Tekst Marjolein Overmeer
Foto Rob Gieling

Ten noorden van Arnhem, verscholen in het groen, ligt met 700 hectare één van de grootste rijksmonumenten van Nederland: vliegbasis Deelen, nu in gebruik door het Defensie Helikoper Commando. Welke monumentale schatten zich achter de hekken bevinden, is voor velen onbekend. Ook de militairen die hier werken, kennen vaak de bijzondere geschiedenis achter hun eigen kazerne niet. Omgevingsmanager Bart van Veldhuijsen van het Rijksvastgoedbedrijf maakt zich hard voor meer bekendheid.

In 2007 wees de toenmalige Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten bijna het gehele terrein van de oorspronkelijke vliegbasis, inclusief de gebouwen, aan als rijksmonument. Dit rijksmonument bestaat uit de huidige vliegbasis Deelen maar ook het cluster Oranjekazerne. Van de bijna 200 monumentale gebouwen staan er 150 verspreid op deze defensieterreinen.

Junkerhal na renovatie in gebruik als opslagruimte. Beeld: Corné Bastiaansen

Omarmd

Met de monumentale status kwam er een verplichting verwaarloosde oude gebouwen op te knappen. Sinds 2007 is het Rijksvastgoedbedrijf de gebouwen een voor een aan het opknappen, van grote vliegtuighangars tot aan kleine toilethuisjes. ‘Eenmaal opgeknapt is iedereen enthousiast over de uitstraling en mogelijkheden. De gebruikers melden zich vaak vanzelf’, lacht Van Veldhuijsen. Zo is de Junkerhal, een grote hangaar die ooit als reparatieruimte voor de Duitse bommenwerpers diende, gerenoveerd en sinds 2014 in gebruik als opslagruimte.

Bast van Veldhuijsen
Bart van Veldhuijsen: ‘Ik heb vliegbasis Deelen als monument intussen volledig omarmd.’

Bijzondere geschiedenis

Van Veldhuijsen weet intussen zo’n beetje alles wat er te weten valt over het terrein en de geschiedenis ervan. ‘Ik heb vliegbasis Deelen als monument inmiddels volledig omarmd en geef zelfs af en toe rondleidingen aan geïnteresseerden uit de regio. Dat komt mijn werk als belangenbehartiger voor Defensie ook ten goede. De geschiedenis is zo bijzonder, dat ik nu oprecht blij ben dat de gebouwen er nog zijn. Ze maken van Deelen de meest gaaf bewaarde vliegbasis uit de Tweede Wereldoorlog’, vertelt Van Veldhuijsen enthousiast.

‘De meest gaaf bewaarde vliegbasis uit de Tweede Wereldoorlog’

Perfect gecamoufleerd als boerderijen, maar de luiken zijn van staal, de muren een halve meter dik.

Luftwaffe

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de door de Duitse Luftwaffe opgetuigde luchtmachtbasis Fliegerhorst Deelen de grootste van Nederland. In totaal zouden er ruim 900 bouwwerken  verrijzen die verschillende gebouwencomplexen vormden, verspreid over het enorme terrein. En dat niet alleen, deze gebouwen waren ook nog eens perfect gecamoufleerd: de gemiddeld zeventig bommenwerpers die hier gestald stonden, waren niet zichtbaar vanuit de lucht. Waar andere vliegvelden regelmatig gebombardeerd werden door geallieerde vliegtuigen, bleef vliegbasis Deelen grotendeels onopgemerkt. Pas in 1944 ontdekten en bombardeerden de geallieerden de landingsbanen. De gebouwen op het omliggende terrein kwamen echter ongeschonden uit de oorlog.

Ongeschonden uit de oorlog. Beeld: Corné Bastiaansen

Zogenaamde boerderijen

Hoe dat mogelijk was? Vanaf de grond lag het vliegveld met de hangaars en barakken voor de soldaten beschut in een bosrijke omgeving. Daarnaast hadden de Duitsers de vliegbasis ingericht als een dorp. Rond de verschillende brinkjes lieten ze de vliegtuighangaars tot in detail nabouwen in boerderijstijl. De geruite boerenluiken waren echter niet van hout, maar van staal en de muren waren een halve meter dik. Rond deze zogenaamde boerderijen lagen tuinen met bloemenperkjes om het beeld compleet te maken. Vanuit de lucht hadden patrouillerende vliegtuigen niet in de gaten dat op de grond onder hen Duitse bommenwerpers verborgen waren.   

In de Tweede Wereldoorlog leken start- en landingsbanen net groene landweggetjes.

Om ook de kilometerslange startbanen in de vorm van een A uit het zicht te houden, bedachten de Duitsers een andere slimme camouflagetechniek. Van Veldhuijsen: ‘Die lange startbanen vallen natuurlijk enorm op vanuit de lucht. Daarom verfden de Duitsers het beton van de zijkant naar binnen toe groen. Hierdoor leek het vanuit de lucht een weiland met een smal weggetje erdoorheen. Er liep een kudde schapen rond en er stonden zelfs betonnen koeien naast de baan om de camouflage af te maken’.

‘Betonnen koeien om de camouflage af te maken’

Vijfenzeventig jaar later hoort het vliegveld en het grootste deel van de overgebleven gebouwen nog steeds bij Defensie.

Deelen nu

Vijfenzeventig jaar later hoort het vliegveld en het grootste deel van de overgebleven gebouwen nog steeds bij Defensie. Het vliegveld wordt gebruikt door het Defensie Helikopter Commando en huisvest de staf van de Luchtmobiele Brigade. Ook binnen het huidige cluster Oranjekazerne liggen   Duitse complexen, Grosses en Kleines Heidelager. De Oranjekazerne is nu de thuisbasis van de 11e Luchtmobiele Brigade, een onderdeel van de Koninklijke Landmacht. In totaal werken hier 3000 manschappen, waarvan de leerlingen door de week ook op de kazerne overnachten. Het gebied rondom de kazerne wordt als oefenterrein gebruikt.

‘Maar weinig militairen hebben weet van de bijzondere geschiedenis van hun kazerne.’

Informatieborden

Van Veldhuijsen vindt het jammer dat maar weinig militairen weet hebben van de bijzondere geschiedenis van hun kazerne. ‘Ze vragen mij nog geregeld of de gebouwen niet weg kunnen.’ Om deze geschiedenis meer onder de aandacht te brengen, heeft hij samen met Defensie historische informatieborden laten ontwikkelen. De informatieborden hangen op twee plekken: bij de ingang van de (voor publiek gesloten) vliegbasis en in een bushokje op het kazerneterrein. In de tijd dat de dienstplicht nog bestond, stapten de soldaten hier op de bus langs de openbare weg buiten het Defensieterrein. Het bushokje is nu buiten gebruik, maar het ligt nog wel op de looproute van de militairen. Voor de militairen vormen de informatieborden een ‘verbindingsgsbruggetje’ met hun omgeving. Van Veldhuijsen: ‘De informatieborden over de geschiedenis van vliegbasis Deelen hebben duidelijk iets in gang gezet. Er komen er meer, is het plan. Ik hoop ook echt dat ze helpen om meer waardering te creëren voor dit bijzondere vastgoed met monumentale status.’