Zapp

Dit artikel hoort bij: Kei 8: Duurzaam Vastgoed

.

Tip van de redactie

Rijksicoon 'Informatie': Tip van het secretariaat

Bekijk wat onze ambities zijn met het oog op de energietransitie, hoe we die willen bereiken en lees meer over innovatieve duurzame projecten.

Naar boven

Huis van het boek als eerste monumentale Rijksmuseum aardgasvrij

Rijksicoon '5194 Warmte'

Als eerste monumentale Rijksmuseum is Huis van het boek | Museum Meermanno in Den Haag aardgasvrij. Op het moment dat de cv-ketels afgekeurd werden, waren het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en het museum het snel eens: een duurzame oplossing, zodat we bijdragen aan de energietransitie. Iets waar museumdirecteur Sandra Bechtholt zeer verheugd over is. Het RVB en Museum Meermanno werkten nauw samen bij het onderzoeken naar de verschillende mogelijkheden. ‘Uiteindelijk kwamen warmtepompen als beste uit de bus voor dit monumentale pand’, vertelt Eddy Stumpf, hoofd Facilitaire Dienst van Museum Meermanno. De pompen zijn van flinke omvang, en dat is ook wel nodig gezien de grootte van het museumgebouw. En ze worden gecombineerd met stadsverwarming, zodat op hele koude dagen de watertemperatuur hoog genoeg blijft. De duurzame oplossing had wel wat voeten in de aarde. Want het betekende hogere investeringskosten, alhoewel er lagere energiekosten voor het museum tegenover staan. Verder moesten de twee enorme behuizingen van de warmtepompen een plek krijgen. Uiteindelijk kregen de warmtepompen een goede plek achter het gebouw in de tuin, zodat omwonenden en de museumbezoekers er zo min mogelijk last van hebben. Doordat bovendien pompen zijn uitgekozen die weinig geluid maken, kunnen de bezoekers ongestoord in de prachtige historische boeken van het oudste boekenmuseum ter wereld blijven snuffelen. (IV, Foto: Warmtepompen in de tuin van museum Meermanno. Beeld: Bas Kijzers)

Museum Meermanno
Naar boven

Meten is weten

Rijksicoon '1021 raamwerk'

Via de zogenaamde BOEI-inspectiemethode meet het RVB van elk vastgoed niet alleen hoe het staat met de brandveiligheid en het onderhoud, maar ook het energiegebruik en of het voldoet aan wet- en regelgeving. Om te bepalen en te meten of de energiedoelstellingen worden behaald, ontwikkelde het RVB de Energie- en duurzaamheidstabel. Senior adviseur en eindredacteur Handboek BOEI, Vincent Faesen, beheert de tabel: ‘Het beheer is een samenwerking van RVB’ers en een aantal externe experts.’ De duurzaamheidslat lig hoog en die lat komt in de tabel letterlijk terug als een lijn. ‘Alles links van deze lijn past in de ambities voor 2023 en is dus de ondergrens waaraan instandhouding van onze voorraad moet gaan voldoen. Alle bouwdelen van de gebouwen, zoals isolatie en beglazing, moeten links van deze lijn zitten’ Deze zogenaamde duurzaamheidslijn was vroeger bekend als de Cramerlijn, vernoemd naar de voormalige minister van VROM. ‘Wordt er nieuwe, duurzamere technologie ontwikkeld? Dan schuift de oudere technologie op naar rechts. De tabel gaat dus met de tijd mee en zorgt ervoor dat wij kritisch blijven kijken of onze gebouwen ook meegaan met de tijd. Onze inspecteurs en adviseurs kunnen dit weer gebruiken in de gesprekken met onze klanten over de noodzakelijke verbeteringen aan het pand. En we blijven de tabel ontwikkelen. Wij focussen ons nu onder andere op kantoren, maar mogelijk komen er in de toekomst ook andersoortige gebouwen bij.’ Faesen is best trots op de tabel en de continue doorontwikkeling ervan. ‘Je merkt aan de reacties dat hij innovatief is en in een behoefte voorziet.’ Zo zorgt de Energie- en duurzaamheidstabel in de toekomst ook voor meten om te weten. (AI, Foto: Vincent Faesen (rechts) samen met collega Ben van den Berg en inspecteur Daan van Velthoven in de stookruimte van de Frederikkazerne. Beeld: Bas Kijzers)

Stookruimte Frederikkazerne
Naar boven

Duurzame opslag

Rijksicoon '2053 fysiek archief'

Het duurzaamste archief van Nederland en het eerste bestaande rijkskantoor dat label A+++ kreeg: het Nationaal Archief in Emmen. Het archief huist in het voormalige pand van de Topografische Dienst dat volledig is verbouwd. Voor de energievoorziening en de klimaatbeheersing werden nieuwe duurzame technieken en materialen ingezet. Zo is het gebouw extreem goed geïsoleerd; er zit 15 cm steenwol in de gevel. Driedubbelglas en speciale klimaatplafonds maken het mogelijk dat er bij een lage buitentemperatuur wordt verwarmd en bij een hoge temperatuur gekoeld, wat een zeer hoog rendement geeft door de toepassing van warmtepompen, die warmte of koude opslaan. Het gebouw heeft geen gasaansluiting, zo’n 1600 zonnepanelen wekken energie op. In de vijver voor het rijkskantoor staat een kunstwerk van Zoro Feigl, een roterende replica van een hunebedsteen aangedreven door zonne-energie. Kunstenaar Zoro Feigl: “Er is een gezegde dat een rollende steen geen mos vergaart. De rollende steen in de vijver voor het Nationaal Archief Emmen symboliseert de historie. Maar deze historie beweegt, hij brengt het water in beweging, en wordt zelf bewogen door de tijd en het weer.” In meerdere opzichten dus duurzame geschiedenis bij het Nationaal Archief. (IV, Foto: Rijkskantoor, Bendienplein 5 in Emmen, huisvesting van de Belastingdienst en het Nationaal Archief, met het kunstwerk van Zoro Feigl, aangedreven door zonne-energie Beeld: Rijksvastgoedbedrijf).

Naar boven

Powernest op Valkenburg

Rijksicoon '6009 Windenergie'

In de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden om energie op te wekken, staat er sinds kort op een van de gebouwen op oud-vliegkamp Valkenburg, een enorme constructie: powernesten. Een soort windwokkels in een behuizing met een dak van zonnepanelen. Doordat de wind tegen het gebouw omhoog wordt gestuwd en vervolgens over het dak raast, waait het er enorm hard en kan de rotor draaien en elektra opwekken, die direct in het net wordt gestopt en zo het gebouw voorziet van elektriciteit. Ad Heeman, RVB-programmamanager Groene Technologieën vertelt: ‘We hebben op Valkenburg een testomgeving gecreëerd waar we onder meer de Powernesten testen. We willen namelijk weten hoe het werkt en of je ze op andere panden en plekken kunt gebruiken.’ In januari start de test: Is het effectief? Wat betekent het voor het geluid? Wat doet het met de omgeving? Is het esthetisch verantwoord? Heeman: ’Nu staat hij tussen bedrijfspanden en hangars op een voormalig vliegveld, maar past dit bijvoorbeeld ook in een woonwijk?’ De testlocatie werd niet voor niets Valkenburg, legt hij uit: ‘Wij zochten een testlocatie en collega Peter Vermeer, projectmanager Valkenburg, zocht naar mogelijkheden om de duurzaamheidsambities voor dit toekomstige woongebied op een innovatieve manier tastbaar te maken’. Gebouw 356, een voormalige marinewerkplaats wordt op dit moment gerenoveerd met grote aandacht voor circulariteit en duurzame toepassingen. Na de renovatie worden de units in het gebouw verhuurd aan startende en gevestigde (internationale) bedrijven in de drone-industrie en robotica. ‘Zo’n pand vol innovatie is extra interessant voor zulke bedrijven. Een goede kans waar Peter en ik allebei blij van werden.’ Heeman ziet overigens nog meer kansen: ‘Vanaf januari gaan we zeker externen de mogelijkheid bieden om te komen kijken om zo met elkaar kennis te delen en naar alternatieven te zoeken voor het opwekken van energie.’ (EL, Foto: Powernesten op Valkenburg. Beeld: Erik Jansen)

Powernest vliegveld Valkenburg
Naar boven