Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 9: Ons vak, onze mensen 2020

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 9: Ons vak, onze mensen 2020

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/kei/2020/09/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Veelzijdigheid troef

Jurgen Jongkind

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Jürgen Jongkind, directeur Financiën en Bestuursadvisering bij het Rijksvastgoedbedrijf. Foto: Arenda Oomen

‘We slagen er steeds beter in om te laten zien hoe bijzonder we zijn als werkgever.’ Jürgen Jongkind is directeur Financiën en Bestuursadvisering bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), dat een scala functies in huis heeft. Van techneut tot ecoloog of contractmanager: wel mét bestuurlijke voelsprieten.

Het enorm uitgebreide scala aan functies bij het Rijksvastgoedbedrijf laat goed zien dat dit een bijzondere werkgever is, ook voor technici, zegt Jürgen Jongkind. ‘We hebben bouwkundigen en architecten in dienst, maar ook ecologen voor het beheer van natuurterreinen. Klimaattechnici, juristen, financieel specialisten, projectleiders, duurzaamheidsdeskundigen en dan ben je er nog lang niet.’ Het gaat om een reeks uiteenlopende functies, ‘maar ook daarbinnen onderscheiden we ons. Onze mensen beschikken over vakkennis, maar zijn ook werkzaam in een politiek bestuurlijke omgeving. We zijn ons altijd bewust van die context.’ Dat speelt een rol bij de selectie van nieuwe medewerkers. ‘Het vraagt om specifieke competenties. Maar we zorgen er ook voor dat onze medewerkers die bestuurlijke gevoeligheid bij ons kunnen ontwikkelen.’

Meer aandacht voor vacatureteksten

Goede technici zijn gewild en de Rijksoverheid staat nog niet bij iedere afgestudeerde op het netvlies, weet Jongkind. ‘Eerlijk gezegd: de vacatureteksten voor het Rijk waren in het verleden heel erg saai. Daar besteden we nu veel meer aandacht aan. We zijn actief met voorlichting op hogescholen en universiteiten. We zijn als Rijk, maar zeker ook als RVB, veel professioneler geworden in onze arbeidsmarktcommunicatie en met recruitment. Waar plaats je vacatures, hoe vind je de goede mensen? Wat heb je als organisatie te bieden? Intern hebben we tientallen ambassadeurs: via social media, via inhoudelijke filmpjes en artikelen vertellen zij over hun werk bij het RVB, ze geven vacatures door en zo proberen we goede nieuwe mensen binnen te krijgen. We hebben een RVB-traineeship en ook steeds meer stagiaires, ook dat zijn natuurlijk potentiële nieuwe medewerkers en zij dragen ook bij aan kennis over werken bij het RVB, door er in hun sociale netwerk over te vertellen.’ Zo wordt voor potentiële werknemers duidelijk hoe veelzijdig het RVB is als werkgever, zegt Jongkind. ‘Onze activiteiten raken niet alleen de Rijksoverheid; denk als het gaat om een thema als duurzaamheid of woningbouw. Daarbij zijn veel meer spelers betrokken, er is bijvoorbeeld veel contact met gemeentes.’

Verduurzaming van de BV Nederland

Er is veel aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde die het werken bij het RVB heeft. ‘Bijdragen aan de verduurzaming van de BV Nederland: dat is een interessante opgave waar jongeren graag aan willen bijdragen, merken we.’

Er zijn hardnekkige vooroordelen, bijvoorbeeld over de bureaucratie bij de overheid. ‘Natuurlijk is die er. We hebben op het gebied van aanbestedingen meer regels dan het bedrijfsleven. Maar wij zijn een uitvoeringsorganisatie. Er gebeurt hier veel. Er beweegt hier meer dan op de beleidsafdeling van een departement.’ Jongkind omschrijft het RVB als een platte organisatie: ‘Je stem wordt hier gehoord, dat is niet afhankelijk van de schaal waar je in zit.’

Stikstof-crisis

We zijn een uitvoeringsorganisatie, ‘maar we metselen hier niet zelf de stenen’, nuanceert Jongkind. ‘We besteden veel uit, ook op het gebied van onderhoud. Maar dat betekent dat we experts nodig hebben op het gebied van inkoop-, project- en contractmanagement. Langdurige contracten zijn erg complex geworden met veel voorwaarden en veel juridische haken en ogen. Kijk naar de stifkstofsituatie nu: hoe ga je daar als overheid mee om? Je zou willen dat bedrijven stikstofvrij kunnen opereren, maar dat brengt voor hen grote investeringen met zich mee en de vraag naar meer zekerheid voor de lange termijn.’

Omgaan met de snel veranderende actualiteit hoort er altijd bij: ‘Tijdens deze coronacrisis hebben we er in een paar weken tijd, samen met de bouwwereld, voor gezorgd dat er een goed protocol was, zodat iedereen veilig door kon werken. De productie en orderportefeuille is op peil gebleven en daarmee hebben we de bouwmarkt aan het werk gehouden. Het kost natuurlijk wel meer tijd en coördinatie om de 1.5 meter samenleving te handhaven, zeker bij werkzaamheden op kazernes en in gevangenissen, maar het getuigt van onze expertise dat het snel is gelukt.’

Gevoelige projecten

Hoe zit het met de bekendheid van het ‘merk’ Rijksvastgoedbedrijf? Die naamsbekendheid groeit gestaag, merkt Jongkind. ‘We hebben bijzondere projecten, die vaak de kranten halen. Het European Medicine Agency: heel bijzonder hoe we dat in korte tijd hebben kunnen realiseren. De restauratie van Huis ten Bosch: dat is prachtig geworden.’ De aansturing van gevoelige projecten die ook vaak in het nieuws voorbij komen, zoals de renovatie van het Binnenhof of achterstanden bij onderhoud, getuigt ook van de expertise van de medewerkers, stelt Jongkind. ‘Werken bij ons vraagt niet alleen om grote technisch expertise, maar het vergt ook veel bestuurlijk inzicht en bestuurlijke flexibiliteit. Er vinden vaak discussies over plaats in de openbaarheid. Dat moet ook. Maar dan nog: je moet er niet continu van wakker liggen. Het hoort erbij.’

Onze organisatie in cijfers (2019)

In het voetspoor

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Fijnzinnig vakwerk

Petry Botter

Tekst Marianne Schijf
Foto Petry Botter, projectleider Realisatie West. Beeld: Bas Kijzers

Toen Petry Botter tien jaar geleden in aanraking kwam met de bouwwereld was ze om. ‘De bouw heeft mijn hart gestolen’. Als projectleider Realisatie West begeleidt ze bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) de renovatie van drie monumentale panden in Den Haag: van a tot z, van plan tot uitvoering. ‘Ik kom met architecten, aannemers, adviseurs in aanraking en weeg alle belangen mee.’ En soms levert dat een pittige discussie op.

‘De liefde voor deze wereld zat er misschien toch al jong in’, bedenk ik nu. Als klein meisje van 6 liep ik al met mijn opa mee over zijn bouwprojecten. Hij was jarenlang hoofduitvoerder in de bouw. Met een veel te grote, uiteraard wiebelende bouwhelm op liep ik met hem mee als hij zijn ronde liep op de bouwplaats. Dat vond ik altijd superstoer. Mijn opa heeft mij geleerd lef te hebben. Gewoon doen, eerst 20 keer op je duim slaan, maar uiteindelijk lukt het.’

Volg Petry Botter in het voetspoor langs drie voormalige stadspaleizen uit de rijke Haagse geschiedenis met hun zeer uiteenlopende bewoners: het chique Johan de Witthuis aan de Kneuterdijk, de monumentale panden van Algemene Zaken en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid aan het Buitenhof en het statige gebouw van de Hoge Raad van Adel aan de Nassaulaan. Over doorpakken in coronatijd.

  • Klik op de >> pijlen in de foto of op de bullets onder de fotoreeks en mis geen moment.
Extra

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Onze mensen

Fotocollage Onze Mensen Rijksvastgoedbedrijf

Tekst Erika Labordus, Marianne Schijf

De ruim 2.000 medewerkers van het Rijksvastgoedbedrijf werken aan het beheer en de instandhouding van de grootste en meest diverse vastgoedportefeuille van Nederland. Van generalist tot specialist, van projectleider tot liftexpert, van verkoopadviseur tot natuurbeheerder. Een paar van hen geven we hier een gezicht.

Andere bril

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

‘Mensen moeten ook zelf nadenken’

Nico Stolk

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Hans Roggen

Nico Stolk is adviseur veiligheid & gezondheid bij MEET Strukton, dat in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf werkt aan de nieuwbouw voor het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Zijn werkplek bevindt zich in een keet op de bouwplaats aan de Helsinkilaan op het Utrecht Science Park. Hoe houd je 1,5 meter afstand op een bouwplaats?

Jij kent alle Arbowetgeving en richtlijnen uit je hoofd?

‘Dat zou geen zin hebben. Niet alles is in wetgeving te vangen bovendien, er is altijd een grijs gebied. Mensen moeten ook zelf nadenken en niet alleen de regels volgen die er zijn. Ze moeten altijd ook zélf inschatten of het veilig is wat ze aan het doen zijn. Ik ben overigens niet verantwoordelijk voor de veiligheid, dat ligt bij de hoofd uitvoerder. Ik begeleid en adviseer.’

Wat adviseerde je als eerste toen je met corona werd geconfronteerd?

‘Dat overvalt je, zoals het ons allemaal overviel. Er lag geen plan klaar. We zijn eerst naar die 1.5 meter gaan kijken: we hebben de aanvangs- en schafttijden variabel gemaakt om samenscholingen te voorkomen. De schaftruimtes zijn uitgebreid en anders ingericht om aan de richtlijnen te kunnen voldoen. We hebben overal dispensers met ontsmettingsmiddel neergezet. Eén medewerker zaagde meteen een stok van anderhalve meter, dat praktische op een bouwplaats vind ik erg leuk.’

Jullie bouwen voor het RIVM. Voelt het alsof Jaap van Dissel over je schouders meekijkt?

‘Nee, maar we hebben het RIVM wel gevraagd hoe we het beste met identificatie van alle bouwplaatsmedewerkers om konden gaan. Dat doen we met vingerafdrukken omdat pasjes doorgegeven kunnen worden en je anders illegale medewerkers binnen zou kunnen krijgen. Nu staat er voor én na de vingerafdruk-check, een dispenser.’

Hoe houd je al die mensen op de bouwplaats op afstand van elkaar?

‘We hebben corona-wachten aangesteld. Die zorgen dat om 07.00 uur niet iedereen tegelijk de keet in gaat. En ze letten op bij de bouwliften. Meestal was dat proppen. In de grote passen nu vier mensen, in de kleine liften maar twee. De gang in de bouwkeet is smal, daar moet je op elkaar wachten.’

Hoe streng kun je zijn?

‘Zo’n corona-wacht kan niet op alle verdiepingen tegelijk staan. En wij zien ook niet hoeveel mensen er uit de busjes stappen ’s ochtends; dat is de verantwoordelijkheid van de onderaannemers en iedereen heeft ook een eigen verantwoordelijk. In het begin hebben we zeker vertraging opgelopen door die ingrepen. En het is natuurlijk een dilemma: hoe strenger je de teugels aantrekt, hoe minder snel het werk gaat.’

Letten mensen zelf op?

‘Ja. Als je koorts hebt, kom je niet. We hebben geen corona gehad hier. Wel mensen die thuisblijven omdat daar iemand is die kwetsbaar is. Dat vertraagt niet, een aannemer belt gewoon een andere zzp'er.’

Hoe krijg je veilig werken tussen de oren bij iedereen?

‘Ik vind een goede relatie met de mensen die hier werken belangrijk, ik probeer hen te kennen, de namen te weten en vriendelijk te zijn. Het gaat om respect voor elkaar. Ik vertel en laat zien waaróm veiligheidsmaatregelen zo zijn. Dat werkt: dan nemen ze het serieus en spreken ze me zelf aan of sturen een fotootje van een situatie die ze niet veilig vinden. Mensen die ik waarschuw en die toch niet luisteren, worden weggestuurd.’

Deze tijd heeft ook voordelen, zei je. Leg eens uit?

‘Het was, zeker de eerste tijd, enorm rustig op de weg, dus niemand staat in de file. En het kantoorpersoneel dat anders in de keet werkt, de planners bijvoorbeeld, werken nu thuis. Dat blijkt heel goed te gaan. Misschien blijven ze dat wel doen en hoef je in de toekomst minder keetruimte te huren en neer te zetten bij een bouwplaats.’

Parel

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Vakmanschap op internationaal niveau

Brunssum

Tekst Denyse Pfennings
Foto Projectmanagers Jeroen Dam en René Wierts met general-engineer van USAG Odile Accilien-Sorger bij de nieuwbouw in Brunssum. Foto: Jeroen Liebers

De renovatie en nieuwbouw van de United States Army Garrison (USAG) Benelux in Brunssum was een internationaal project, dat eind januari na 8 jaar feestelijk werd afgesloten in aanwezigheid van alle experts van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en de betrokken Defensiemedewerkers. Projectmanagers René Wierts en Jeroen Dam overwonnen samen met Odile Sorger van de USAG alle cultuurverschillen. Ze zijn trots op deze parel van internationale samenwerking.

‘Last van een taalbarrière? Nee hoor. Cultuurverschillen waren er soms wel. In Nederland bouwen wij op een bepaalde manier en in Amerika doen ze dat anders. Je moet duidelijk uitleggen wat je wilt, hoe je dat wilt en wat je van de ander nodig hebt om dat te realiseren. Als je daar samen uitkomt, ontstaat er een mooie dynamiek en kun je de cultuurverschillen omvormen tot een veerkrachtige samenwerking op weg naar een succesvol eindresultaat. Dit project is daar een mooi voorbeeld van.’ Projectmanager René Wierts is specialist op het gebied van internationale samenwerkingen. ‘Gewoonlijk wordt er bij de ontwikkeling van een nieuwe Amerikaanse terugvalbasis niet samengewerkt met lokale partijen, maar deze kans konden we jaren geleden niet aan ons voorbij laten gaan. We pitchten onze ideeën en kregen in 2012 de opdracht. Acht jaar later zijn wij als team, maar is ook de opdrachtgever, trots op de transformatie van het terrein.’

klik op de > pijlen in de foto of op de bullets onder de fotoserie.

Omgeving

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Van geïsoleerd stukje Utrecht naar vitaal onderdeel van de stad

Michiel von Bönninghausen

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Projectmanager Michiel von Bönninghausen voor de PI Wolvenplein. Beeld: Hans Roggen

In 2014 verlieten de laatste gevangenen de penitentiaire inrichting Wolvenplein in Utrecht. Het monumentale gevangeniscomplex uit 1852 werd 6 jaar geleden, conform het masterplan van de Dienst Justitiële Inrichtingen, afgestoten: het was te klein en inefficiënt. Projectmanager Michiel von Bönninghausen coördineert de verkoop van de voormalige gevangenis.

‘Het Wolvenplein heeft de afgelopen jaren gelukkig niet leeg gestaan’, zegt projectmanager Michiel van Bönninghausen, die de verkoop van de voormalige penitentiaire inrichting ‘Het Sticht’, zoals het officieel heet, voor het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) coördineert. ‘We hebben als eigenaar direct voor tijdelijk gebruik gekozen. Niet door drie studenten in het kader van leegstandsbeheer in het enorme complex te laten wonen, maar door full swing gebruik te stimuleren.’

Leegstandsbeheer

Het RVB schakelde leegstandsbeheerder Bewaakt & Bewoond in, dat voor deze plek het concept ‘De Vrije Wolf’ bedacht, een veelzijdig verzamelgebouw. De deuren van het complex, die meer dan 170 jaar meestentijds stevig op slot zaten, zwaaiden in 2015 wijd open.

Water en Brood

De afgelopen jaren was er continu van alles te doen aan het Wolvenplein. Er zit een cateringbedrijf (‘De Lik’), er is een populaire escaperoom (Gajes in de Bajes) en tientallen startende ondernemers en zzp'ers huren de voormalige cellen als werkruimte. Regelmatig werden er congressen, festivals en culturele evenementen in de voormalige gevangenis georganiseerd en een groep buurtbewoners verzorgt rondleidingen. De vroegere luchtplaatsen zijn in gebruik als terras, er is een publiek toegankelijk zomercafé (Copacabajes) en inpandig een kantine: Water en Brood. De vroegere gevangenis is soms decor voor film- en tv-opnames, zoals ‘Misdaadcollege’ met Rick Nieman.

Welke expertise vraagt de verkoop van zulk erfgoed?

‘Ons vastgoed is vaak bijzonder. Soms bizar, soms incourant, soms monumentaal. Vaak zit de lokale politiek er bovenop. Als projectleider moet je een goed netwerk hebben dat je in kunt zetten, kunnen organiseren en de voortgang bewaken. Je hebt voelsprieten nodig, zodat je in kunt schatten of iets een briljant idee is of nooit iets op gaat leveren. Dit is werken op het snijvlak van de ambtenarij en de markt: ik vind dat mooi.’

Iedereen heeft ideeën

Wat komt hier straks? Daar heeft de buurt allerlei ideeën over, en de gemeente Utrecht en marktpartijen natuurlijk ook. Het zal geen probleem zijn om dit complex te verkopen, verwacht Von Bönninghausen. ‘De ligging is mooi: middenin de Randstad, aan de rand van de Utrechtse binnenstad, aan het water. Zowel locatie als het complex hebben veel potentie.’

Naast het traditionele ‘te koop-bord in de tuin’ en de advertenties in dagbladen, staat het complex inmiddels op biedboek.nl en startte het RVB een flinke online-marketingcampagne, via LinkedIn, mailalerts en bijvoorbeeld Google-advertenties. Online is goed meetbaar hoeveel belangstelling er is en de animo blijkt groot. Voor de kijkdagen in juni hebben zich al diverse partijen aangemeld.

Het feit dat het een rijksmonument en een voormalige gevangenis is, brengt natuurlijk uitdagingen met zich mee: ‘Maar dit is toch makkelijker te ontwikkelen dan bijvoorbeeld een koepelgevangenis.’

Gezamenlijke visie

De herontwikkeling van zulk bijzonder erfgoed vraagt veel voorbereiding. Er kwam een samenwerkingsovereenkomst waarin gemeente en RVB vastlegden wat ieders verantwoordelijkheden voorafgaand aan herontwikkeling waren en wat gezamenlijk zal worden onderzocht (RVB: verkoop. Gemeente: planologische randvoorwaarden. Gezamenlijk: opstellen van visiedocument).

Gemeente wil sturen

‘Het complex is geen eigendom van de gemeente Utrecht, maar de gemeente wil natuurlijk wél sturen op wat hier komt.’ Er kwam een klankbordgroep met ondernemers en bewoners uit de buurt en een expertteam met specialisten op het gebied van onder meer monumenten, architectuur en planologie, vanuit zowel de stad Utrecht als het rijk. ‘Je moet het complex op alle fronten analyseren: wat zijn de wensen en beperkingen, wat heeft bijzondere waarde en wat zijn kernkwaliteiten? Die staan nu in het visiedocument. Dat geeft kopers duidelijkheid over de kaders waarbinnen kan worden herontwikkeld. In het visiedocument gaat het vooral om mogelijkheden en kansen, niet om belemmeringen. Maar je wilt natuurlijk dat de historie wel zichtbaar blijft, dat bepaalde elementen straks terugkomen. Dat betekent niet dat je niets mag veranderen, wel dat je met respect met die historie omgaat.’

Meerdere bestemmingen

Het visiedocument (te downloaden via de projectpagina van de gemeente) bepaalt dat er minstens twee bestemmingen op het terrein moeten komen, wonen is er één van. Ook is vastgelegd dat het complex deels openbaar toegankelijk moet blijven. Herontwikkeling moet het verleden eer aan doen, iets bijzonders toevoegen aan de stad, de geschiedenis zichtbaar maken, niet meer auto’s aantrekken en de kenmerkende structuur van het gebouw moet zichtbaar blijven.

Rust en reuring

Het complex heeft altijd een zekere dualiteit gekend, constateerden de experts die dat onder andere omschreven als ‘rust en reuring’: ‘Dat duale karakter moet ook bij de herontwikkeling zichtbaar blijven.’

De gevangenis kent onvermoede ruimtes: een kapel die later op het omsloten binnenterrein werd gebouwd. Een flinke gymzaal, met basketbalpalen en gekleurde lijnen nog op de vloer. Voormalige isoleercellen met een eigen luchtkooi. Fraaie symmetrische cellengangen met galerijen. Grote binnenterreinen. Maar er zijn ook delen waarvan duidelijk is dat ze weinig monumentale waarde hebben, zoals een in 2001 toegevoegde expeditieruimte. Destijds noodzakelijk, nu als opslag in gebruik. Von Bönninghausen: ‘Dit gaat de nieuwe eigenaar ongetwijfeld ‘wegpoetsen’, zoals dat in de expertgroep heette. Slopen dus.’

Beoordelingskader

Corona zorgde voor enige vertraging, maar geïnteresseerde kopers moeten nu eind oktober 2020 een plan hebben ingeleverd. Een beoordelingscommissie (samengesteld uit vertegenwoordigers van zowel gemeente als rijk) toetst de ingeleverde plannen aan de formele eisen en daarna op diverse kwalitatieve hoofduitgangspunten in het visiedocument. Die methodiek werd opgesteld in samenwerking met het Atelier Rijksbouwmeester. Daarbij scoort een herontwikkelingsvoorstel op de eisen dat het: 1) een beleefbaar en leesbaar monument wordt 2) een eigen identiteit binnen de stad krijgt 3) een kalm stedelijk programma oplevert en 4) een robuuste ontwikkelingsstrategie kent. Von Bönninghausen: ‘We willen niet teveel sturen. Maar de uitdaging is natuurlijk de omgang met de monumentale waarde en de eis dat er meerdere soorten gebruik moeten komen. Stel dat je iets met horeca wilt: je kunt een horecakeuken waarschijnlijk niet onder een appartementencomplex plaatsen, om maar iets te noemen.’

Uit eerdere procedures weet hij dat het ongetwijfeld een mooi proces wordt: ‘Er komen verrassende plannen, dat weet ik nu al. Dat kunnen wij echt niet bedenken, de markt kan dat véél beter. Er worden vaak consortia gevormd met partijen uit onverwachte hoeken, dat is echt interessant.’

Sturen op kwaliteit

De vijf hoogst scorende plannen (die minstens een 6,5 gemiddeld moeten halen) gaan door naar de volgende ronde, waarbij een uitgewerkt plan moet worden ingediend. Een 6,5 gemiddeld is hoog, maar de ambities zijn dat ook en daarom sturen we op kwaliteit.’ Het complex wordt na de selectieronden uiteindelijk gegund aan de partij met het hoogste bod.

De verkoop van zo’n project begeleiden is een mooie opdracht, vindt hij. En als inwoner van Utrecht is hij extra benieuwd naar de toekomst van deze plek. ‘Er is in het verleden weleens gepraat over een voetgangersbrug die een nieuwe verbinding legt met de binnenstad. Dat wordt nu ook mogelijk. Het bijna twee eeuwen lang geïsoleerde complex wordt straks een vitaal onderdeel van de stad.’

Column

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Laat mij het clubgevoel zien, en ik kom bij jullie werken

Tekst Marcel van der Quast
Foto Jessica Brouwer

Mijn vak is employer branding. Kort gezegd is dat bezig zijn met hoe mensen over je denken als werkgever. De vraag was of ik vanuit dat vakgebied een column wil schrijven voor deze Kei. “We willen ons vakmanschap in beeld brengen. Thema is: 'Onze mensen, onze expertise'.” Dat was mijn briefing. Duidelijk!

Ik ken het Rijksvastgoedbedrijf van naam. Meer niet. Ik ben in de huid van jullie doelgroepen op de arbeidsmarkt gekropen en ben gaan kijken wat ik als buitenstaander kan vinden.

Dat is niet mis. Sowieso heeft het Rijksvastgoedbedrijf het voordeel dat zij uniek is. Jullie zijn echt ergens van. Als ik lees waar het RVB voor staat, wat voor gebouwen en terreinen in bezit zijn, welke expertises er in huis zijn en hoe ik met duurzaamheid bezig kan zijn op deze grote schaal, ben ik onder de indruk. Deze werkgever komt op mijn ‘lijstje’. Hoeveel werkgevers er op dit lijstje staan? Dat varieert per week. Soms komt er 1 bij, soms valt er 1 af. Maar meestal zijn het er een stuk of 5.

We hebben het hier over mijn gevoel. Een optelsom in mijn hoofd van veel verschillende dingen. Van een artikel in het nieuws tot een project waar ik langs loop of een verhaal van een medewerker. Maar het wordt ook bepaald door dingen die niks met de arbeidsmarkt te maken hebben. Als ik in de stad bij wijze van spreken word afgesneden door een RVB-busje, doet dat ook iets met het beeld. Of als ik lees over uitstel en kosten van de verbouwing van het Binnenhof. Hoe onterecht misschien ook, het doet iets met het werkgeversbeeld in mijn hoofd.

Om van dat lijstje in mijn hoofd concreet te gaan nadenken als ik een vacature langs zie komen bij het RVB (stel ik ben inkoper of techneut) blijkt uit onderzoek dat mensen drie verschillende dingen zoeken:

  • Word ik vakinhoudelijk uitgedaagd en kan ik me doorontwikkelen?
  • Waar ga ik aan bijdragen?
  • Is het een leuke club?

De eerste 2 heeft het RVB goed voor elkaar. Als jullie opsommen waar je verantwoordelijk voor bent, zie ik daar de uitdaging en ontwikkeling wel in. Ik heb jullie corporate verhaal gelezen, daar wordt duidelijk in gezegd waar ik aan ga bijdragen.

Ik wil het vooral hebben over de derde: de club. De keuze voor een baan is een belangrijke beslissing. Voordat je die keuze maakt, wil je weten bij wat voor club je terecht komt. Voelt dat goed? Dat is de missing link bij het RVB wat mij betreft. Ik zie vooral vastgoed en projecten, en vakmensen die daarover vertellen. Mensen en expertises zijn een mooie basis, maar ik wil nog meer zien. Ik wil zien wat deze mensen samen doen. Hoe doen ze wat ze graag willen doen? Hoe zoeken al die experts elkaar op? Dat moet er vanaf spatten. Want een mens, hoe bijzonder de expertise ook, is maar één mens. Ik ga niet bij een mens werken, maar bij een club. Ik ga niet bij een corporate organisatie werken, maar bij een club. Laat mij de club zien, en ik kom bij jullie werken.

Bol.com is een andere club dan Coolblue. Dat voel je aan alles. SSC-ICT is een andere club dan Logius. Heijmans voelt anders dan Dura Vermeer. Het RVB moet laten zien wat voor club het is. Een mooie eerste stap is de mensen en de expertises in beeld brengen. De volgende stap is laten zien hoe die samenwerken, lol hebben, elkaar opzoeken, elkaar soms ook dwars zitten etcetera. Gun de buitenwereld die blik onder de motorkap van het RVB. Dan is je verhaal compleet.

Toen en nu

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Alles-in-een-inspectie RVB BOEI gaat nationaal

Inspecteur Roland Sluimer van het RVB controleert een roltrap

Tekst Irene Visser
Foto Roland Sluimer inspecteert een roltrap. Beeld: Bas Kijzers

Zo’n 10 jaar geleden introduceerde het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) een nieuwe manier van inspecteren, nu beter bekend als de alles-in-een RVB BOEI-methodiek. Aanleiding was een klacht van een klant: ‘De vloerbedekking slijt hier sneller van de kijkers dan van de doeners.’ Lees hoe de BOEI-inspectiemethode begon en hoe de methode intussen uitgroeit tot een nationale aanpak.

‘In een monument kwamen vroeger behalve een monumenteninspecteur ook verschillende andere inspecteurs langs: voor brandveiligheid, onderhoud, energie enzovoorts. Een monumenteninspecteur die BOEI-gecertificeerd is, kan ál deze inspecties zelf én gecombineerd uitvoeren. De efficiënte integrale inspectievisie vormt nog steeds de basis van de BOEI-methodiek. Vincent Faesen en Natasha Hanoeman beheren het handboek RVBBOEI bij het Rijksvastgoedbedrijf. Faesen bewaakt de technische kant, Hanoeman de communicatie.

Erkende opleiding

BOEI staat voor: brandveiligheid, onderhoud, energie & duurzaamheid en inzicht in wet- en regelgeving. De belangrijkste stap bij de introductie van de BOEI-methodiek was de opleiding van inspecteurs en adviseurs in deze integrale methodiek. Faesen: ‘Als eerste hebben we ons handboek gepresenteerd over de integrale inspectie voor de vakgebieden bouwkunde, werktuigbouwkunde, elektrotechniek en transport. Later is hier beeldende kunst aan toegevoegd. Daarna hebben de hogescholen van Utrecht, Arnhem/Nijmegen en Den Haag een post-HBO-opleiding opgezet waarmee inspecteurs en adviseurs hun BOEI-certificaat kunnen halen. Na het inrichten van de opleidingen heeft het RVB een geaccrediteerd register laten aanleggen voor gecertificeerde inspecteurs BOEI. Als je iemand inhuurt met zo’n (Hobéon-)certificaat weet je dus precies welke kwaliteitsinspecties hij of zij kan uitvoeren.’

Permanente educatie

We zorgen ook voor permanente educatie, zegt Faesen. ’Als je 10 jaar geleden bent opgeleid tot BOEI-inspecteur is het belangrijk dat je je kunt laten bijscholen. Bijvoorbeeld omdat wet- en regelgeving is veranderd, er nieuwe technieken zijn, maar ook omdat duurzaamheid, hergebruik van materialen en CO2-reductie nu een belangrijke rol spelen. Dus moet je als inspecteur met een andere bril kijken dan toen. Daarom zijn we in gesprek met scholen om de BOEI-methodiek onderdeel te maken van reguliere mbo- en hbo-opleidingen, bijvoorbeeld als apart vak binnen de opleiding Bouwkunde. Ook is het idee om bijvoorbeeld om de 5 jaar opnieuw te certificeren. ‘Daarmee wordt het RVB-product echt een nationaal product.’

Positie in BV Nederland

Het RVB BOEI handboek vormt de basis van de opleiding en worden steeds geactualiseerd, verduidelijkt en uitgebreid. Faesen: ‘Zo vroegen we laatst aan een bedrijf die gespecialiseerd is in valbeveiliging of we hun checklists mogen opnemen in ons handboek. In eerste instantie was het bedrijf terughoudend en wilde weten wat het ervoor terugkreeg. Ik heb toen uitgelegd dat inspecteurs die een BOEI-certificaat willen halen, dan voortaan ook getoetst worden op deze checklists en dat was precies wat het bedrijf wilde. Mensen realiseren zich vaak niet welke positie de BOEI-methodiek heeft in de BV Nederland.’ Steeds meer inspectiebedrijven bieden de mogelijkheid aan om een BOEI-inspectie uit te voeren en er komt steeds meer vraag naar, bijvoorbeeld vanuit gemeenten, zorginstellingen, onderwijsinstellingen en woningbouwcorporaties.

Groenbeheer

Het Rijksvastgoedbedrijf wil de integrale inspectie verbreden tot groenbeheer. Faesen legt uit: ‘Je kunt een gebouw niet los zien van het gebied waarin het staat, het is onlosmakelijk verbonden met zijn omgeving. Zeker bij onderhoud moet je hier rekening mee houden. Daarom willen we groenbeheer toevoegen aan de inspectiemethode. Ook leeft het idee om ondergrondse en bovengrondse infrastructuur toe te voegen, maar dat is nog heel pril. We zijn al bezig om een handboek voor groenbeheer op te stellen, waarvoor we nauw samenwerken met het Expertise Centrum Techniek (ECT), want daar zit de inhoudelijke vakkennis. De technische voorschriften vertaal ik samen met mijn collega Natasha Hanoeman naar begrijpelijke handboeken die breed toegankelijk zijn voor verschillende doelgroepen van mbo tot en met universitair niveau.’

Eigen taal

Vroeger maakten de inspecteurs een breed scala aan inspectierapporten, allemaal op hun eigen manier. Voor de lezer was het veel lastiger om de problematiek te doorgronden en op basis hiervan een onderhoudsplan voor het gebouw op te stellen. Faesen: ‘Je had 10 rapporten en alle 10 schreeuwden ze dat ze belangrijk waren, bovendien waren ze geschreven in hun “eigen taal”. Met de BOEI-methode schrijft de inspecteur alles in “BOEI-taal” met eenduidige terminologie. De inspecteur levert dit rapport met geconstateerde gebreken op aan onze adviseur instandhouding en die maakt toekomstplannen voor het pand; wat moet nu, wat moet een plek krijgen in het meerjarenplan? Deze adviseurs hebben we dan ook zelf in dienst. Zij hebben een toekomstvisie op het gebouw en die kennis wil je in eigen huis hebben. Zij werken nauw samen met de objectmanagers en assetmanagers van het RVB en komen zo tot een goede “film” van wat er de komende jaren met het pand moeten gebeuren, blijven exploiteren, verduurzamen, renoveren of misschien wel afstoten. Langs onze eigen inspecteurs huren we ook inspecteurs in; zij maken een momentopname.’

Faesen vervolgt: ‘Hele specifieke problemen komen bij onze specialisten terecht, we hebben bijvoorbeeld specialisten op allerlei gebieden, bijvoorbeeld van energetica (BENG of bijna energieneutrale gebouwen) en juridische specialisten. Maar zij worden pas ingeschakeld nadat de inspecteurs en adviseurs zich over het probleem hebben gebogen. Als je zelf iets mankeert, kun je ook niet gelijk naar een specialist in het ziekenhuis. Je gaat eerst langs de huisarts die je na onderzoek eventueel doorstuurt naar de specialist, en ook precies weet welke. Zo zorg je ervoor dat de expert echt alleen het specialistische werk doet waarvoor hij is. Zo’n zelfde poortwachtersfunctie hebben de inspecteurs en adviseurs. De BOEI-methode helpt om dit op een uniforme en efficiënte manier te doen.’  

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Colofon

Kei, 9: Ons vak, onze mensen Jaargang 2020

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf

Publicatiedatum
dinsdag 16 juni 2020
Productie
Yvonne Hoeberichts, Erika Labordus (EL), Denyse Pfennings (DP), Marjolijn Schaap, Marianne Schijf, Irene Visser, Anka van Voorthuijsen (AvV). Kei is een thematisch magazine. Het komt tot stand onder redactie van het Rijksvastgoedbedrijf en verschijnt twee keer per jaar. Hebt u vragen, suggesties of ideeën? Mail de redactie.
Eindredactie
Marianne Schijf
E-mail
postbus.rvb.redactie@rijksoverheid.nl
Internet
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/
Copyright
https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/copyright