In het voetspoor...

Dit artikel hoort bij: Kei 3: Atelier Rijksbouwmeester

Kwartetten met plafondmedaillons

Tekst Isabel van Lent
Foto Erfgoedadviseurs Johan de Haan en Corjan van der Peet in overleg. Beeld: Arenda Oomen

Twee dagen in het kielzog van erfgoedadviseurs Corjan van der Peet en Johan de Haan zijn twee dagen van onvermoeibaar schakelen, waarbij de Nederlandse (architectuur)geschiedenis in volle rijkdom en obscuriteit aan je voorbij trekt.

Er openen zich deuren die normaal gesproken gesloten blijven

De Haan en Van der Peet adviseren de rijksbouwmeester op het gebied van erfgoedzaken. Dat is geen sinecure; het Rijksvastgoedbedrijf bezit honderden monumenten en is onder meer verantwoordelijk voor paleizen, ministeries, gevangenissen en bunkers. Het erfgoed is echter omvangrijker dan de architectuur alleen. Zo stuiten we op een aantal opmerkelijke inboedels. Denk niet alleen aan een zeldzaam 18de-eeuws behang in een Haags herenhuis, maar ook aan een atoombomschuilkelder voor de regering uit de jaren zestig van de 20ste eeuw. Compleet met landkaarten, warme dekens en blikken met witte-bonen-in-tomatensaus. Het laatstgenoemde ensemble heeft nog geen formele monumentenstatus. Van der Peet zoekt uit hoe het toch behouden kan blijven en welke partijen daarbij een rol kunnen spelen.

Kilometers erfgoed

Het erfgoed kan zich ook kilometers ver uitstrekken, zoals in Veenhuizen het geval is. Niet alleen de vele rijksmonumenten getuigen van een bewogen geschiedenis, maar ook het strak verkavelde landschap. Hoe kan dit bijzondere gebied een nieuw leven krijgen, terwijl het in de running is voor een werelderfgoedstatus, maar ook in een gebied ligt dat economisch onder druk staat? Zomaar een van de vragen waar De Haan mee te maken heeft.

Beide mannen zijn soms letterlijk niet bij te benen. Elk onderwerp wordt enthousiast ingeleid met een gedetailleerde toelichting vol historische anekdotes. ‘Natuurlijk zitten wij meestal op kantoor om stukken door te nemen, e-mails te beantwoorden en overleg te voeren’, lacht De Haan. Maar locatiebezoek hoort er zeker bij. En dan openen zich deuren die normaal gesproken gesloten blijven.

  •  Johan de Haan is in april overgestapt naar een andere baan; hij is nu hoofdconservator van Paleis Het Loo in Apeldoorn.

Klik hieronder op de >>> pijlen in de foto of op de nummers onder de foto's en loop mee met Johan de Haan en Corjan van der Peet.

Gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort

21 februari, 10 uur: aankomst in Amersfoort

Bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontmoet Johan de Haan samen met Iris Thewessen – ook van het atelier Rijksbouwmeester – enkele collega’s van het ontwikkelingsbureau Veenhuizen. Even oog voor het mooie staaltje architectuur naar ontwerp van Juan Navarro Baldeweg uit 2009. De golvende lijnen van de duurzame dubbele glasgevel bieden een fantastische aanblik.

Iris Thewessen en Johan de Haan

24 uur van Veenhuizen

Onderwerp van gesprek is de 24 uur van Veenhuizen, een brainstormsessie waar onder meer ontwikkelaars, erfgoedprofessionals en ondernemers zich buigen over de toekomst van het voormalige gevangenisdorp. Het Rijk zal zich in de toekomst terugtrekken uit dit gebied dat meer dan 100 rijksmonumenten telt en lange tijd hermetisch van de buitenwereld was afgesloten.

Overleg over Veenhuizen

Op zoek naar nieuwe eigenaren

De laatste details worden besproken: ‘Wat vinden jullie, gebruiken we de rit in de boevenbus om deelnemers nog wat meer te vertellen?’ De verwachtingen van deze expertmeeting zijn hooggespannen. Veenhuizen is een van de zeven Koloniën van Weldadigheid die recentelijk zijn voorgedragen om op de werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst te worden. ‘Een fascinerende plek met heel veel geschiedenis’, vertelt De Haan. ‘Maar de locatie maakt het niet eenvoudig om er nieuwe eigenaren en ondernemers voor te vinden.’

Document met foto van de noodzetel

13.30 uur: de toekomst van een tijdscapsule

Terug in Den Haag treft De Haan collega Corjan van der Peet. De mannen buigen zich in het hoofdkantoor aan het Korte Voorhout in den Haag over een jarenzestig-tijdscapsule: de noodzetel. Onder het rijkskantoor, ooit het ministeriegebouw van Financiën, ligt een Koude Oorlog-schuilkelder, speciaal ingericht om de regering onder te laten duiken in het geval van een nucleaire oorlog. Van der Peet: ‘Zelfs de puntenslijpers staan er nog. Iedereen voelt dat deze plek van belang is. We kijken nu samen met de gemeente Den Haag, die de bunker mogelijk een monumentenstatus wil geven, hoe we hiermee omgaan.’

14.00 uur: wandelen naar Bezuidenhoutseweg 30

Het is een kwartiertje lopen naar B30, het pand aan Bezuidenhoutseweg 30, ooit gebouwd als ministerie van Economische Zaken. Het is een deftig pand, een 20e-eeuwse variant op het 17e-eeuwse Hollands classicisme. Met een beetje fantasie kan een bezoeker zich hier het ononderbroken geratel van typemachines, rinkelende telefoons en de sigarettenrookwalmen uit de jaren twintig nog goed voorstellen.

Renovatie met integraal contract

Het pand aan Bezuidenhoutseweg 30 is het eerste monument van het Rijksvastgoedbedrijf waarvan de renovatie is aanbesteed door middel van een zogenaamd DBFMO-contract. De opdracht voor renovatie en exploitatie van het pand is in maart 2014 gegund aan Facilicom. De renovatie is klaar en de nieuwe gebruikers hebben er net hun intrek genomen. Op de foto: de vloer als kunstwerk naar ontwerp van Rob Birza.

Op inspectie

Van der Peet struint door het overdekte atrium en het imposante centrale trappenhuis. Hij is nog niet blij met de felle verlichting in de gangen, wel met de kleur van de natuurstenen elementen, die bijna onzichtbaar gerestaureerd zijn. ‘We hebben nog maar weinig ervaring met monumentenzorg in dit soort aanbestedingstrajecten. Dit project was dan ook een leerproces.’ Hij stelt vast dat het zinvol is dat het atelier Rijksbouwmeester bij dit soort uitbestede restauraties betrokken blijft, zeker bij specialistische vraagstukken. ‘Je kunt immers niet alles in een uitvraag vastleggen.’

La Fontainezaal in het Johan de Witthuis

23 februari, 10.00 uur: Johan de Witthuis

Op een regenachtige donderdagochtend bezoekt Johan de Haan het statige Johan de Witthuis in Den Haag. Het Rijk gebruikt het pand als ontvangstruimte. Ook vanochtend vergadert er een internationaal gezelschap. ‘Willen jullie zachtjes lopen, anders gaan de kroonluchters zo rinkelen’, fluistert gastvrouw Nicole Smeets.

Historisch behang in het Johan de Witthuis

Fabels

Het huis kent een schat aan authentieke interieurdetails. Blikvanger is de zaal waar 18de-eeuws behang de fabels van de Franse schrijver Jean de La Fontaine verbeeldt. De schilderingen zijn verkleurd en op sommige plekken beschadigd. De Haan overlegt met Julia Hennig welke werkzaamheden deze kamer nodig heeft.

Vloerkleed

Tweede stop is de grote vergaderzaal met beschilderd balkenplafond. Collega en restauratiearchitect Julia Hennig sjouwt een groot stalenboek en een rol vloerbedekking naar binnen. Het moderne, comfortabele vergaderameublement valt nogal uit de toon in deze 17de-eeuwse pracht. Een nieuw vloerkleed moet de eenheid in deze kamer herstellen.

11.30 uur: Wandelgang Eerste Kamer

Vervolgens staat de Eerste Kamer op het programma, een onderdeel van het Binnenhofcomplex. Samen met collega’s Lenneke van Konijnenburg en Julia Hennig slentert De Haan over de barokke statietrap, door de wandelgang en de zaal van de Eerste Kamer, richting de Ministerskamer. De Ministerskamer is de plek waar ministers zich met hun ambtenaren op een debat kunnen voorbereiden. Maar het is ook de voormalige eetkamer van stadhouder Willem V. Op de vergadertafel worden foto’s van plafond- en wandkunst uitgespreid.

4 plafondmedaillons terug op hun plek

Onderwerp van gesprek zijn de 18de-eeuwse geschilderde plafondmedaillons. Deze zijn in 1808 weggehaald en terechtgekomen op de zolder van Huis Ten Bosch. ‘Lodewijk Napoleon liet het interieur van het Binnenhof grotendeels ontmantelen, zodat hij er een ander paleis mee kon verfraaien’, vertelt De Haan. ‘Daar kwam het niet van en veel interieurkunst belandde zo op zolders en in depots. In de jaren zeventig zijn deze medaillons herontdekt en overgedragen aan Paleis het Loo.’ De Eerste Kamer heeft in principe interesse om ze weer terug te plaatsen. Door middel van foto’s en literatuuronderzoek wordt gereconstrueerd welke stukken waar moeten hebben gezeten.