Tekst Wim Weijland, directeur Rijksmuseum van Oudheden
Foto Arenda Oomen

Begin 2017 startte een proef voor vijf jaar met betrekking tot het Rijksmuseale huisvestingsstelsel. Met een stelselwijziging werd beoogd de rijksmusea meer mogelijkheden te geven om als ‘cultureel ondernemer’ te functioneren. Zeggenschap over de gebouwen werd hierbij beschouwd als een belangrijke factor, mede doordat het de musea in staat stelde zelf keuzes te maken over aard, omvang en kwaliteitsniveau van het onderhoud. Wij moesten dus als een goed huisvader, als waren we eigenaar én regisseur, op onze gehuurde panden gaan passen. 

Die proef kwam niet zonder slag of stoot tot stand. Jarenlange discussie tussen het ministerie van OCW, het Rijksvastgoedbedrijf en de musea ging eraan vooraf. Een compromis was de uitkomst: niet alle musea zouden het onderhoud- en instandhouding op zich nemen. Minstens vijf musea zouden een beroep moeten doen op het Rijksvastgoedbedrijf. Wij staken snel ons hand op. Niet omdat we altijd even tevreden waren over de dienstverlening, die soms traag, over veel schijven liep en soms duur was. We wilden bij het RVB blijven omwille van de aldaar aanwezige historische expertise. Maar belangrijker: het Rijksmuseum van Oudheden is een zelfstandige stichting met het doel een rijkscollectie te behouden en te ontsluiten. We zijn niet opgericht om Rijksmonumenten te beheren.

Inmiddels zijn we bijna vier jaar verder en wordt het tijd voor een evaluatie van de proef uit 2017. In de wandelgangen klinkt het geluid dat de proef geslaagd is en dat vrijwel alle rijksmusea vanaf 2022 de regie over hun onderhoud en investeringen op zich willen nemen. Wij schijnen dat ene museum in dat kleine Gallische dorpje te zijn dat er anders over denkt. Tuurlijk, de dienstverlening en de informatieverstrekking is nog weleens traag, maar dat is geen halszaak. De relatie tussen onze gebouwenbeheerder en de medewerkers van het RVB is soms weerbarstig, maar grotendeels collegiaal en goed. Ook ervaren we soms dat de pet van eigenaar moeilijk gewisseld kan worden met de pet van opdrachtnemer. Het RMO is immers de regisseur die de opdrachten verstrekt. Maar in grote lijnen zijn wij tevreden over de situatie: we willen immers tentoonstellingen en activiteiten managen en geen Rijksmonumenten. Wij hebben de relatie nooit als gedwongen winkelnering beschouwd. Ook de technische input vanuit het RVB bij de totstandkoming van het meerjarig investerings- en onderhoudsplan was voor ons zeer behulpzaam. Als oudheidkundig museum weten wij historische expertise, vertaald in de concrete actualiteit, te waarderen. Wij doen niet anders dan het verleden aan het heden te binden.
Maar: als die regierol blijft, dus zonder inschakeling van het RVB, pak dan door en draag het eigendom over van onze geliefde panden. De volle verantwoordelijkheid die daarbij hoort zullen we nemen, en extra expertise opbouwen en inhuren. Dan zijn we een stichting die een Rijksmonument én een rijkscollectie behoudt en beheert.

  • Wim Weijland (1966) is sinds 2006 directeur-bestuurder van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

‘Wij schijnen dat ene museum in dat kleine Gallische dorpje te zijn dat er anders over denkt’

Pilot vastgoed rijksmusea

De rijksmusea die hun gebouwen huren van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zijn vanaf 1 januari 2017 voor de periode van vijf jaar zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebouwen. Deze rijksmusea krijgen zo meer te zeggen over de gebouwen en kunnen daardoor beter als cultureel ondernemer functioneren. Eenentwintig rijksmusea huren momenteel hun gebouwen van het RVB. In de pilotperiode blijft het Rijk eigenaar van de gebouwen, maar kunnen musea zelf keuzes maken over het onderhoud, de afstemming van bouwactiviteiten en het inhuren van aannemers. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan de wens van de musea. Het gaat om twee groepen musea: musea die het Rijksvastgoedbedrijf inschakelen en musea die alles zelf gaan uitvoeren. De ervaringen van musea zijn wisselend. Binnenkort start het evaluatieproces.