Tekst Bas van Horn
Foto Laurens de Vrijer (UNETO-VNI) en Cornelis Nauta (RVB). Beeld: Bas Kijzers

‘Soms beslaan risico's een veelvoud van de aanneemsom', zegt Laurens de Vrijer van UNETO-VNI tijdens het gesprek met Cornelis Nauta van het Rijksvastgoedbedrijf. Ze hebben elkaar veel gesproken in aanloop naar de nieuwe interim-regeling Aansprakelijkheid onderhoud om belemmeringen bij aanbestedingen weg te nemen. Het Rijksvastgoedbedrijf en UNETO-VNI gaan ook samen op weg naar betere verhoudingen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij het onderhoud van rijksvastgoed. Een tweegesprek.

Laurens de Vrijer (links op de foto) is teamleider advies van de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche, UNETO-VNI en adviseur namens de Stichting Marktwerking Installatietechniek (SMI). Cornelis Nauta (rechts) is hoofd inkoopexpertise bij het Rijksvastgoedbedrijf.

Kei 6, parel
‘We waren gericht op de aanbestedingsregels’

De interim-regeling

Het Rijksvastgoedbedrijf beperkt de onzekerheden voor bedrijven bij het inschrijven op aanbestedingen voor onderhoud van rijksvastgoed. Er is nu een tijdelijke regeling om de soms grote financiële gevolgen van zogenaamde ‘indirecte schadegevallen’ te beperken. Op dit moment dragen de onderhoudsbedrijven alle financiële gevolgen. Voor veel marktpartijen is het ontbreken van een maximumbedrag bij dergelijke indirecte schades een groeiende barrière om mee te doen aan aanbestedingen. Die belemmering is nu dus uit de weg geruimd. De tijdelijke regeling geldt vanaf november 2018 voor nieuwe overeenkomsten en is van toepassing op schades die niet zijn ontstaan als gevolg van opzet, grove schuld of grove nalatigheid van de opdrachtnemer.

Wat zit er niet goed?

Tussen het Rijksvastgoedbedrijf als opdrachtgever en de installatiebedrijven als opdrachtnemers bestaan veel misverstanden die de samenwerking bemoeilijken. Tel daarbij het lastige economische klimaat sinds 2008 op en ziedaar: de bron van wrijving. Bedrijven waren door de crisis gretig en namen werk aan met veel risico tegen te lage prijzen. Het Rijksvastgoedbedrijf was gericht op de aanbestedingsregels en had weinig oog voor de risicobeleving aan de andere kant.

‘Bedrijven kloppen bij ons aan met het gevoel dat ze opdraaien voor alle schades bij onderhoud en installatie’

De verdeling van risico’s in installatie- en onderhoudsaanbestedingen is al jaren een probleem voor bedrijven. Intussen is dat probleem zo groot geworden dat bedrijven steeds vaker voortijdig afhaken. ‘Het is een terugkerend fenomeen’, zegt De Vrijer. ‘Bedrijven kloppen bij ons aan met het gevoel dat ze opdraaien voor alle schades die bij onderhoud en installatie kunnen voorkomen. Daar zijn risico’s bij die voor bedrijven onverzekerbaar zijn en in omvang niet te overzien. Daarmee beslaan ze in het ergste geval een veelvoud van de aanneemsom, waardoor het voor hen onverantwoord is om mee te dingen. Als ze wel meedingen, dan krijgt de opdrachtgever slechts schijnzekerheid als blijkt dat opdrachtnemers die schade toch niet kunnen dragen.’

Kei 6, parel

Door deze situatie dreigen aanbestedingen te stagneren omdat bedrijven niet meer willen inschrijven. Het is dus zaak om de impasse snel te doorbreken. Met de interim-regeling aansprakelijkheid onderhoud Rijksvastgoedbedrijf moet dat lukken.

Waarom speelt dit juist in de onderhoudssfeer zo nadrukkelijk?

Nauta: ‘Bij onderhoud gaat het om panden die in gebruik zijn. Dat vraagt meer afstemming en samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en een grotere kans op gevolgschade bij derden, zoals de gebruiker. Het geeft ook grotere aansprakelijkheidsrisico’s dan bij nieuwbouw. Bovendien zijn de aanneemsommen kleiner dan bij nieuwbouw, waardoor de risico’s naar verhouding zwaarder wegen.’ Daar komen nog andere aspecten bij. ‘Het gebruik van panden is veranderd. Voorheen had iedere ambtenaar een eigen werkplek en was de bezettingsgraad relatief laag. Het gebruik is nu intensiever. Dat vraagt dus meer onderhoud.’ Ook zijn de opgaven zelf complexer geworden. ‘Dat zit hem voor een belangrijk deel in de ambities voor duurzaamheid en circulariteit.’

Kei 6, Parel
'Schreeuwend tekort aan vaklieden, terwijl de techniek snel innoveert'

De Vrijer parafraseert een uitspraak van Rijksbouwmeester Alkemade: “de duurzaamheidsopgave ligt vrijwel volledig bij de installatietechniek. De gebouwen staan er al”. ‘Dat betekent een enorme uitdaging voor de installatiebranche, ook al omdat daar een schreeuwend tekort aan vaklieden is, terwijl de techniek snel innoveert en het installatiedeel soms al meer dan de helft van de aanneemsom bedraagt.’

Wat lost de interim-regeling aansprakelijkheid op?

Nauta: ‘Het risico op de grotere schades gaf potentiële opdrachtnemers te grote onzekerheid. In contracten die op basis van de interim-regeling worden gesloten, neemt het Rijkvastgoedbedrijf voortaan een deel van het financiële risico voor haar rekening. Op reeds gesloten contracten is de regeling niet van toepassing; voor lopende aanbestedingen zal het Rijksvastgoedbedrijf per geval bekijken of toepassing mogelijk is.

‘Een tussenstap met een belangrijk resultaat’

‘Dit is een goede eerste stap’, zegt De Vrijer. ‘Wat er nu ligt is een eenzijdig door het Rijksvastgoedbedrijf afgekondigde regeling met input van ons. Maar het Rijksvastgoedbedrijf is een eind meegegaan in onze wensen; daarom is het een tussenstap met een belangrijk resultaat voor onze leden’, benadrukt hij. ‘Uiteindelijk moet er een bredere en tweezijdige set voorwaarden komen waar aan de voorkant de juiste afspraken worden gemaakt en aan de achterkant een juist vangnet zit.’

Kei 6, parel
‘Elkaars wensen en standpunten begrijpen en vertalen in beter passende voorwaarden’

Op weg naar een definitieve regeling?

Niet alles is uitgediscussieerd, daar ontbrak de tijd voor, verklaart Nauta. En de Vrijer heeft daar begrip voor: ‘Er moest snel iets gebeuren’. Afspraken over het vervolg zijn in de maak. Het moet niet alleen gaan om een definitieve regeling rond aansprakelijkheid, zeggen Nauta en De Vrijer eensgezind, maar ook over andere uitdagingen in het onderhoud. In lijn met de marktvisie moet de samenwerking vérder gaan: elkaar beter leren kennen, elkaars wensen en standpunten begrijpen en vertalen in een beter passende totaalset van voorwaarden. Dat gebeurt al mondjesmaat in het onderhoud, ‘maar het kan altijd beter’, aldus Nauta.