Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Arbeidsmigranten aan het werk in een bloemenkas. Foto: ANP

Er wonen naar schatting een half miljoen arbeidsmigranten in Nederland: mannen en vrouwen uit (voornamelijk) Oost- en Zuid-Europa die asperges steken, aardbeien plukken, in distributiecentra werken en allerlei ander, voornamelijk laag betaald, werk verrichten. Huisvesting van die groep is een groot probleem, was eind vorig jaar één van de conclusies in het rapport ‘Geen tweederangsburgers’ van het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, onder leiding van Emile Roemer. Vaak betalen de arbeidsmigranten extreem hoge huren voor een gedeelde kamer, soms ervaren omwonenden van bijvoorbeeld ‘Polen-hotels’, overlast. Het Rijksvastgoedbedrijf onderzoekt wat er nodig is om de woonsituatie van arbeidsmigranten zo snel mogelijk te verbeteren en brengt daar in juli 2021 een advies over uit.

Gesprekken met gemeentes

Stijn Kuipers, expert Stedenbouw bij het Rijksvastgoedbedrijf, is één van de adviseurs die zich met het onderzoek naar de huisvesting van arbeidsmigranten bezig heeft gehouden. ‘We zijn nergens achter de voordeur geweest’, zegt Kuipers meteen. ‘We hebben wel intensief gesprekken gevoerd met gemeentes om te kijken: wat is de situatie hier en hoe kunnen we die verbeteren?’ 
Door als gemeente zelf in actie te komen, is één van de conclusies van deze pilotfase, kondigt Kuipers aan. ‘Gemeentes zijn nu vooral faciliterend. Ze staan open voor initiatieven vanuit de markt, maar wachten af. Ze gaan niet zelf actief op zoek naar oplossingen.’ Andere conclusie: één generieke oplossing bestaat niet. ‘Het moet maatwerk zijn. De problematiek en de aanpak zijn steeds anders.’

Stijn Kuipers
Adviseur Stijn Kuipers: ‘Gemeenten willen er geen last van hebben, arbeidsmigranten zijn niet geïnteresseerd in integratie.’ Beeld: Arenda Oomen

Containerwoning en vakantiehuisje

Onderdeel van de pilot was een onderzoek naar de huidige stand van zaken. Er zijn nu een aantal huisvestingstypes in kaart gebracht. Variërend van een containerwoning op het erf van de boer tot een soort ‘studentenhuismodel’ waarbij 5 of 6 arbeidsmigranten in één woonhuis kamers huren. Ook een variant: een getransformeerd kantoorpand of hotel waar vele tientallen mensen bij elkaar wonen. Of een verouderd bungalowparkje in het buitengebied, waar soms wel 500 arbeidsmigranten in voormalige vakantiehuisjes bivakkeren. Er zijn plekken waar het goed gaat, maar vaak vallen deze mensen toch enigszins buiten de samenleving. Kuipers: ‘Gemeentes hebben deze mensen nodig om het werk te doen, maar willen er geen last van hebben en voorkomen dat deze groep overlast brengt in bestaande wijken. Omgekeerd willen de arbeidsmigranten zelf het liefst zo goedkoop mogelijk en dichtbij het werk wonen, maar zijn ze vaak niet geïnteresseerd in integratie; de meeste arbeidsmigranten willen geld verdienen en terug naar hun eigen land.’

Disbalans

Soms werken de arbeidsmigranten op het ruime platteland in de glastuinbouw, maar wonen ze in de drukbevolkte grote stad 25 kilometer verder. ‘Een disbalans die lastig is voor zo’n stad.’ Of kopen huisjesmelkers eengezinswoningen op in een dorp om daar tegen hoge huren Roemeense fruitplukkers te huisvesten, terwijl er een groot gebrek aan woonruimte is voor jongeren. Soms regelt een boer zelf woonruimte op zijn erf, waardoor verdiensten voor het werk en kosten voor huisvesting ongezond met elkaar zijn verweven en makkelijk tot uitbuiting leiden. 

‘Omdenken is nodig: hoe kunnen zij zo goed mogelijk deel uitmaken van en bijdragen aan onze samenleving?’

Stijn Kuipers: ‘We hebben voor onze pilot de manier van denken om gedraaid. Niet: hoe kunnen we zo min mogelijk last van deze mensen hebben, maar: deze mensen komen tóch, overal waar arbeid is, zijn ze aanwezig. Hoe kunnen zij zo goed mogelijk deel uitmaken van en bijdragen aan onze samenleving?  In de geest van het rapport van Roemer: dat zij geen tweederangsburgers worden, maar een volwaardig onderdeel kunnen zijn van onze maatschappij.’ 

Krimpgebied

Dat omdenken leidt tot oplossingen als: arbeidsmigranten in krimpgebieden juist huisvesten vlakbij voorzieningen als een supermarkt of het openbaar vervoer, om die overeind te houden. Zoeken of er woonvormen te ontwikkelen zijn waar arbeidsmigranten samenleven met andere groepen die snel tijdelijke huisvesting nodig hebben, zoals mensen die net zijn gescheiden of studenten. Hotelachtige voorzieningen bouwen op een bedrijventerrein. Kuipers: ‘We zijn proactief met gemeenten gaan kijken: wat hebben jullie als gemeente en wij als Rijk voor grond of vastgoed beschikbaar? Wat voor type huisvesting kunnen we daar realiseren en aan welke kwaliteitscriteria moet die voldoen? En dan zie je dat er voor een relatief korte periode van 10-15 jaar best veel ruimte is; kavels op bedrijventerreinen bijvoorbeeld.’ 

‘Ons advies is niet dwingend, maar we hopen iets op gang te brengen.’ Beeld: Arenda Oomen

Eigen slaapkamer

Differentiëren is van belang, zegt Kuipers. ‘Op het erf van een boer wil je geen 5 jaar wonen. Maar als short-stay voor een fruitplukker die hier maar een half jaar wil blijven, kan het misschien wel.’ Zo is huisvesting op maat nodig voor mid-stay (2-3 jaar) en long-stay, mensen die hier 5 jaar of misschien wel voor altijd blijven. Kuipers: ‘We hebben als overheden een verantwoordelijkheid op dit gebied. Er zijn nu normen, dat je recht hebt op een eigen slaapkamer die je niet hoeft te delen. Dat je per persoon recht hebt op minimaal 15 vierkante meter. Dat is al beter dan het was. Maar om arbeidsmigranten de kans te geven gelijkwaardige deelnemers aan onze samenleving te worden, is meer inspanning nodig op het gebied van huisvesting.’ Kuipers: ‘Ons advies is niet dwingend, maar we hopen iets op gang te brengen. We gaan sessies beleggen met gemeentes en we helpen bij het selecteren van mogelijk geschikte gronden of gebouwen. Het gaat hier echt om maatwerk. Zo kunnen we wel degelijk bijdragen aan die noodzakelijke versnelling.’

Petra Meijboom: ‘We proberen het wiel uit te vinden.’ Beeld: Arenda Oomen

Vastgoed voor een mooier en socialer Nederland

Het Rijksvastgoedbedrijf wil bijdragen aan een mooier en socialer Nederland. Bijvoorbeeld door beschikbare grond en gebouwen niet direct te verkopen, maar te onderzoeken of die geschikt zijn voor de huisvesting van groepen die erg moeilijk aan woonruimte kunnen komen. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld leegstaande kantoren of bouwgrond. ‘Het is voor veel mensen moeilijk om aan goede woonruimte te komen. Maar voor bijvoorbeeld dak- en thuislozen, asielzoekers en arbeidsmigranten is het nóg moeilijker’, zegt Petra Meijboom. Zij is binnen het RVB trekker van het thema maatschappelijke meerwaarde. ‘Als publieke organisatie kunnen wij, met ons vastgoed, bijdragen aan de maatschappelijke opgave die er ligt’, zegt Meijboom. En ze voegt toe: ‘Dat is beslist geen gesneden koek. Zowel het beleid als de financiën zijn gefragmenteerd, dat komt vanuit verschillende hoeken, dus het vraagt om veel samenwerking tussen ministeries en overheden. We proberen het wiel uit te vinden. Het is natuurlijk logisch dat wij, met onze kennis van vastgoed, daaraan bij willen dragen.’