Tekst Marc Verhage

In de klassieke bouwkolom maakt een opdrachtgever of ontwikkelaar een plan voor een te bouwen object. Adviseurs zoals architecten, bestekdeskundigen, kostencalculatoren enzovoorts vertalen de wensen van de opdrachtgever naar tekeningen en bestekken. Daarna bepalen de uitvoerende partijen hoe zij dit ‘bouwprogramma’ invullen met door hen geselecteerde producten en vervolgens bouwen ze het object. Met een beetje geluk wordt het bestek aangepast aan de gerealiseerde situatie, maar nog vaker wordt het weg gegooid en verdwijnt essentiële informatie over het nieuwe object in de prullenbak. Voor exploitatie, beheer en onderhoud, renovatie en restauratie en sloop moet je het dan doen met halve informatie of moet je zelf alles opnieuw onderzoeken. Bij de sloop worden nu nog steeds bijna alle materialen weggegooid of vernietigd. Sporadisch krijgen oude nog mooie materialen een nieuwe bestemming, maar meestal gaat alles weg.

Zonde. Want met BIM (wat dan zoveel betekent als Bouwwerk Informatie Management) is alle informatie die na de oplevering relevant kan zijn gewoon beschikbaar. Als bij BIMmen ook nog wordt nagedacht over wélke informatie relevant is in de gehele levenscyclus van een bouwwerk én daarna (!) kan je daar bij aanvang van die cyclus al rekening mee houden. Dus in plaats van een statisch document als een bestek, dat al verouderd is bij start van de realisatiefase, kun je beter een dossier aanleggen met: een vraagspecificatie, een functionele beschrijving, een prestatiecontract en dan door de opdrachtnemer: het uiteindelijke resultaat. Het is een kwestie van de juiste partijen op het juiste moment de juiste informatie aan het dossier laten toevoegen. Dan kan iedereen die informatie uit het dossier halen die nodig is om te exploiteren, te beheren en onderhouden, te renoveren en te restaureren en te slopen.  Het Rijksvastgoedbedrijf is daar momenteel goed over aan het nadenken en gaat eisen stellen aan de door de opdrachtnemer op te leveren informatie.

Maar we moeten nog een stapje verder: volgens wet- en regelgeving worden kaders gesteld aan de informatie die beschikbaar moet zijn (bijvoorbeeld WKB) en hoe deze vormgegeven is (bijvoorbeeld CPR) en waaraan gebruikte producten en materialen moeten voldoen (bijvoorbeeld NEN). Als dat netjes gebeurt, is het gebouwdossier straks ook gevuld met materialenpaspoorten, waardoor klip en klaar is welke materialen in een gebouw zitten, aan welke eisen deze voldoen, waar ze voor gebruikt kunnen worden en ook hoe ze hergebruikt kunnen worden. Daarmee zijn we klaar voor het bouwen van de toekomst: circulair bouwen. De techniek en benodigde standaarden zijn beschikbaar. Het is nu een kwestie van de juiste afspraken maken en daarmee een afsprakenstelsel optuigen waarin wordt vastgelegd hoe we dit met elkaar doen.

Het Rijksvastgoedbedrijf beschikt over de positie om dit in Nederland te bewerkstelligen. Als het RVB  gebruik maakt van de ervaringen en eerste resultaten uit de markt, kan wellicht voorkomen worden dat er chaos ontstaat in gebruikte formats, afspraken en tools. Ik roep alle partijen op om de handen ineen te slaan onder leiding van het RVB en gebruik te maken van hetgeen er reeds is om tot het genoemde afspraken stelsel te komen. Wij staan te popelen!

Marc Verhage is (tot juli) directeur van STABU. STABU is in 1976 opgericht om een standaard besteksystematiek op te zetten en daarmee de chaos in bestekkenland op te lossen. Inmiddels heeft STABU een database die geschikt is als basis voor het gebouwdossier en materialenpaspoort. Het Rijksvastgoedbedrijf is lid van het bestuur van STABU. Verhage vertrekt per 1 juli naar The BIM Engineers, een jong bedrijf actief in bouw en BIM. Foto: Keesman Dogger

‘ Voorkomen dat er chaos ontstaat in gebruikte formats, afspraken en tools’