Parel

Dit artikel hoort bij: Kei 4: Hoe wij zitten

Werk je hier lekker?

Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto Marcia van der Vlugt in de Rijnstraat 8 in Den Haag. Beeld: Arenda Oomen

Het moderne rijkskantoor is een flexibel verzamelgebouw waarin meerdere organisaties samenwonen en hun basisvoorzieningen delen. Het rijkskantoor aan Rijnstraat 8 naast het centraal station in Den Haag voldoet aan de laatste normen. Koning Willem Alexander opende het gebouw officieel op 1 november, maar al sinds de zomer werken hier ruim 6000 rijksambtenaren in hun nieuwe werkomgeving. Wat ze ervan vinden, verschilt nogal. Sommigen zijn blij met hun prachtige gebouw, anderen hebben moeite een werkplek in de buurt van hun collega's te vinden. Enkele 'bewoners' aan het woord.

Diederik van Hemert: ‘Het is druk in het gebouw, maar ik doe hier in ons voorkeursgebied meestal het licht aan, dus ik vind wel een plek.’ Beeld: Aad Meijer

‘Jammer dat we niks meer aan de muur mogen hangen’

Exterieur Rijnstraat 8
Rijnstraat 8, Den Haag. Ellen van Loon van architectenbureau OMA maakte van het oude ministeriegebouw uit 1992 een flexibel en modern rijksverzamelkantoor. De organisaties gebruiken dezelfde entree, basisfaciliteiten, vergaderruimtes en ICT. Alle werkplekken zijn multifunctioneel; voor 6000 werknemers zijn 4400 werkplekken aanwezig. Beeld: Bart van Hoek

‘Ik kom mijn andere collega’s hier makkelijker tegen’

Diederik van Hemert is senior adviseur bedrijfsvoering bij de Dienst Terugkeer & Vertrek van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zijn vorige werkplek bevond zich op de Turfmarkt, nu zit hij meestal op de 14e etage van Rijnstraat 8.

‘Omdat we als IT-afdeling speciale applicaties nodig hebben op onze pc’s, zitten we met alle collega’s hier bij elkaar in de buurt. Dat is prettig. Ik vind het begrijpelijk maar wel jammer dat we niks meer aan de muur mogen hangen. In onze vorige ruimte hingen lijstjes, brainstormsessies, plaatjes: zaken die met werk te maken hebben, maar waarmee je toch een persoonlijker tintje aan je werkomgeving geeft.

‘In z’n algemeenheid vind ik dat wij hier een ontzettend mooie kantooromgeving hebben. Strak, met mooi nieuw meubilair, goede faciliteiten en nieuwe spullen, dat is echt prima voor elkaar. In het buitenland, maar ook op andere locaties in Nederland, hebben collega’s soms met een minder mooie ambiance te maken dan wij op het hoofdkantoor. Het is hier lekker werken.

‘Het is druk in het gebouw, maar ik doe hier in ons voorkeursgebied meestal het licht aan, dus ik vind wel een plek. Als je de laatste bent die hier binnenkomt, moet je op een andere etage gaan zitten, maar ik heb niet het idee dat je nergens anders terecht kunt. Mijn fiets stal ik nog steeds in de stalling op de Turfmarkt. Daar heb je ook faciliteiten om je om te kleden, dat vind ik prettig.

‘Als ICT-afdeling is het belangrijk dat mensen ons kunnen vinden. Als het om problemen gaat die wij niet kunnen of horen op te lossen, is het fijn dat we door kunnen verwijzen naar de serviceafdeling, die we hier intern hebben. Verder? Ik eet hier weleens een broodje, dat is prima, en dat je in hetzelfde gebouw als waar je werkt bijvoorbeeld een verjaardagskaart kunt kopen, vind ik handig.

‘Ik merk dat ik mijn andere collega’s hier makkelijker tegenkom: de mensen van planning & control, finance, personeelszaken: we zitten dichter bij elkaar en zo maak je vanzelf makkelijker een praatje en krijg je meer met elkaar te maken.Laatst kwam ik toevallig ineens in die open tuin boven terecht. Daar was ik nog niet geweest en dat is best een mooie omgeving om al bellend eens een rondje te lopen.’

Marcia van der Vlugt: ‘Ik ben hier vooral in overleg en zit niet vaak achter een bureau... Ik heb een locker, mijn laptop in m’n rugzak en ik vind altijd een plek, geen probleem.’ Beeld: Arenda Oomen

‘Sindsdien kijk ik goed uit welke vergaderzaal ik reserveer’

‘Productiever als er meer daglicht is’

Marcia van der Vlugt is projectleider stimuleringsprogramma van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ze werkt 25 uur per week. Haar vorige werkplek bevond zich aan de Plesmanweg, nu werkt ze vanuit Rijnstraat 8.

‘Ik ben hier vooral in overleg en zit niet vaak achter een bureau. Mijn ‘vlek’ is op de 11e, AB aan de stationskant. Ik heb een locker, mijn laptop in m’n rugzak en ik vind altijd een plek, geen probleem. Als je op een strategische plek aan de gang gaat zitten, kun je iedereen snel even aan z’n jasje trekken. Je ontmoet hier makkelijk mensen. De vaste bureaus zijn prima in hoogte verstelbaar, maar de werktafels in de flexibele ruimtes niet. Je ziet sommige mensen helemaal krom zitten. Dit gebouw is wel vol. Er zijn veel mensen en dus is er overal veel geluid. Ik zelf kan me daar goed voor afsluiten, ik heb niet zo snel ergens last van en ik vind het als werkplek prima hier. Maar ik merk wel dat ik vermoeider ben aan het eind van een dag.

‘Als het even kan, begin ik niet tussen 08.00 en 09.30 uur want dan is het druk en sta je overal te wachten: bij de fietsenstalling, bij de draaideuren, bij de liften. Dat we hier naast het station zitten en dichtbij het centrum is prettig, ook voor bezoekers. Het servicecentrum is fijn: kun je bijvoorbeeld even een kabeltje vervangen dat het niet meer doet.

‘Weinig daglicht vind ik naar. Dit is een donker gebouw en dat geldt zeker voor de onderste vijf verdiepingen, waar de vergaderruimtes zitten. Veel wanden zijn zwart, sommige plafonds zijn laag, ruimtes liggen soms diep in het gebouw en het licht wordt gebroken door gordijnen. Terwijl uit onderzoek blijkt dat mensen actiever en productiever zijn als er meer daglicht is. Ik probeer altijd een werkplek aan de lichte kant te zoeken.

‘Ik zat een keer met een Chinese delegatie in een vergaderzaal en daar hing kunst: een uitvergrote foto van een Nederlandse familie, in badkleding op de stoep voor hun huis, met een hond ernaast. Ik voelde me er in dat gezelschap niet prettig bij. Sindsdien kijk ik goed uit welke vergaderzaal ik reserveer.

‘Ik mis een magnetron. Vanwege een dieet mag ik niet alles eten en in het verleden nam ik iets van huis mee om op te warmen. Moet ik eens achteraan.’

Sylvia Hazenbroek: ‘Soms kies ik ook voor een koffiecorner op mijn eigen etage. Het hangt er vanaf wat ik ga doen. Waar je gaat zitten in het gebouw, hangt af van het type werk.’ Beeld: Aad Meijer

‘Het zou leuk zijn om beginnende kunstenaars uit te nodigen om een paar van die zwarte muren wat vrolijker te maken’

‘Soms wel moeite om een werkplek te vinden’

Sylvia Hazenbroek werkt fulltime bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, bij de directie Stabiliteit en Humanitaire hulp. Haar vorige werkplek was aan de Bezuidenhoutseweg, (de ‘apenrots’). Nu zit haar ‘vlek’ op de 7e verdieping, in de B-gang.

‘Ik vind het gebouw mooi. Het is nieuw, open, met veel glas, veel ramen. Ik heb hier soms wel moeite om een werkplek te vinden, dat was aan de Bezuidenhoutseweg niet zo. Als ik nu geen plek kan vinden, ga ik meestal naar de 16e verdieping, helemaal bovenin, daar kan ik fijn werken. Die hoge plafonds, de grote ramen: je zit er relatief rustig en hebt een mooi uitzicht. Meestal kan ik daar wel terecht.

‘Soms kies ik ook voor een koffiecorner op mijn eigen etage. Het hangt er vanaf wat ik ga doen. Waar je gaat zitten in het gebouw, hangt af van het type werk. In die koffiecorners wordt veel gepraat: even mails lezen gaat daar goed, maar als ik wil typen of stukken moet lezen, zit ik liever in de vlek op de 7e of op de 16e. Als ik een aantal besprekingen heb blijf ik liever op de 7e, anders kost het veel tijd om heen en weer te lopen, je spullen te pakken en je te settelen. Maar in de koffiehoek zou ik niet graag de hele dag zitten.

‘Het meetingpoint op de 4e etage werkt goed, vind ik. Handig om daar met externen af te spreken, of met anderen uit het gebouw: daar kun je goed zitten, praten en koffie drinken. Ik vind de kantine best prijzig. Ik neem vaak zelf wat mee, maar ik haal ook graag iets buiten de deur, lekker om even buiten te lopen.

‘Ik ben over het algemeen positief over het gebouw. De koffie is ook goed. Oja, het zou misschien handig zijn om iets bij de koffieautomaten op de grond te leggen: daar zit het nu al vol met vlekken. En het zou wel leuk zijn om beginnende kunstenaars uit te nodigen om een paar van die zwarte muren wat vrolijker te maken. Niet allemaal, maar een aantal van die muren wel. Dat geeft ook iets meer karakter aan het gebouw.’

Architect Ellen van Loon (O.M.A.) licht tijdens een rondleiding haar keuzes toe: ‘Die roltrappen hebben we expres geel gemaakt omdat ze je de weg wijzen.’

(Beeldtitel: Rondleiding rijkskantoor Rijnstraat 8 in Den Haag. Kijk mee door de bril van architecte Ellen van Loon. Ellen Van Loon:)

STILTE

ELLEN VAN LOON: Dit onderdeel van de rijkslobby is geïnspireerd op het Haagse helmgras en daar in Nederland eigenlijk alles zeer artificieel is, dacht ik van laten we dit de extreme versie daarvan maken.
Dus we hebben het helmgras vertaald in kunststof.

(Ellen staat in een vierkant met witte kniehoge sprieten.)

Deze vierde verdieping, daar kom je aan dus via de entree met die gele roltrappen.
Die roltrappen hebben we expres geel gemaakt omdat de roltrappen je eigenlijk de weg wijzen hoe je naar de gedeelde functies gaat.
En dat is dus deze vergaderverdieping, ook het internationaal congres en ook de multipurpose-ruimte, die hier beneden ligt.
Deze verdieping hebben we dubbel hoog gemaakt en we hebben eigenlijk alle vergaderruimtes onderverdeeld in clusters.
Tussen die clusters liggen iedere keer gemeenschappelijke ruimtes.
Dus hier ligt een ontvangstfoyer met hier de balie.
Daar ligt de koffiecorner.

(Een moderne koffiebar.)

En zoals je ziet, aan deze zijde hebben we een grote foyer gemaakt met daaraan gekoppeld een buitenterras.
Ik wilde absoluut niet te veel kantinestoelen in gebouwen.
Je ziet heel vaak dat, dit soort loungegebieden staan altijd vol met dit soort stoelen.
Nou, in zo'n klein gebied vind ik dat wel leuk maar in grote gebieden krijgt dat natuurlijk heel snel 'n soort kantinegevoel.
Dus ik was er erg op gefixeerd om een soort lounge-achtige meubels te maken die wel wat hoger zitten, zodat je er ook aan kan werken en goed op kan zitten.
En die zie je eigenlijk overal in het gebouw terugkeren, van de entreehal in verschillende kleuren, verschillende materialen.
Die strepen geven een soort cadans, een soort mate van afstand.
En zeker als je zo over de lengte kijkt, heeft dat wel een heel mooi effect.
Dus dat is het idee van het tapijt.
Op een gegeven moment kregen we het idee om de plattegrond van deze cluster een soort isolatie-arcering te geven.
Bij architecten is deze vorm een typische isolatie-arcering.

(Het internationaal congrescentrum.)

We hebben de ruimte heel donker gelaten.
Het idee is natuurlijk dat de bol het centrum is van de bespreking.
De tafel is vrij licht gelaten en de wanden zijn donkergroen, net zoals de vloer, alsook het plafond.
En je ziet op de wanden, zie je niet heel duidelijk maar dat was ook niet de bedoeling zie je aan de patronen wat oud 17e-eeuwse Nederlandse schepen.
Dus dat is eigenlijk een soort vleugje Nederlandse geschiedenis dat wij terug wilden laten komen op de wanden.
PHILIPPIEN NOORDAM: Zoals jullie allemaal weten hebben we een gigantische kunstcollectie binnen de rijksoverheid.
En we willen die zo veel mogelijk aan het publiek tonen.
Ja, en daar zijn dit soort gebouwen hele mooie locaties voor.

(In een vergaderzaal hangen zes grote schilderijen. Een tram rijdt onder een gigantisch, abstract oranje kunstwerk door en buiten staat een abstract gietijzeren beeld.)

RUSTIGE MUZIEK

We staan hier in de nieuwe kop van het gebouw.
Die nieuwe kop, die is eigenlijk volledig opgebouwd van beneden helemaal tot boven.
En deze kop, daar hebben we eigenlijk het tegenovergestelde gedaan als wat...
In de rest van het gebouw heb je kantoren en je hebt de serres aan de gevel liggen.
En wat we hier hebben gedaan, is eigenlijk het omgekeerde daarvan.
We hebben hier eigenlijk een atrium gemaakt in het midden van het gebouw doorlopend tot aan het glasdak en daaromheen liggen de kantoren.

(Glazen wanden vormen de muren van de kantoren.)

We staan hier op de bovenste verdieping van het gebouw, in de nieuwe kop.
Dus dit, eigenlijk dat middendeel, hier hebben we alle vloeren uitgehaald om die vide te kunnen maken en wat je hieromheen ziet is eigenlijk allemaal nieuw gebouwd.
En hier op het dak hebben we natuurlijk een heel speciaal werkgebied.
Het is een vrij hoge ruimte en hier hadden we het leuke gegeven dat de vloer hier is zo diep.
En omdat het zo diep is, konden we eigenlijk de plantenbakken die normaal op de vloer staan, konden we eigenlijk in de vloer maken.
Dus hier krijg je eigenlijk een soort daktuin-gevoel alsof je onder de bomen werkt.

(Tussen de tafels en stoelen staan her en der boompjes en planten. Beeldtekst: Met dank aan: Ellen van Loon, architect OMA, Philippien Noordam, kunstadviseur.)

DE RUSTIGE MUZIEK EBT WEG

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksoverheid. Het beeld wordt blauw met wit. Beeldtekst: Dit is een productie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Copyright 2017.)

Beeld: Kick Smeets

Beeld: Kick Smeets

Beeld: Marianne Schijf

Beeld: Kick Smeets

Beeld: Marianne Schijf

Beeld: Kick Smeets

Beeld: Kick Smeets

Beeld: Kick Smeets