In een krantenartikel uit 1897 is een wel heel opmerkelijke anekdote over het bezoek van keizer Napoleon in 1811 aan Amsterdam te lezen.

De Nachtwacht zou onder een vloerkleed in het Trippenhuis zijn verstopt om te voorkomen dat het schilderij naar Parijs zou verdwijnen. Hoewel het bijzonder twijfelachtig is of het verhaal op ware gebeurtenissen is gebaseerd, is het nog steeds de moeite van het navertellen waard.

Interieur van het Trippenhuis tussen 1848 en 1885
Na het vertrek van de kunsthandelaar Roos, vond het Rijksmuseum tussen 1812 en 1885 een onderkomen in het Trippenhuis. In de voorzaal van de eerste verdieping hing aan de zuidzijde de Schuttersmaaltijd van Van der Helst. Op de tegenovergelegen wand hing de Nachtwacht. Wikimedia Commons / Gemeentearchief Amsterdam

Men was bang dat de Fransen kunstwerken als souvenir zouden meenemen

Trippenhuis als Rijksmuseum
Trippenhuis als Rijksmuseum Wikimedia Commons / Gemeentearchief Amsterdam

Verstopte kunstschatten

Keizer Napoleon bezocht Amsterdam in 1811, een jaar nadat zijn broer koning Lodewijk Napoleon het land had verlaten en Nederland bij Frankrijk was ingelijfd. Na het vertrek van koning Lodewijk Napoleon werd een aantal belangrijke kunstwerken uit het Paleis op de Dam ondergebracht in het noordelijke Trippenhuis bij kunsthandelaar Cornelis Sebille Roos. Het stadsbestuur was namelijk bang dat Franse hoogwaardigheidsbekleders de kunstschatten als souvenir zouden meenemen.

Tijdens het bezoek van de keizer aan de stad in 1811, werd besloten om een aantal schilderijen – waaronder de Nachtwacht – uit hun lijst te halen en onder een vloerkleed te verstoppen. Mocht Napoleon langskomen, dan zou de familie Roos zich in het tuinhuis schuilhouden en de keukenmeid de keizer ontvangen. Zo geschiedde. Napoleon werd rondgeleid door een dienstertje met een huilend kind op haar arm. Ze bezochten ook de zaal waar de Nachtwacht en de Schuttersmaaltijd hadden moeten hangen. Napoleon en zijn gezelschap keken vertwijfeld rond, maar hadden geen idee dat ze bovenop de schilderijen stonden. Uiteindelijk droop het gezelschap af zonder iets mee te nemen.

Dit verhaal is van generatie op generatie doorverteld en werd als eerste gepubliceerd in ‘Het nieuws van den dag’ van 27 juni 1897. Het artikel is opgetekend uit de mond van Mietje Chardet. Haar moeder Anna Catharina Muller was de keukenmeid die Napoleon zou hebben misleid.

Afbeelding bovenaan: Deftig bezoek bij de Nachtwacht, August Jernberg, 1874. Bron: Wikimedia Commons