Tekst Helene de Bruin
Foto Herman Gortercomplex in Utrecht. Beeld: Bas Kijzers

De transformatie van drie vrijstaande kantoorgebouwen aan de Utrechtse Herman Gorterstraat is een complex project.  De ambitie om de gebouwen samen met de markt om te vormen tot één groot energiezuinig rijkskantoor maakt het al ingewikkeld, maar ook de ligging is een uitdaging: Herman Gorter wordt ingeklemd tussen het spoor en de Catharijnesingel in het dynamische kantorenhart van Nederland.  Een prominente rol voor de omgevingsmanager is dan geen overbodige luxe.

Leeftijd

Het totale renovatieproject omvat drie gebouwen: nummer 5 - met bovenop het woord ‘IK’-, nummer 55 en nummer 75 met in totaal zo’n 37 duizend vierkante meter. Eerste aanleiding voor de renovatie is de leeftijd; de panden zijn ruim twintig jaar oud. Een goed moment om het complex te verduurzamen.

Kei 6, Omgeving
Niels Roording: ‘Het complex is ingeklemd tussen het drukste spoor en het grootste kantorencentrum van Nederland’ Foto Hans Roggen

Gebouw, grond, Uithoflijn

Makkelijker gezegd dan gedaan, meent omgevingsmanager Niels Roording. ‘Het Herman Gortercomplex is in veel opzichten bijzonder. Dat heeft te maken met het grote aantal belanghebbenden. Zo zijn er twee gebouweigenaren - het Rijk en een pensioenfonds - en vijf grondeigenaren. Op het terrein staat een hulpwarmtecentrale met onder de grond een complexe infrastructuur, wat een belangrijke randvoorwaarde voor onze bouwopgave is. Nummer 5 en 75 liggen pal aan de Uithoflijn en het totale complex is ingeklemd tussen het drukste spoor en het grootste kantorencentrum van Nederland. We zijn onderdeel van het Masterplan Utrecht, daarnaast speelt hier de gebiedsontwikkeling Moreelse tuinen. Dan zijn er nog ‘omwonenden’. Niet alleen buurtbewoners, maar ook kantoren met veelal een publieksfunctie zoals de rechtbank direct tegenover het complex.’

Voortdurend afstemmen

Het lijstje van Roording is nog niet af, want tijdens de verbouwing (gefaseerd van 2019 tot en met 2022) blijft een deel van het Herman Gortercomplex ‘bewoond’. Dat betekent dat enkele gebruikers tussentijds verhuizen naar een ander deel van het complex. ‘Bovendien hebben de toekomstige gebruikers van het ministerie van Justitie en Veiligheid ook specifieke eisen, met name op het vlak van beveiliging en ICT. Met hen moeten we voortdurend afstemmen, voorafgaand en tijdens de renovatie. Vanwege alle verschillende belangen en belanghebbenden hebben we besloten om naast de projectmanager een omgevingsmanager aan te stellen.’

Kei 6, omgeving
Niels Roording en Jurgen Hielema (rechts): ‘Speciale aandacht voor matching in de projectteams.’ Foto Hans Roggen

Projectpartners

Dit ambitieuze project vraagt om een andere manier van samen werken. ‘We hebben hoge ambities. Niet alleen voor architectuur en stedenbouw, maar vooral voor vergaande verduurzaming (zie ook kader, red.). We onderkennen  dat dit project een andere manier van samenwerken nodig heeft om de doelen te behalen. In dit project spreken we daarom  van projectpartners in plaats van opdrachtnemer en opdrachtgever.’ Aan het woord is Jurgen Hielema, technisch manager en trekker van de pilot Samenwerken. Hij noemt  voorbeelden van initiatieven om beter en op basis van vertrouwen samen te werken: de projectsamenwerking bij het nabijgelegen rijkskantoor De Knoop, het programma ‘Baanbrekers in de bouw’ en nu ‘zijn’ pilot.  ‘Binnen dit project willen we mét onze projectpartners komen tot een gemeenschappelijke visie, het kader voor al het handelen van iedereen in dit project. Dat houdt onder meer in dat we tijdens het aanbestedingsproces expliciet aandacht geven aan de “matching” van de projectteams en de  complementaire persoonlijke eigenschappen van de teamleden.’

‘Elkaar aanvullen en durven experimenteren’

Kei 6, Omgeving
Het Herman Gortercomplex in Utrecht Foto Hans Roggen

Energieneutraal én circulair

Bij deze renovatie spelen de klimaatdoelstellingen van de overheid een prominente rol. Het is de ambitie om de panden energieneutraal te maken. De projectpartner krijgt een onderhoud-  en energiebudget voor 15 jaar en kan dit inzetten om de panden te verduurzamen. Daarnaast vraagt het RVB de projectpartner om zoveel mogelijk bestaande materialen te hergebruiken. Het realiseren van een nieuw energieneutraal gebouw is wel te doen, maar bij bestaande bouw is verduurzaming vele malen moeilijker. Omdat het Rijksvastgoedbedrijf veel renovatiepanden heeft, is het waardevol om te experimenteren. Voldoen aan de norm voor Bijna energie neutraal gebouwen (BENG) is al een uitdaging. Toch wil het RVB bij dit project hogere ambities nastreven. 'Dat kan eigenlijk alleen samen met de markt. Met ondernemingen die durven innoveren, creatief zijn en willen samenwerken.’

Vliegende start

De samenwerking vindt op experimentele basis plaats. ‘De ambitie om samen te werken loopt door het hele project, vanaf het eerste moment in het aanbestedingsproces tot de oplevering aan het einde van de overeenkomst. We richten bijvoorbeeld een development center in; we willen de onderlinge samenwerking tussen projectpartners direct na gunning een vliegende start geven. Dit doen we door vooraf te waarderen wat er al aanwezig is en te verkennen waar wij onszelf in de onderlinge samenwerking kunnen verbeteren. Zeker het laatste is van belang; bij het draaien van een pilot zoals verduurzaming, moet je samenwerken, elkaar aanvullen en durven experimenten én als er iets misgaat of tegenvalt: samen oplossen.’

Kei 6, Omgeving
Omgeving Herman Gortercomplex Foto Hans Roggen