaken. Er zijn nu een aantal huisvestingstypes in kaart gebracht. Variërend van een containerwoning op het erf van de boer tot een soort ‘studentenhuismodel’ waarbij 5 of 6 arbeidsmigranten in één woonhuis kamers huren. Ook een variant: een getransformeerd kantoorpand of hotel waar vele tientallen mensen bij elkaar wonen. Of een verouderd bungalowparkje in het buitengebied, waar soms wel 500 arbeidsmigranten in voormalige vakantiehuisjes bivakkeren. Er zijn plekken waar het goed gaat, maar vaak vallen deze mensen toch enigszins buiten de samenleving. Kuipers: ‘Gemeentes hebben deze mensen nodig om het werk te doen, maar willen er geen last van hebben en voorkomen dat deze groep overlast brengt in bestaande wijken. Omgekeerd willen de arbeidsmigranten zelf het liefst zo goedkoop mogelijk en dichtbij het werk wonen, maar zijn ze vaak niet geïnteresseerd in integratie; de meeste arbeidsmigranten willen geld verdienen en terug naar hun eigen land.’

Disbalans

Soms werken de arbeidsmigranten op het ruime platteland in de glastuinbouw, maar wonen ze in de drukbevolkte grote stad 25 kilometer verder. ‘Een disbalans die lastig is voor zo’n stad.’ Of kopen huisjesmelkers eengezinswoningen op in een dorp om daar tegen hoge huren Roemeense fruitplukkers te huisvesten, terwijl er een groot gebrek aan woonruimte is voor jongeren. Soms regelt een boer zelf woonruimte op zijn erf, waardoor verdiensten voor het werk en kosten voor huisvesting ongezond met elkaar zijn verweven en makkelijk tot uitbuiting leiden. 

Stijn Kuipers: ‘We hebben voor onze pilot de manier van denken om gedraaid. Niet: hoe kunnen we zo min mogelijk last van deze mensen hebben, maar: deze mensen komen tóch, overal waar arbeid is, zijn ze aanwezig. Hoe kunnen zij zo goed mogelijk deel uitmaken van en bijdragen aan onze samenleving?  In de geest van het rapport van Roemer: dat zij geen tweederangsburgers worden, maar een volwaardig onderdeel kunnen zijn van onze maatschappij.’ 

Krimpgebied

Dat omdenken leidt tot oplossingen als: arbeidsmigranten in krimpgebieden juist huisvesten vlakbij voorzieningen als een supermarkt of het openbaar vervoer, om die overeind te houden. Zoeken of er woonvormen te ontwikkelen zijn waar arbeidsmigranten samenleven met andere groepen die snel tijdelijke huisvesting nodig hebben, zoals mensen die net zijn gescheiden of studenten. Hotelachtige voorzieningen bouwen op een bedrijventerrein. Kuipers: ‘We zijn proactief met gemeenten gaan kijken: wat hebben jullie als gemeente en wij als Rijk voor grond of vastgoed beschikbaar? Wat voor type huisvesting kunnen we daar realiseren en aan welke kwaliteitscriteria moet die voldoen? En dan zie je dat er voor een relatief korte periode van 10-15 jaar best veel ruimte is; kavels op bedrijventerreinen bijvoorbeeld.’ 

Eigen slaapkamer

Differentiëren is van belang, zegt Kuipers. ‘Op het erf van een boer wil je geen 5 jaar wonen. Maar als short-stay voor een fruitplukker die hier maar een half jaar wil blijven, kan het misschien wel.’ Zo is huisvesting op maat nodig voor mid-stay (2-3 jaar) en long-stay, mensen die hier 5 jaar of misschien wel voor altijd blijven. Kuipers: ‘We hebben als overheden een verantwoordelijkheid op dit gebied. Er zijn nu normen, dat je recht hebt op een eigen slaapkamer die je niet hoeft te delen. Dat je per persoon recht hebt op minimaal 15 vierkante meter. Dat is al beter dan het was. Maar om arbeidsmigranten de kans te geven gelijkwaardige deelnemers aan onze samenleving te worden, is meer inspanning nodig op het gebied van huisvesting.’ Kuipers: ‘Ons advies is niet dwingend, maar we hopen iets op gang te brengen. We gaan sessies beleggen met gemeentes en we helpen bij het selecteren van mogelijk geschikte gronden of gebouwen. Het gaat hier echt om maatwerk. Zo kunnen we wel degelijk bijdragen aan die noodzakelijke versnelling.’

Column

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

De wereld van morgen

Tekst Ronnie Overgoor
Foto Overgoor tijdens een RVB Talkshow. Beeld: Formatique

Mijn vak heeft niets met de vastgoedsector te maken. Ik ben dagvoorzitter en presentator van zakelijke events en ik mocht een aantal keren een online RVB-talkshow (zie foto) hosten waarbij ik in gesprek ging met collega’s van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), marktpartijen en andere specialisten. Ik maakte kennis met een ambitieuze club vol met enthousiaste professionals die zich terdege bewust zijn (de meesten dan) van alle veranderingen in deze sector en de wereld eromheen en wat dat betekent voor de toekomstige rol van het RVB.

En wie toekomst zegt, zegt jonge mensen. Zíj zijn degenen die in de wereld van morgen gaan leven, die wij nu aan het vormgeven zijn. Ik heb drie adviezen:

  •  Vertel verhalen 

Ik googlede een paar seconden en ik had heel wat rapporten van het RVB te pakken met heel veel pagina’s tekst en klinkende titels als ‘Van object naar omgeving. Een toekomstbestendige borging van beleidsambities’. Nou weet ik niet wie de doelgroep is van dit rapport, maar ik weet één ding zeker: niemand onder de 28 gaat ‘m lezen.

Er is een nieuwe generatie die inmiddels werkt bij het RVB, in de bouw- en vastgoedsector actief is en onderdeel is van het hele proces, die in beelden denkt. Die willen video’s zien en verhalen horen. Hun kanalen? YouTube en de podcastkanalen. 

Mijn advies? Willen we die groep bereiken dan moet je de communicatie daarop aanpassen.

  •  Laat je aansteken

Ik sprak (voor mijn YouTube kanaal 7DTV) met Eva Aarts. Samen met haar zakenpartner Wies van Lieshout runt ze het bedrijf Waterweg.  Wat ze maken? Waterpasserende tegels, gemaakt van bagger. Ambitieus en enthousiast en hard groeiend. Hun leeftijd? 22 en 26 jaar. Hun passie? Aanstekelijk.

Mijn advies? Werk samen met jonge gasten om in contact te komen met frisse, prachtige innovaties en laat je aansteken door hun jeugdig enthousiasme en hun dromen.

  • Help ze op weg

Natuurlijk is het niet de primaire taak van het RVB om het woningprobleem op te lossen. Maar als grote speler en eigenaar van best wel wat gebouwen en grond speel je er wel een rol in. Ik heb drie zonen van in de 20 en voor hen is het onmogelijk om een eenvoudig huisje te kopen. Nogmaals, niet de primaire taak om dit als RVB op te lossen, maar het RVB kan wel degelijk onderdeel zijn van de oplossing. 

Mijn idee? Jongeren moeten in een prachtland als Nederland fatsoenlijk kunnen wonen, op welke manier dan ook. Help ze op weg.

Ronnie Overgoor, dagvoorzitter
 

Toen en nu

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

De cirkel is rond in Veenhuizen

Tekst Marjolein Overmeer
Foto Collectie Gevangenismuseum Veenhuizen

Veenhuizen is verkocht. Het Drentse gevangenisdorp, dat nationale bekendheid verwierf door het boek ‘Het pauperparadijs’, is in bezit gekomen van consortium De Nieuwe Rentmeester. De cirkel is rond: de toekomstplannen liggen in lijn met het experimentele en sociale karakter van de koloniën van weleer. 

Het Rijksvastgoedbedrijf verkocht recent zo’n 80 panden uit het dorp Veenhuizen, met daarbij rond de 45 hectare grond. Het gaat hier om een ensemble van rijksmonumenten en dus beschermd erfgoed. De lat lag dus hoog en er gingen jaren overheen voordat de juiste koper geselecteerd was. Het consortium, dat bestaat uit de erfgoedorganisaties Nationale Monumentenorganisatie, BOEi en Stichting Het Drentse Landschap, voldoet aan alle eisen: in hun toekomstplannen speelt de bijzondere samenhang tussen de monumentale gebouwen en hun functie (arbeid, detentie en zorg) een belangrijke rol, ze kunnen het ensemble als geheel overnemen zodat de eenheid bewaard blijft en ze hebben ervaring met het beheer van cultureel erfgoed. Het verhaal van gevangenisdorp Veenhuizen eindigt niet met de verkoop, maar krijgt een nieuw vervolg.

  • Uit het oog is niet altijd uit het hart: volg de geschiedenis van Veenhuizen op de voet en bekijk de reeks foto’s hieronder van toen naar nu.

Dit artikel hoort bij: Kei 11: Vastgoed én omgeving

Colofon

Kei, 11: Vastgoed én omgeving Jaargang 2021

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf

Publicatiedatum
donderdag 10 juni 2021
Productie
Yvonne Hoeberichts (YH), Erika Labordus (EL), Marjolein Overmeer (MO), Marjolijn Schaap, Marianne Schijf (MS), Marijke Verhoef, Anka van Voorthuijsen. Kei is een thematisch magazine. Het komt tot stand onder redactie van het Rijksvastgoedbedrijf en verschijnt twee keer per jaar. Hebt u vragen, suggesties of ideeën? Mail de redactie.
Eindredactie
Marianne Schijf
E-mail
postbus.rvb.redactie@rijksoverheid.nl
Internet
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/
Copyright
https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/copyright