In het voetspoor

Dit artikel hoort bij: Kei 9: Ons vak, onze mensen

Fijnzinnig vakwerk

Tekst Marianne Schijf
Foto Petry Botter, projectleider Realisatie West. Beeld: Bas Kijzers

Toen Petry Botter tien jaar geleden in aanraking kwam met de bouwwereld was ze om. ‘De bouw heeft mijn hart gestolen’. Als projectleider Realisatie West begeleidt ze bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) de renovatie van drie monumentale panden in Den Haag: van a tot z, van plan tot uitvoering. ‘Ik kom met architecten, aannemers, adviseurs in aanraking en weeg alle belangen mee.’ En soms levert dat een pittige discussie op.

‘De liefde voor deze wereld zat er misschien toch al jong in’, bedenk ik nu. Als klein meisje van 6 liep ik al met mijn opa mee over zijn bouwprojecten. Hij was jarenlang hoofduitvoerder in de bouw. Met een veel te grote, uiteraard wiebelende bouwhelm op liep ik met hem mee als hij zijn ronde liep op de bouwplaats. Dat vond ik altijd superstoer. Mijn opa heeft mij geleerd lef te hebben. Gewoon doen, eerst 20 keer op je duim slaan, maar uiteindelijk lukt het.’

Volg Petry Botter in het voetspoor langs drie voormalige stadspaleizen uit de rijke Haagse geschiedenis met hun zeer uiteenlopende bewoners: het chique Johan de Witthuis aan de Kneuterdijk, de monumentale panden van Algemene Zaken en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid aan het Buitenhof en het statige gebouw van de Hoge Raad van Adel aan de Nassaulaan. Over doorpakken in coronatijd.

  • Klik op de >> pijlen in de foto of op de bullets onder de fotoreeks en mis geen moment.

‘Gewoon doen, eerst 20 keer op je duim slaan, maar uiteindelijk lukt het’

9.00 uur: Johan de Witthuis

Petry Botter woont in het Wateringse Veld, een Haagse wijk tegen Delft aan en is op de fiets gekomen. Op het programma staat een wekelijks overleg met projectleider Karel Kalis en werkvoorbereider Carien Hoogstraten van aannemer Koninklijke Woudenberg over de voortgang van de werkzaamheden in het Johan de Witthuis.

Het monumentale pand is nu in gebruik als toplocatie voor bijzondere evenementen, vergaderingen, recepties en seminars van de Rijksoverheid en de hoge colleges van staat. Het huis is genoemd naar raadpensionaris Johan de Witt, die er van 1669 tot aan zijn gewelddadig overlijden in 1672 woonde. De eigendomsgeschiedenis van het woonhuis is een afspiegeling van de ontwikkeling van het Rijksvastgoed: van particulier eigendom tot gekoesterd monument dat met recht het Huis van Staat genoemd mag worden.

Laadplatform

Het gebouw staat nog volledig in de steigers voor het buitenschilderwerk en de dak- en gevelwerkzaamheden die begin juni de afrondende fase ingaan. De aannemer heeft de overkapping boven het bordes handig in gebruik als laadplatform voor de materialen. Zo hoeven de werklieden niet telkens naar beneden te klauteren en vindt de aanvoer van materiaal van buitenaf plaats.

Moerbeiboom ingepakt

De eeuwenoude moerbeiboom staat in bloei, maar daar is niet veel van te zien. Op advies van de groenadviseur van het Rijksvastgoedbedrijf is de boom namelijk zorgvuldig ingepakt om hem tegen mogelijke schade door de werkzaamheden te beschermen.

9.30 uur: Onderhoud en verduurzaming

Aan tafel bij het overleg met de aannemer zit ook restauratiearchitect Laurens Vis (midden) met collega Belle van den Berg (achter de pc). Vis was ook in 2003 betrokken bij de ingrijpende restauratie van het prachtige interieur van het woonhuis, dat nu ook weer een opknapbeurt krijgt. Hij leverde de ontwerpen in samenwerking met Botter en diverse adviseurs van het RVB voor het groot onderhoud van nu, waarbij tegelijk een verduurzamingsslag wordt gepleegd: het dak wordt geïsoleerd met het oog op minder energieverbruik.

10.00 uur: Pittige discussie

‘Moet ik nog iemand inbellen?’, trapt Kalis van aannemer Woudenberg de vergadering af. In tijden van corona gaat veel digitaal. De grote tafel in de La Fontainezaal biedt voldoende ruimte om op 1,5 meter van elkaar te vergaderen. Het overleg gaat over wat nog moet gebeuren: het herstel van de buitengevel aan de zijkant van het pand. Die heeft flinke vertraging opgelopen, wie gaat dat betalen?

Terwijl de radio van de schilders op de eerste verdieping het nummer ‘we are the champions’ van Queen blèrt, gaat het er aan de ronde tafel pittig aan toe. De belangen zijn groot, maar uiteindelijk draait alles om voortgang, samenwerking en een voorspoedige oplevering. En dan weer door naar andere agendapunten: tegels, stucwerk, leidingen. ‘Dat vind ik zo prettig aan de bouwwereld’, zegt Botter naderhand, ‘het blijft een prettige zakelijke sfeer ook na zo’n lastig punt.’ ‘Wij zijn hier prachtig werk aan het maken’, reageert Kalis, ‘het zou zonde zijn om dat te laten overschaduwen door dit punt.’

10.45 uur: Restauratie La Fontainezaal

Botter heeft zich hard gemaakt voor de restauratie van de La Fontainezaal. Tot tevredenheid van Vis en RVB-interieurspecialist Julia Hennig is enkele weken geleden het budget voor de kostbare restauratie goedgekeurd. Hennig maakte zich al langer zorgen over de conditie van de beroemde schilderingen naar fabels van La Fontaine, want in de schildering op de deur ontstond bijvoorbeeld een scheur. De restauratie gaat tonnen kosten, want het is precisiewerk en het kost vele arbeidsuren om alles delicaat aan te pakken. Maar het is het waard, want deze zaal ‘is uniek in Nederland’, aldus Hennig.

De fabels van La Fontaine hebben een (christelijke) moraal. Kijk bijvoorbeeld naar die over de reiger en de kikker in blauwgroene tinten. De kikkers vragen de reiger om ‘hun koning’ te worden, maar eindigen dan als smakelijk hapje. De boodschap: wees content met wat je hebt. Er zijn meerdere varianten van het verhaal bekend overigens.

Guirlandes?

‘Geschilderde behangsels zoals dit zijn heel kwetsbaar, dat ze hier nog compleet met betimmering in situ (op de oorspronkelijke plek) zijn, is heel bijzonder’, zegt Hennig. De zaal is net als alle inrichtingen aan mode onderhevig geweest; er is bijvoorbeeld discussie geweest over de guirlandes, die oorspronkelijk boven de fabeltaferelen te zien waren, maar later weer zijn weg geschilderd. ‘Nee, ze komen niet terug; restauratie daarvan zou de rest van het werk kunnen beschadigen.’

Binnen schilderen

De schilders leggen de laatste hand aan het binnenschilderwerk. De kleuren van het houtwerk in de verschillende zalen passen mooi bij de in 2003 gerestaureerde en fraai gedecoreerde balkenplafonds.

Nog even gaat het over corona. De RIVM-richtlijnen waren leidend: bij klachten thuisblijven. Stilleggen van het project was geen optie; een mooie bijkomstigheid van de crisistijd is dat de gebouwen nu niet in gebruik zijn, zo konden de schilders lekker doorpakken. Botter: ‘Ik heb zelf 2 weken in quarantaine gezeten, omdat mijn zoon corona had. Hij werkt in de verpleging. Met alle ICT-voorzieningen is het toch mogelijk om betrokken te blijven. Zo heeft bouwkundig adviseur Piet van Kins de oplevering van de dakvlakken via een videocall gedaan; 1,5 meter afstand waarborgen op het dak is natuurlijk vrij lastig.’

11.00 uur: Buitenhof

Door naar het Buitenhof. Eigenlijk is bijna de hele hoek, vanaf museum Gevangenpoort tot Buitenhof 38, in beheer door het Rijkvastgoedbedrijf, merkt adviseur en directievoerder Claus Schurg op. Over twee weken gaat de steiger weg, dus Botter klimt nog snel even naar boven om het schilderwerk te inspecteren. De steigers staan aan de kant van de bekende rode luiken van de gebouwen naast hotel Corona, maar die 80 luiken zijn eraf. Ze liggen voor herstel in het atelier van gespecialiseerd schildersbedrijf Koek en Reinders. ‘Veel houtwerk was verrot, vooral veroorzaakt door duivenpoep’, verklaart Botter.

Vandaar straks ook spandraad op de luiken zelf; op de gevel zat al elektronische vogelwering. Herman Smeets van Koek en Reinders: ‘Vind je dit hoog? We hebben ook de Laurenskerk in Rotterdam geschilderd, die is 64 meter. We geven 5 jaar garantie op het schilderwerk, maar het was hier veel langer geleden.’

Bindroosjes

Op de kozijnen van nummer 38 zit de oudhollandse kleur grachtengroen. Alle 160 glas-in-loodpanelen zijn eruit geweest om nieuwe loodstrips aan te brengen met ‘bindroosjes’ als afsluitende decoratie.

11.30 uur: Leeuw van bladgoud

Op de bovenste verdieping is een jonge schilder (opgeleid in restauratie en decoratie) bezig om het rood-wit-blauwe wapenschild weer te voorzien van een leeuw van bladgoud. Dat ambachtelijke precisiewerkje gaat met een stencil waarop de leeuw is ‘overgetrokken’. ‘Het penseelwerk is het meest tijdrovend’, zegt ze, ‘geduld moet je wel hebben.’ Behalve vergulden kan ze ‘houten’ en ‘trompe-l’oeils’ maken. Vakwerk.

11.50 uur: Bloemen voor de buren

Weer een monument verderop. Botter koopt bloemen voor de buren van de Hoge Raad van Adel aan de Nassaulaan als dank voor hun geduld. De steiger stond 3 weken langer dan gepland vanwege het nieuwe voegwerk, dat bij de uitvoering extra is meegenomen. Een mooie toevoeging aan de restauratie, dat dan weer wel.

12.00 uur: Hoge Raad van Adel in fin du siècle-stijl

In het monumentale pand waar de Hoge Raad van Adel huist, is het interieur zoveel mogelijk teruggebracht in 19e-eeuwse stijl. Bij het historische onderzoek is meegenomen dat een kennis van de bekende Haagse schrijver Louis Couperus ook op dit rijtje woonde. Couperus beschreef dat woonhuis in zijn roman ‘Van oude menschen de dingen die voorbijgaan’. En op basis van die beschrijvingen is het interieur van dit pand onder handen genomen.

De chique historisch verantwoorde kleuren passen nu veel beter bij de hoge en  gedecoreerde plafonds, enorme schuifseparatie, kroonluchters en marmeren schouwen dan het wat gedateerde kuikengeel.

Venstertjes

‘Alles was hier geel.’ Alleen in een keukentje aan de voorzijde en een ‘venstertje’ op een deurkozijn komt die vroegere kleur nog terug als een herinnering aan voorheen. ‘Er zijn in al die tijd meer dan 6 verschillende lagen overheen geschilderd’, wijst Botter.

Nu zijn alle deuren, kozijnen en luiken op de begane grond en de gang op de 1e verdieping ’gehout’; de lambrisering in de gang en het trappenhuis is gemarmerd, zoals het ook van oorsprong was. ‘Alles is nep’, lacht secretaris Marc Scheidius van de raad.

Laserlicht

Nog een precisiewerkje: ophangen van de nieuwe schilderijroedes met ingebouwde verlichting voor de schilderijcollectie gebeurt met laserlicht. Boren op de kruising graag.

12.30 uur: Overleg over complex project

Nog een kort overleg met de secretaris en objectmanager Claudine Calkoen die het pand deze zomer ‘weer terugkrijgt’ van Botter als het project helemaal klaar is. ‘Dit was in 2018 mijn eerste project bij het RVB’, zegt Botter. ‘En ik kwam er gaandeweg achter dat het complex was: we zijn een jaar met ontwerp en planning bezig geweest. Bovendien bleef de secretarie hier tijdens de werkzaamheden doorwerken.’ ‘Elders kunnen we dit onderzoek niet doen’, verklaart Scheidius.

De normen van de Archiefbewaarwet zijn strenger geworden en het archief was zo gegroeid dat de archiefvloeren overbelast werden. Die last moest eerst met 50% worden teruggebracht. Botter won advies in bij de constructief adviseurs van het RVB voor de nieuwe ruimte-indeling. Een grote herschikking van stellingen en archief was namelijk noodzakelijk, ook is gekeken naar digitale bestanden in plaats van naslagboeken.

Content

Nog even tussen de dozen en de rommel, maar daarna kunnen de 4 medewerkers van de secretarie opgelucht ademhalen en in een passende omgeving verder werken aan het historische onderzoek naar adellijke titels en overheidswapens in Nederland. Secretaris Scheidius zegt heel content te zijn met het resultaat en alle werklui die over de vloer zijn geweest in ‘zijn’ kantoor. ‘Er is fijn en netjes gewerkt’.

Ook de verhuizers waren professioneel en voorzichtig. Die verhuizing werd in dit geval ook door het RVB georganiseerd. ‘Vakmanschap’, zegt Scheidius nog eens. De Hoge Raad van Adel is het adviescollege van de regering op het gebied van adeldom en heraldiek van de overheid. De raad is samengesteld uit vijf leden, die bij koninklijk besluit worden benoemd en ontslagen.