Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed 2019

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed 2019

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/kei/2019/07/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Raymond Knops: ‘Goed dat steeds meer partijen aansluiten’

Kei 7. Knops op Provada 2018

Foto Staatssecretaris Raymond Knops. Beeld: Kick Smeets

In de zomer van 2018 kondigde staatssecretaris Raymond Knops zijn Regionaal Ontwikkelprogramma (ROP) aan: een gebiedsgerichte aanpak om met het rijksvastgoed kabinetsdoelen zoals woningbouw, arbeidsparticipatie en duurzaamheid te ondersteunen. ‘Het Rijksvastgoedbedrijf heeft een stevige positie op de vastgoedmarkt. Daarmee kunnen we een grote bijdrage leveren aan de doelstellingen van het regeerakkoord. Maar dat kunnen we niet alleen. We willen daarom met partners samenwerken om regionale en lokale initiatieven te stimuleren. Daar gaat dit ontwikkelprogramma over.’

Het kabinet stemde vorig jaar juni in met het Regionaal Ontwikkelprogramma. Hoe staat het er nu voor?

‘We hebben het afgelopen jaar binnen de verschillende projecten grote stappen gezet. Zo heb ik, samen met de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Den Haag in het najaar van 2018 de Green Citydeal EnergieRijk Den Haag ondertekend. Een programma waarmee we in het centrum van Den Haag een duurzame omgeving willen creëren. We gaan daar niet één enkel gebouw verduurzamen, maar pakken een heel gebied aan om zo kosten te besparen en tientallen gebouwen tegelijk te vergroenen. Dit project is de eerste gebiedsgerichte aanpak van de energietransitie door verschillende bestuurslagen en met private partijen. Goed om te zien dat steeds meer partijen zich aansluiten en we dus nog meer massa met elkaar kunnen maken.’

Gaat maatschappelijk rendement boven financieel rendement?

‘Ons vastgoed biedt veel kansen om bij te dragen aan kabinetsdoelstellingen op het terrein van wonen, arbeidsparticipatie, duurzaamheid en circulaire economie. Dat vereist dat we op zorgvuldige wijze omgaan met de vastgoedposities die in de loop van vele decennia zijn opgebouwd. Hierbij is oog voor zowel financieel als maatschappelijk rendement. En het één sluit het ander niet uit. Ik noem dat goed rentmeesterschap.’

Gaat u daarmee niet op de stoel van collega-bewindslieden zitten?

‘Ik zie aandacht voor maatschappelijke doelstellingen als onderdeel van het reguliere werk van een professionele publieke vastgoedorganisatie. Het kabinet zet zich in voor de realisatie van de doelstellingen uit het regeerakkoord. Door op een slimme manier met vastgoed om te gaan kan het Rijksvastgoedbedrijf daaraan bijdragen, ook als deze doelstellingen primair bij een ander departement liggen. Een effectieve invulling van deze koers vraagt wel om goede samenwerking, zowel binnen het Rijk als met partners in de regio. Een goed voorbeeld is de bijdrage van rijksvastgoed aan de woningbouwopgave, verduurzaming en het verhogen van de kwaliteit van de stedelijke leefomgeving. Dat maakt dan ook deel uit van de woondeals die de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft gesloten met Groningen en Eindhoven - en gaat sluiten met Utrecht, Metropoolregio Amsterdam en Zuidelijke Randstad.’

Wanneer is het ROP voor u geslaagd?

‘Het ROP is geslaagd wanneer het Rijksvastgoedbedrijf de opgaven uit de eigen portefeuille steeds actief kan verbinden aan bredere opgaven in stad en regio. Het Rijksvastgoedbedrijf kan bijdragen aan deze maatschappelijke opgaven door de kennis en expertise binnen het Rijksvastgoedbedrijf in te zetten. Een voorbeeld daarvan is het project in Arnhem: daar wilden we in eerste instantie alleen een aantal verouderde kantoorpanden aanpakken. Door met alle betrokkenen om tafel te gaan, is de opgave breder bekeken. Op 22 mei 2019 tekenden we een manifest met de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland om samen te werken aan de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad.

Er staan 8 voorbeeldprojecten genoemd in het ROP. Welk project springt er op dit moment voor u uit?

‘Ik vind het belangrijk om met rijksvastgoed een bijdrage te leveren aan woningbouw. In Almere zijn al mooie resultaten behaald, er zijn sinds de start van het project 600 woningen op Oosterwold in aanbouw of gerealiseerd. In totaal zullen hier 15.000 woningen komen. Ook werken we samen met de regio aan de voorbereiding van een studie voor verschillende scenario’s voor versnelde woningbouw op en bij Pampus en hieraan gekoppeld varianten voor een eventuele IJmeerverbinding. Maar er zijn meer resultaten te benoemen. Kijk naar de voormalige vliegbasis in Valkenburg: eind 2018 is er een bestuursakkoord ondertekend dat de basis legt voor de plannen om hier de eerste 1.000 tot 1.500 woningen te bouwen. Dit zijn voorbeeldprojecten. Ze leveren resultaat op, maar dienen ook als inspiratie voor nog meer voorbeelden en nieuwe projecten.’

Wie gaat het ROP betalen?

‘De gebruiker bepaalt en betaalt. Gebiedsgericht werken zoals in de ROP-projecten wordt echter meer regel dan uitzondering. Als ik kijk naar de nieuwe Omgevingswet en naar de contouren van de nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) dan wordt deze manier van samenwerken de norm. Ik vind het logisch dat een professionele publieke vastgoedorganisatie als het Rijksvastgoedbedrijf daarin voorop loopt. Overigens kosten niet alle projecten geld. Met projecten rondom duurzame energieopwekking kun je geld terugverdienen.’

Wat moet er nog gebeuren?

‘Eén van de mogelijkheden die nog wordt onderzocht, is of rijksgronden op grotere schaal ingezet kunnen worden voor hernieuwbare energie. Er wordt op dat vlak ook al geëxperimenteerd. Zo hebben we via een openbare procedure rijksgronden aan de markt aangeboden voor de aanleg van drie windturbines aan de rijksweg A16. Dit was de eerste keer dat we rijksgronden via een openbare toewijzingsprocedure succesvol aanboden voor windenergie. Het windpark bestaat uit 28 windturbines die naar verwachting eind 2020 zullen draaien. Samen leveren de turbines duurzame energie voor circa 75.000 huishoudens.’

Wat heeft het RVB nodig van partners in de regio, zoals gemeenten en provincies?

‘De ambities uit het Regionaal Ontwikkelprogramma zijn opgaven die voor een groot deel op regionaal niveau ingevuld worden, zoals de energietransitie en het stimuleren van woningbouw en werkgelegenheid. De grootte en diversiteit van de vastgoedportefeuille maakt het Rijksvastgoedbedrijf een belangrijke partner voor regionale overheden. Samenwerking en het creëren van “coalitions of the willing” staan bij het ROP centraal. Samenwerken veronderstelt een gedeeld doel, gezamenlijke inzet en inbreng en (politiek) commitment.’

‘Een project waar dat goed lukt is Moreelse Tuinen in Utrecht. Daar is dit jaar een gedeelde visie opgesteld over de toekomst van het gebied rond Utrecht Centraal waar veel overheidsorganisaties gehuisvest zijn. Uit deze samenwerking is het traject “kansen boven het spoor” ontstaan waarin de gemeente Utrecht, de spoorpartners NS en ProRail en het Rijksvastgoedbedrijf de mogelijkheden onderzoeken om de ruimte langs en boven het spoor te benutten. Het Rijksvastgoedbedrijf en gemeente participeren ook in het innovatieproject Crystal voor het gebruik van bodemenergie. Ik hoop dat we zo met veel meer regio’s kunnen gaan samenwerken. Ik nodig onze regionale partners uit om samen met ons deze kansen te verkennen.’

In het voetspoor...

Dit artikel hoort bij: Kei 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed

Goed nabuurschap in Brabant

Kei 7: In het voetspoor. Goed nabuurschap in Brabant

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Alwin Winkel, projectmanager bij het project Streepland A16. Beelden: Erik Jansen

Alwin Winkel is projectmanager bij het project Streepland A16. Voor het eerst konden marktpartijen hier via een openbare procedure ‘strijden’ om het recht om windmolens te plaatsen en te exploiteren op rijksgrond. Tot nog toe wordt overbodige rijksgrond meestal verkocht.

Provincie, vier Brabantse gemeenten, Rijkwaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf werkten hierbij nauw samen. Winkel: ‘Zulke samenwerkingen tussen rijk en andere overheden zullen veel vaker voorkomen in de toekomst. Als rijk leveren we zo een belangrijke bijdrage aan de energietransitie.’

Pakketje met strik

Dit soort complexe opgaven, daar houdt hij van, zegt Winkel. ‘Het experimentele karakter is erg leuk. Vooral als bij alle betrokken partijen mensen zitten die ervoor gaan, zoals hier.’ De crux van dit project: het Rijksvastgoedbedrijf deed alle voorwerk wat betreft vergunningen, ontheffingen en het vinden van een geschikte locatie. ‘We hebben het aan de markt gepresenteerd als een pakketje met een strik eromheen.’ Inschrijvende partijen moesten akkoord gaan met de green deal die de provincie al had gesloten met onder meer de betrokken gemeenten: verduurzaming van woningen als compensatie voor overlast door slagschaduw en geluid. Het Rijksvastgoedbedrijf vroeg daar bovenop nog om maatregelen in het kader van goed nabuurschap.

  • Loop mee met Alwin Winkel en klik op de > pijlen in de foto of op de bullets onder de fotoserie.
Extra: De route naar duurzaam Rijksvastgoed

Dit artikel hoort bij: Kei 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed

‘Met de huidige ambities is label C een gepasseerd station’

Tekst Bas van Horn
Foto 123RF

Martijn Voorham is programmamanager Duurzaamheid bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Hij legt uit hoe het RVB het traject uitstippelt naar een CO2-neutrale vastgoedportefeuille in 2050. Het instrument is de ‘routekaart’. Die voor kantoren is klaar en wordt tijdens de Provada op 4, 5 en 6 juni 2019 gepresenteerd. De routekaarten voor onder meer kazernes en gevangenissen zijn in voorbereiding.

Geitenwollen sokken

De opgave is groot, raakt heel veel mensen en eenvoudige oplossingen zijn er niet: daarom zijn de routekaarten bedacht. Ze kennen twee uitgangspunten: begin met vermindering van energie- en grondstoffengebruik en verduurzamen op ‘natuurlijke momenten’. Om geen kansen te missen, is goed naar het normale werkproces van het RVB gekeken. Wat doen we al bij nieuwbouw en renovatie, wat kan er net anders voor onze duurzaamheidsdoelen? Voorham benadrukt dat het niet de bedoeling is dat ‘alle RVB’ers op geitenwollen sokken gaan lopen’. Een duurzame aanpak zal vanzelfsprekend onderdeel worden van ons vakmanschap. Over een paar jaar moet duurzaam het ‘nieuwe normaal’ zijn en stopt dit specifieke programma.

Een generatie de tijd

‘Doorgaans kennen gebouwen een cyclus van groot onderhoud van ongeveer vijfentwintig tot dertig jaar. We hebben dus nog een hele generatie de tijd om voor 2050 onze doelen te realiseren. Daadkrachtig aan de slag, maar geen paniek! Er is tijd om het efficiënt en verstandig aan te pakken’, stelt Voorham. Voor de kantoren is een inventarisatie van de voorraad gemaakt en gekeken welke maatregelen wanneer genomen kunnen worden. Daarmee komen ook de kosten voor de komende dertig jaar in beeld, kan de planning in de steigers worden gezet en krijgt de werkvloer grip op de opgave.

Aanpak in drie stappen

‘Toen we begonnen was het doel om alle gebouwen energie-neutraal te maken. Daar zijn we van teruggekomen.’ Dat klinkt opmerkelijk, maar Voorham legt het uit. ‘De laatste stappen naar een volledig energieneutraal gebouw zijn op dit moment relatief duur en ingewikkeld. Voor dat geld en die inzet kun je op gebiedsniveau veel effectiever zijn. Nu kiezen we voor drie stappen: beginnen met isolatie, want alle energie die je bespaart, hoef je niet op te wekken. Stap twee: kijk samen met andere vastgoedbezitters of beheerders in een gebied naar bijvoorbeeld warmte- koude opslag (WKO), geothermie of een warmtenet. Stap drie: als er dan toch energie van elders moet komen, dan duurzame energie.’

Inmiddels wordt 9 petajoules aan duurzame energie opgewekt op gronden en vastgoed van het Rijksvastgoedbedrijf. Dat is drie keer het jaarlijks energiegebruik van alle rijksgebouwen samen, 700.000 huishoudens of de stroom voor 1,5 miljoen mensen.

Eerst de kantoren

De routekaarten zijn niet alleen bedacht om praktisch grip te krijgen op de verduurzamingsopgave. Er zit ook een wettelijk kantje aan. Afdelingshoofd Ron van den Boom van de directie Portefeuillestrategie en Portefeuillemanagement gaat bij het RVB over de wettelijke kaders en licht toe: ‘Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) scherpt de bouwregels aan: kantoorgebouwen moeten al in 2023 op energielabel C zitten, zo niet dan gaan ze dicht. Dat legt er een enorme druk op om juist die eisen zo snel mogelijk te realiseren en dan komen er voor de iets langere termijn niet altijd de beste of meest kosteneffectieve oplossingen uit.’

Er wordt daarom door het ministerie van BZK gekeken hoe de label C-wetgeving kan worden verbonden aan de inzet van routekaarten. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door een tijdelijke ontheffing van label C bij het verdergaand verduurzamen van vastgoedportefeuilles op basis van routekaarten. Met de huidige duurzaamheidsambities is label C een gepasseerd station.

De ambities gaan verder

De routekaart voor de portefeuille van kantoren is de eerste en relatief de makkelijkste. Alle rijkskantoren vallen namelijk onder BZK en worden door het Rijksvastgoedbedrijf beheerd. Defensie is eigenaar van haar eigen gebouwen; hier is het RVB opdrachtnemer. Justitie en Veiligheid ( J&V) zit er tussenin: het RVB is weliswaar eigenaar, maar J&V draagt het financieel risico van het eigendom.

Verduurzaming van bijvoorbeeld kazernes en gevangenissen vraagt alleen al vanwege die afwijkende verhoudingen andere routekaarten dan de kantoren. Toch is de verduurzaming ook hier ‘een puzzel die we voor negentig procent samen oplossen’, aldus Voorham. Bij Defensie stelt de nationale veiligheid speciale eisen en bij Veiligheid en Justitie gaat het om heel verschillende panden en functies.

‘Een gevangenis lijkt qua energieverbruik op een hotel, maar dan wel een waar je niet kunt uitchecken’, vergelijkt Voorham treffend. ‘Er moet vierentwintig uur per etmaal personeel werken, er moet altijd verwarming en verlichting zijn, het vraagt grote keukens. Het lastigste aan duurzaam renoveren van een gevangenis is: je maakt ze niet zomaar even leeg. Er zijn weinig uitwijkmogelijkheden en personeel kan niet makkelijk worden overgeplaatst. Gebouw en functie zijn zozeer verbonden dat de gebruiker een grote mate van zeggenschap moet hebben.’

Net als bij de kantoren is ook hier begonnen met een inventarisatie van de gebouwen en mogelijkheden. Zo kom je op een concrete manier met elkaar in gesprek over praktische verduurzaming. De routekaart werkt daarmee op dezelfde manier als die voor de kantoren, maar dan met een eigen uitwerking. Zo moet het RVB ook bij Defensie haar voordeel kunnen doen met de routekaarten.

‘De ambitie van staatssecretaris Raymond Knops en directeur-generaal Annet Bertram gaat nog verder’, weet Van den Boom. ‘Alle beheerders van maatschappelijk vastgoed in ons land moeten kunnen profiteren van onze aanpak, rekenmodellen en sturingsindicatoren. We trekken graag samen op! De klimaatdoelen van Parijs en dit kabinet zijn immers niet alleen ónze opgave.’

Andere bril

Dit artikel hoort bij: Kei 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed

Zelfbouw in Almere

Kei 7: Andere bril: Zelfbouw Almere. Maaike Veeningen

Tekst Bas van Horn
Foto Wethouder Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Maaike Veeningen. Beeld: Arenda Oomen

In de jonge geschiedenis van de Flevopolder heeft De Schaalsprong een lange historie. Hier werken gemeente, provincie en Rijksvastgoedbedrijf al jaren samen aan woningbouw voor de vraag in de regio Groot-Amsterdam. Aanvankelijk lag de nadruk vooral op de aantallen, na de crisis kwam er meer aandacht voor een ‘evenwichtige groei’, vertelt wethouder Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Maaike Veeningen. Is er sprake van een hink-stap-schaalsprong? Veeningen spreekt liever van Almere 2.0.

Wat is het verschil?

De Rijksstructuurvisie Amsterdam Almere Markermeer (uit 2013) is het richtsnoer voor de verstedelijking van Almere. Daarin was de opgave altijd al breder dan bouwen alleen. Almere 2.0 markeert wel een accentverschuiving. ‘We kijken zorgvuldig en toekomstgericht naar de vormgeving van de stad. We zien dat de werkgelegenheid nog achterblijft en we moeten ook zorgen voor een goed voorzieningenniveau, want wonen is meer dan een huis. Daarbij willen we ook een duurzame stad zijn. In het Regionaal Ontwikkelprogramma (ROP) van het RVB is aandacht voor het economisch én voor het maatschappelijke rendement. Daarin werken we prettig samen. Ook met de provincie overigens.’

In Almere is ruimte voor experiment?

‘Vanuit de hele wereld is er belangstelling voor de vernieuwende, duurzame woningbouw onder eigen regie van bewoners.’ Almere heeft een naam hoog te houden als het gaat om zelfbouw. Hier wordt geëxperimenteerd met energie, zelfvoorziening en eigen waterzuivering, maar ook met ‘open source’ bouwplannen. Dat laatste is een belofte voor Almere, maar ook voor goedkoop en duurzaam bouwen elders in de wereld. Dat zelfbouwen begon destijds onder wethouder Adri Duijvestein. Het huidige college zet die traditie voort. Onder andere in het gebied Oosterwold.

Hoe staat het met Oosterwold?

‘Oosterwold is begonnen als een spannend experiment. We hebben ons als overheid heel ver teruggetrokken. Bewoners bouwen niet alleen zelf, ze leggen ook de wegen en het water aan. Het RVB gaat daarin mee en dat is echt heel bijzonder. Dat heb ik ook in de gemeenteraad gezegd.’ Oosterwold is een belangrijke ontwikkeling aan de oostkant. Aan de westkant kijkt de gemeente al steeds meer vooruit naar de toekomstige ontwikkeling van Almere Pampus. Dit nieuwe stadsdeel – genoemd naar het even verderop gelegen verdedigingswerk uit de Stelling van Amsterdam - komt aan en in het Markermeer. Een metropolitane stadsontwikkeling die met de IJmeerlijn Amsterdam en Almere verbindt. Daarnaast zijn er Nobelhorst en andere plannen, toch gaat de publieke belangstelling nu vooral uit naar Oosterwold.

Oosterwold kwam de laatste tijd niet echt positief in het nieuws…

‘Het project is in korte tijd enorm populair geworden. Het heeft ook al veel positieve berichtgeving gekend tot aan het buitenland aan toe. Dat is mooi natuurlijk. Het betekent wel dat gegadigden soms meer geduld moeten hebben. De wijk wordt organisch ontwikkeld en niet in een keer neergezet. Ondertussen stijgen de prijzen van grond en huizen overal. De prijsstijging hier is in lijn met die van de rest van Almere en elders. Toch hebben we wel begrip voor gegadigden die nu schrikken van een prijsstijging waarop ze in hun plannen niet gerekend hadden. We hebben daarom samen met het Rijk gekeken naar een overgangsregeling. Die is er nu. Wij snappen dat het voor mensen die buiten de overgangsregeling vallen een tegenslag is dat voor hen de nieuwe prijs gaat gelden.’

En Almere Poort buitendijks?

‘De ontwikkeling van Almere Poort is al heel ver. Het stadsdeel nadert de afronding en de bewoners laten zich horen. Er is al eerder een plan voor uitbreiding van de haven vastgesteld, maar nu wordt het concreter en zien mensen wat ze voor hun deur krijgen.’

Dat lijkt een voorbeeld van de participatie paradox: als je mensen te vroeg bij plannen betrekt is het nog te weinig concreet voor meedenkers en als je het te laat doet, volgt het verwijt dat alles al vastligt. Dat is hier niet het geval, legt de wethouder uit. ‘Bewoners hebben de ontwikkelingen in de loop der jaren dichterbij zien komen en willen hun geluid laten horen. We hebben in de raad constructief gesproken over de participatie van wijkbewoners en ondernemers in deze fase.’

Er is ook landbouwgrond voor energieopwekking nodig, hoe doet Almere dat?

‘Almere heeft de ambitie om energieneutraal te worden. Net zoveel opwekken op eigen grondgebied als er wordt gebruikt. Dat betekent dat we naar alle opties binnen de gemeente kijken. Zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed, stimuleren van zonnepanelen op particuliere daken. Samen met het Rijksvastgoedbedrijf - en bijvoorbeeld Rijkswaterstaat - kijken we ook naar inzet van rijksgronden voor zonnevelden. Dat gaat om grond van het Rijksvastgoedbedrijf die wordt verhuurd aan boeren, onder meer op stroken langs rijkswegen. Ook op dat vlak is er een goede samenwerking met het Rijk.’

Van vliegkamp tot duurzaam woon- en werkgebied

Valkenburg: Vliegtuig weerspiegeld in gebouw

Tekst Bas van Horn
Foto Voormalig vliegkamp Valkenburg. Beeld: Erik Jansen

Een oud-rijksbouwmeester zei eens over het vrijkomende terrein: ‘Er komt een Vermeer op de markt!’ En terecht. Geen project is beter op zijn plaats in de rubriek Parel! dan het voormalig vliegkamp Valkenburg, straks een unieke woningbouwlocatie in de Randstad.

Kleinschaliger, hoogwaardiger, integraler

De potentie van het terrein is overduidelijk. Het ligt midden in de Randstad, dicht tegen het binnenduin en in een groene omgeving. ‘Dat is de kracht van het gebied, die we in het project naar binnen willen halen. We zullen borgen dat de kwaliteit van de woonlocatie onderscheidend wordt’, zegt projectdirecteur Nico Smiet van het Rijksvastgoedbedrijf. Hij zal het voormalig defensieterrein in delen ‘naar de markt’ brengen.

Al in de jaren negentig is er sprake van sluiting van het vliegkamp en grootschalige woningbouw. De regio ziet kansen voor de bouw van tienduizend nieuwe woningen op het voormalige vliegkamp Valkenburg om wellicht uit te groeien tot Groot-Leiden. Het vliegkamp ligt op grondgebied van de voormalige gemeente Valkenburg, nu deel van Katwijk. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan Wassenaar. Alle omliggende gemeenten zijn niet enthousiast over de grootschalige plannen. Men wil kleinschaliger, hoogwaardiger en vooral meer aansluiten bij de bestaande kernen, de duinen en de omringende natuur.

In 2005 sluit het vliegkamp definitief. Brandstoffen en chemicaliën worden uit de installaties verwijderd, beveiligde systemen gaan terug naar Defensie. Hangars, de verkeerstoren en andere gebouwen blijven achter. In de jaren daarna krijgt een aantal gebouwen een tijdelijke bestemming. Meest bekend is het musicaltheater waar al jaren – in een uniek decor met een Dakota – ‘Soldaat van Oranje’ wordt opgevoerd. Andere hangars zijn verhuurd aan bedrijven, hightech en startups. ‘Verder is het nu een lege, maar schone vlakte’, zegt Smiet.

Past perfect bij doelen ROP

Een flexibel masterplan van grondeigenaar Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in samenwerking met de gemeente Katwijk en de provincie Zuid-Holland, legt eind 2013 de basis voor uitvoering van plannen die recht doen aan de ambities van alle betrokken overheden. Lokale woningbehoefte en -inpassing staan voorop, zonder de regionale en nationale ambities op het gebied van wonen, duurzaamheid en klimaat uit het oog te verliezen. De locatie Valkenburg past daarmee perfect bij de doelstellingen van het Regionaal Ontwikkelprogramma (ROP) van het RVB en is er dan ook in opgenomen. Vijfduizend woningen zijn nu in de plannen opgenomen, de helft van wat ooit beoogd werd. Een organisch uitvoeringsproces moet het plan in prettig bewoonbare delen opleveren. Dat is hier extra belangrijk omdat uitvoering van het plan als geheel vijftien tot twintig jaar zal beslaan. De eerste paar honderd woningen staan er in 2021. Rijk en provincie zorgen voor een goede ontsluiting, vóór de eerste bewoners hun intrek nemen.

Luisteren naar elkaars wensen en ambities

Samenwerken in het Regionaal Ontwikkelprogramma. Op de locatie Valkenburg betekent dat: woningen voor de lokale vraag en in alle segmenten, huizen voor zoekers in de wijdere regio en een topsegment dat bijdraagt aan het internationaal vestigingsklimaat van de zuidelijke Randstad.

Het gebied zal ook duurzaam worden ingericht, waarmee het goed aansluit bij aangrenzend Natura 2000-gebied en omringend groen. Daarnaast zijn de wijken straks in principe aardgasvrij, zoveel mogelijk zelfvoorzienend in energie en “all electric”. Er is dus ook ruim aandacht voor energie- en klimaatdoelstellingen van regio en Rijk.

Samenwerken in het ROP betekent ook luisteren naar elkaars wensen en ambities. Hier is er de ambitie van de gemeente Katwijk om hightech-industrie aan zich te binden met ruimte voor testactiviteiten waarmee de luchtvaarttraditie van het gebied in enige vorm levend wordt gehouden. De werktitel luidt Unmanned Valley. Een locatie waar onder meer drones ontwikkeld en getest kunnen worden. Men hoopt zelfs linken te leggen met ruimtevaartorganisaties ESA en ESTEC in Noordwijk.

Snelle start woningbouw

Met de onlangs gemaakte bestuurlijke afspraken is er nu draagvlak voor alle activiteiten in het gebied, passend bij de woningbouwambities. De provincie heeft hiervoor - met inzet van staatssecretaris Raymond Knops – het voortouw genomen. Het project kan nu verder. Te beginnen met de start van de procedure voor de maatschappelijke effect rapportage (MER) en de vaststelling van een bestemmingsplan door Katwijk als bevoegd gezag. Daarmee komt de weg vrij voor een snelle start van de woningbouw.

Omgeving

Dit artikel hoort bij: Kei 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed

Moreelse Tuinen moet ‘oase van levendige rust’ worden

Kei 7: Rubriek omgeving ROP. Moreelse park Utrecht

Tekst Bas van Horn
Foto Gebied 'Moreelse Tuinen' in Utrecht. Beeld: Bas Kijzers

‘Moreelse’ in Utrecht is nu nog een wat onbestemd gebied van sporen, kantoren en parkeren, monumentale panden en bomen. In de gebiedsaanpak zullen alle betrokken partijen niet alleen hun vastgoed verduurzamen, maar ook een ‘oase van levendige rust’ creëren. Projectleider Martine de Vaan van het Rijkvastgoedbedrijf licht de aanpak van het gebied toe tijdens een ‘lopend interview’.

De Vaan staat bovenaan de trappen aan de Jaarbeurszijde van Utrecht Centraal te wachten, vlak voor het stadskantoor van Utrecht waar onlangs het college van B&W instemde met de gebiedsvisie voor Moreelse. Het Rijk kiest bij de verduurzaming van de rijksgebouwen in het gebied Moreelse - aan de andere kant van station en sporen – voor een gebiedsaanpak samen met andere vastgoedpartijen, beheerders, huurders, de gemeente en bewoners. Het project past daarmee uitstekend in het Regionaal Ontwikkelprogramma (ROP) van het Rijksvastgoedbedrijf.

Groene werk- en woonomgeving

Met elkaar werken alle partijen nu verder aan een integraal programma van eisen en een functioneel ontwerp voor de openbare ruimte, energie, mobiliteit en programmering.  Alles met het oog op wat straks de ‘Moreelse Tuinen’ zullen zijn. ‘Moreelse’ is nu nog een onbestemd gebied van sporen, kantoren en parkeren, maar ook van monumentale panden en bomen, een hofje en twee kleine parken. In de gebiedsaanpak zullen partijen niet alleen samen hun vastgoed verduurzamen, maar ook een ‘oase van levendige rust’ creëren. Een groene werk- en woonomgeving waar binnentuinen zoveel mogelijk publiek worden en hekken rond gebouwen verdwijnen waar het kan.

Argeloze voorbijganger

Het lopende interview past bij De Vaans ideeën over ‘De Mens Te Voet’: het lopen als vanzelfsprekende manier van bewegen moet terugkeren in ons bestaan. Dus dalen we de trappen af richting Croeselaan. De duurzaamste straat van Nederland, hoewel je dat er niet meteen aan afziet. De Vaan licht toe: ‘Epoxyasfalt dat veel langer meegaat, klinkers die zijn hergebruikt, wateropvang onder het wegdek, hergebruikte fundering. Dat zie je niet als argeloze voorbijganger.’

Er staat een molestbestendige picknicktafel met ingebouwd zonnepaneel en aansluiting om de mobiele telefoon op te laden. Dit is het soort voorzieningen dat De Vaan straks ook graag in de Moreelse Tuinen ziet. Faciliteiten voor lopend vergaderen en buiten werken als het weer het toelaat. De organisaties in Moreelse en het aanpalende gebied Hooch Boulandt gaan hiermee al samen experimenteren tijdens de ‘Outdoor Office Day’ in juni.

Van Moreelse brug tot Inktpot

We komen aan bij de Moreelse brug, de nieuwe fiets- en voetgangersverbinding die de stad aan weerszijden van het spoor weer bij elkaar brengt. Uitzicht op station, sporen en het gebied Moreelse met de monumentale Inktpot (kantoor van Prorail, red.), het IK-gebouw en op links de bouwput die Moreelse Hoek nu is. Treinreizigers kunnen straks kiezen: door Hoog Catharijne, of via Moreelse Hoek, langs het Moreelsepark en de Mariaplaats naar het centrum. Nieuwe gevels zullen het aanzicht verbeteren, de grootste fietsenstalling ter wereld die eronder ligt is bijna klaar.

De nieuwe taxistandplaats voelt al bijna als een anachronisme nu iedereen een taxi per app bestelt en juist hier meer ruimte nodig is voor de mens te voet vanuit de binnenstad. Zeker waar de stad nog met honderdduizend inwoners gaat groeien en het aantal bezoekers stijgt. ‘Het ontwerp is aangepast en er komt daardoor meer ruimte voor voetgangers. Het wordt hier ook groener’, zegt De Vaan. ‘Er komt een bomenlaan van hier tot aan de Inktpot.’

Van Herman Gortercomplex tot Sterrehof

Rond de hoofdkantoren van NS en ProRail is ruimte om het concept ‘tuinen’ gefaseerd uit te voeren. Het gebied leent zich om de villa-achtige gebouwen meer in het publieke groen te plaatsen en via de nieuwe bomenlaan aan te sluiten op het bestaande parkje Nieuwenoord met de oudste eik van Utrecht. Direct aan het parkje ligt het Herman Gortercomplex, waarvan een hoek zal worden opengemaakt voor een ruime entree. ‘De plinten gaan niet echt open, maar je kunt straks wel meer zien van wat daarbinnen gebeurt’, zegt De Vaan over deze rijksgebouwen.

Voor Herman Gorter nummer 5, 55 en 75 heeft het Rijksvastgoedbedrijf nu de tender voor renovatie lopen. Het nieuwe aan deze aanbesteding is dat er een daadwerkelijke energieprestatie wordt gevraagd. De deelnemers verplichten zich om voor de eerste vijftien jaar de beloofde kWh per m2 te realiseren en te onderhouden. De commissie Welstand van de gemeente is bereid om tijdens de loop van de tender met de marktpartijen te spreken over de in te dienen plannen om de risico’s voor deelnemers te beperken.

Van gerechtsgebouw tot hoe het worden kan

Dan komen we bij de Sterrehof, een rijksmonument uit het einde van de negentiende eeuw. Een U-vormig geheel van huizen met een hof dat inspiratie leverde voor de plannen. Het Vrouwe Justitiapleintje ertegenover is nog wel aardig, maar de zijkant van het gerechtsgebouw met dienstingang en vuilnisopslag is ronduit treurig.  ‘Dit moet er over een aantal jaren beter uit zien’, zegt De Vaan. Er zijn nu alleen nog geen concrete plannen voor.

Rond het gerechtsgebouwcomplex met de oude HBS zijn uit beveiligingsoverwegingen grote hekwerken ver uit de gevel geplaatst. Die openbare ruimte gaat teruggewonnen worden door minder beveiligde functies te scheiden van de rest van het complex. Verspreid liggende parkeerplekken worden in de visie opgeheven en de rijbaan tussen de twee delen van het Moreelse park vervalt.

Zo gaat de hele strook langs de Catharijnesingel tot en met het Moreelse Park er straks veel beter uitzien. ‘Bewoners drongen erop aan om snel wat zitjes en andere parkvoorzieningen aan te brengen’, vertelt Martine ter plaatse. Dat lijkt een prima idee, want niets is zo goed voor plannen als een glimp van hoe het worden kan.

Vastgoed als sleutel voor verandering

Kei 7: Column. Floris Alkemade

Tekst Floris Alkemade, rijksbouwmeester
Foto Floris Alkemade. Beeld: Arenda Oomen

‘We staan voor grote urgente maatschappelijke vragen die met elkaar gemeen hebben dat het allemaal ruimtelijke vragen zijn. Met ons vastgoed hebben we de sleutel in handen om slimme combinaties te maken. De klimaatverandering, de vergrijzende samenleving, de overstap naar hernieuwbare energie, het nijpende tekort aan woningen, de werkgelegenheid en de verduurzaming van de landbouw. Stuk voor stuk opgaven waarvan we allemaal de gevolgen zullen ervaren, in ons landschap en in onze levensstijl. Juist daarom moeten we ze in samenhang en over de lange termijn bekijken.

Recent heb ik daarom met het College van Rijksadviseurs het Panorama Nederland  gepresenteerd, een optimistisch en aantrekkelijk toekomstbeeld waarbij de verbeelding aan zet is. We stellen hierin dat geen enkele opgave op zichzelf staat en dat we dus slim moeten combineren. De vragen zijn groot en complex maar door te tonen welke enorme winst we kunnen behalen, hopen we een verlangen naar verandering op te roepen, uiteindelijk is dat verlangen de sterkste motor die we in kunnen zetten.

Zo moeten we ook kijken naar ons rijksvastgoed. We zullen bij iedere opgave moeten onderzoeken hoe ons vastgoed bij kan dragen aan de maatschappelijk vraagstukken waar we voor staan. Het Regionaal Ontwikkelprogramma ( ROP) is een reeks projecten waarbij het Rijksvastgoedbedrijf behalve het financiële rendement ook nadrukkelijk het maatschappelijk rendement centraal stelt.  Dit geldt niet alleen bij de herontwikkeling van ons vastgoed en onze terreinen maar bijvoorbeeld ook bij de verkoop van onze panden. Ons vastgoed is gebouwd of verworven met publiek geld. Op het moment dat je transformeert of verkoopt, heb je ook de taak om de publieke zaak te dienen. Dit betekent dat je niet uitsluitend moet willen verkopen aan de hoogste bieder, maar dat je evenzeer kijkt hoe je maatschappelijke meerwaarde kan genereren.

Een mooi voorbeeld hiervan vind ik de voormalige kazerne van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) in Maastricht. Nadat de KMAR verhuisde naar een nieuwe kazerne buiten de stad kwam dit monumentale pand leeg te staan. Samen met het Rijksvastgoedbedrijf zijn we in gesprek gegaan met de gemeente Maastricht om te onderzoeken of dit gebouw een plek kan zijn waar kwetsbare jongeren werkervaring kunnen opdoen. We hebben in ons land aan de ene kant een grote groep jongeren die aan de zijlijn staan en aan de andere kant een groot tekort aan vakmensen. Het project Skills in de Stad toont hoe je een leegstaand gebouw kan inzetten om een maatschappelijke doel te dienen. Goedbeschouwd is het doel van rijksvastgoed niet het realiseren van economische potentie, maar het zo efficiënt mogelijk maatschappelijk in zetten.

Als je het over rijksvastgoed hebt, is geld uiteraard altijd een belangrijke factor, maar ik probeer mij ook op al die andere domeinen te concentreren die voor extra kwaliteit zorgen. Dat zie je ook in mijn maatschappelijke agenda en de reeks prijsvragen die ik uitgeschreven heb, waarbij ik ook nadrukkelijk inzet op het koppelen van ontwerpkracht aan de sociale dimensie bij de inrichting van ons land.  Gelukkig zie ik daar binnen het Rijksvastgoedbedrijf ook groeiende aandacht voor. Want hoe belangrijk geld ook is, het is nooit een doel maar altijd een middel. Als je alleen op geld koerst, zit je niet aan het stuur, maar op de achterbank.’

Meer informatie

Toen en nu

Dit artikel hoort bij: Kei 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed

Nieuwe jeugd voor de ‘Kamaar’

Kei 7: Toen en nu. Vooraanzicht Koninklijke marechausse Maastricht

Tekst Helene de Bruin
Foto Archief Rijksvastgoedbedrijf

Objectnummer 506682 voor het Rijksvastgoedbedrijf, de ‘Kamaar’ voor Maastrichtenaren, een verouderd pand voor de inmiddels verhuisde marechaussee. Een nieuwe maatschappelijke functie gloort aan de horizon voor het gebouw: Skills in de stad. ‘Met dit rijksmonument helpen we uitgevallen Zuid-Limburgse jeugd naar zelfstandigheid.’

Even terug in de tijd. De marechaussee in Maastricht werd in 1815 in opdracht van koning Willem I ingesteld, omdat hij een hernieuwde dreiging vanuit Frankrijk vreesde. De compagnie werd eerst gelegerd binnen de Maastrichtse stadsmuren; aan het begin van de twintigste eeuw werden er plannen gemaakt voor een nieuwe, ‘moderne’ kazerne in het zuidoosten van Maastricht, compleet met paardenstal en hoefsmederij.

Rijksmonument

Niet voor niets is de kazerne een rijksmonument; de bouwstijl (invloeden van neorenaissance), esthetische ontwerpkwaliteiten, het deels streekgebonden materiaalgebruik en de ornamentiek bepalen de hoge architectuurhistorische waarde.

De voorgevel van het monumentale hoofdgebouw is volledig symmetrisch. Een kaderlijst in mergel toont de tekst Koninklijke Marechaussee en tussen de tweede en derde bouwlaag is een Nederlands wapenschild aangebracht. Toen de paarden vervangen werden door gemotoriseerd vervoer verloren paardenstal en hoefsmederij hun oorspronkelijke functie. En toen het wonen op de kazerne werd losgelaten, veranderde het gebruik en de inrichting van het hoofdgebouw. Aan het begin van deze eeuw viel de beslissing om de marechaussee naar een nieuw onderkomen te verhuizen.

Maatschappelijk doel

Toen de KMar in 2015 naar de nieuwbouw bij Maastricht-Aachen airport verhuisde, werden de kazerne en het terrein ‘teruggegeven’ aan het Rijksvastgoedbedrijf. ‘In die periode was de afdeling Strategie van het Rijksvastgoedbedrijf bezig met onderzoek naar de inzet van publiek vastgoed voor maatschappelijke doelen. Tegelijkertijd voerde het atelier Rijksbouwmeester een uitgesproken sociaal-maatschappelijke agenda, bijvoorbeeld door prijsvragen te organiseren rond migratie, de zorg en de toekomst van het platteland’, zegt Iris Thewessen, architect en adviseur bij het atelier. De niet te bevatten tegenstelling tussen een opbloeiende economie met veel vraag naar arbeid en 145.000 jonge werklozen trok daarom de aandacht. ‘Vreemd dat er aan de ene kant veel mensen nodig zijn in bijvoorbeeld de bouw, de zorg, de horeca en de maakindustrie en dat er aan de andere kant veel jongeren zijn die geen baan kunnen krijgen of behouden. Het atelier Rijksbouwmeester en het Rijksvastgoedbedrijf willen vastgoed inzetten om deze jongeren een toekomst te geven. Maar dan moet je wel weten waar die jongeren zijn én waar we ongebruikt vastgoed hebben.’ Door de geografische kaarten van leegstaand vastgoed en hoge uitval onder jongeren op elkaar te leggen, zag Thewessen een aantal ‘vlekken’ ontstaan waar zowel leegstand van rijksvastgoed als een relatief hoge uitval onder jongeren optrad.

Ondersteunende rol van vastgoed

Ook bekeek Thewessen rond die plekken de aanwezigheid van ROC’s, leerbedrijven en OV. ‘Deze voorzieningen moeten in de buurt zijn om een gebouw een nieuwe maatschappelijke functie te kunnen geven. Zo kwamen we onder meer uit in Maastricht. De in onbruik geraakte huisvesting van de Koninklijke Marechaussee (KMar), de werkplaatsen en het terrein zijn zeer geschikt voor talentontwikkeling en werkervaring. Door zijn oorspronkelijke functie is de kazerne ook geschikt om de jongeren te huisvesten. Zo’n integrale aanpak, leidt tot een succesvollere uitstroom naar vast werk en zelfstandigheid, zo blijkt uit experimenten in Amsterdam en Rotterdam.’

Vlekkenkaarten

Die Amsterdamse en Rotterdamse experimenten Investeer in Talent en de wens om ongebruikte, publieke gebouwen maatschappelijk in te zetten plus de ‘vlekkenkaarten’ van Thewessen leidden tot het initiatief Skills in de stad. ‘Afhankelijk van het beschikbare gebouw en de lokale problematiek kunnen we vastgoed inzetten voor wonen, leren, werken en begeleiden. Behalve een pand bieden we ook onze expertise aan over inkoop, wet- en regelgeving en onze “Haagse” kennis. Dergelijke initiatieven vragen om ontschotting, tussen Den Haag en gemeenten, maar ook tussen verschillende ministeries en domeinen. Skills in de stad is een sociale en economische opgave waarin vastgoed een ondersteunende rol kan spelen. Skills in de Stad is een aanbod van het Rijksvastgoedbedrijf aan gemeenten.’

Mismatch in Maastricht

Toen het Rijksvastgoedbedrijf het gebruik van de kazerne aanbood aan Maastricht, reageerde de gemeente aanvankelijk met scepsis; een bod uit Den Haag doet ook vaak een beroep op lokale capaciteit, was de veronderstelling. ‘Over het Haagse aanbod van Skills in de stad bestaat inmiddels bestuurlijk en ambtelijk enthousiasme’, zegt procesregisseur Marc Schmidt. Hij erkent dat de gemeente jongeren en studenten onvoldoende woningen kan bieden. En ook Maastricht herkent de mismatch tussen jonge uitvallers en de vraag naar horeca-, bouw- en installatiepersoneel. ‘Onlangs hebben onze wethouders van Onderwijs & Jeugdzorg, Zorg & Welzijn en Sociale Zaken de samenwerking aan dit project besproken. Ze zien ook de meerwaarde voor Maastrichtse jong volwassenen die aan de zijlijn staan. We verwachten binnenkort de intentieverklaring in het bijzijn van staatssecretaris Raymond Knops te kunnen ondertekenen.’

Nieuw perspectief voor monument

Schmidt hoopt bovendien met Skills in de stad de kazerne niet alleen voor jongeren interessant te maken, maar ook voor de buurt. ‘Het gaat ons om wederkerigheid. Zo zouden er functies kunnen komen met een toegevoegde waarde voor de buurt; bewoners zouden hier opdrachten kunnen geven voor klusjes. Het gebouw zou zo behalve een leer-werk-woonlocatie voor jongeren ook een buurtfunctie kunnen krijgen. We vinden dit een spannende ontwikkeling. Inmiddels staat wel vast dat de voormalige kazerne jongeren een betere toekomst kan bieden en daarmee het monument een nieuw perspectief.’

Colofon

Kei, 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed Jaargang 2019

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf

Publicatiedatum
dinsdag 04 juni 2019
Productie
Erika Labordus (EL), Shirley Copijn (SC), Yvonne Hoeberichts, Bas van Horn, Helene de Bruin en Anka van Voorthuijsen (AvV). Kei is een thematisch magazine. Het komt tot stand onder redactie van het Rijksvastgoedbedrijf en verschijnt twee keer per jaar. Hebt u vragen, suggesties of ideeën, mail onze redactie.
Eindredactie
Marianne Schijf
E-mail
postbus.rvb.redactie@rijksoverheid.nl
Internet
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/
Copyright
https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/copyright