Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 10: Bijzondere klussen 2020

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 10: Bijzondere klussen 2020

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/kei/2020/10/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

‘Beheer van vastgoed gaat over de toekomst’

Irene van Munster

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Arenda Oomen

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft ‘de mooiste vastgoedportefeuille van Nederland’, zegt directeur Vastgoedbeheer Irene van Munster. En daarbij doelt ze niet alleen op de bekende pareltjes zoals monumenten, musea en paleizen, maar juist ook op de bijzondere objecten: ‘Denk aan vliegveld Eindhoven, de 160 pachtboerderijen, de Moormanbrug, een voormalige Duitse bunker. Het vastgoed van het Rijk is ongekend gevarieerd en uniek. Van Munster: ‘Maar waar het in deze bijzondere tijd, met de dreiging van corona, ook om gaat is: hoe ga je daar mee om?’

Economie stimuleren

Dat doet het RVB vanaf het begin van deze crisis op een bijzondere manier, zegt Irene van Munster. ‘We hebben, ook op verzoek van het kabinet natuurlijk, de bouwsector mee aan de gang helpen houden, zijn de economie blijven stimuleren. We hebben geprobeerd om te versnellen en waar het kon projecten naar voren te halen. Daar waren we wel uniek in, denk ik. Ook hebben we de activiteiten in onze panden zoveel mogelijk door laten lopen.’ Op kazernes, in gevangenissen: in de beginfase was overal dezelfde normale menselijke neiging om ‘de hekken dicht te gooien’, omschrijft Van Munster. ‘Maar naast de dreiging van corona is er ook een ander gevaar: wat als de veiligheid in je panden tekortschiet? Beheer zie je niet altijd, maar o wee als het niet op orde is. Keuringen van liften en brandmeldinstallaties, inspectie van gebouwen: overal waar mensen zijn, moeten ze ook veilig kunnen verblijven.’ De kantoorkolossen in Den Haag zijn natuurlijk ‘aanmerkelijk minder druk bewoond’, zegt Van Munster ‘maar de meeste vitale processen van de overheid, denk aan gevangenissen en rechtbanken, draaien gewoon door.’

Ontmoetingsplek

Beheer gaat niet alleen over iets in stand houden, benadrukt Van Munster. ‘We kijken niet alleen naar het hier en nu, maar ook naar de toekomst. Wat corona betreft gaat het dan om liftbeheer, om ventilatie, om werken in een anderhalve meter samenleving, om functionaliteit van onze kantoren. Het gesprek over die functionaliteit voerden we al langer. Vanuit duurzaamheidsaspecten, de wens om minder mobiliteitskilometers te maken en financiële overwegingen, zaten we voor onze kantoren al op een 0,7 norm (werkplek per persoon, red.) Nu door corona blijkt dat thuiswerken voor heel veel mensen goed kan, is dat gesprek in een versnelling gekomen. Het kantoor zal overal meer transformeren in een ontmoetingsplek. Natuurlijk willen mensen collega’s ontmoeten. Bijna niemand wil de hele week thuiswerken. Maar je ziet ook dat veel mensen die andere balans waarderen: minder reistijd, minder files. Die beweging heeft in de toekomst zeker invloed op onze kantoorpanden.’ Vreest ze geen leegstand? ‘Ons vastgoed vindt z’n herbestemming wel. Daar is altijd een markt voor, daar hebben we de afgelopen jaren al zóveel ervaring mee opgedaan. En denk alleen al aan de enorme woningnood nu.’

Wind- en zonne-energie op rijksgrond

Het Rijk heeft ook gronden in eigendom en beheer, dat is minder bekend bij het grote publiek, weet ze. ‘Die grond zetten we bijvoorbeeld in voor wind- en zonne-energie. Met de gemeente Katwijk werken we aan de bouw van 5600 woningen in Valkenburg, op een voormalig Defensieterrein. Met andere overheden werken we samen aan het beter benutten van onze portefeuille, het creëren van maatschappelijke meerwaarde, bijvoorbeeld met een project als skills in de stad, waar jongeren kunnen wonen en werken en een opleiding volgen in leegstaand vastgoed van het Rijk. Daar hebben we tegenwoordig meer oog voor en die rol pakken we graag.’

Een ander bijzonder project, dat nog in de beginfase is: de bouw van een centraal overheidsgebouw op Sint Eustatius, voor zowel het openbaar lichaam Sint Eustatius als de Rijksdienst Caribisch Nederland. ‘We willen lokale mensen en bouwmiddelen inzetten, als social return.’

Slimmer datagebruik

De ontwikkelingen in het beheer van vastgoed draaien in de toekomst om slimmer datagebruik, zegt Van Munster. ‘Keuringen en onderhoud zijn nu gebaseerd op planningen. Maar we gaan naar predictive maintenance. Installaties en systemen zullen zelf aangeven wat er wanneer vervangen moet worden.’

De vastgoedportefeuille moet de komende 30 jaar ‘Paris-proof’ worden gemaakt, een grote opgave. ‘We volgen wat er in de markt en bij wetenschappelijke instituten gebeurt om innovaties op het gebied van duurzaamheid in te kunnen zetten bij ons dagelijks beheer.’ Van Munster: ‘Dat vraagt binnen onze eigen organisatie om andere specialisten. Niet meer alleen techneuten met verstand van bouwen, stenen en installaties, maar it’ers en dataspecialisten. Daar moeten we fors op inzetten. Maar dat zie ik met vertrouwen tegemoet: mensen willen graag werken voor de organisatie met de mooiste vastgoedportefeuille van Nederland.’

In het voetspoor

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

De harde grens na Brexit

Rob van Rossum

Tekst Josanne Algera
Foto Erik Jansen

Vanaf Europoort, Hoek van Holland en IJmuiden vertrekken dagelijks schepen met passagiers en vracht naar Groot-Brittannië, het land dat straks niet meer tot de Europese Unie behoort. Na de Brexit van 1 januari 2021 moeten de Koninklijke Marechaussee en de Douane weer grenscontroles uitvoeren op havens en luchthavens. RVB-programmamanager Rob van Rossum zorgt dat dit mogelijk wordt.

De vragen van de klant vertalen naar projecten en deze realiseren, dat is wat programmamanager Rob van Rossum al sinds 2014 bij het Rijksvastgoedbedrijf doet. Op dit moment zijn zijn belangrijkste klanten de Koninklijke Marachaussee (KMar) en de Douane, die na de Brexit van 1 januari 2021 weer grenscontroles gaan uitvoeren bij iedereen die tussen Nederland en Groot-Brittannië reist. Het Rijksvastgoedbedrijf is op de verschillende havens en luchthavens verantwoordelijk voor het mogelijk maken van die grenscontroles. ‘In ons Brexitprogramma werken we samen met de KMar, met de Douane en de Belastingdienst, maar ook met de veerbootorganisaties en de eigenaren van de terreinen en gebouwen.

  • Loop met Rob van Rossum mee langs de nieuwe grenscontroleposten in de haven van Europoort Rotterdam.
  • Klik op de >> pijlen in de foto of op de bullets onder de fotoreeks en mis geen moment.
Extra

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

Wow!

Koning Willem III

Tekst Marianne Schijf

De verkoop van een vroegere gevangenis, de renovatie van een monumentaal gebouw, het ontwerp voor een duurzaam lesgebouw, de aanleg van nieuwe natuur of de ontwikkeling van een heel gebied. Het Rijksvastgoedbedrijf werkt aan hele bijzondere projecten en daar komt ook heel wat bijzonder werk bij kijken. In de fotoreeks hieronder een greep uit de speciale RVB-projecten van 2019 en 2020.

  • Op de foto: het nieuwe lesgebouw op de Koning Willem III kazerne in Apeldoorn. Beeld: Defensie
  • Klik op de >>pijlen in de foto’s of op de bullets eronder en mis geen plaatje.
Andere bril

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

Operatie Moormanbrug

Theo Maarsen

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Olivier Middendorp

Theo Maarsen is chef brugwachter op de Vice-Admiraal Moormanbrug in Den Helder. De brug is van Defensie, het RVB doet het onderhoud. Samen met vijf marine-collega’s zorgt Maarsen dat de brug 365 dagen per jaar, 24/7, bemand is. Met 16.000 openingen per jaar is het een van de drukste bruggen van Nederland. Afgelopen zomer stond de brug een maand lang permanent open, omdat het complete bewegingswerk inclusief aandrijving werd gerenoveerd en vervangen. Lastig voor iedereen, behalve voor Bertus.

Wie is Bertus?

‘Dáár. Zie je ‘m? Z’n kop komt net boven water. Vaste klant hier. Hij is heel dik en groot want hij krijgt veel vis toegeworpen. Ik zie ‘m hier al 15 jaar. Op YouTube staan veel filmpjes van ‘m. Bertus is wereldberoemd in Den Helder.’

De brug stond tijdens het onderhoud permanent open.

Vier weken zonnebaden en neuspeuteren voor de brugwachters?

‘Nee dus. De brug was afgesloten voor het wegverkeer, maar de scheepvaart gaat door en zeker op de zomerdag is het hier heel erg druk met pleziervaart. Ze komen door de sluis en willen naar open zee, of komen vanaf zee en willen richting Amsterdam. En de visserij, de zandschepen en oliebootjes varen ook gewoon door. Je moet hier enorm opletten en de verkeerslichten aan beide kanten van de brug bedienen, zodat er geen ongelukken gebeuren. De beroepsvaart meldt zich via de marifoon, maar de pleziervaart is niet marifoonplichtig dus dat moet je zelf goed in de gaten houden.’

Gaat het weleens mis?

‘De brug ligt in een bocht, de scheepvaart heeft slecht zicht. De boten komen hier van alle kanten. Ook vanaf de kade gaan ze van binnen naar buiten en andersom. Je moet de brug eigenlijk schuin aanvaren, maar dat zien ze soms te laat. Ze happen hier regelmatig een stuk uit het beton.’

Vandaar dat groot onderhoud?

‘Nee. De brug is van 1954 en een van de best onderhouden bruggen van Nederland met heel weinig storingen. Het reguliere onderhoud gebeurt door Griekspoor in opdracht van het RVB. Zij zijn er altijd heel snel en dat werkt prima. Maar de brug was aan het eind van z’n technische levensduur. Het bewegingswerk was aan het verslijten, we konden de laatste tijd maar tot windkracht 7 draaien, je hoorde het brugdek een beetje klapperen. Er is ook met infraroodcamera’s onderzoek gedaan en er bleken haarscheurtjes in de tandwielen te zitten. Je wilt niet dat er ongelukken gebeuren. De brug moest daarom helemaal uit de roulatie.’

Hoe verliep de samenwerking met het RVB?

‘Prima. Er is veel overleg met ons geweest. Het onderhoud werd daarom gepland tijdens de vakantieperiode van het marinepersoneel, zij maken veel gebruik van de brug. Tijdens de renovatie waren er soms 20 man tegelijk aan het werk, daar was vooraf allemaal over nagedacht. Die mensen konden natuurlijk niet allemaal naar onze ene wc of hierboven koffiezetten. Er zijn dixies geplaatst, en een kantine in een container. Het RVB was hier elke dag. Het was een enorme operatie, de nieuwe Panama-wielen pasten nét door het trapgat naar de kelder, maar alles is perfect gelopen. Wij horen nu het verschil, het bewegingswerk loopt echt geruisloos.’

Nog een tip voor het RVB?

‘De communicatie rondom dit groot onderhoud was perfect, maar door het jaar heen, bij het reguliere onderhoud, kan het wel wat beter. Soms staat hier ineens iemand op de stoep die bijvoorbeeld wat wil smeren en dat heeft het RVB dan niet bij ons gemeld. Dan zou de brug dus een half uur niet kunnen draaien. Zo werkt dat natuurlijk niet. We moeten dat van tevoren weten, dan kunnen we het vooraf melden aan het scheepvaartverkeer en het autoverkeer. Als zoiets gebeurt, bepaalt de havenofficier uiteindelijk of de brug wordt gesperd of niet. RVB’ers hebben ook de gewoonte om te mailen, maar bellen werkt veel beter.’

Parel

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

Beter, sterker, sneller

Tekst Josanne Algera
Foto Jeroen Liebers

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft een veelzijdige vastgoedportefeuille met bijzonder vastgoed. Maar dat er ook buitensportaccommodaties toe behoren, is minder bekend. Nauk van der Donk houdt zich bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) bezig met de ontwikkeling, bouw, het beheer en onderhoud van dit sportieve vastgoed. Hij is ‘erg trots’ op het ontwerp voor de nieuwe survivalrunbaan in Schaarsbergen: het is een echte parel.

Op de Oranjekazerne in Schaarsbergen wordt druk gebouwd aan de ruim 120 meter lange survivalrunbaan. Deze bestaat uit 17 verschillende hindernisvakken met ruim 100 verschillende hindernissporen, 150 hindernissen en 1001 verschillende oefeningen. Op de foto boven is te zien hoe het grootste en hoogste onderdeel van de baan op zijn plek wordt gehesen: de militairen kunnen op dit onderdeel een grote afstand overbruggen door middel van een touwzwaai in een net.

Innovatieproject

‘De survivalrunbaan is een unieke sportaccommodatie die we de afgelopen 2 jaar in opdracht van Defensie helemaal vanaf scratch hebben ontwikkeld. Het kleine projectteam bestond uit vertegenwoordigers van Defensie en een aantal deskundigen uit de markt’, zegt Van der Donk, hoofd van de vakgroep sport- en trainingsfaciliteiten bij het Expertisecentrum Techniek van het RVB. De baan, waar met zo’n 100 militairen tegelijk op getraind kan worden, moet zo goed mogelijk tegemoet komen aan nieuwe functionele behoeften van Defensie. Van der Donk: ‘Het is geen tijdelijke houtje-touwtjebaan met een beperkte levensduur en veel onderhoud, maar het is iets duurzaams en structureels.’

Adaptief?

Deze hindernisbaan is bedoeld als eerste pilot. Defensie wil hem als  volwaardig nieuwe trainingsmogelijkheid gebruiken voor “vaardig bewegende militairen”, die in alle situaties en omstandigheden obstakels en hindernissen probleemloos kunnen passeren. De baan moet dus iets toevoegen aan het traditionele militaire opleidingsprogramma en daarom onderzoekt TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek) straks of de baan daadwerkelijk bijdraagt aan het adaptieve vermogen van de militair. Als dit het geval is, komt de baan in het landelijke opleidingsprogramma en kunnen er vergelijkbare banen op meer Defensieterreinen gebouwd worden, elk afgestemd op de specifieke vraag en de beschikbare ruimte.

Van der Donk: ‘We hebben de baan ook op een moderne manier ontworpen. We hebben de behoeften van Defensie vertaald naar een geavanceerd modulair 3D-ontwerp.’ Samen met een werkgroep van Defensie en een modeleur uit de markt, ging de RVB-vakgroep aan de slag. ‘Het ontwerpen in de buitenruimte met 3D-modellen is relatief nieuw bij het RVB. Ik heb al lang affiniteit met 3D modelleren; die zijn duidelijker dan 2D-ontwerpen: “what you see is what you get”.

Vakgroep

De vakgroep sport- en trainingsfaciliteiten houdt zich bezig met reguliere kunstgrasportvelden, atletiekbanen en playcourts, maar ook met bijzondere trainingsaccommodaties zoals skills gardens, calisthenics parken, klimtorens en touw- en hindernisbanen. De vakgroep zorgt ervoor dat de behoefte aan trainingsfaciliteiten sneller realiteit wordt. Mike Rigter, senior medewerker vastgoed en infrastructuur: ‘De vakgroep hoort wat de behoeftes zijn, en zorgt voor duidelijkheid in de uitvoering, onderhoud en keuringen. Als vakgroep zitten we dichter bij het vuur en zo ontlasten we de sportgroepen van Defensie.’ De sportfaciliteiten bevinden zich binnen de justitiële inrichtingen en op Defensiecomplexen. De survivalrunbaan zal in het eerste kwartaal van 2021 in gebruik worden genomen.

  • Bekijk de fotoserie >>
Omgeving

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

Natte voeten voor erfgoed Schokland

Tekst Marjolein Overmeer
Foto Erik Jansen

Rond de 400 hectare aan landbouwgrond verwisselde dit jaar van eigenaar om bij te dragen aan nieuwe natuur in Flevoland. Een deel daarvan moet het werelderfgoed Schokland nog beter beschermen en behouden voor ons nageslacht. Rentmeester Paul Rigter van het Rijksvastgoedbedrijf was nauw betrokken bij de grondruil. ‘Een grondruil van deze omvang is echt uniek.’

Hydrologische zone

Al in 2006 waarschuwden archeologen voor een te laag waterpeil rond het voormalige eiland Schokland in de Noordoostpolder, sinds 1995 Unesco Werelderfgoed. De bodem van Schokland is namelijk rijk aan archeologische resten, van de prehistorie tot aan de laatste permanente bewoning in de negentiende eeuw; om deze resten te kunnen behouden, is een hoog waterpeil en een natte bodem nodig. De archeologen stelden voor een hydrologische zone te maken, een kunstmatig hoog waterpeil rond het voormalige eiland. Maar de boeren, die er landbouwgronden van het Rijksvastgoedbedrijf pachtten, wilden juist een laag grondwaterpeil om het land te bewerken. Rigter: ‘Om die aanleg van een hydrologische zone binnen het werelderfgoed mogelijk te maken, heeft (de voorloper van) het Rijksvastgoedbedrijf in 2006 ook al herverkaveling mogelijk gemaakt. Deze hydrologische zone houdt sindsdien het grondwaterpeil hoog en monitort het.’

Kwetsbaar

Maar daarmee was het werelderfgoed nog niet gered. Het werelderfgoed is namelijk groter dan het voormalig eiland Schokland alleen. Na archeologisch onderzoek bleken met name de gronden ten zuiden van Schokland, waar het grondwaterpeil het laagst staat, kwetsbaar te zijn. Om het werelderfgoed veilig te stellen, vroegen de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder het Rijksvastgoedbedrijf om daar 100 hectare landbouwgrond te ruilen ten behoeve van het programma Nieuwe Natuur. Rigter is hier al sinds 2010 bij betrokken; hij houdt zich onder andere bezig met bedrijfsverplaatsingen. ‘Door grond van het Rijksvastgoedbedrijf over te dragen aan de provincie Flevoland en de Stichting Flevo-landschap, kan nu ook bij de zuidpunt van Schokland zogenaamde natte natuur ontwikkeld worden.’

Boeren verplaatsen

Rigter is het meest in zijn element wanneer hij zijn gebiedskennis kan inzetten. ‘Zo kon ik de provincie adviseren welke rijksgronden het beste geruild konden worden en op welke locatie boeren hun bedrijf zouden kunnen voortzetten. Vervolgens heeft de staat bij deze hele ruil gronden teruggekregen, onder andere in zuidelijk Flevoland, waar boeren nu naartoe kunnen.’

Behalve de 100 hectare bij Schokland heeft het Rijksvastgoedbedrijf nog eens 300 hectare in Flevoland geruild ten bate van het programma Nieuwe Natuur (zie kader). ‘Een grondruil van deze omvang is echt uniek. Flevoland is een populaire plek om te boeren en het komt maar zelden voor dat er zoveel land op de vrije markt beschikbaar komt’, weet Rigter. Door het ruilen van de gronden heeft het Rijksvastgoedbedrijf een cruciale rol kunnen spelen bij de voortgang van het programma Nieuwe Natuur. De provincie kan nu samen met de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan van de gronden wijzigen ten behoeve van natuur en het werelderfgoed.

De totale grondruil heeft heel wat voeten in de aarde gehad: er zat tien jaar tussen de eerste plannen en de uiteindelijke grondruil. Rigter: ‘Het heeft veel voorbereiding gevergd om tot besluitvorming te komen. Mijn rol was om het proces van verplaatsing van de boeren bij Schokland naar andere landbouwgronden in goede banen te leiden.’ Het Rijksvastgoedbedrijf moet marktconform en openbaar handelen en kan niet zomaar grond verkopen voor lokale projecten. ‘De provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder hebben flink gelobbyd. En dat het daarbij ook om de bescherming van werelderfgoed ging, heeft zeker geholpen’, aldus Rigter.

Nieuwe natuur

Het programma Nieuwe Natuur van de provincie Flevoland is een programma voor en door haar inwoners en maatschappelijke organisaties. Zij komen zelf met initiatieven voor nieuwe natuurgebieden in de buurt, van stiltegebieden tot voedselbossen. De initiatiefnemers voeren de lokale natuurprojecten uit en beheren ze, met hulp van de provincie. Hierdoor zullen de, ooit op de tekentafel bedachte, gescheiden natuur, landbouw en bebouwing in Flevoland een meer organisch geheel gaan vormen. Meer weten? https://www.digizineflevoland.nl/noordelijk-flevoland/nieuwe-natuur

Column

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

Huisbaas?

Tekst Wim Weijland, directeur Rijksmuseum van Oudheden
Foto Arenda Oomen

Begin 2017 startte een proef voor vijf jaar met betrekking tot het Rijksmuseale huisvestingsstelsel. Met een stelselwijziging werd beoogd de rijksmusea meer mogelijkheden te geven om als ‘cultureel ondernemer’ te functioneren. Zeggenschap over de gebouwen werd hierbij beschouwd als een belangrijke factor, mede doordat het de musea in staat stelde zelf keuzes te maken over aard, omvang en kwaliteitsniveau van het onderhoud. Wij moesten dus als een goed huisvader, als waren we eigenaar én regisseur, op onze gehuurde panden gaan passen. 

Die proef kwam niet zonder slag of stoot tot stand. Jarenlange discussie tussen het ministerie van OCW, het Rijksvastgoedbedrijf en de musea ging eraan vooraf. Een compromis was de uitkomst: niet alle musea zouden het onderhoud- en instandhouding op zich nemen. Minstens vijf musea zouden een beroep moeten doen op het Rijksvastgoedbedrijf. Wij staken snel ons hand op. Niet omdat we altijd even tevreden waren over de dienstverlening, die soms traag, over veel schijven liep en soms duur was. We wilden bij het RVB blijven omwille van de aldaar aanwezige historische expertise. Maar belangrijker: het Rijksmuseum van Oudheden is een zelfstandige stichting met het doel een rijkscollectie te behouden en te ontsluiten. We zijn niet opgericht om Rijksmonumenten te beheren.

Inmiddels zijn we bijna vier jaar verder en wordt het tijd voor een evaluatie van de proef uit 2017. In de wandelgangen klinkt het geluid dat de proef geslaagd is en dat vrijwel alle rijksmusea vanaf 2022 de regie over hun onderhoud en investeringen op zich willen nemen. Wij schijnen dat ene museum in dat kleine Gallische dorpje te zijn dat er anders over denkt. Tuurlijk, de dienstverlening en de informatieverstrekking is nog weleens traag, maar dat is geen halszaak. De relatie tussen onze gebouwenbeheerder en de medewerkers van het RVB is soms weerbarstig, maar grotendeels collegiaal en goed. Ook ervaren we soms dat de pet van eigenaar moeilijk gewisseld kan worden met de pet van opdrachtnemer. Het RMO is immers de regisseur die de opdrachten verstrekt. Maar in grote lijnen zijn wij tevreden over de situatie: we willen immers tentoonstellingen en activiteiten managen en geen Rijksmonumenten. Wij hebben de relatie nooit als gedwongen winkelnering beschouwd. Ook de technische input vanuit het RVB bij de totstandkoming van het meerjarig investerings- en onderhoudsplan was voor ons zeer behulpzaam. Als oudheidkundig museum weten wij historische expertise, vertaald in de concrete actualiteit, te waarderen. Wij doen niet anders dan het verleden aan het heden te binden.
Maar: als die regierol blijft, dus zonder inschakeling van het RVB, pak dan door en draag het eigendom over van onze geliefde panden. De volle verantwoordelijkheid die daarbij hoort zullen we nemen, en extra expertise opbouwen en inhuren. Dan zijn we een stichting die een Rijksmonument én een rijkscollectie behoudt en beheert.

  • Wim Weijland (1966) is sinds 2006 directeur-bestuurder van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
Toen en nu

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

Vliegbasis Deelen deelt historie

Deelen

Tekst Marjolein Overmeer
Foto Rob Gieling

Ten noorden van Arnhem, verscholen in het groen, ligt met 700 hectare één van de grootste rijksmonumenten van Nederland: vliegbasis Deelen, nu in gebruik door het Defensie Helikoper Commando. Welke monumentale schatten zich achter de hekken bevinden, is voor velen onbekend. Ook de militairen die hier werken, kennen vaak de bijzondere geschiedenis achter hun eigen kazerne niet. Omgevingsmanager Bart van Veldhuijsen van het Rijksvastgoedbedrijf maakt zich hard voor meer bekendheid.

In 2007 wees de toenmalige Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten bijna het gehele terrein van de oorspronkelijke vliegbasis, inclusief de gebouwen, aan als rijksmonument. Dit rijksmonument bestaat uit de huidige vliegbasis Deelen maar ook het cluster Oranjekazerne. Van de bijna 200 monumentale gebouwen staan er 150 verspreid op deze defensieterreinen.

Omarmd

Met de monumentale status kwam er een verplichting verwaarloosde oude gebouwen op te knappen. Sinds 2007 is het Rijksvastgoedbedrijf de gebouwen een voor een aan het opknappen, van grote vliegtuighangars tot aan kleine toilethuisjes. ‘Eenmaal opgeknapt is iedereen enthousiast over de uitstraling en mogelijkheden. De gebruikers melden zich vaak vanzelf’, lacht Van Veldhuijsen. Zo is de Junkerhal, een grote hangaar die ooit als reparatieruimte voor de Duitse bommenwerpers diende, gerenoveerd en sinds 2014 in gebruik als opslagruimte.

Bijzondere geschiedenis

Van Veldhuijsen weet intussen zo’n beetje alles wat er te weten valt over het terrein en de geschiedenis ervan. ‘Ik heb vliegbasis Deelen als monument inmiddels volledig omarmd en geef zelfs af en toe rondleidingen aan geïnteresseerden uit de regio. Dat komt mijn werk als belangenbehartiger voor Defensie ook ten goede. De geschiedenis is zo bijzonder, dat ik nu oprecht blij ben dat de gebouwen er nog zijn. Ze maken van Deelen de meest gaaf bewaarde vliegbasis uit de Tweede Wereldoorlog’, vertelt Van Veldhuijsen enthousiast.

Luftwaffe

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de door de Duitse Luftwaffe opgetuigde luchtmachtbasis Fliegerhorst Deelen de grootste van Nederland. In totaal zouden er ruim 900 bouwwerken  verrijzen die verschillende gebouwencomplexen vormden, verspreid over het enorme terrein. En dat niet alleen, deze gebouwen waren ook nog eens perfect gecamoufleerd: de gemiddeld zeventig bommenwerpers die hier gestald stonden, waren niet zichtbaar vanuit de lucht. Waar andere vliegvelden regelmatig gebombardeerd werden door geallieerde vliegtuigen, bleef vliegbasis Deelen grotendeels onopgemerkt. Pas in 1944 ontdekten en bombardeerden de geallieerden de landingsbanen. De gebouwen op het omliggende terrein kwamen echter ongeschonden uit de oorlog.

Zogenaamde boerderijen

Hoe dat mogelijk was? Vanaf de grond lag het vliegveld met de hangaars en barakken voor de soldaten beschut in een bosrijke omgeving. Daarnaast hadden de Duitsers de vliegbasis ingericht als een dorp. Rond de verschillende brinkjes lieten ze de vliegtuighangaars tot in detail nabouwen in boerderijstijl. De geruite boerenluiken waren echter niet van hout, maar van staal en de muren waren een halve meter dik. Rond deze zogenaamde boerderijen lagen tuinen met bloemenperkjes om het beeld compleet te maken. Vanuit de lucht hadden patrouillerende vliegtuigen niet in de gaten dat op de grond onder hen Duitse bommenwerpers verborgen waren.   

Om ook de kilometerslange startbanen in de vorm van een A uit het zicht te houden, bedachten de Duitsers een andere slimme camouflagetechniek. Van Veldhuijsen: ‘Die lange startbanen vallen natuurlijk enorm op vanuit de lucht. Daarom verfden de Duitsers het beton van de zijkant naar binnen toe groen. Hierdoor leek het vanuit de lucht een weiland met een smal weggetje erdoorheen. Er liep een kudde schapen rond en er stonden zelfs betonnen koeien naast de baan om de camouflage af te maken’.

Deelen nu

Vijfenzeventig jaar later hoort het vliegveld en het grootste deel van de overgebleven gebouwen nog steeds bij Defensie. Het vliegveld wordt gebruikt door het Defensie Helikopter Commando en huisvest de staf van de Luchtmobiele Brigade. Ook binnen het huidige cluster Oranjekazerne liggen   Duitse complexen, Grosses en Kleines Heidelager. De Oranjekazerne is nu de thuisbasis van de 11e Luchtmobiele Brigade, een onderdeel van de Koninklijke Landmacht. In totaal werken hier 3000 manschappen, waarvan de leerlingen door de week ook op de kazerne overnachten. Het gebied rondom de kazerne wordt als oefenterrein gebruikt.

Informatieborden

Van Veldhuijsen vindt het jammer dat maar weinig militairen weet hebben van de bijzondere geschiedenis van hun kazerne. ‘Ze vragen mij nog geregeld of de gebouwen niet weg kunnen.’ Om deze geschiedenis meer onder de aandacht te brengen, heeft hij samen met Defensie historische informatieborden laten ontwikkelen. De informatieborden hangen op twee plekken: bij de ingang van de (voor publiek gesloten) vliegbasis en in een bushokje op het kazerneterrein. In de tijd dat de dienstplicht nog bestond, stapten de soldaten hier op de bus langs de openbare weg buiten het Defensieterrein. Het bushokje is nu buiten gebruik, maar het ligt nog wel op de looproute van de militairen. Voor de militairen vormen de informatieborden een ‘verbindingsgsbruggetje’ met hun omgeving. Van Veldhuijsen: ‘De informatieborden over de geschiedenis van vliegbasis Deelen hebben duidelijk iets in gang gezet. Er komen er meer, is het plan. Ik hoop ook echt dat ze helpen om meer waardering te creëren voor dit bijzondere vastgoed met monumentale status.’

Dit artikel hoort bij: Kei 10: Bijzondere klussen

Colofon

Kei, 10: Bijzondere klussen Jaargang 2020

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf

Publicatiedatum
dinsdag 01 december 2020
Productie
Josanne Algera (JA), Shirley Copijn, Yvonne Hoeberichts, Erika Labordus (EL), Marjolein Overmeer (MO), Marjolijn Schaap, Marianne Schijf, Anka van Voorthuijsen. Kei is een thematisch magazine. Het komt tot stand onder redactie van het Rijksvastgoedbedrijf en verschijnt twee keer per jaar. Hebt u vragen, suggesties of ideeën? Mail de redactie.
Eindredactie
Marianne Schijf
E-mail
postbus.rvb.redactie@rijksoverheid.nl
Internet
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/
Copyright
https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/copyright