Andere bril

Dit artikel hoort bij: Kei 3: Atelier Rijksbouwmeester

Hoge Raad versus Hoge Raad

Tekst Xandra de Jongh
Foto Vice-president Hoge Raad Jacques Overgaauw voor het schilderij van Helen Verhoeven. Beeld: Arenda Oomen

In het toepassen van de percentageregeling voor de nieuwbouw ging de Hoge Raad niet over een nacht ijs. Het selectieproces van de kunstenaar werd, gelijk de aard van de organisatie, consciëntieus uitgevoerd. Eén ding was vanaf het begin duidelijk. Een figuratief schilderij moest het worden. Een representatie van de Hoge Raad als organisatie, een werk dat ‘uitdaagt en tegelijkertijd verbindt’. De grote vraag was wie het ging maken. In Londen zag de kunstcommissie een aantal grote doeken van Helen Verhoeven, en raakte geïntrigeerd. Wat volgde was een bijzondere samenwerking, een ‘match made in heaven’, met als resultaat een bijzonder schilderij.         

‘O jee, dat wordt groter dan de Nachtwacht’

‘Als je zegt het (werk) moet verbinden, dan moet er ook iets zijn om te ver-binden. De samenleving is niet verbonden, het is de rol van de rechters niet alleen recht te spreken maar ook eenheid te creëren. Zo kun je het werk uitleggen, maar een ieder kan erin lezen wat hij of zij wil.’ Voor vice-president Jacques Overgaauw representeert Helen Verhoevens Hoge Raad in het nieuwe transparante onderkomen in ieder geval precies de positie van de Hoge Raad zoals hij die zelf voor ogen heeft: ‘midden in de samenleving, niet in een ivoren toren erboven.’ Overgaauw was als bouwcommissaris en lid van de kunstcommissie nauw betrokken bij de nieuwbouw en de uitvoering van de percentage-regeling. Voor de Hoge Raad was belangrijk dat het kunstwerk door de hele organisatie zou worden gedragen - een abstract werk op de oude locatie was weinig geliefd. Er werd een extra klankbord-groep ingesteld als afspiegeling van de organisatie. In de kunstcommissie zaten immers ‘alleen’ de president, vice-president, procureur-generaal en de directeur bedrijfsvoering. ‘En dan kun je wel zeggen: dat is genoeg, die weten het wel, maar dat wilden we dus niet’, aldus Overgaauw.

Eerherstel

Wat voor soort kunstwerk en waar het moest komen was snel duidelijk. Een schilderij, van groot formaat, voor de ontvangstruimte van de grote zittingszaal, als eerherstel vernoemd naar mr. L.E. Visser. ‘Toen we de eerste keer naar die wand keken dachten we: O jee, dat wordt groter dan de Nachtwacht.’ (KAAN architecten had in de bouwtekeningen dezelfde ruimte met een afbeelding van De Nachtwacht aangeduid als mogelijke locatie voor een kunstwerk).

‘.. vage figuren, onduidelijke onderlinge relaties en seksueel getinte handelingen. Niet meteen een voor de hand liggende connectie’

Kunstselectie

Het Rijksvastgoedbedrijf is de grootste opdrachtgever van beeldende kunst in Nederland. Het atelier Rijksbouwmeester zorgt doorgaans voor de uitvoering van de zogenaamde percentageregeling: bij nieuwbouw, verbouw of koop van rijksgebouwen wordt een percentage van de bouwsom besteed aan beeldende kunst. Bij het DBFMO bouwproject de Hoge Raad was het consortium Poort van Centraal verantwoordelijk voor de toepassing van de percentageregeling. Adviseur beeldende kunst Esther Vonk heeft namens het consortium Helen Verhoeven voorgedragen. Verhoeven kreeg de opdracht om een monumentaal schilderij te maken dat het werk van de Hoge Raad representeert. In de kunstcommissie zaten vier vertegenwoordigers van de Hoge Raad, waaronder vice-president en bouwcommissaris Jacques Overgaauw.

Huiveren

Kunstadviseur Esther Vonk van het atelier Rijksbouwmeester die de opdracht begeleidde, herinnert zich dat enkele kunstcommissieleden in Londen wel even moesten wennen aan de ‘spannende schildertoets’ van Verhoeven, die zich kenmerkt door een broeierig-psychologische atmosfeer. Een schemergebied van vage figuren, onduidelijke onderlinge relaties en seksueel getinte handelingen. Niet meteen een voor de hand liggende connectie met de Hoge Raad. Ook Helen Verhoeven had aanvankelijk zo haar bedenkingen. Een werk in opdracht had ze nog nooit gedaan. Ze huiverde bij het idee van een groep mensen die achter haar schouder mee zou gluren in haar studio bij elke penseelstreek. Normaal gesproken mag niemand langskomen als ze schildert behalve haar partner, mits hij zwijgt.

Uitdagen en verbinden

Verhoeven liet haar scepsis varen, ze kreeg alle vrijheid voor haar representatie van de Hoge Raad. Wel werd gesproken over de gewenste toon. Het obscene mocht erin zitten, als inherent onderdeel van onze maatschappij, maar niet zodanig dat het bij een eerste blik meteen opdringt. Verhoeven bleek goed uit de voeten te kunnen met de vraag om een werk dat ‘uitdaagt en tegelijkertijd verbindt’. Op eigen instigatie dook ze uitgebreid in de Nederlandse geschiedenis en kreeg ze rechtscolleges van de president en de procureur-generaal over het instituut de Hoge Raad - immers niet vanzelfsprekende kennis voor iemand die op haar 12de naar de Verenigde Staten was verhuisd.

‘In die tijd domineerde IS de media met video’s van onthoofdingen’

Beeldcitaten

Het klikte goed tussen Verhoeven en de leden van de Hoge Raad, ‘in alle opzichten’ aldus Overgaauw. Volgens Vonk was de sfeer ‘gewoon goed’; er was een open dialoog waarin iedereen alles kon en mocht benoemen. Zo is er gesproken over een aantal kunsthistorische beeldcitaten met onthoofdingen vanwege het recht. Het was in de tijd dat IS de media domineerde met video’s van onthoofdingen. Verhoeven werd gevraagd om bepaalde zaken toe te lichten, wellicht te heroverwegen, maar kreeg alsnog alle ruimte. ’Ik denk ook omdat ze zo goed kon uitleggen waarom ze bepaalde keuzes maakte’, zegt Vonk.

Ongeveer vijf maanden nadat Verhoeven aan het schilderen was geslagen kwam de kunstcommissie in haar Berlijnse atelier over de vloer. Van het door Verhoeven gevreesde over de schouder mee gluren was geen sprake. ‘Achteraf was iedereen enthousiast’, vat Vonk het bezoek samen. 

Trots

Het enthousiasme is blijvend. Natuurlijk over het monumentale schilderij zelf, de positieve reacties van bezoekers, maar Jacques Overgaauw is vooral trots op de rol die de Hoge Raad in dit hele proces heeft gespeeld. ‘Het is natúúrlijk Helens werk, maar het is fantastisch dat wij het tot stand hebben kunnen laten komen.’

Hoge Raad (2015, olieverf op doek, 400 x 647 cm)

Het monumentale Hoge Raad van Helen Verhoeven (1974) zal niemand ontgaan in de ontvangstruimte van de grote zittingszaal mr. L.E. Visser. In de haar kenmerkende stijl, waarin personen, patronen en vlakken haast opgeknipt samenkomen, schilderde Verhoeven met behulp van een hoogwerker letterlijk en figuurlijk een indrukwekkend doek. Een onderzoekende voorstelling die oogt als een rijkelijk bestikte lappendeken vol gelaagde verwijzingen naar goed (recht) en kwaad (onrecht).

Op de voorgrond is een gemêleerd gezelschap afgebeeld van anonieme individuen (soms zelfs gezichtloos) die nauwelijks onderling contact hebben; de wit-rode snotsliert die als een absurdistische navelstreng tussen twee neuzen hangt daargelaten.  Achter het gezelschap zit een groep rechters aan een lange tafel. Wederom anonieme figuren, op één na in het midden van de tafel. Mr. Visser,  de Joodse president van de Hoge Raad die tijdens de bezetting door de Nazi’s zonder protest van zijn collega’s werd afgezet. Het enorme beeld van Vrouwe Justitia achter de rechters krijgt in deze context een prikkelende betekenis, mede omdat zij wordt geflankeerd door de bijbelse Joodse Judith met het hoofd van Holofernes in haar hand. Uitdagend zijn ook andere kunsthistorische beeldcitaten - zoals het gruwelijke lot van de gebroeders De Witt en Picasso’s Guernica - waarin recht en onrecht gelijk aan de realiteit complexe en door elkaar heen lopende begrippen blijken.

Zie voor alle details van het schilderij de publicatie Hoge Raad-Een op Een van Helen Verhoeven.

Schilderij Heleen Verhoeven