Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 6: De Markt 2018

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf | Kei 6: De Markt 2018

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/kei/2018/06/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

Op zoek naar een nieuwe balans

hoofdartikel Kei 6: de Markt

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Annuska Bloemert. Beeld: Arenda Oomen

Annuska Bloemert is bij het Rijksvastgoedbedrijf het aanspreekpunt als het gaat om de Marktvisie. ‘Aan beide kanten zitten zorgen en belangen. Waar kunnen we elkaar vinden, daar gaat het om.’

Annuska Bloemert liep onlangs een dag door een Haags RVB-pand met de directeur van een consortiumpartner. ‘Verhelderend’, omschrijft ze die kijk in andermans keuken. ‘Wij zijn eigenaar van het pand, maar ik merkte hoe verantwoordelijk het consortium zich voelt.’ Op verzoek van de gebruiker kwam er groen in het kantoor en werd de afvalscheiding aangepast: zaken die niet in het contract waren afgesproken, maar wel lukten. Bloemert: ‘Door zo’n dag begrijp je beter waar een andere partij tegenaan loopt.’

Uitwisselen

Ze was overigens niet de enige die op pad ging: ruim 20 RVB-ers kijken dit najaar een dag rond bij een marktpartij, en andersom ontving het RVB collega’s van buiten. ‘De ervaringen met de uitwisseling zijn van beide kanten erg positief. Voor de markt wordt de complexiteit van alle belangen waar wij mee te maken hebben, ook duidelijker.’ Het uitwisselingsprogramma krijgt een vervolg.

Bouwfraude

Dit is waar het om draait bij de Marktvisie, stelt Bloemert, hoofd inkoop- en contractmanagement bij het Rijksvastgoedbedrijf: ‘We moeten elkaars belangen willen snappen.’ De Marktvisie van het RVB werd in 2017 gelanceerd, om de samenwerking tussen het rijk als opdrachtgever en de marktpartijen als opdrachtnemer, te verbeteren. Dat was nodig: ‘Na de bouwfraude waren wij misschien wat al te streng en formeel geworden in onze afspraken en contacten met de markt. Aan de andere kant: door de laagconjunctuur wilden marktpartijen zo graag opdrachten binnen halen dat ze meer beloofden dan ze waar konden maken, of meer risico namen dan verstandig was. Dat deed de samenwerking geen goed. Die combinatie leidde tot vechtcontracten. De balans was verstoord.’

Vertrouwen

Ook al is de markt nu sterk aangetrokken, het uitgangspunt van de Marktvisie (‘samenwerken op basis van vertrouwen’) is nog net zo actueel, stelt Bloemert. ‘Aan beide kanten zitten zorgen en belangen. Waar kunnen we elkaar vinden, daar gaat het om.’ Bloemert: ‘Wij hebben belang bij een duurzaam concurrerende markt waarin partijen elkaar scherp houden. Het is minder wenselijk dat we maar met één partij overblijven die een inschrijving doet.’ Marktpartijen kijken in deze markt ‘natuurlijk’ kritischer op welke aanbestedingen ze in willen schrijven: ‘dat is niet erg. We willen wel graag een aantrekkelijke partij zijn om zaken mee te doen. Zonder daarin door te schieten. We willen eerlijk werk voor een eerlijke prijs.’

Paleizen, kazernes, kantoren…

Bloemert: ‘Onze portefeuille zit vol unieke en beeldbepalende objecten: paleizen, kazernes, ministeries, musea, het Binnenhof. Bovendien hebben we mooie ambities en zijn we innovatief op het gebied van verduurzaming en bijvoorbeeld werkplekconcepten. Dat is interessant voor de markt, die ook wil innoveren.’ Maar, realiseert Bloemert zich: ‘We zijn ook een lastige partner. We werken met belastinggeld, daar gaan we zorgvuldig mee om. Onze panden worden niet door onszelf, maar door onze klanten gebruikt. Zaken liggen politiek gevoelig, daardoor zijn onze opdrachten soms minder voorspelbaar. Zoals nu bijvoorbeeld bij de besluitvorming rond de marinierskazerne in Vlissingen, waarover debat is in de Tweede Kamer terwijl de aanbesteding al loopt.’

Vormfouten

Annuska Bloemert: ‘We kijken kritisch naar ons zelf: deugen onze procedures wel? Is de administratieve last te groot voor kleine bedrijven? Je wilt niet dat partijen door vormfouten afvallen bij een inschrijving. Hoe zit het met onze algemene voorwaarden als het om aansprakelijkheid en betalingscondities gaat ? Daar zijn we mee bezig.’ Aan de andere kant verwacht het RVB ook wel wat van marktpartijen. ‘Er moet tijdig worden gecommuniceerd. Als een contract eenmaal is afgesloten, moet je daarmee werken, dan zijn aanpassingen niet meer mogelijk. Ik snap dat het lastig is om open te zijn over bijvoorbeeld risicoverdeling als je een opdracht binnen wilt halen, maar het is toch nodig om die zaken aan te kaarten in een vroeg stadium.’

RVB-talks

Vertrouwen ontstaat door elkaar te leren kennen, zegt Bloemert.  Dus is er het uitwisselingsprogramma; zijn er de RVB-talks (sessies waarbij marktpartijen en RVB samen kijken hoe bijvoorbeeld outputspecificaties verbeterd kunnen worden);  is een aanbesteding geëvalueerd ‘ook met de verliezers’. ‘Zo nemen we aanbevelingen vanuit de markt mee.’ Bloemert: ‘Er zal altijd een verschil van perceptie blijven tussen de markt en het RVB. Maar ik merk dat de bereidheid er is om naar elkaar te luisteren en in elkaar te investeren.’

Diverse concrete maatregelen moeten de samenwerking soepeler maken. Onlangs werd de Inkoopplanning gelanceerd. ‘Een overzicht van alle opdrachten die we de komende maanden en jaren in de markt denken te zetten en die nog niet op TenderNed staan.’ Zo kunnen partijen zich beter en eerder voorbereiden ‘zodat zij ook met de innovatieve oplossingen komen die we graag willen.’ Maar: ‘Het is voor ons lastig om de omvang van het werk precies aan te geven, omdat onze klanten dat soms nog niet hebben besloten. Dat kan het verschil zijn tussen een paar kozijnen schilderen of onderhoud aan een heel complex.’ Volgend voorjaar ligt er een verbeterde versie, kondigt Bloemert aan. ‘Die weer beter aansluit bij de belangen van de markt.’

Stip op de horizon

Ook het ‘contractenbuffet’ is een nieuw fenomeen, dat met input van marktpartijen tot stand kwam. ‘De voorspelbaarheid van een contract is belangrijk. Dat een opdrachtnemer niet steeds met andere voorwaarden te maken krijgt als het om risicoverdeling en betaling gaat bijvoorbeeld.’

Wat is haar stip op de horizon? ‘Dat we als RVB en marktpartijen gelijkwaardiger en gelijkmatiger kunnen samenwerken. Dat we minder gevoelig worden voor de extreme uitslagen van de markt, ik zou graag de conjunctuurgevoeligheid van onze portefeuille verminderen. Nu heeft de markt in de laagconjunctuur misschien langdurige contracten afgesloten waar ze, nu de markt is aangetrokken, graag vanaf willen. Wij betalen in een periode van hoogconjunctuur misschien te veel. Ik zou graag met de markt nadenken over hoe we dat voor beide partijen kunnen verbeteren.’

In het voetspoor van... RVB en Facilicom

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

‘Leg nou eens minder vast’

Kei 6: Voetspoor: Aalbers en Simons

Tekst Shirley Copijn
Foto Arjon Aalbers (Facilicom) en Ruth Simons (RVB) voor het gerechtsgebouw van Breda. Beeld: Erik Jansen

Arjon Aalbers is directeur PPS bij Facilicom in Schiedam. Hij kent coördinator contractmanagement Ruth Simons van het Rijksvastgoedbedrijf al enkele jaren vanuit een vorige functie. De marktvisie brengt ze opnieuw bij elkaar, om de onderlinge samenwerking te versterken. Aalbers: ’Mijn kijkje achter de schermen bij het RVB was eerder een bevestiging van zaken dan een verrassing. Wel kregen dingen meer betekenis door de uitleg van Ruth en haar collega’s.’ Ook Simons ervaart deze verdieping in elkaars wereld als verhelderend. ‘Arjon heeft een zakelijke benadering; zegt waar het op staat. Hij laat dingen niet liggen, maar brengt het ter sprake. Dat is fijn en nodig.’

Loop mee met Ruth Simons op locatiebezoek bij Facilicom in het gerechtsgebouw van Breda en met Arjon Aalbers op het RVB-kantoor aan het Haagse Korte Voorhout.

  • Klik hieronder op de >>> pijlen in de foto of op de bullets onder de foto’s en lees de reportage. Niks missen? Klik dan ook op Toon meer voor alle tekst bij de foto's.
Andere bril

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

‘Het Wow-effect’

Andere Bril, Kei 6

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto André van der Veen (Unica building services). Beeld: Remco Zwinkels

André van der Veen is vestigingsdirecteur Rotterdam bij Unica building services en hét aanspreekpunt (single point of contact) voor het Rijksvastgoedbedrijf. Unica (2400 werknemers) werkt al tientallen jaren met het RVB samen. ‘Vroeger dicteerde het Rijksvastgoedbedrijf wat wij als marktpartij moesten doen en hoe we het moesten doen. Het was een logge organisatie. Dat is gelukkig voorbij. Het RVB is een "mensenbedrijf" geworden dat een relatie aan wil gaan en ook luistert.’

Wat doet UNICA voor het Rijksvastgoedbedrijf?

‘Veel onderhoud voor gebouwen en installaties. Storingen verhelpen. Ik denk dat er wel 30 van onze monteurs elke dag op pad zijn voor RVB-objecten. We doen veel voor Defensie, zoals groenvoorziening en hekwerken. We hebben onlangs het zand voor de stormbaan bij de marinierskazerne in Rotterdam vervangen, daar lag verkeerd zand. En we halen de kadavers van vogels en konijnen weg van de start- en landingsbanen op vliegbasis Leeuwarden.’

Waarom werken jullie graag voor het RVB?

‘Wij willen gewone dingen ongewoon goed doen. We werken in Nederland voor prominente organisaties in de zorg, het onderwijs, de sport, de financiële dienstverlening, de retail, het vastgoed, de industrie, en gelukkig hoort het RVB ook bij onze klanten. Iedere opdrachtgever maakt je als bedrijf weer beter, je neemt dingen mee en daar leer je van. Bij het RVB bijvoorbeeld rondom compliancy, bij het aanleveren van servicerapportages. Wij moesten onze systemen daar wel op aanpassen, maar het heeft voor ons ook toegevoegde waarde. En er zijn soms verrassende tenders. Maar we schrijven niet altijd in natuurlijk.’

Wanneer bijvoorbeeld niet?

‘Op een tender voor het onderhoud van gevangenissen. Het was een mooie uitvraag, we zouden het als bedrijf ook goed aan kunnen, maar er was bij ons geen klantteam dat vijf jaar in een gevangenis rond wilde lopen. Het is misschien koudwatervrees hoor, en voor kortstondig werk is het geen probleem. Maar we maken onze keuzes in overleg met ons personeel, je wilt je mensen gemotiveerd houden. Ook al is iets een mooie opdracht: ik ga in eerste instantie voor onze eigen medewerkers. Zij moeten hun werk leuk vinden.’

Hoe is de relatie met het RVB?

‘Hard op het contract, zacht op de relaties tussen mensen, iedereen zoekt naar goede samenwerking met opdrachtnemers. Het is wat formeler dan bij andere opdrachtgevers. Wij zoeken naar het Wow-effect: we willen installaties niet alleen in stand houden, maar ook innoveren. Dus wij zoeken het gesprek op: je wilt je objecten verduurzamen? Dan is het zonde om zaken nu één op één te vervangen als je uiteindelijk echt duurzamer wilt. Wij hebben de kennis van innovatieve installaties die daarbij passen. We merken dat het RVB daar steeds meer open voor staat, maar dat heeft wel even geduurd.’

Wat kan er beter?

‘Besluitvorming gaat soms traag. Wij hebben bewezen een betrouwbare installateur en partner te zijn, schakel dan ook eens mee in de snelheid die voor ons belangrijk is. Anders heeft een huurder er misschien alleen maar last van. Als je sensoren op je klimaatinstallatie hebt, ziet de schoonmaak ook dat een kamer niet is gebruikt en dat die dús niet schoongemaakt hoeft te worden. Als de techniek er is, laten we die dan ook gebruiken. Wij werken graag volgens het regisseursmodel: dat wij als bedrijf echt kunnen ontzorgen en verantwoordelijk zijn. We zijn niet de loodgieter om de hoek. We leveren graag toegevoegde waarde.’

Nog een tip?

‘De papierwinkel waar je mee te maken krijgt als het gaat om de bewijslast van de werkzaamheden die je hebt gedaan, is bijna niet te doen. Zeker niet voor kleine bedrijven. Het kan ook echt veel slimmer. Daar loopt het RVB achter en is een moderniseringsslag nodig.’

In het voetspoor van... RVB en HOMIJ

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

‘Communiceer meer’

Kei 6, In het voetspoor

Tekst Shirley Copijn
Foto Links Marc Hooijmans (RVB), rechts Allard Noordermeer (HOMIJ). Beeld: Erik Jansen

‘Communiceer meer, met kortere tussenpozen.’ ‘Ik wil meer weten over de status van de doelstellingen voor duurzaamheid.’ ‘Handig om een samenvatting mee te sturen met aanbestedingen.’ De suggesties gaan als pingpongballen heen en weer tijdens het uitwisselingsprogramma van inkoopadviseur Marc Hooijmans van het Rijksvastgoedbedrijf en tendermanager Allard Noordermeer van HOMIJ Technische Installaties.

Hooijmans ontving Noordermeer in oktober in Den Haag; in dezelfde maand ging hij op visite bij zijn connectie in Vianen. Noordermeer: ‘Ik ben erg enthousiast over dit initiatief. Het onderlinge contact is prettig. We spreken vrijuit en als we zaken niet kunnen delen, vanwege de vertrouwelijkheid van informatie, dan zeggen we dat.’ Ook Hooijmans is tevreden: ‘Een leerzame ervaring. Ik kreeg bovendien als commentaar dat het RVB heldere aanbestedingsprocedures heeft.’

Loop mee met Allard Noordermeer van HOMIJ en Marc Hooijmans van het Rijksvastgoedbedrijf en lees over hun ervaringen.

  • Klik hieronder op de >>> pijlen in de foto of op de bullets onder de foto’s en lees de reportage. Niks missen? Klik dan ook op Toon meer voor alle tekst bij de foto's.
Parel

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

Risico's beter verdelen

Kei 6, Parel

Tekst Bas van Horn
Foto Laurens de Vrijer (UNETO-VNI) en Cornelis Nauta (RVB). Beeld: Bas Kijzers

‘Soms beslaan risico's een veelvoud van de aanneemsom', zegt Laurens de Vrijer van UNETO-VNI tijdens het gesprek met Cornelis Nauta van het Rijksvastgoedbedrijf. Ze hebben elkaar veel gesproken in aanloop naar de nieuwe interim-regeling Aansprakelijkheid onderhoud om belemmeringen bij aanbestedingen weg te nemen. Het Rijksvastgoedbedrijf en UNETO-VNI gaan ook samen op weg naar betere verhoudingen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij het onderhoud van rijksvastgoed. Een tweegesprek.

Wat zit er niet goed?

Tussen het Rijksvastgoedbedrijf als opdrachtgever en de installatiebedrijven als opdrachtnemers bestaan veel misverstanden die de samenwerking bemoeilijken. Tel daarbij het lastige economische klimaat sinds 2008 op en ziedaar: de bron van wrijving. Bedrijven waren door de crisis gretig en namen werk aan met veel risico tegen te lage prijzen. Het Rijksvastgoedbedrijf was gericht op de aanbestedingsregels en had weinig oog voor de risicobeleving aan de andere kant.

De verdeling van risico’s in installatie- en onderhoudsaanbestedingen is al jaren een probleem voor bedrijven. Intussen is dat probleem zo groot geworden dat bedrijven steeds vaker voortijdig afhaken. ‘Het is een terugkerend fenomeen’, zegt De Vrijer. ‘Bedrijven kloppen bij ons aan met het gevoel dat ze opdraaien voor alle schades die bij onderhoud en installatie kunnen voorkomen. Daar zijn risico’s bij die voor bedrijven onverzekerbaar zijn en in omvang niet te overzien. Daarmee beslaan ze in het ergste geval een veelvoud van de aanneemsom, waardoor het voor hen onverantwoord is om mee te dingen. Als ze wel meedingen, dan krijgt de opdrachtgever slechts schijnzekerheid als blijkt dat opdrachtnemers die schade toch niet kunnen dragen.’

Door deze situatie dreigen aanbestedingen te stagneren omdat bedrijven niet meer willen inschrijven. Het is dus zaak om de impasse snel te doorbreken. Met de interim-regeling aansprakelijkheid onderhoud Rijksvastgoedbedrijf moet dat lukken.

Waarom speelt dit juist in de onderhoudssfeer zo nadrukkelijk?

Nauta: ‘Bij onderhoud gaat het om panden die in gebruik zijn. Dat vraagt meer afstemming en samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en een grotere kans op gevolgschade bij derden, zoals de gebruiker. Het geeft ook grotere aansprakelijkheidsrisico’s dan bij nieuwbouw. Bovendien zijn de aanneemsommen kleiner dan bij nieuwbouw, waardoor de risico’s naar verhouding zwaarder wegen.’ Daar komen nog andere aspecten bij. ‘Het gebruik van panden is veranderd. Voorheen had iedere ambtenaar een eigen werkplek en was de bezettingsgraad relatief laag. Het gebruik is nu intensiever. Dat vraagt dus meer onderhoud.’ Ook zijn de opgaven zelf complexer geworden. ‘Dat zit hem voor een belangrijk deel in de ambities voor duurzaamheid en circulariteit.’

De Vrijer parafraseert een uitspraak van Rijksbouwmeester Alkemade: “de duurzaamheidsopgave ligt vrijwel volledig bij de installatietechniek. De gebouwen staan er al”. ‘Dat betekent een enorme uitdaging voor de installatiebranche, ook al omdat daar een schreeuwend tekort aan vaklieden is, terwijl de techniek snel innoveert en het installatiedeel soms al meer dan de helft van de aanneemsom bedraagt.’

Wat lost de interim-regeling aansprakelijkheid op?

Nauta: ‘Het risico op de grotere schades gaf potentiële opdrachtnemers te grote onzekerheid. In contracten die op basis van de interim-regeling worden gesloten, neemt het Rijkvastgoedbedrijf voortaan een deel van het financiële risico voor haar rekening. Op reeds gesloten contracten is de regeling niet van toepassing; voor lopende aanbestedingen zal het Rijksvastgoedbedrijf per geval bekijken of toepassing mogelijk is.

‘Dit is een goede eerste stap’, zegt De Vrijer. ‘Wat er nu ligt is een eenzijdig door het Rijksvastgoedbedrijf afgekondigde regeling met input van ons. Maar het Rijksvastgoedbedrijf is een eind meegegaan in onze wensen; daarom is het een tussenstap met een belangrijk resultaat voor onze leden’, benadrukt hij. ‘Uiteindelijk moet er een bredere en tweezijdige set voorwaarden komen waar aan de voorkant de juiste afspraken worden gemaakt en aan de achterkant een juist vangnet zit.’

Op weg naar een definitieve regeling?

Niet alles is uitgediscussieerd, daar ontbrak de tijd voor, verklaart Nauta. En de Vrijer heeft daar begrip voor: ‘Er moest snel iets gebeuren’. Afspraken over het vervolg zijn in de maak. Het moet niet alleen gaan om een definitieve regeling rond aansprakelijkheid, zeggen Nauta en De Vrijer eensgezind, maar ook over andere uitdagingen in het onderhoud. In lijn met de marktvisie moet de samenwerking vérder gaan: elkaar beter leren kennen, elkaars wensen en standpunten begrijpen en vertalen in een beter passende totaalset van voorwaarden. Dat gebeurt al mondjesmaat in het onderhoud, ‘maar het kan altijd beter’, aldus Nauta.

Omgeving

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

Complex en ambitieus

Kei 6, Omgeving

Tekst Helene de Bruin
Foto Herman Gortercomplex in Utrecht. Beeld: Bas Kijzers

De transformatie van drie vrijstaande kantoorgebouwen aan de Utrechtse Herman Gorterstraat is een complex project.  De ambitie om de gebouwen samen met de markt om te vormen tot één groot energiezuinig rijkskantoor maakt het al ingewikkeld, maar ook de ligging is een uitdaging: Herman Gorter wordt ingeklemd tussen het spoor en de Catharijnesingel in het dynamische kantorenhart van Nederland.  Een prominente rol voor de omgevingsmanager is dan geen overbodige luxe.

Leeftijd

Het totale renovatieproject omvat drie gebouwen: nummer 5 - met bovenop het woord ‘IK’-, nummer 55 en nummer 75 met in totaal zo’n 37 duizend vierkante meter. Eerste aanleiding voor de renovatie is de leeftijd; de panden zijn ruim twintig jaar oud. Een goed moment om het complex te verduurzamen.

Gebouw, grond, Uithoflijn

Makkelijker gezegd dan gedaan, meent omgevingsmanager Niels Roording. ‘Het Herman Gortercomplex is in veel opzichten bijzonder. Dat heeft te maken met het grote aantal belanghebbenden. Zo zijn er twee gebouweigenaren - het Rijk en een pensioenfonds - en vijf grondeigenaren. Op het terrein staat een hulpwarmtecentrale met onder de grond een complexe infrastructuur, wat een belangrijke randvoorwaarde voor onze bouwopgave is. Nummer 5 en 75 liggen pal aan de Uithoflijn en het totale complex is ingeklemd tussen het drukste spoor en het grootste kantorencentrum van Nederland. We zijn onderdeel van het Masterplan Utrecht, daarnaast speelt hier de gebiedsontwikkeling Moreelse tuinen. Dan zijn er nog ‘omwonenden’. Niet alleen buurtbewoners, maar ook kantoren met veelal een publieksfunctie zoals de rechtbank direct tegenover het complex.’

Voortdurend afstemmen

Het lijstje van Roording is nog niet af, want tijdens de verbouwing (gefaseerd van 2019 tot en met 2022) blijft een deel van het Herman Gortercomplex ‘bewoond’. Dat betekent dat enkele gebruikers tussentijds verhuizen naar een ander deel van het complex. ‘Bovendien hebben de toekomstige gebruikers van het ministerie van Justitie en Veiligheid ook specifieke eisen, met name op het vlak van beveiliging en ICT. Met hen moeten we voortdurend afstemmen, voorafgaand en tijdens de renovatie. Vanwege alle verschillende belangen en belanghebbenden hebben we besloten om naast de projectmanager een omgevingsmanager aan te stellen.’

Projectpartners

Dit ambitieuze project vraagt om een andere manier van samen werken. ‘We hebben hoge ambities. Niet alleen voor architectuur en stedenbouw, maar vooral voor vergaande verduurzaming (zie ook kader, red.). We onderkennen  dat dit project een andere manier van samenwerken nodig heeft om de doelen te behalen. In dit project spreken we daarom  van projectpartners in plaats van opdrachtnemer en opdrachtgever.’ Aan het woord is Jurgen Hielema, technisch manager en trekker van de pilot Samenwerken. Hij noemt  voorbeelden van initiatieven om beter en op basis van vertrouwen samen te werken: de projectsamenwerking bij het nabijgelegen rijkskantoor De Knoop, het programma ‘Baanbrekers in de bouw’ en nu ‘zijn’ pilot.  ‘Binnen dit project willen we mét onze projectpartners komen tot een gemeenschappelijke visie, het kader voor al het handelen van iedereen in dit project. Dat houdt onder meer in dat we tijdens het aanbestedingsproces expliciet aandacht geven aan de “matching” van de projectteams en de  complementaire persoonlijke eigenschappen van de teamleden.’

Vliegende start

De samenwerking vindt op experimentele basis plaats. ‘De ambitie om samen te werken loopt door het hele project, vanaf het eerste moment in het aanbestedingsproces tot de oplevering aan het einde van de overeenkomst. We richten bijvoorbeeld een development center in; we willen de onderlinge samenwerking tussen projectpartners direct na gunning een vliegende start geven. Dit doen we door vooraf te waarderen wat er al aanwezig is en te verkennen waar wij onszelf in de onderlinge samenwerking kunnen verbeteren. Zeker het laatste is van belang; bij het draaien van een pilot zoals verduurzaming, moet je samenwerken, elkaar aanvullen en durven experimenten én als er iets misgaat of tegenvalt: samen oplossen.’

Column

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

Partnerschap centraal

Column, Kei 6

Tekst Joep Rats, directeur bij Bouwend Nederland
Foto Anke Bot

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft zich aangesloten bij de Marktvisie in een fase dat het stof van de fusie nog amper was neergedaald. De interne organisatie heeft  aan den lijve kunnen ervaren hoe taai een proces van cultuurverandering is. Best lastig om dan ook nog eens aan de verwachtingen van de buitenwereld te voldoen… Bovendien doet het Rijksvastgoedbedrijf zijn werk binnen een politieke en bestuurlijke context en dat is voor bouwers soms best lastig te begrijpen.

De focus van het Rijksvastgoedbedrijf was vanwege de fusieperikelen noodzakelijk naar binnen gericht en door personele omzettingen was voor ons niet altijd duidelijk waar het oude vertrouwde loket naartoe was verhuisd. Het Rijksvastgoedbedrijf mocht in de beleving van bouwers wel wat transparanter worden.

Gelukkig heeft het RVB daar gehoor aan gegeven. Er is nu een structureel overleg met Bouwend Nederland ontstaan,  een overleg met onze grote utiliteitsbouwers dat projectoverstijgende onderwerpen agendeert, zoals contractbepalingen, constructieve veiligheid en veiligheid op de bouwplaats, duurzaamheidsdoelstellingen en leveranciersmanagement.

Een dankbaar gevolg van dit structurele overleg is de inkoopplanning die het Rijksvastgoedbedrijf voortaan uitgeeft. Die inkoopplanning geeft de markt meer inzicht in welke aanbestedingen gepland zijn en waar en hoe groot een toekomstig project is. Op basis hiervan kunnen bedrijven al eerder rekening houden met voor hun interessante opdrachten, hun organisatie voorbereiden en rekening houden met tendercapaciteit. Het betreft een eerste versie; samen met het Rijksvastgoedbedrijf werken wij aan optimalisatie.

Bij het overleg tussen de markt – via Bouwend Nederland – en het Rijksvastgoedbedrijf worden ook beelden over en weer uitgewisseld, die voor beide partijen heel verhelderend zijn. Voor het Rijksvastgoedbedrijf is de meerwaarde dat het met deze input richting kan geven aan de rol van aantrekkelijk opdrachtgever, voor wie opdrachtnemers graag werken. Met ruim 12 miljoen vierkante meters aan gebouwen en circa 89.000 hectare grond is de diversiteit van de portefeuille natuurlijk enorm. Allemaal objecten die het goed doen op de referentielijsten van aannemers.
Maar het Rijksvastgoedbedrijf concurreert voor onze bouwers op een markt met een breed aanbod van (private) partijen die óók interessante opdrachtgevers zijn, zeker wanneer de samenwerking soepel verloopt.

Gelukkig zijn er bij het Rijksvastgoedbedrijf inmiddels mooie voorbeelden van ‘Marktvisie in de praktijk’, zoals Rijkskantoor de Knoop. Met veel belangstelling kijken wij dan ook vooruit naar de aanpak van het Stationsgebied Arnhem (“Doen”). Behalve aandacht voor een duurzame en gezonde bedrijfsvoering staat hier partnerschap tussen markt en overheid  centraal.

Met de Marktvisie wil het Rijksvastgoedbedrijf een stap voorwaarts zetten; focus op de opgave en inzetten op een goede professionele samenwerking op basis van vertrouwen. Dat klinkt Bouwend Nederland als muziek in de oren. Het project Doen in Arnhem kan een mooi voorbeeldproject worden om aan de markt te laten zien waar het Rijksvastgoedbedrijf toe in staat is.

Zie ook:

Toen en nu

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

.

Kei 6: Cartoon

Strenge meester Marktvisie. Cartoon: Pieter Pijlman

Extra

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

Vakwerk

Kei 6: Extra, Dakonderhoud

Van nieuwbouw tot renovatie en onderhoud, van schilder- en leidingwerk tot betonstort en restauratie. De markt is van alle markten thuis. Op deze pagina een beeld van al het werk dat grote en kleine marktpartijen voor ons uitvoeren. Een willekeurige greep uit grote en kleine klussen: het is allemaal vakwerk.

Dit artikel hoort bij: Kei 6: De Markt

Colofon

Kei, 6: De Markt Jaargang 2018

Magazine van het Rijksvastgoedbedrijf

Publicatiedatum
donderdag 29 november 2018
Productie
Erika Labordus, Shirley Copijn, Bas van Horn, Helene de Bruin en Anka van Voorthuijsen. Kei is een thematisch magazine. Het komt tot stand onder redactie van het Rijksvastgoedbedrijf en verschijnt twee keer per jaar. Hebt u vragen, suggesties of ideeën, mail onze redactie.
Eindredactie
Marianne Schijf
E-mail
postbus.rvb.redactie@rijksoverheid.nl
Internet
https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/
Copyright
CC0 1.0 Universal