Tekst Michiel Smit
Foto Secretaris van het College van Rijksadviseurs Rienke Groot. Beeld: Arenda Oomen

Het College van Rijksadviseurs adviseert het Rijk sinds 2004 over een innovatieve aanpak van de opgaven in nationale programma’s en rijksprojecten.  Het CRa bewaakt de kwaliteit binnen ruimtelijke projecten waarbij het Rijk is betrokken. De context is met de jaren flink veranderd, maar de onafhankelijke rol van verbinder tussen partijen en katalysator voor verfrissende ideeën is een constante.

'Het College van Rijksadviseurs (CRa) is in zekere zin het geweten van de rijksoverheid', zegt secretaris Rienke Groot. 'We zijn een positief-kritische buitenboordmotor die helpt om de overheid scherp te houden en kwaliteit te laten leveren. In een wereld van projecten met een strikte termijn en een hard budget blijven out of the box-oplossingen vaak buiten beeld en krijgt ruimtelijke kwaliteit niet altijd de aandacht die het verdient. Wij zijn er om dat bij te sturen, om ruimte te geven aan ideeën en oplossingen. Dat doen we door partijen bij elkaar te brengen en vanuit onze onafhankelijke rol te adviseren.'

‘We laten zien hoe je ruimtelijke kwaliteit een volwaardige plek kunt geven’

Integrale blik

Het CRa bestaat uit drie rijksadviseurs: Floris Alkemade, Berno Strootman en Daan Zandbelt. Architect Floris Alkemade is rijksbouwmeester en voorzitter van het CRa, Berno Strootman en Daan Zandbelt zijn rijksadviseurs voor de fysieke leefomgeving. Strootman is landschapsarchitect en Zandbelt is stedenbouwkundige/architect. Zo vertegenwoordigen zij ieder een ontwerpende discipline waardoor ze als team goed in staat zijn met een integrale blik naar vraagstukken te kijken. Groot geeft een voorbeeld. 'Binnenstedelijk bouwen heeft veel voordelen. Het spaart open landschap en natuur, het maakt voorzieningen zoals openbaar vervoer rendabeler en veel activiteiten op een klein oppervlak zorgt voor "agglomeratiekracht". Maar bouwers zien deze voordelen doorgaans niet terug in hun portemonnee en gemeenten ondervinden beperkingen door de grenzen van hun grondgebied. Het CRa kan dan aanschuiven en laten zien hoe je obstakels kunt wegnemen vanuit ons brede blikveld en netwerk. Er kan vaak veel meer dan men denkt. Dát is hoe wij graag werken.'

Berno Strootman, Floris Alkemade, Daan Zandbelt.
V.l.n.r: Berno Strootman, Floris Alkemade, Daan Zandbelt. Foto: Christiaan Krouwel

Berno Strootman: wat doe je met lege stallen?

‘De wisselwerking tussen ons leidt tot rijkere resultaten. Dat zie je bijvoorbeeld bij de aanstaande prijsvraag over leegstand op het platteland: wat doe je met al die stallen die straks leeg komen te staan? We gaan dat vraagstuk in de prijsvraag nu koppelen aan andere vraagstukken in het landelijk gebied, zoals de energietransitie en de verduurzaming van de landbouw.’

Onafhankelijk

De onafhankelijke rol is cruciaal bij dit alles. Want wanneer een visie gekleurd zou zijn door belangen, zou het CRa een belangrijk deel van haar geloofwaardigheid verliezen. Maar wat is onafhankelijkheid eigenlijk in dit geval? Groot: 'We werken vóór het Rijk, maar zijn niet ván het Rijk. Er zijn vier ministeries inhoudelijk betrokken bij het CRa: Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Zij dragen beleidsvragen aan waar zij graag antwoorden op willen. De rijksadviseurs kunnen vanuit hun eigen ervaringen in de praktijk vraagstukken bijstellen of er nieuwe aan toevoegen. Wij waken ervoor dat we niet "politiek" worden in onze adviezen. We laten wel zien hoe je ruimtelijke kwaliteit een volwaardige plek in beleid en projecten kunt geven en hoe oplossingen vanuit verschillende domeinen daaraan kunnen bijdragen. Een goed voorbeeld is de energietransitie: de komende tijd een heel belangrijk thema voor ons. We hebben geen mening over de vraag hoe snel Nederland precies moet overschakelen en welke doelstellingen jaarlijks worden gesteld. Wel brengen we de ruimtelijke impact in beeld en denken we mee over de manier waarop de energietransitie vorm moet krijgen. Het gaat er daarbij niet alleen om dat het er goed uitziet, maar dat alles klopt. Dat het een landschap oplevert dat over decennia nog begrijpelijk is en bijvoorbeeld omwonenden ook tevreden zijn over het proces.'

'Omdat ze alle drie ontwerpers zijn, zit het integrale denken hen in het bloed’

Chemie in samenwerking

De drie rijksadviseurs hebben elk hun eigen inbreng en projecten. Daar wordt wekelijks met elkaar over gesproken, met name over de vraag of er verbindingen te leggen zijn. Dat gaat ze goed af, volgens Groot. 'Omdat ze alle drie ontwerpers zijn, zit het integrale denken hen in het bloed. Ze ervaren chemie in de samenwerking, ze hebben het gevoel dat ze op elkaars schouders kunnen gaan staan. Het legt ook extra gewicht in de schaal als ze bij een project niet alleen de eigen inbreng meenemen, maar ook die van de andere adviseurs met hun eigen invalshoek.' Samenwerking werpt ook vruchten af buiten het college. Groot: 'We hebben bij studies over vergroening van steden tot wederzijds genoegen samengewerkt met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL is sterk in het maken en onderbouwen van modellen en scenario's. Vanuit onze ontwerpende rol hebben we daar fundamentele vragen bij kunnen stellen - vormen de aannames die eraan ten grondslag liggen wel de juiste basis voor dit specifieke vraagstuk?'

Toekomst

Groot ziet nu en in de toekomst een nuttige rol voor het CRa weggelegd, juist nu er zoveel rijksbeleid is gedecentraliseerd de laatste jaren. 'Het Rijk kan bij veel zaken niet meer rechtstreeks ingrijpen. Vroeger werd je op de vingers getikt door de inspectie als een ontwikkeling afweek van het rijksbeleid. Nu moet je in gesprek als je ergens wat van vindt, om samen tot een optimale oplossing te komen. En dat is nou juist waar wij voor op de wereld zijn.'

Daan Zandbelt: Nederland als lege stad

‘Floris ziet (net als ik) Nederland als een samenhangend ruimtelijk systeem, een lege stad, die zich wellicht zelfs tot over de landsgrenzen uitstrekt. Dit verstedelijkte landschap van Maas- en Rijndelta is niet alleen het product van planning en ontwerp, maar is ook sterk bepaald door natuurlijke krachten (economie, natuurlijke verbindingen en landschap). Dit besef vergt een zekere mate van bescheidenheid van ontwerpers. Tegelijkertijd biedt dit inzicht ook ruimte voor ontwerpkracht. Dat je met beperkte middelen het systeem kan bijsturen.’