Tekst dr. ir. Iris Bakker
Foto Iris Bakker. Beeld: Arenda Oomen

In deze tijd zegeviert het begrip ‘belevingskwaliteit’. De fysieke omgeving moet experience bieden en ook leuk zijn. Belevingskwaliteit betekent letterlijk ‘hoedanigheid van het leven’: hoe doen we het en hoe voeren we processen uit? De kern ligt dus in het ‘hoe’.

Maar we leven in een ‘verdingde’ wereld. Bij vraagstukken en problemen kijken we vooral naar het ‘wat’ ofwel een ‘verdingde’ oplossing. We kopen een ding en gaan ervan uit dat daarmee het probleem is opgelost. Waarom doen we dat? De oorzaak van dit fenomeen is tweeledig. Enerzijds hebben we haast: we willen snel een oplossing om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag. Een ding kopen gaat snel. Anderzijds is het een evolutionair gegeven dat ons oog een allesoverheersende rol speelt. Het oog overheerst onder andere het oor, de neus of de tast en ziet vooral het ‘wat’.  

Je herkent dat misschien bij impulsaankopen: je koopt leuke hebbedingetjes en thuis gekomen denk je: ‘Hoe ga ik dit eigenlijk gebruiken?’ en ‘Waarom heb ik het gekocht?’, om vervolgens de grote afvalberg nog groter te maken. Exact hetzelfde gedrag zien we in de huisvestingswereld. We zetten ergens een ‘leuk’ stoeltje neer, zonder te checken of dat stoeltje lekker zit en of het op die plaats wel gebruikt zal worden. Door die verdingde aanpak zonder focus op het ‘hoe en waarom’ dragen we bij aan een niet werkende en daarmee doodse omgeving, waarin de vitaliteit afneemt.

De vertaling van het begrip ‘economische groei’ draagt hieraan bij. Regulier wordt economische groei gekwantificeerd in relatie tot het bruto nationaal product. Het product (dus het wat) staat centraal met kwantitatieve criteria en niét het proces met kwalitatieve kenmerken.

Volgens het economisch woordenboek betekent economische groei echter: toename van behoeftebevrediging. In deze taal kunnen we het accent leggen op de kwaliteit van het proces en daarmee op het hoe en het waarom. Juist door hierop te focussen zou kwaliteit de grootste hoogten kunnen bereiken met voordelen variërend van een beter milieu, minder afval, een gezondere leefomgeving en meer geluk. We zouden dan bijvoorbeeld niet steeds meer schoenen willen kopen, maar schoenen die duurzamer zijn, lekkerder zitten, gemaakt zijn van biologisch verantwoord leer zonder toepassing van chemicaliën.

In deze vitaliserende omgeving staan dus geen stoeltjes die alleen maar als ‘leuk’ bestempeld worden, maar stoelen die goed zitten en echt gebruikt worden. Dat zou veel ‘leuker’ zijn. Etymologisch betekent het woord ‘leuk’ overigens helemaal niet grappig of lollig. ‘Leuk’ betekent van oorsprong ‘kalm’. De natuur is ‘leuk’ en daarmee het wezenlijke voorbeeld van het hoe en waarom. In de natuur komt geen verspilling voor: alles is doordacht en heeft een functie. Hier vinden we het hoogste niveau van vitaliteit met een belevingskwaliteit die ons alleen maar kan ontroeren.

Iris Bakker promoveerde in 2014  aan de TU Delft op de relatie tussen de fysieke omgeving en kennisproductiviteit. Zij ontwikkelde op basis van sensorische informatie een tool om te sturen op integrale belevingskwaliteit. www.levenswerken.eu

'We zetten ergens een "leuk" stoeltje neer, zonder te checken of dat stoeltje lekker zit en of het op die plaats wel gebruikt zal worden'