In het voetspoor...

Dit artikel hoort bij: Kei 7: Maatschappelijke waarde Rijksvastgoed

Goed nabuurschap in Brabant

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Alwin Winkel, projectmanager bij het project Streepland A16. Beelden: Erik Jansen

Alwin Winkel is projectmanager bij het project Streepland A16. Voor het eerst konden marktpartijen hier via een openbare procedure ‘strijden’ om het recht om windmolens te plaatsen en te exploiteren op rijksgrond. Tot nog toe wordt overbodige rijksgrond meestal verkocht.

Provincie, vier Brabantse gemeenten, Rijkwaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf werkten hierbij nauw samen. Winkel: ‘Zulke samenwerkingen tussen rijk en andere overheden zullen veel vaker voorkomen in de toekomst. Als rijk leveren we zo een belangrijke bijdrage aan de energietransitie.’

Pakketje met strik

Dit soort complexe opgaven, daar houdt hij van, zegt Winkel. ‘Het experimentele karakter is erg leuk. Vooral als bij alle betrokken partijen mensen zitten die ervoor gaan, zoals hier.’ De crux van dit project: het Rijksvastgoedbedrijf deed alle voorwerk wat betreft vergunningen, ontheffingen en het vinden van een geschikte locatie. ‘We hebben het aan de markt gepresenteerd als een pakketje met een strik eromheen.’ Inschrijvende partijen moesten akkoord gaan met de green deal die de provincie al had gesloten met onder meer de betrokken gemeenten: verduurzaming van woningen als compensatie voor overlast door slagschaduw en geluid. Het Rijksvastgoedbedrijf vroeg daar bovenop nog om maatregelen in het kader van goed nabuurschap.

  • Loop mee met Alwin Winkel en klik op de > pijlen in de foto of op de bullets onder de fotoserie.

12.30 uur: Provinciehuis Noord-Brabant

Winkel loopt via de imposante entree het al even indrukwekkende provinciehuis van Noord-Brabant in, een gebouw uit 1971 van architect Huig Maaskant. Een iconisch gebouw met veel beton, pal langs de A2 in Den Bosch. Maaskant werd bekend als een liefhebber van ‘het grote gebaar’. Ook terug te zien in andere ontwerpen van zijn hand, zoals de Euromast in Rotterdam en de Pier van Scheveningen.

Winkel heeft in Den Bosch een afspraak met gedeputeerde Erik van Merrienboer (PvdA) en Erik Bruggink, projectleider windenergie bij de provincie Brabant (links op de foto).

Windpark WindA16 bestaat uit 28 windturbines die op verschillende locaties langs de A16 komen te staan. Naar verwachting zullen de turbines eind 2020 draaien. Drie van de molens komen op de locatie Streepland, een stuk grond langs diezelfde A16 dat Rijkwaterstaat niet meer nodig heeft. Die plek kon door deze bijzondere samenwerking tussen Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat en provincie in een later stadium aan het project WindA16 worden toegevoegd.

Windenergie A16 levert straks ruim 100 megawatt aan vermogen en daarmee een belangrijke bijdrage aan de afspraken tussen de Brabantse gemeenten, provincie en het rijk om in 2020 470,5 MW aan windenergie te produceren.

13.00 uur: Verwachtingen niet hoog gespannen

Als hij heel eerlijk is, waren zijn verwachtingen over een vruchtbare samenwerking met het rijk aanvankelijk niet zo héél erg hoog gespannen, zegt gedeputeerde Erik van Merrienboer. ‘Als provincie hadden we al afspraken gemaakt met alle ontwikkelaars in het gebied over de sociale meerwaarde die we wilden van een ontwikkelaar, een green deal. Een kwart van de opbrengst van de 25 turbines, moest terugvloeien naar duurzaamheidsmaatregelen voor de bewoners van het gebied. Diezelfde afspraken wilden we ook voor de drie extra molens op rijksgrond, ik wilde een level playing field.’

‘Ik was er niet zo zeker van of het Rijksvastgoedbedrijf dat voor elkaar zou krijgen met alle strikte kaders: kan naast een marktconforme prijs ook maatschappelijk rendement een rol spelen? Eigenlijk dacht ik: zeg maar wat die grond moet kosten, dan nemen wij het gewoon over.’

In een gesprek met projectleider Petra Meijboom van het Rijksvastgoedbedrijf werd het de gedeputeerde echter snel duidelijk dat de ambities van provincie en Rijk goed matchten, ook waar het ging om maatschappelijke meerwaarde. ‘Het is een gevoelige locatie, aanvankelijk had de betrokken gemeente zelfs “nee” gezegd. Die anterieure afspraken over lokale participatie waren dus zeer belangrijk voor het draagvlak.’

Als overheden gaan samenwerken vraagt dat vaak nogal wat aandacht, is zijn ervaring. ‘Ik had verwacht dat het de achilleshiel in dit dossier zou zijn, maar dat was het niet. Dit is een voorbeeld van hoe we elkaar als overheden op een slimme manier kunnen helpen.’

13.20 uur: Gewend om diep gebied in te gaan

Winkel wil graag weten: hoe hebben zij de samenwerking en rolverdeling ervaren? Merrienboer: ‘Als provincie kun je werken aan dat draagvlak, wij zijn gewend om diep een gebied in te gaan, tot aan de keukentafel toe. Mensen willen gehoord worden. Als middenbestuur spelen we een mooie rol in zo’n samenwerking met meerdere gemeenten en het Rijk, en die trekken we dan ook graag naar ons toe.’

13.35 uur: Keerzijde

Bruggink: ‘Hier hebben we als één overheid opgetreden, dat is belangrijk voor burgers.’ Maar, laat hij de keerzijde zien: ‘Enerzijds moeten we als provincie prestatieafspraken maken over duurzame energie, maar we worden door datzelfde Rijk ook belemmerd. Omdat procedures bij de Raad van State zo lang duren. Of omdat een windmolen een toekomstige radar van Defensie zou kunnen verstoren. Dat het niet altijd één overheid is, is lastig voor ons als provincie.’

Winkel: ‘We laten hiermee zien dat deze aanpak ook op andere plekken in Nederland kan werken.’ Dit project loopt vooruit op de regionale energie strategie, de RES. Als uitwerking van het klimaatakkoord van Parijs moeten 32 regio’s nog grotere prestaties leveren qua duurzame energie. ‘Dus het is heel leerzaam hoe je dit soort deals maakt, met nieuwe samenwerkingspartners en een openbare procedure.’

13.50 uur: Elektrisch rijden

Bruggink heeft een elektrische auto geregeld, zodat hij samen met Winkel naar Streepland kan rijden. Het gebied waar de molens komen, staat al jaren onder druk, weet Winkel. De A16 is verbreed, de HSL loopt er doorheen, er komen zwaardere hoogspanningsmasten van 380KV, en dan straks ook nog windmolens. ‘Door die andere zaken was er veel wantrouwen en tegenstand bij de bewoners. Mensen hebben echt het gevoel: we worden aan alle kanten gepakt. Dus je moet hen wat terug geven.’

‘Goed nabuurschap is voor ons als Rijksoverheid belangrijk, niet alleen de plek of de verdiencapaciteit. Daarmee kun je het verschil maken. Dus inschrijvers moesten goed aangeven wat ze op dat vlak van plan waren. En ondanks die green deal afspraken die al vast lagen en de eisen van goed nabuurschap die wij er nog aan toe hebben gevoegd, was er veel interesse vanuit de markt.’

14.30 uur: Locatie Streepland

Bestemming bereikt. Streepland spreekt weinig tot de verbeelding. Een verwaarloosde rafelrand. Uitzicht op een drukke snelweg, een NS-station, een Park & Ride en een sneue parkeerplaats voor vrachtwagens. Een overbodig geworden ‘snipper van de staat’, zegt Winkel. Maar een prima plek voor drie windmolens. Die krijgen een tiphoogte van ruim 200 meter en een wieklengte van 70 meter. Bruggink: ‘Er is een app die informatie geeft over alle windmolens in Nederland: WindStats.’

Tegenwind

Ondanks de weinig poëtische plek, was er natuurlijk wel tegenstand. Behalve omwonenden, die te maken krijgen met slagschaduw en geluidsoverlast en zich verenigd hebben onder de naam Tegenwind, hebben ook een aantal grondeigenaren bezwaar gemaakt. Zij hoopten op waardestijging van deze goedkope agrarische grond, door er een bedrijventerrein te ontwikkelen. ‘Dat kan in verband met de veiligheid niet onder een windmolen. Een hotel ook niet.’

Er liggen flink wat bezwaarschriften bij de Raad van State, maar Winkel maakt zich geen zorgen. ‘Je mag van de overheid verwachten dat er een plan wordt gepresenteerd waar geen speld tussen te krijgen is. Maar je mag als tegenstander natuurlijk wel proberen om die speld ertussen te krijgen.’

16.00 uur: Goede Buren

Op naar Utrecht. Op de derde verdieping van een kantoor aan de rand van Kanaleneiland houdt de Coöperatie Windunie kantoor. Met energiebedrijf Greenchoice en duurzaam beleggingsfonds Meewind vormden zij voor deze inschrijving het consortium ‘Goede Buren’. De uitvraag van het Rijksvastgoedbedrijf waarin de nadruk lag op het goede nabuurschap, paste perfect in hun manier van werken, zegt Derck Truijens, business development manager bij Windunie.

‘Dit formaat molens heeft impact op de omgeving. We willen natuurlijk financieel rendement, maar we willen ook goede buren zijn. Onze meerwaarde ligt bij het sociale deel. Wij zijn gewend om de taart te delen.’ Vooral door hun aanpak van het stakeholdermanagement en hun voorstellen op het gebied van goed nabuurschap, wonnen zij de openbare inschrijving voor Streepland.

16.30 uur: Maatwerk

Zonder prijs te willen geven hoe zij dat nabuurschap precies in gaan vullen (concurrentie gevoelige informatie natuurlijk), wil projectmanager Jenny Tissingh daar wel íets over vertellen. ‘Ik ga overal langs. Ik wil van omwonenden weten: waar zitten jullie op te wachten? Je kunt vaak maatwerkafspraken maken. Een molen ’s nachts zachter laten draaien, je kunt ‘m af en toe stil zetten, zodat er geen slagschaduw is.’ Goed nabuurschap betekent: informeren en communiceren, voor en tijdens de bouw. ‘Bijvoorbeeld dat de reizigers die station Lage Zwaluwe passeren, weten wat hier gebeurt.’

16.45 uur: Losse eindjes

Het is vooral de invulling van dat nabuurschap en de plannen die ‘Goede Buren’ presenteerde rondom het stakeholdermanagement, die de doorslag hebben gegeven bij de gunning van dit project, zegt Winkel. Maar er zijn nog wel wat losse eindjes, daarvoor is Rijksvastgoedbedrijf-collega Rosanne Bankhorst (foto midden) aangeschoven. Zij stelde de teksten op voor het biedboek, deed alle papierwerk voor de huurovereenkomsten en gaat straks met de afwikkeling aan de gang.